Jan Antonie Bijloo

Tattistraat 13 3066 CE Rotterdam

  • Schoolfoto van Jan Antonie Bijloo
  • Schoolfoto van Jan Antonie Bijloo
  • Schoolfoto van Jan Antonie Bijloo
  • Schoolfoto van Jan Antonie Bijloo
  • Schoolfoto van Jan Antonie Bijloo

Het team

Toelichting van de school

Onze leerkrachten weten van ieder kind op welk niveau zij instructie en begeleiding nodig hebben. Zij stemmen hun onderwijs, hun handelen en begeleiden, hierop af. Samenwerken en samen leren op school, dat vinden wij belangrijk. Samen met de intern begeleider, onderwijsassistent, zij-instromer, de directie, specialisten en onze vakleerkrachten gym zetten de leerkrachten zich dag in dag uit in om de kinderen te laten groeien.

Vakleerkrachten op deze school

Hoe wordt vervanging geregeld?

Bij ziekte of afwezigheid van een leerkracht probeert de school intern naar een oplossing te zoeken. Vanwege een leerkrachtentekort zijn er nauwelijks externe vervangers beschikbaar. Een interne oplossing betekent dat de leerlingen over de andere groepen worden verdeeld waar ze aan hun schooltaken werken of de groep wordt over genomen door een leerkracht/ collega met ambulante tijd. In uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat er een groep naar huis wordt gestuurd. Hier worden ouders altijd over geïnformeerd.

Directie van de school

Medewerkers op deze school (instellingsniveau)

Hoe is de verdeling mannen en vrouwen?

Bron

Wat is de leeftijd van de teamleden?

Bron

Hoe zijn de teamleden verdeeld over de verschillende functiegroepen?

Bron

Hoe zijn de leerlingen gegroepeerd?

Toelichting van de school

Op de Jan Antonie Bijloo zorgen we voor een warm  schoolklimaat, dat gebaseerd is op orde, rust en regelmaat. We streven ernaar dat alle kinderen zich veilig voelen en het beste uit zichzelf kunnen halen. Hierbij stimuleren we  gewenst gedrag bij alle leerlingen en zorgen we ervoor dat iedereen die bij onze school betrokken is op de hoogte is van onze kernwaarden, schoolregels en afspraken.

Dit doen we door onze verwachtingen te bespreken met ouders en verzorgers tijdens een rondleiding, oudergesprekken en andere contactmomenten. Helder onze verwachtingen over gedrag uit te spreken en verwachtingen en afspraken te visualiseren. We bekrachtigen gewenst gedrag positief en reageren duidelijk en consequent op ongewenst gedrag in alle situaties op school.

Door met elkaar te werken vanuit onze visie, onze kernwaarden (en concrete gedragingen), onze doelen en de daarbij geformuleerde Gouden Schoolregels is er een duidelijke richting aan het handelen voor iedereen die betrokken is bij de school. Onze kernwaarden en Gouden Schoolregels zijn uitgewerkt in praatplaten en hangen zichtbaar in iedere ruimte in de school. Van belang is dat iedereen die bij onze school betrokken is hiervan op de hoogte is en deze ook onderschrijft. Iedereen mag en moet elkaar hierop kunnen aanspreken. Voor iedereen moet school een veilige en vertrouwde plek zijn, waar je graag naartoe gaat. Een voorwaarde hiervoor is dat we open en respectvol zij naar elkaar en elkaars opvattingen. Discriminatie of pestgedrag accepteren wij niet. We zijn hier alert op en doen er alles aan dit te voorkomen. Wanneer blijkt dat hier sprake van is op onze school dan zullen we handelen. Meestal lost de school de situatie samen met de betreffende kinderen of personeelsleden op. In sommige situaties is er iets anders nodig. De school heeft hiervoor een gedragsprotocol waarin staat beschreven welke regels er zijn, hoe we handelen en hoe we met ouders communiceren.   

In ons onderwijssysteem werken wij met homogene groepen. Groepen bestaan in de basis uit leerlingen van hetzelfde leerjaar, met een maximum van 28 leerlingen in een groep. Gezien het leerlingaantal en het daaraan gerelateerde aantal leerkrachten kunnen er combinatiegroepen ontstaan. Bij de kleuters werken wij in heterogene groepen, dat wil zeggen dat de 4 t/m 6-jarigen in één groep zitten. Een voordeel hiervan is dat de kleuters leren elkaar te helpen bij allerlei zaken, wat goed is voor het zelfvertrouwen.

In ons onderwijs gaan wij uit van verschillen tussen leerlingen (adaptief onderwijs). We werken op de Jan Antonie Bijloo vanuit het directe instructiemodel. Deze manier van werken is zo georganiseerd dat alle kinderen tegelijkertijd met hetzelfde lesdoel bezig zijn, op hun eigen niveau. Kinderen verschillen van elkaar in de manier én snelheid van leren. Sommige kinderen begrijpen de instructie snel en kunnen aan de slag, andere kinderen hebben meer instructie nodig. In het directe instructiemodel is hier ruimte. De lessen hebben een vaste structuur en opbouw omdat iedere les is opgebouwd uit een aantal fasen: terugblik, doel benoemen, oriëntatie, instructie, begeleid inoefenen, controle, verwerking en afronding. We werken met methodes die gebruik maken van drie niveaus, dit sluit aan op onze manier van lesgeven. Taal, lezen en rekenen-wiskunde dekken de kerndoelen in planning en uitvoering. Onze school zorgt voor een breed en samenhangend aanbod. In de kleutergroepen wordt gewerkt vanuit thema’s die de leerkrachten gezamenlijk met elkaar voorbereiden en evalueren.  

Werken is ons verzamelwoord voor doelgericht bezig zijn met leeractiviteiten waarbij de kinderen leren om te gaan met de eisen die volwassenen aan hen stellen. Bij een werkopdracht weten kinderen vooraf wat het doel is en wat de succescriteria of de stappen naar succes zijn. Werken betekent oefenen, oefenen betekent proberen én van proberen kan je leren! Tijdens het werken wordt er individueel of samengewerkt. Een belangrijk deel van de dag wordt in beslag genomen door werk. Dit geldt voor onder-, midden- en bovenbouw. In de onderbouw wordt thematisch en ontwikkelingsgericht gewerkt. Het spelend leren van de onderbouw loopt in de middenbouw terug en is in de bovenbouw taakgericht geworden. In de situatie ‘werk’ leren de kinderen om te gaan met de eisen die volwassenen aan hen stellen, zowel op inhoud als op proces en gemaakte werkafspraken.

Hoe de ontwikkeling van onze leerlingen verloopt volgen we aan de hand van de resultaten op de methodetoetsen, de niet -methode toetsen en onze observaties (middels instrumenten). De resultaten op de toetsen en de observaties geeft de leerkracht de informatie om het onderwijsaanbod af te stemmen op wat de groep en de individuele leerling nodig heeft en kan de juiste ondersteuning en begeleiding worden waar het nodig is.

Voor onze meerbegaafde leerlingen, leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong, leerlingen met een cognitief talent en specifieke leerbehoeftes hebben wij een passend aanbod. We compacten en verrijken de lesstof, hiervoor zijn veel verschillende verrijkingsmaterialen aanwezig binnen de school. Ook is er 1 dag in de week de Leertuin, waar leerlingen onder begeleiding van onze talentspecialist werken aan verschillende opdrachten, projecten en modules. De talentspecialist is verantwoordelijk voor het monitoren van deze leerlingen en het coachen en aansturen van de leerkrachten voor een passende aanpak. Om deze leerlingen in beeld te krijgen gebruiken we het instrument SiDi PO. Dit instrument bestaat uit 12 stappen waarmee we als school kunnen nagaan of er sprake is van een leervoorsprong/ meer- of hoogbegaafdheid en welke belemmeringen er eventueel zijn. Het geeft een overzicht van talenten en persoonlijkheidskenmerken van leerlingen zowel cognitief en sociaal- emotioneel.

Klasindeling

  • Leerstofjaarklassen
  • Groepsdoorbrekende niveaugroepen

Hoe wordt de tijd op school besteed?

Leerjaar 1 en 2

Toelichting van de school

Leerlingen in het basisonderwijs moeten minimaal 7.520 uur les krijgen over 8 schooljaren. Zij moeten in de eerste 4 schooljaren (onderbouw) ten minste 3.520 uur les krijgen, in de laatste 4schooljaren (bovenbouw) 3.760 uur.

De 240 uur die overblijven, kunnen scholen verdelen over de onderbouw en bovenbouw. Er is geen maximum aantal uren onderwijs per dag. De Inspectie van het Onderwijs let er op dat scholen voldoende uren onderwijs geven. Op de Jan Antonie Bijloo hebben we ervoor gekozen om te werken met een gelijk rooster voor alle groepen en verdelen we de uren over de 8 schooljaren.

Er zijn geen richtlijnen voor het vormgeven van een week- en jaarrooster. De tijdsverdeling van de verschillende vakken is een richtlijn. In sommige gevallen maken we andere keuzes altijd met als doel bieden en afstemmen op wat onze leerlingen nodig hebben.

Basisscholen moeten  minimaal twee lesuren per week bewegingsonderwijs aanbieden; op onze school bieden we 3 lesuren per week bewegingsonderwijs. Wij zijn een Lekker Fit school, wat maakt dat we extra aandacht besteden aan bewegingsonderwijs en gezonde voeding.

Leerjaar 3 t/m 8

Bron

Extra mogelijkheden op deze school

Extra ondersteuning van de leerlingen

Toelichting van de school

Elk kind heeft recht op goed onderwijs; ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. We willen dat zo veel mogelijk kinderen naar een gewone school in de buurt kunnen gaan. Zo hebben kinderen de meeste kansen om te kunnen meedoen in de samenleving en hebben ze de beste kansen op het vervolgonderwijs. Met ingang van 1 augustus 2014 hebben alle schoolbesturen zorgplicht. De school moet voor elk kind een passende onderwijsplek bieden, ook als duidelijk is dat er voor een kind extra ondersteuning nodig is. Als dit niet (meer) lukt op de eigen school, de helpt de school u om een andere passende onderwijsplek te vinden.

Samenwerkingsverband Primair Passend Onderwijs (PPO)

Om dit mogelijk te maken werken de basisscholen in Rotterdam steeds beter samen. Zij zijn onderdeel van het samenwerkingsverband Primair Passend Onderwijs Rotterdam (PPO). Binnen dit samenwerkingsverband organiseren de scholen uit heel Rotterdam het onderwijs en eventueel de extra ondersteuning voor uw kind zo goed mogelijk. Ouder(s)/verzorger(s) worden hier nauw bij betrokken.

Alle scholen in Rotterdam bieden dezelfde basisondersteuning. Deze is voor alle basisscholen gelijk. Aanvullend op de basisondersteuning kunnen scholen ook extra vormen van ondersteuning bieden. Scholen leggen de extra ondersteuning vast in een schoolondersteuningsprofiel. Als we tijdens de schoolloopbaan van uw kind extra ondersteuning bij het samenwerkingsverband gaan aanvragen dan wordt er een ontwikkelingsperspectief (OPP) gemaakt. Dit is ook het geval als uw kind voor een vak een eigen leerlijn heeft. Bijvoorbeeld: een groep 6 kind werkt voor rekenen in het boek van groep 5.Het ontwikkelingsperspectief wordt opgesteld:binnen zes weken na de inschrijving of na definitieve plaatsing van de leerling of vanaf het moment dat er wordt gestart met de extra ondersteuning. In het OPP stellen we met elkaar een aantal doelen vast en voeren we tenminste 1 keer per jaar een ‘op overeenstemmingsgericht overleg’ om het plan te evalueren en eventueel bij te stellen. In het OPP worden in ieder geval de belemmerende en bevorderende factoren en het te verwachten uitstroomniveau (het niveau van het vervolgonderwijs) opgenomen. Dit heeft als doel om duidelijk te krijgen wat de mogelijkheden van uw kind zijn en hoe deze zo optimaal mogelijk kunnen worden ontwikkeld. Uiteraard wordt u als ouder hierbij betrokken en heeft de school de verplichting om hier met u overeenstemming over te vinden. Het ontwikkelingsperspectief wordt pas vastgesteld nadat u heeft ingestemd en het uitvoeringsplan (het handelingsdeel) heeft ondertekend. Indien het OPP bijgesteld wordt, wordt het opnieuw door ouders ondertekend.

De schoolcontactpersoon die aan onze school verbonden is vanuit PPO: Els Buijtendijk.

Heeft u als ouder vragen over passend onderwijs, dan kunt u deze altijd stellen aan de school.

Kunnen wij uw vraag niet (volledig) beantwoorden, dan kunt u ook terecht bij het Ouder- en Jeugdsteunpunt van PPO Rotterdam: https://pporotterdam.nl/ouder-jeugd-steunpunt/. Voor meer informatie over het samenwerkingsverband: https://www.pporotterdam.nl/


Schoolondersteuningsprofiel

Wanneer uw kind bij ons op school wordt ingeschreven, bieden wij uw kind een passende onderwijsplek. Alle scholen in Rotterdam bieden dezelfde basisondersteuning Aanvullend op deze basisondersteuning kunnen scholen ook extra vormen van ondersteuning bieden. Scholen leggen hun totale aanbod aan ondersteuning en de grenzen hieraan vast in hun schoolondersteuningsprofiel. Het schoolondersteuningsprofiel van onze school is te vinden op de website onder het kopje ‘documenten’ en op www.scholenopdekaart.nl

Als we tijdens de schoolloopbaan van uw kind extra ondersteuning bij het samenwerkingsverband gaan aanvragen dan wordt er een ontwikkelingsperspectief (OPP) gemaakt. Dit is ook het geval als uw kind voor een vak een eigen leerlijn heeft. Het ontwikkelingsperspectief wordt opgesteld. In het OPP stellen we met elkaar een aantal doelen vast en voeren we tenminste 1 keer per jaar een ‘op overeenstemmingsgericht overleg’ om het plan te evalueren en bij te stellen. In het OPP worden in ieder geval de belemmerende en bevorderende factoren en het te verwachten uitstroomniveau (het niveau van het vervolgonderwijs) opgenomen. Dit heeft als doel om duidelijk te krijgen wat de mogelijkheden van uw kind zijn en hoe deze zo optimaal mogelijk kunnen worden ontwikkeld. Vanzelfsprekend worden ouders hierbij betrokken en heeft school de verplichting om hier overeenstemming over te vinden. Het ontwikkelingsperspectief wordt pas vastgesteld nadat ouders hebben ingestemd en het uitvoeringsplan (het handelingsdeel) hebben ondertekend. Ook de jaarlijkse bijstelling wordt door ouders ondertekend.   

Partners in zorg

Soms kan de school zelf niet de zorg bieden die een kind nodig heeft, of is het nodig om te overleggen met externe deskundigen om gezamenlijk te komen tot een passend onderwijsaanbod voor een kind. Dit wordt altijd gedaan met toestemming en medeweten van ouders, waar mogelijk zijn ouders aanwezig bij deze overleggen. Naast PPO werken wij samen met een aantal instanties:

Het Centrum voor Jeugd en Gezin. De jeugdverpleegkundige of jeugdarts van het Centrum voor Jeugd en Gezin zien alle kinderen. Bijvoorbeeld tijdens een gesprek in groep 2 en 7, of als uw kind vaccinaties krijgt in het jaar dat uw kind 9 jaar wordt.  Er is een jeugdverpleegkundige aan onze school verbonden. Zij is het eerste aanspreekpunt voor ouders, leerkrachten en intern begeleider.

SMW. Wekelijks is schoolmaatschappelijk aanwezig op de school. Deze is er voor de kinderen, hun ouders en de leerkrachten. Als er problemen met uw kind zijn, kunt u altijd bij haar terecht. Deze hulp is gratis en er is geen verwijzing nodig. Het schoolmaatschappelijk werk heeft als uitgangspunt in samenwerking met de school en de ouders te bereiken dat een kind zich zo prettig mogelijk voelt, zich goed kan ontwikkelen en mee kan komen op school.

Multi Disciplinair Overleg (MDO). Wanneer op meerdere gebieden een hulpvraag is voor een leerling, bijvoorbeeld in de thuissituatie én op school, wordt een overleg gepland  in het MDO. In dit overleg wordt besproken hoe wij kinderen het beste kunnen helpen. Ouders geven hiervoor vooraf toestemming. Dit overleg vindt minimaal 6x per jaar plaats, hierbij zijn aanwezig: schoolmaatschappeliijk werk,de schoolverpleegkundige (CJG), de orthopedagoog/schoolcontactpersoon van PPO, de betrokken mensen van school, externe hulpverleners (op uitnodiging).  De adviezen vanuit dit overleg worden met de ouders besproken. De school gaat in samenwerking met de ouders hiermee aan de slag, zodat het kind zich op school en thuis zo goed mogelijk kan ontwikkelen.   

SISA. De afkorting SISA staat voor Signalerings Instrument Sluitende Aanpak. SISA is een computersysteem, waarin (onderwijs)professionals hun betrokkenheid bij een leerling waar zorgen over bestaan registreren. Het gaat hierbij om zorgen in bijvoorbeeld de sociale omgeving of gezins-/opvoedsituatie van een leerling welke zijn ontwikkeling bedreigt. Bij gebruik van de Meldcode is signalering in SISA een altijd te nemen stap. SISA heeft als doel ervoor te zorgen dat instanties die betrokken zijn bij een kind eerder met elkaar gaan samenwerken.

Toekomstig aanbod aan extra ondersteuning

Op de Jan Antonie Bijloo evalueren wij ons onderwijs planmatig, zo kunnen wij steeds weer aansluiten op de onderwijsbehoefte van al onze leerlingen. In samenwerking met PPO Rotterdam borgen we de huidige kwaliteit van ons onderwijs op het gebied van zorg en ondersteuning. 

Met het wijknetwerk van scholen en PPOI blijven we continue zoeken naar het best passende onderwijs voor ieder kind in onze wijk.

Welke specialisten bieden extra ondersteuning op deze school?

Kwaliteitszorg en schoolplan

Aanbod voor het jonge kind

Toelichting van de school

Samen met  gro - up bieden wij Voor- en Vroegschoolse Educatie aan. Dit houdt in dat het programma van de voorschool en in de kleutergroepen op elkaar aansluit. Dit zorgt voor een stevige basis en een doorgaande- en ononderbroken leerlijn

Van peuterspeelzaal naar groep 1  

Als uw kind de overstap maakt van peuterspeelzaal naar school, zorgen we voor een goede overdracht. Dit gebeurt mondeling, daarnaast ontvangen wij het Rotterdams Overdrachtsdocument en de gegevens uit het observatie- en registratiesysteem, indien u daar als ouders toestemming voor heeft gegeven. Door deze overdracht verloopt de overgang naar groep 1 makkelijker, want we hebben dan al een goed beeld van uw kind. Hierdoor kunnen zij alvast wennen aan de kleuterklas. Soms gebeurt het dat een peuter wat achterblijft qua ontwikkeling of dat er andere zorgen zijn. We vragen u als ouder dan om toestemming om hem of haar te bespreken in het zorgoverleg. Op deze manier kunnen we op tijd eventuele extra ondersteuning voor uw kind aanvragen en organiseren.

Onderwijs in groep 1/ 2 

We werken in groep 1 en 2 met gemengde groepen. Dat betekent dat leerlingen van verschillende leeftijden bij elkaar zitten. Kinderen leren namelijk goed met – en van elkaar. Als kinderen meer met elkaar samenwerken hebben de leerkrachten meer tijd- en ruimte om in kleine groepjes de kinderen op hun eigen niveau en eigen leerbehoefte in te spelen. Het onderwijs aan deze kinderen is vooral gericht op spelend en ontdekkend leren en wordt vormgegeven vanuit de methode Kleuterplein. Per schooljaar jaar zijn een aantal thema’s, elk thema staat een aantal weken centraal. Tijdens deze themaweken worden kinderen spelenderwijs in een uitdagende en leerrijke omgeving voorbereid op een goede start in groep 3.

We werken thematisch en planmatig aan de vastgestelde doelen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. De leerkracht begeleidt, stimuleert, motiveert en daagt de kinderen uit in hun leer- en ontwikkelingsproces.  

In groep 1 ligt de nadruk op wennen, zelfstandigheid en spelend leren. In groep 2 ligt de nadruk op de basisvaardigheden van voorbereidend lezen, schrijven en rekenen

Terug naar boven