Ollie B Bommel

Nassaustraat 22 3258 AR Den Bommel

Schoolfoto van Ollie B Bommel

Resultaten eindtoets

Alle leerlingen maken in groep 8 van de basisschool een eindtoets. De school kiest per schooljaar welke toets wordt gebruikt. Er zijn verschillende goedgekeurde eindtoetsen om uit te kiezen. Met de toets wordt gekeken hoeveel kennis de leerlingen hebben van taal en rekenen. De toets geeft een extra uitslag naast het schooladvies dat een leerling krijgt van de leerkracht.

Welk percentage leerlingen behaalt het fundamentele niveau en welk percentage het streefniveau?

Fundamenteel niveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het basisniveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het fundamentele niveau of 1F genoemd. Iedere leerling zou dit niveau aan het einde van de basisschool moeten behalen. Voor alle basisscholen in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het fundamentele niveau 85%. Dus: op alle scholen moet 85% van de leerlingen het basisniveau halen, anders is dat een signaal voor de inspectie.

Bron

Streefniveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het hogere niveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het streefniveau of 2F (taal) en 1S (rekenen) genoemd. Het streven is dat zoveel mogelijk leerlingen dit niveau aan het einde van de basisschool behalen. Voor elke basisschool in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het streefniveau apart bepaald. Hoeveel procent van de leerlingen het hogere niveau moet behalen, verschilt dus per school. De inspectie kijkt eerst goed naar kenmerken van de leerlingen (en van hun ouders) om de verwachting te bepalen. Heeft een school meer leerlingen die meer aandacht nodig hebben, dan ligt de signaleringswaarde van de inspectie lager.

Bron

Hoe gebruikt deze school tussentijdse toetsen?

Toelichting van de school

Vanaf het moment dat uw kind op school komt, worden de ontwikkelingen van uw kind gevolgd op de volgende onderdelen:

  • specifieke ontwikkeling van het jonge kind;
  • sociaal- emotionele ontwikkeling;
  • lezen, waaronder technisch lezen en begrijpend lezen;
  • taal, waaronder ook spelling;
  • rekenen;
  • gedrag en werkhouding.

In de kleutergroepen werken de leerkrachten met het kleutervolgsysteem BOSOS.

In groep 3 t/m 8 houden wij de ontwikkeling van de kinderen bij door het gebruik van

  • methode-toetsen in groep 3 op het gebied van rekenen en lezen.
  • Volgsysteem adaptief platform Snappet (gr. 4 t/m 8).
  • Bewijslast doelen, observaties, werkstukken, opstellen en spreekbeurten.
  • Voor het vak Blink worden toetsen afgenomen vanaf groep 5. In groep 5 en 6 is dit een open boek toets, in groep 7 en 8 niet meer
  • CITO Leerlingvolgsysteem. In het midden (januari/ februari) en aan het eind (mei/ juni) van een schooljaar worden er in de groepen 2 t/m 8 CITO- toetsen afgenomen op het gebied van rekenen, spelling, technisch lezen en begrijpend lezen. In groep 7 wordt in de maand mei de Entreetoets afgenomen. Deze toets bestaat uit 16 taken op het gebied van taal, rekenen- wiskunde en studievaardigheden. De leerlingen ontvangen n.a.v. deze toets een rapportage met de score.
  • In groep 8 volgt in november de NIO. De NIO is een intelligentietest voor onderwijsniveau. Dat wil zeggen dat de NIO op basis van de geteste intelligentie, potentie van de leerling een advies geeft over het juiste niveau van voortgezet onderwijs. Van praktijkonderwijs tot en met VWO.
  • In groep 8 wordt in april de Eindtoets (Route 8) afgenomen. Deze toets geeft een aanvullend beeld over het niveau van de leerling op het gebied van rekenen- wiskunde, taal en studievaardigheden.

Rapportage aan ouders.

3 keer per jaar een rapport meegegeven waarop de gegevens van de observaties, het dagelijks werk en de resultaten van de cito LVS toetsen af te lezen zijn.

De resultaten die behaald worden op de entreetoets, NIO en route 8 worden via een aparte rapportage aan u verstrekt.

Groepsbeeld en schoolbeeld.

Om de tussenresultaten te analyseren en evalueren maken we een groepsbeeld en een schoolbeeld. In het groepsbeeld geeft de leerkracht een analyse op de resultaten op groepsniveau en worden de acties / aanpassingen vermeld nav deze analyse. We evalueren de resultaten zelf; zijn deze voldoende / onvoldoende, is er door de gehele groep iets opvallends vast te stellen, zijn er opvallende individuele leerlingen? Vervolgens koppelen we dit aan de hierop volgende vragen, bijvoorbeeld m.b.t. de organisatie; wat hebben we de afgelopen periode gedaan, is dit effectief geweest, moet dit veranderen, etc.? Maar ook het lesstof-aanbod, de inrichting van de klas en de tijd die voor een bepaald vak ingepland staat, worden op deze manier geëvalueerd. Tot slot wordt bepaald of het borgingsdocument nog up to date is. Individuele analyse, evaluatie en de bijbehorende acties worden vermeld in het leerlingoverzicht. In het schoolbeeld worden de resultaten op schoolniveau geëvalueerd, en wordt bekeken welke aanpassingen in het schoolbeleid nodig zijn. Voor elk vak beschrijven we in een borgingsdocument per vak de aanpak.

De leerlingoverzichten en groepsbeelden worden 5 keer per jaar besproken met de intern begeleider.

Op deze manier volgen we de leerlingen systematisch, evalueren en verantwoorden we onze aanpak en inzet, en is het geborgd. Ook zorgt het voor een eenduidige lijn en aanpak door de hele school.

OPP.

Wanneer voor een leerling écht andere doelen en dus een afwijkende aanpak en inzet van materialen van de groep geldt voor één of meerdere vakken, of op sociaal-emotioneel gebied of op het gebied van leren leren, noteren we dit in een OntwikkelingsPerspectiefPlan, een OPP. Een leerling volgt dan zogezegd een eigen leerlijn, omdat de groepsdoelen te hoog zijn of juist omdat een leerling veel hogere doelen kan halen dan de groepsdoelen. Het OPP wordt opgesteld samen door de leerkracht en intern begeleider en wordt altijd met u als ouders besproken en geëvalueerd.

Welk schooladvies kregen de leerlingen van deze school?

Toelichting van de school

Groep 8: schooladvies en de overgang naar het voortgezet onderwijs

Onderdeel van de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs is het  proces waarin besloten wordt welke vorm van voortgezet onderwijs het beste bij het kind past. De school trekt hierin samen op met het kind én de ouders. Ons leerlingvolgsysteem door de jaren heen van methode-afhankelijke en methode-onafhankelijke (CITO) toetsen geeft ons een belangrijke indicatie. Ook nemen wij in groep 7 een NIO toets en een NPVJ af. De NIO (Nederlandse Intelligentietoets Onderwijs) is een capaciteitenonderzoek om de potentiële mogelijkheden van het kind in beeld te krijgen. De NPVJ (Nederlandse Persoonlijkheids Vragenlijst Junior) is een vragenlijst die de persoonlijkheidseigenschappen meet. Samen met onze eigen observaties krijgen we hiermee een goed beeld van de werk- en leerhouding van het kind: hoe lang kan het kind geconcentreerd werken aan taken, welke leervoorkeur en interesses heeft het kind (praktijkgericht of abstract), hoe is de zelfstandigheid, kan het kind goed plannen en organiseren, hoeveel doorzettingsvermogen heeft het kind en hoe serieus wordt omgegaan met huiswerk.Eind groep 7 krijgt het kind het voorlopige schooladvies. Dit is een informeel moment. We bezoeken met groep 8 in het najaar de verschillende scholen voor voortgezet onderwijs. Ouders en kinderen kunnen verschillende open dagen en informatiemomenten bezoeken zodat de leerlingen en hun ouders een goed beeld krijgen van de mogelijkheden. Eind februari volgt het definitieve schooladvies, waarna ouders  hun kind aanmelden op de nieuwe school. Wij zetten de resultaten, onderwijsbehoeften en andere belangrijke zaken van het kind met medeweten van de ouders in een onderwijskundig rapport voor het voortgezet onderwijs.In april maken de groep 8 leerlingen de eindtoets. Valt het toetsadvies hoger uit dan het schooladvies, dan heroverweegt de basisschool het schooladvies altijd. In overleg met de leerling en de ouders kan de school het advies dan naar boven bijstellen, maar dat is niet verplicht. Wanneer een basisschool besluit om het advies niet bij te stellen moet zij kunnen beargumenteren waarom dit het geval is. Ligt het toetsadvies onder het niveau van het geadviseerde schooltype, dan wordt het schooladvies niet aangepast. Deze leerlingen krijgen in het voortgezet onderwijs de kans om te laten zien dat ze het geadviseerde onderwijstype aankunnen.
De school voor voortgezet onderwijs bepaalt zelf in welke klas de leerling wordt geplaatst, deze klas moet minimaal het niveau bevatten van het schooladvies dat de basisschool heeft gegeven op welk niveau het kind instroomt.Een voorbeeld:een leerling met een havo-schooladvies, mag door de vo-school in een brugklas geplaatst worden met vmbo-t/havo, havo of havo/vwo niveau. Jaarlijks heeft de school nog contact met het voortgezet onderwijs voor een evaluatie van de gegeven adviezen. Het is heel prettig en leerzaam om te weten hoe het onze leerlingen vergaat in het voortgezet onderwijs en te horen of onze adviezen kloppend waren.  

Weergave Schooladvies

Bron

Zitten de oud-leerlingen van deze school in het voortgezet onderwijs boven, op of onder hun schooladvies?

In het eerste jaar

Bron

In het derde jaar

Bron

Sociale ontwikkeling

Hoe denkt deze school over sociale ontwikkeling?

De sociale ontwikkeling van kinderen is verweven met de cognitieve ontwikkeling. Een goed pedagogisch klimaat waarin kinderen zich prettig voelen, is nodig om te kunnen leren. De manier waarop wij kinderen willen laten leren, is door veel samen te werken en van elkaar te leren. De kinderen krijgen inzicht in hun eigen talenten en vaardigheden, maar ook in die van medeleerlingen. Dan is het nodig dat ze rekening houden met elkaar.

Afgelopen jaar heeft het team zich verdiept in de preventiepiramide (DeClerck). Wij baseren ons handelen op dit model, waarbij we uitgaan van het preventief handelen.

De preventiepiramide beschrijft 4 niveaus waarop de school  maatregelen of initiatieven neemt om het welbevinden te versterken of op peil te houden:

niveau 1: maatregelen / initiatieven die de bedoeling hebben het schoolklimaat te verbeteren of in stand te houden.

niveau 2: algemene preventiemaatregelen vanuit bepaalde problemen, bedoeld om de draagkracht van kinderen, ouders, leerkrachten en de school, het schoolklimaat te versterken.

niveau 3: specifieke preventiemaatregelen die mikken op welomschreven problemen, hier op een directe manier op inspelen, waardoor het probleem zelf en eventuele doelgroepen in de kijker komen te staan.

niveau 4: curatieve of remediërende maatregelen die bedoeld zijn om bestaande moeilijkheden aan te pakken of te helpen oplossen.

Niveau 0 is een ondersteunend netwerk van personen of organisaties dat de schooleigen competenties aanvult of versterk, het verwijst naar alle beïnvloedende factoren vanuit de brede, maatschappelijke context. Het bevat geen interventies binnen de muren.

Middels deze niveaus beschrijven we wat wij als school doen om te werken aan een veilig schoolklimaat.

Een onderdeel hiervan is Sociaal Emotioneel Leren.

Om gevoelens bij zichzelf en anderen te leren herkennen, en hier op een goede manier op te reageren, zetten we de methode PAD in vanaf groep 1.

- Vanaf groep 3 zetten alle kinderen 's ochtends een PAD kaartje op hun tafel neer met het gevoel dat ze hebben. Een aantal kinderen mogen hierover vertellen. In groep 1 en 2 leren de kinderen de gevoelens aan middels grote emotie-kaarten.

- Vanaf groep 1 krijgen de kinderen elke week een les uit de PAD methode.

- Vanaf groep 1 is er elke dag een PAD kind; dit kind krijgt complimenten van de anderen en van de leerkracht over wat hij/zij goed kan, over hoe hij/zij is en wat hij/zij heeft.

Elke maand staat er een gedragsregel in de gehele school centraal. Hiervoor gebruiken we de posters van 'Goed geregeld'. De kinderen worden beloond voor het goed naleven van deze regel in de Class Dojo. Op maandag wordt de regel geïntroduceerd in de centrale hal met alle kinderen en na een maand wordt per klas bekeken welke naam op de complimentenknijper komt.

Vanaf groep 3 wordt het schooljaar gestart met 'Grip op de groep'.

Alle aangeleerde vaardigheden op het gebied van sociaal emotionele ontwikkeling, worden actief benoemd, ingezet en geëvalueerd tijdens het leren; tijdens het samenwerken en samenspelen, maar ook binnen het leren leren; inzicht krijgen in het eigen leerproces en hoe hiermee om te gaan.

Kernwaarden uit de visie op sociale ontwikkeling

  • samen spelen
  • samen werken
  • rekening houden met elkaar

Wat zegt de inspectie over de school?

Toelichting van de school

Tijdens het inspectiebezoek op 13 januari 2020 is de Ollie B. Bommel bezocht door de onderwijsinspectie. Dit bezoek is beoordeeld met een voldoende.

Terug naar boven