Waarom een passend schooladvies zo belangrijk is

Door
Jetta Roozeboom
op

Hoe zit het ook alweer? In groep 8 krijgt elke basisschoolleerling voor 1 maart een schooladvies voor het voortgezet onderwijs (vo). Dit advies is een inschatting van welk schoolniveau past bij de leerling. Op dat niveau mag de leerling zich inschrijven in het voortgezet onderwijs. De school houdt bij het schooladvies rekening met de sociaal emotionele ontwikkeling, werkhouding, motivatie, gedrag en met toetsresultaten. Ook kijkt de school of er andere zaken meespelen die invloed kunnen hebben op het succes van de leerling in het voortgezet onderwijs. Scholen doen altijd hun uiterste best om alle leerlingen een passend schooladvies te geven.

Puzzelstukjes met onderwijsniveaus

In april of mei maken alle leerlingen een eindtoets. De eindtoets geeft ook een toetsadvies. Deze toets kijkt alleen naar de taal- en rekenvaardigheden van een leerling. De toets laat zien hoe de leerling hierop scoort en geeft aan welk niveau in het vo het beste bij deze score past. Dit resultaat is dus objectief, maar het kijkt alléén naar taal en rekenen.

Schooladviezen opnieuw bekijken

Soms is het toetsadvies van een leerling anders dan het gegeven schooladvies. De taal- en rekenvaardigheden lijken dan beter te passen bij een ander niveau op het vo. Als het toetsadvies hoger is dan het schooladvies dan is de school verplicht opnieuw naar het gegeven schooladvies te kijken. Misschien moet het bijgesteld worden. Als de school besluit het advies niet bij te stellen, dan licht de school dit toe. Is het toetsadvies juist lager dan het gegeven schooladvies? Dan blijft het schooladvies gewoon staan en verandert er niets.

Overadvisering en onderadvisering

We spreken van overadvisering wanneer leerlingen een hoger schooladvies krijgen dan andere leerlingen met vergelijkbare schoolprestaties. De school houdt misschien rekening met andere zaken die kunnen zorgen voor succes op de middelbare school. Het risico van overadvisering is dat leerlingen hierdoor in het vo vanaf het begin niet mee kunnen komen.

Wanneer leerlingen een lager schooladvies krijgen dan andere leerlingen met vergelijkbare schoolprestaties, dan spreken we van onderadvisering. De school laat dan misschien zaken meespelen die juist het succes op de middelbare school verkleinen. Het risico van onderadvisering is dat leerlingen een achterstand oplopen die moeilijk is om in te halen.

Kansenongelijkheid en het schooladvies

Wat als een school na de eindtoets veel schooladviezen opnieuw moet bekijken? Dan heeft de school mogelijk met andere zaken rekening gehouden dan alleen de taal- en rekenvaardigheden van de leerling. Het komt ook voor dat de lagere adviezen vooral bij leerlingen met bepaalde thuissituaties worden gegeven. Past de school het advies bij leerlingen met eenzelfde score maar een andere thuissituatie niet altijd aan? Dan spreken we mogelijk van kansenongelijkheid. De leerlingen belanden op een lager niveau dan leerlingen die hetzelfde scoren op taal en rekenen maar een andere thuissituatie hebben.

Leerlingen met dezelfde resultaten maar met andere achtergronden krijgen dan dus niet dezelfde kansen. Kansen op een goed opleidingsniveau, maar ook op een goed inkomen, goede gezondheid en een goede woonsituatie. De school gaat er misschien vanuit dat de leerling thuis weinig steun krijgt. Er is daardoor mogelijk meer twijfel of het hogere advies wel goed zal uitpakken. Maar daardoor loopt de leerling wel een blijvende achterstand op.

Hoe lees je de gegevens op scholenopdekaart.nl?

Maar hoe weten we hoe leerlingen het uiteindelijk in het voortgezet onderwijs doen? Door ze te volgen! Op scholenopdekaart.nl staan die gegevens bij de basisschool waar de leerling vandaan komt. De middelbare school geeft van elke leerling het niveau in de eerste klas door. En een paar jaar later het niveau in de derde klas. Die niveaus worden vergeleken met het niveau van het schooladvies. Deze vergelijking is zichtbaar in drie categorieën: boven, op en onder niveau.

Schermafbeelding van de indicator schooladvies op scholenopdekaart.nl

Wat zeggen de gegevens en wat zeggen ze juist niet?

De tabellen laten zien of de leerlingen (inmiddels oud-leerlingen) in het voortgezet onderwijs boven, op of onder hun schooladvies zitten. Zowel in het eerste jaar als in het derde jaar. Dus past de plek in de 1e en 3e klas bij de inschatting van de basisschool, het schooladvies? Als die plek afwijkt, is er dan sprake geweest van een slecht advies? Dit hoeft zeker niet het geval te zijn! Sommige leerlingen hebben gewoon wat meer tijd nodig om zich te ontwikkelen en komen pas na de basisschool echt op gang. Anderen hebben juist meer moeite met bijvoorbeeld het huiswerk op de middelbare school. Ze presteren er daardoor minder dan van ze werd verwacht.

Onderadvisering op scholenopdekaart.nl is nog geen kansenongelijkheid

De tabellen op scholenopdekaart.nl geven inzicht in de adviezen van een school. Ze zeggen dus niets over kansenongelijkheid. Ook wanneer er sprake is van onderadvisering is er nog geen sprake van kansenongelijkheid. Bij kansenongelijkheid spelen onzichtbare zaken een rol. Zaken die de school laten twijfelen over de mogelijkheden van een leerling. Uit een tabel is niet af te lezen of die twijfel terecht was of niet. Het allerhoogste advies is absoluut niet voor elk kind een passend advies!

Kijk dus op scholenopdekaart.nl naar de adviezen van een school. Maar weet dat de situatie van elke leerling anders is en je de achtergrond van het advies niet kent.

Gebruik je de informatie over schooladviezen om een basisschool te kiezen voor je kind? Lees dan ook het blog Een goede basisschool kiezen: hoe pak je dat aan?

Terug naar boven