De Kleine Prins

Clara Egginkstraat 4 3066 JG Rotterdam

  • Hier maken kinderen gebruik van om zelfstandig opdrachten te kunnen uitvoeren.
  • Er zijn meerdere perioden per jaar dat er een thema centraal staat tijdens het kosmisch onderwijs.
  • In de schoolbibliotheek kunnen kinderen boeken raadplegen over bepaalde onderwerpen.
  • Er zijn meerdere momenten dat kinderen buiten kunnen spelen. Bewegen is belangrijk als je leert.
  • De juf geeft een kind een lesje met de rode stokken. Een ander meisje kijkt geïnteresseerd toe.

Resultaten eindtoets

Toelichting van de school

Op De Kleine Prins nemen we in groep 8 in november van een schooljaar de NIO toets af. Dat is een schoolintelligentie test. Deze test heeft een goede voorspellende waarde voor het vervolgonderwijs. De Kleine Prins gebruikt wel een CITO leerlingvolgsysteem, maar stapt in het schooljaar 2020 - 2021 over op het IEP leerlingvolgsysteem.

In april nemen we in groep 8 de eindtoets af. Wij gebruiken daarvoor de IEP. Deze geeft een oordeel over Hoofd (cognitief), hart (sociaal-emotioneel) en handen (het doen). Daaruit volgt ook een advies. De school geeft in februari al een advies aan de ouders en het kind. Mocht de toets hoger uitvallen, dan volgt er altijd een gesprek met de ouders over een mogelijke herziening.

Meer over de wijze van advisering en het bureau dat de NIO toets afneemt vindt u HIER


Welk percentage leerlingen behaalt het fundamentele niveau en welk percentage het streefniveau?

Fundamenteel niveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het basisniveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het fundamentele niveau of 1F genoemd. Iedere leerling zou dit niveau aan het einde van de basisschool moeten behalen. Voor alle basisscholen in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het fundamentele niveau 85%. Dus: op alle scholen moet 85% van de leerlingen het basisniveau halen, anders is dat een signaal voor de inspectie.

Bron

Streefniveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het hogere niveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het streefniveau of 2F (taal) en 1S (rekenen) genoemd. Het streven is dat zoveel mogelijk leerlingen dit niveau aan het einde van de basisschool behalen. Voor elke basisschool in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het streefniveau apart bepaald. Hoeveel procent van de leerlingen het hogere niveau moet behalen, verschilt dus per school. De inspectie kijkt eerst goed naar kenmerken van de leerlingen (en van hun ouders) om de verwachting te bepalen. Heeft een school meer leerlingen die meer aandacht nodig hebben, dan ligt de signaleringswaarde van de inspectie lager.

Bron

Hoe gebruikt deze school tussentijdse toetsen?

Toelichting van de school

De Kleine Prins gebruikt een IEP leerlingvolgsysteem, waarbij twee maal per jaar de kinderen vanaf groep 3 gevolgd worden op technisch lezen, begrijpend lezen, rekenen en wiskunde en spelling. In het schooljaar 2020 -2021 zal De Kleine Prins overstappen op het IEP leerlingvolgststeem.

In de onderbouw (groep 1 en 2) worden de kinderen geobserveerd met een observatielijst BOSOS, waarmee de ontwikkeling van het kind in kaart wordt gebracht.

Welk schooladvies kregen de leerlingen van deze school?

Toelichting van de school

De uitstroom van de kinderen laat een constant beeld zien in de afgelopen jaren. Ook is duidelijk dat de kinderen op hun plaats zitten in het voortgezet onderwijs. Wij gebruiken al jaren het IEP leerlingvolgsysteem en de NIO toets om een gedegen advies te geven. Sinds schooljaar 2015 - 2016 werken we ook met de IEP eindtoets.
Weergave Schooladvies

Bron

Zitten de oud-leerlingen van deze school in het voortgezet onderwijs boven, op of onder hun schooladvies?

In het eerste jaar

Bron

In het derde jaar

Bron

Wat zegt de inspectie over de school?

Toelichting van de school

Leraren maken het verschil. Dat blijkt uit alle rapporten die er verschijnen. Tijdens het laatste bezoek van de inspectie scoorde de Kleine Prins hier op alle onderdelen het maximale. Wij zijn er ook van overtuigd dat we op deze vaardigheden van leerkrachten moeten blijven inzetten.

Terug naar boven