RKBS 't Venne

Sarabande 9 2152 TB Nieuw-Vennep

  • Schoolfoto van RKBS 't Venne
  • Schoolfoto van RKBS 't Venne
  • Schoolfoto van RKBS 't Venne
  • Schoolfoto van RKBS 't Venne
  • Schoolfoto van RKBS 't Venne

Het team

Toelichting van de school

We zijn heel trots op ons team. Ze zijn zeer betrokken, ambitieus en pedagogisch sterk!

Het team bestaat naast leerkrachten uit:

  • directie
  • intern begeleider gr 1 t/m 8
  • specialist jonge kind met ontwikkelingsvoorsprong
  • specialist hoogbegaafdheid 
  • rekenspecialist
  • specialist leesonderwijs 
  • NT2 specialist
  • vakleerkrachten gym
  • administratief medewerkster
  • conciërge
  • onderwijs assistenten
  • IT specialist en Mediawijsheid
  • gedrag specialist
  • specialist stage
  • TSO coördinator
  • dyslexie begeleiding en ergotherapie worden in het schoolgebouw aangeboden

Vakleerkrachten op deze school

Hoe wordt vervanging geregeld?

We werken met een invalpool op stichtingsniveau. Mocht de invalpool niet beschikbaar zijn, hebben we leerkrachtondersteuners in dienst met onderwijsbevoegdheid die intern alle leerkrachten kan vervangen. 

Directie van de school

Medewerkers op deze school (instellingsniveau)

Hoe is de verdeling mannen en vrouwen?

Bron

Wat is de leeftijd van de teamleden?

Bron

Hoe zijn de teamleden verdeeld over de verschillende functiegroepen?

Bron

Hoe zijn de leerlingen gegroepeerd?

Toelichting van de school

LEF-groep

De LEF-groep (Leren van Executieve Functies) is een groep waarin wordt gewerkt aan executieve functies. Het gaat over het algemeen om de makkelijk lerende kinderen die zijn gesignaleerd aan de hand van het DHH-protocol en waarneming van de leerkracht. Dit signaleren doen we standaard binnen zes weken na binnenkomst van een kleuter of zij-instromer. Vervolgens wordt er onderzoek gedaan aan de hand van vragenlijsten voor ouders en leerkracht naar de ontwikkeling van de executieve functies. De functies die de kinderen nog niet voldoende beheersen, zullen zij niet ontwikkelen door te werken met het basisaanbod en daarom worden zij in de LEF-groep begeleid om deze functies alsnog te ontwikkelen met behulp van een verrijkingsaanbod. Dit houdt in dat de kinderen compacter door de reguliere lesstof heen gaan (zij hebben minder herhaling nodig) en dat zij daarna werken met verrijkende lesstof. Er zijn ook leerlingen die niets te leren hebben op het gebied van executieve functies, maar wel de uitdaging van het verrijkingsaanbod nodig hebben. Zij werken onder begeleiding van hun eigen leerkracht met het compacten/verrijken aanbod. Voor leerlingen voor wie bovenstaande aanpak niet voldoende is, werken wij samen met de Day a Week School.

Day a Weekschool Haarlemmermeer

Als drie jaar nemen wij als school deel aan Day a Week School. Dit project bestaat uit een samenwerking van het ABC in Amsterdam en Haarlemmermeer-JongLeren en biedt een deeltijd onderwijsaanbod voor cognitief talentvolle en creatief denkende kinderen. Een DWS-groep bestaat uit leerlingen van verschillende leeftijden. Zij komen van verschillende scholen en werken een hele dag per week samen op een aparte locatie. Zij worden daarin begeleid door een gespecialiseerde leerkracht. Een van de doelstellingen is dat de kinderen leren leren. Daarnaast proberen wij hun leerplezier te verhogen en demotivatie te voorkomen. Er wordt aandacht besteed aan o.a. zelfsturend leren, samenwerken en doorzetten. De lesactiviteiten bestaan bijv. uit filosofie, wiskunde, teamuitdagingen, eigen projecttijd en denkpuzzels.Ieder jaar vindt er een identificatieprocedure plaats om te bepalen welke leerlingen het DWS onderwijs het meest nodig hebben. Dit gebeurt in de periode van september t/m december. De leerlingen uit de groepen 5, 6 en 7 krijgen daarbij specifieke, uitdagende opdrachten aangeboden, waardoor zowel hun analytische als hun creatieve denkvermogen wordt aangesproken. Als de kinderen daaraan werken worden zij geobserveerd door de leerkracht, ondersteund door de IB-er en eventueel een externe medewerker van DWS. Er wordt hierbij minder aandacht besteed aan de antwoorden (het product) en meer aan de manier van denken (het proces).Zowel de observaties bij deze opdrachten als de informatie die wij als school over alle kinderen hebben, worden meegenomen in de afweging van welke kinderen wij willen voordragen voor deelname aan DWS. Deze kinderen worden vervolgens met de DWS coördinatoren besproken in een nagesprek. Dit gebeurt conform de IBP-wet. Tijdens dat nagesprek zal het besluit worden genomen welke kinderen de DWS voorziening op dat moment het meest nodig hebben. De ouders/verzorgers van deze kinderen worden vervolgens geïnformeerd en uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst. Na deze bijeenkomst krijgen zij de gelegenheid om toestemming te geven tot deelname.

Klasindeling

  • Leerstofjaarklassen
  • Groepsdoorbrekende niveaugroepen

Hoe wordt de tijd op school besteed?

Leerjaar 1 en 2

Toelichting van de school

Bovenstaande uren zijn een indicatie. Deze worden altijd afgestemd op de behoeften van de groep. 

Bron

Leerjaar 3 t/m 8

Toelichting van de school

De tijden zijn een indicatie. 

Twee keer per jaar worden de resultaten van de groep geanalyseerd. Indien noodzakelijk worden aanpassingen gemaakt in bovenstaand rooster.

Onder wereldoriëntatie vallen de vakgebieden: aardrijkskunde, geschiedenis, techniek, natuuronderwijs en burgerschapsvorming. De kunstzinnige en creatieve vorming wordt deels vormgegeven in onze thema-uren.

De overheid heeft vastgelegd hoeveel tijd scholen moeten besteden aan onderwijs. Onze kinderen krijgen ruim 7.520 uur les in acht schooljaren. Leerlingen moeten in de eerste vier schooljaren (onderbouw) ten minste 3.520 uur les krijgen. In de laatste vier schooljaren (bovenbouw) 3.760 uur. De 240 uur die overblijven, kunnen scholen verdelen over de onderbouw en bovenbouw. Er is geen maximum aantal uren onderwijs per dag.  Hiermee voldoen wij aan de wettelijke norm. Ieder schooljaar hebben we maximaal zeven zogenaamde onderbroken weken (met vier lesdagen). Ook dit is één van de eisen van het ministerie van onderwijs. De onderwijsinspectie let erop dat de scholen voldoende uren onderwijs geven.

Bron

Extra mogelijkheden op deze school

Extra ondersteuning van de leerlingen

Samenvatting ondersteuningsprofiel

Aannamebeleid

Ieder kind, met of zonder ondersteuningsbehoefte, is in principe welkom op onze school. Op onze school maken wij geen onderscheid tussen geloof, ras, geaardheid of afkomst. Voorwaarden van de aanname is dat ouders de grondslag van het onderwijs op de school respecteren of verklaren dat zij de grondslag van het onderwijs op de school onderschrijven. In de wet Passend Onderwijs is opgenomen dat ouders hun kind schriftelijk bij de school van voorkeur aanmelden. Scholen moeten ouders vragen of ze hun kind al eerder bij een andere school hebben aangemeld. U kunt een inschrijfformulier van de school invullen, ondertekenen en opsturen. Dit moet minimaal tien weken voor de vierde verjaardag. Wij gaan ervan uit dat kinderen die voor het eerst naar school gaan zindelijk zijn.

Samenwerkingsverband/Passend onderwijs

Elke basisschool in Nederland maakt deel uit van een samenwerkingsverband. Een samenwerkingsverband telt verschillende basisscholen en één of meer speciale scholen voor basisonderwijs. Op 1 augustus 2014 is de wetswijziging passend onderwijs in werking getreden. Schoolbesturen krijgen zorgplicht, middelen en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van passend onderwijs. Onze school werkt samen met andere scholen in het samenwerkingsverband Haarlemmermeer (Graan voor Visch 14302 2132 VJ Hoofddorp - (023) 5541588 toestel 229 - info@passendonderwijshaarlemmermeer.nl). Passend onderwijs betekent voor ons samenwerkingsverband dat wij onderwijs aanbieden voor iedere leerling, passend bij zijn of haar onderwijsbehoefte en mogelijkheden. Het is onze ambitie om al binnen het regulier basisonderwijs, en waar nodig in het speciaal (basis)onderwijs, een zodanig gedifferentieerd onderwijsaanbod te creëren dat ieder kind zich optimaal kan ontwikkelen. 

Aanmelding en plaatsing van leerlingen met een ondersteuningsbehoefte

Onze school heeft als taak voor ieder kind zoveel mogelijk adequaat onderwijs te realiseren. Daaronder wordt verstaan een voor het kind passend onderwijsaanbod, zowel in pedagogisch (opvoedkundig) als didactisch (onderwijskundig) opzicht, dus zoveel mogelijk afgestemd op wat het kind nodig heeft. Als een kind extra ondersteuning nodig heeft, dienen ouders dat aan te geven. De school zal vragen of er gegevens beschikbaar zijn, die inzicht geven in de ondersteuningsbehoefte, bijvoorbeeld onderzoeksrapporten van externe instanties. Bij de aanmelding van uw kind is die informatie, eventueel aangevuld met informatie van een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal, de belangrijkste basis voor de school om vast te stellen of uw kind extra ondersteuning nodig heeft. U kunt hierover meer lezen in het aanname protocol op: www.jl.nu/ouders.

Bij aanmelding van een leerling met een ondersteuningsbehoefte stelt de school zich de volgende vragen: wat is nodig om de leerling op de school te kunnen laten functioneren (afgestemd op zijn of haar behoeften), welke middelen staan de school ter beschikking en wat is mogelijk op basis van deze middelen? En waarom is de school wel of niet in staat – dankzij of ondanks de inzet van de middelen - de leerling kwalitatief goed onderwijs te bieden, afgestemd op diens behoeften? De school heeft ook haar beperkingen, om de eenvoudige reden dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden in het opvangen van kinderen. De volgende grenzen worden onderscheiden: een zodanige verstoring van rust en veiligheid binnen de groep, dat het leerproces van het kind wordt belemmerd. Daarbij stellen wij altijd dat een kind leerbaar moet zijn zonder dat er structureel (gedurende meer dan twee lesuren per week indien de hulp intern wordt verzorgd of meer dan twee lesuren per dag indien de hulp extern door het samenwerkingsverband wordt geregeld en gefinancierd) een één-op-één situatie nodig is. Bij externe hulp zal altijd sprake moeten zijn van gekwalificeerd personeel, dat instemt met de visie van onze school en dat specifieke kennis en kunde heeft op het probleemgebied van de betreffende leerling. In de verhouding tussen verzorging/behandeling en het onderwijsaanbod dient het onderwijs te kunnen prevaleren. Verstoring van het leerproces van de andere leerlingen en gebrek aan opnamecapaciteit (aantal leerlingen per groep) zijn eveneens mogelijke grenzen. Voordat de school overgaat tot de toelating van een leerling met een ondersteuningsbehoefte, dient een zorgvuldige afweging plaats te vinden tussen de belangen van de leerling en de belangen van de school. Een eventuele plaatsing van een dergelijke leerling in het regulier primair onderwijs moet de ontwikkeling van het kind bevorderen. Hoewel onze school het als haar taak ziet in voldoende mate tegemoet te komen aan de ontwikkelingsbehoefte van de leerling, zijn sommige kinderen beter op hun plaats op een andere basisschool, of in het Speciaal Basisonderwijs (SBO) of het Speciaal Onderwijs (SO).

Ten einde tot een dergelijke zorgvuldige afweging te komen, wordt het volgende stappenplan gehanteerd:

1. Aanmelding

Aanmelding door de ouders bij de directie van de school:

- Gesprek met de ouders

- Vraag naar mogelijke eerdere schriftelijke aanmelding op andere basisschool

- Toelichting op de visie van de school

- Toelichting op de procedure.

Hierna wordt het team geïnformeerd.

2. Informatie verzamelen

Gegevens opvragen bij ouders en relevante instellingen door de school.

3. Informatie bestuderen

Binnengekomen gegevens worden bestudeerd en besproken door directie en interne begeleiding en in het team gebracht. Aanvullende informatie kan worden opgevraagd.

4. Inventarisatie

Er wordt in kaart gebracht wat de specifieke behoeften zijn van het kind; wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn op de volgende gebieden: pedagogisch, didactisch, kennis en vaardigheden van de leerkracht, de organisatie van de school en de klas, de mogelijkheden m.b.t. het gebouw en het materieel, de relatie t.o.v. de medeleerlingen en hun ouders.

5. Overwegingen

De school onderzoekt op basis van de inventarisatie wat de leerling nodig heeft om op de school te kunnen functioneren, welke mogelijkheden de school zelf heeft en welke ondersteuningsmogelijkheden er door anderen, zoals gemeente en speciaal onderwijs, geboden kunnen worden.

6. Besluitvorming

Op basis van de informatie die is verzameld en de overwegingen, wordt een besluit over de toelating genomen door de directeur van de basisschool, gehoord hebbende het team. In het besluit ligt besloten het antwoord op de vraag waarom de school wel of niet in staat is - dankzij of ondanks de inzet van de middelen - de leerling kwalitatief goed onderwijs te bieden, afgestemd op diens behoeften. Daarbij wordt meegenomen of, en zo ja welke, consequenties er zijn i.v.m. de grenzen die zijn geformuleerd ten aanzien van de opvangmogelijkheden van de school. De school houdt de ouders op de hoogte van het verloop van het besluitvormingsproces proces en maakt melding van eventuele vertraging daarin. De school moet echter binnen zes weken beslissen of de leerling kan worden toegelaten. Deze periode kan eenmaal met maximaal vier weken worden verlengd.

7. Besluit

De school gaat met de ouders in gesprek en het besluit wordt besproken. Bij plaatsing wordt een plan van aanpak opgesteld met daarbij een overzicht van inzet en van middelen, inzet van informatie, ondersteuning van derden en eventuele aanpassingen binnen de school. Dit plan van aanpak kan per plaatsing sterk verschillen; het betreft hier namelijk maatwerk. Indien de school besluit het kind niet te kunnen plaatsen, wordt een inhoudelijke onderbouwing door de school gegeven. 

Vervolg bij niet-plaatsing                                                                                                                                                                         

Als de school de leerling met een ondersteuningsbehoefte niet kan toelaten, zal de school, in samenspraak met de ouders, een passende onderwijsplek op een andere school zoeken. Dat kan een reguliere basisschool zijn of een school voor speciaal (basis)onderwijs. Belangrijk daarbij is dat een goede balans wordt gevonden tussen de wensen van ouders en de mogelijkheden van scholen.

Vervolg na plaatsing

Als blijkt dat we uw kind de ondersteuning kunnen bieden die het bij het onderwijs nodig heeft en dat uw kind leerbaar is (en blijft), dan wordt er samen met de ouders een plan van aanpak opgesteld. In alle gevallen dat wij menen het betreffende kind bij ons op school de juiste hulp te kunnen bieden, zullen wij altijd, zowel intern als met de ouders, minimaal tweejaarlijks evalueren. Wanneer bij tussentijdse evaluatie van het handelingsplan blijkt dat de school tegen een grens aan loopt, zal de school met ouders gaan zoeken naar mogelijke oplossingen binnen het samenwerkingsverband. 

Welke specialisten ondersteunen op deze school?

Kwaliteitszorg en schoolplan

Download het schoolplan

Aanbod voor het jonge kind

Toelichting van de school

Visie kleuterbouw

Op ‘t Venne vinden wij het belangrijk dat kinderen zich veilig voelen! “Eerst het kind, dan de leerling”.

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig, verwonderen zich en zijn creatief. Door ECHT naar het kind te kijken geven we de kinderen de kans zich op hun eigen manier te mogen ontwikkelen. De belevingswereld van de kinderen staat hierbij centraal. Dit is zichtbaar in onze rijke speel-leeromgeving binnen en buiten en een beredeneerd aanbod aansluitend bij de ontwikkeling van de kinderen.

Dat betekent in de praktijk dat we dicht bij de belevingswereld van de kinderen blijven en ons aanbod daarop aanpassen. Het spel en spelen is hier een belangrijke factor in. De leerkrachten streven ernaar om spelenderwijs (coachend en sturend) een evenwicht aan te brengen tussen het aanbod en de behoefte van ieder kind.

 Door zo goed mogelijk te luisteren en te kijken naar kleuters leggen we het fundament voor een optimale ontwikkeling. 

Terug naar boven