Jenaplan Basisschool de Opbouw

Burg Praamsmalaan 34 8701 AP Bolsward

  • Schoolfoto van Jenaplan Basisschool de Opbouw
  • Samen picknicken aan de tuinzijde van de school
  • Schoolfoto van Jenaplan Basisschool de Opbouw
  • Schoolfoto van Jenaplan Basisschool de Opbouw
  • Schoolfoto van Jenaplan Basisschool de Opbouw

Het team

Toelichting van de school

Ons Team

Op De Opbouw werkt een enthousiast en deskundig team samen aan het vormgeven van de leer- en leefgemeenschap. De stamgroepleiders werken met elkaar samen en worden ondersteund door een onderwijsassistent en een coördinator passend onderwijs. Samen zijn we verantwoordelijk voor voor de ontwikkeling van alle kinderen. We kennen elkaar goed en weten wat we aan elkaar hebben. We delen de passie voor ons vak en blijven leren. Dat maakt ons werk nog leuker!

Stagiaires

Toekomstige leerkrachten en onderwijsassistenten moeten voldoende kansen krijgen om praktijkervaring op te doen. Daarom stelt De Opbouw jaarlijks studenten van de Pedagogische Academie voor het Basis Onderwijs (PABO) en leerlingen van ROC Friese Poort in de gelegenheid stage te lopen op onze school. De duur van de stage en het aantal dagdelen dat er stage gelopen wordt zijn afhankelijk van het studiejaar van de stagiair.  De stagiaires worden door ons zorgvuldig begeleid in het werken met de kinderen. 

Vakleerkrachten op deze school

Hoe wordt vervanging geregeld?

Bij ziekte of verlof van een leerkracht proberen we vervanging zoveel mogelijk intern te organiseren. Lukt dit intern niet dan proberen we extern vervanging te regelen. Het kan voorkomen dat er geen vervanging beschikbaar is. Waar mogelijk verdelen we de kinderen over de andere stamgroepen. In verband met het te verwachten leraren tekort zullen we in de toekomst mogelijk de keuze moeten maken om een groep naar huis te sturen. We zullen ouders hiervan zo tijdig mogelijk op de hoogte te stellen.

Directie van de school

Medewerkers op deze school (instellingsniveau)

Hoe is de verdeling mannen en vrouwen?

Bron

Wat is de leeftijd van de teamleden?

Bron

Hoe zijn de teamleden verdeeld over de verschillende functiegroepen?

Bron

Hoe zijn de leerlingen gegroepeerd?

Toelichting van de school

Het ritmisch weekplan 

Onze school kent geen traditioneel lesrooster. Daarvoor in de plaats is gekomen het ritmisch weekplan met de vier basisactiviteiten of pedagogische situaties: gesprek, werk, spel en viering. Deze activiteiten of situaties vinden plaats onder verantwoordelijkheid van de stamgroepleider.

Gesprek

Het gesprek is de meest elementaire vorm van deze vier basisactiviteiten. Het vindt meestal plaats in een kringopstelling. Dit heeft het voordeel dat de kinderen elkaar goed kunnen zien, iedereen is gelijkwaardig, waardoor het saamhorigheidsgevoel wordt versterkt. In een kringgesprek vindt de ontmoeting met de ander plaats, en krijgt ieder de kans zijn gedachten en gevoelens te uiten, zijn mening te geven of te toetsen, kennis door te geven of te verwerven en tot besluiten te komen.

Werk 

Het meeste werk wordt verricht binnen de stamgroep, al vindt bij sommige activiteiten (bijvoorbeeld bij rekenen) er wel onderlinge uitwisseling plaats tussen de diverse stamgroepen. Onder werk worden dan ook die activiteiten verstaan die te maken hebben met het verwerven van vaardigheden en technieken. Uiteraard horen daar lezen, schrijven, rekenen en wereldoriëntatie bij. Op De Opbouw wordt er veel waarde aan gehecht dat de kinderen inzicht krijgen in deze verschillende leerstofonderdelen en de verbanden daartussen proberen te zien. Er wordt daarom vaak aan de hand van thema's gewerkt. Tijdens het werken aan een project of thema komen meestal verschillende activiteiten tegelijk aan de orde: spreken (kringgesprek), luisteren, observeren, schrijven, zoeken in het documentatiecentrum, overleggen, tekenen, taal, plannen. Daarbij kunnen de kinderen gebruik maken van allerlei materialen, die ze zelfstandig kunnen vinden. De stamgroepleider heeft hierin een begeleidende en stimulerende functie. Deze aanpak geldt voor alle bouwen. Het spreekt voor zich, dat de onderbouw een 'spelend leerkarakter' heeft, waarmee in de onderbouw een aanvang wordt gemaakt met het verwerven van de basisvaardigheden rekenen, lezen en schrijven. In de midden- en bovenbouw krijgt het leren steeds meer een ontdekkend karakter, waarbij veelal zelfstandig gewerkt wordt.

Spel 

Spelen in de zin van het verbeelden van gevoelens, wordt op onze school erg belangrijk geacht voor de ontwikkeling van het kind. Spelen is immers ook leren. Het spel wordt daarom in allerlei vormen gestimuleerd. Spel veronderstelt een actieve betrokkenheid van de spelers en is vaak een naspelen van niet-spel-situaties naar eigen idee, waarbij plaats, tijd en object veranderen. Hierin kunnen kinderen ook uiten wat hen bezighoudt. Ten aanzien van spel proberen wij waar mogelijk gunstige voorwaarden te scheppen, belemmeringen weg te nemen en creatieve toepassingen te stimuleren. Dat kan zijn in het kringgesprek (dramatiseren), bij het werk (als leerspel), bij de viering, of op creatieve momenten. Allerlei materialen die de fantasie en verbeelding stimuleren, kunnen we daarbij gebruiken. Natuurlijk zijn er ook muziekinstrumenten en audiovisuele middelen beschikbaar.

Vieringen

Vieringen zijn kenmerkend voor het Jenaplanonderwijs. Het zijn gemeenschappelijke bijeenkomsten voor de hele school waarin men elkaar dingen uitlegt, vertelt, vermaakt, gevoelens meedeelt of laat horen. Ze worden regelmatig gehouden en duren gewoonlijk niet langer dan een half uur. Een viering is niet hetzelfde als een feest maar kan dat wel zijn. Bij vieringen wordt steeds weer voor een ander thema gekozen. Nu eens staat de natuur centraal, dan weer het religieuze of de wereld om ons heen. Op De Opbouw kennen we verschillende soorten vieringen. Zo zijn er weeksluitingen, groepsvieringen en kwartaalvieringen. De weeksluiting vindt op vrijdag plaats. Op deze manier sluiten we de week met elkaar af. Een groepsviering wordt verzorgd door een van de stamgroepen. De ouders/verzorgers van de kinderen uit de stamgroep kunnen dan komen kijken. De inrichting van de ruimte waar de viering plaats vindt is in handen van de kinderen en de stamgroepleider samen.

Oriënterend onderwijs als basisschool

Onze school gaat uit van oriënterend onderwijs. Dat wil zeggen dat de kinderen gestimuleerd worden te leren door zelf te ontdekken. Wie de drang tot ontdekken heeft ontwikkeld heeft daar zijn hele leven profijt van. Oriënteren doet men immers altijd, om te weten waar men is, hoeveel ruimte men heeft, aan welke voorwaarden men moet voldoen, welke standpunten er ingenomen moeten worden en - niet het minst belangrijk - waar de eigen verantwoordelijkheid ligt. Kinderen dienen daarom aangemoedigd te worden om keuzes te maken en vragen te stellen. Zij moeten daarbij ook de ruimte krijgen om zelf initiatieven te nemen. De nadruk op dit oriënterend onderwijs komt op De Opbouw het sterkst tot uiting in de onderdelen wereldoriëntatie en taal. De combinatie van deze twee vormt het hart van de Jenaplanschool.

Wereldoriëntatie 

Wereldoriëntatie omvat het geheel van ontmoetingen en ervaringen met de werkelijkheid van heden en verleden. Vanuit die ervaringen krijgen aspecten van alle kennisgebieden, van aardrijkskunde en biologie tot techniek en geschiedenis, hun plaats in het onderwijs. Ervaringen van kinderen worden opgedaan in de actuele werkelijkheid. Stamgroepleiders stemmen de keuze van hun leerstof af op die werkelijkheid, wat meteen inhoudt dat de onderdelen en de volgorde van aanbieden niet volgens een vaste methode worden bepaald. Hier wordt een beroep gedaan op de creativiteit van de stamgroepleider. Veelal is er bij wereldoriëntatie sprake van gemeenschappelijke activiteiten. Er worden bijvoorbeeld excursies gehouden, groepsopdrachten uitgewerkt of verslagen gemaakt. Bedoeling is dat de opdrachten zo samengesteld worden dat elk kind ze op zijn of haar niveau kan uitvoeren. Om op deze manier te kunnen werken moeten de kinderen vaardigheden onder de knie hebben als lezen, schrijven, rekenen, het hanteren van een woordenboek en plannen. Het zal duidelijk zijn dat de leersituaties hier elkaar overlappen. Met het een kan immers ook het ander geoefend worden. Om dat alles te vergemakkelijken kunnen de kinderen in De Opbouw gebruik maken van allerlei aparte ruimtes. Zo zijn er voor de kinderen van de onderbouw verschillende hoeken, en er is ook een techniekhoek, een bouwhoek, een taalhoek etc. Wij vinden het belangrijk om een rijke leeromgeving te creëren. In de midden en bovenbouw willen we ook een rijke leeromgeving creëren en hebben we o.a. thematafels en hangen we werk van de kinderen op.   

Lezen, schrijven en taal 

Aan het onderwijs in lezen, schrijven en taal wordt veel aandacht besteed. Daarbij worden in onze school de leergebieden taal en wereldoriëntatie niet scherp van elkaar gescheiden. De structuur van wereldoriëntatie is - met de Fiets van Jansen -, deze structuur is leidraad voor de stamgroepleider. Taal wordt volgens de werkwijze van - Dat's andere taal - gegeven. Voor Fries gebruiken we – Spoar 8 -. Taal en wereldoriëntatie zijn onherroepelijk met elkaar verbonden. Wanneer we met taal bezig zijn, dan hebben we het ergens over. En wanneer we ons op de wereld oriënteren, gebruiken we taal. Dan lezen we, spreken we en kunnen we schrijven. Daarbij is de belevingswereld van de kinderen de basis. Taal gebruiken is je uiten, en dat moet in een veilige omgeving kunnen. Belangrijk daarbij is dat kinderen voldoening hebben van wat ze maken, zoals een verhaal, een gedicht of een verslag. Als basis voor ons taalonderwijs gebruiken we de werkwijze “Dat ’s andere taal” (DAT) Hierin staan werkdoelen omschreven voor al de verschillende aspecten van taal. Deze doelen vindt u ook terug in het Doelenboek. DAT en het Doelenboek zijn ontwikkeld door en voor het Jenaplan- en Freinetonderwijs. Elke kind wordt gevolgd in zijn of haar ontwikkeling. Het aanbod op het gebied van taal staat beschreven in het beredeneerd aanbod. Vanaf de onderbouw vinden vele activiteiten plaats om het enthousiasme voor lezen en schrijven te stimuleren. Bij de kleuters wordt gestart met het voorbereidend lezen. Aan het eind van de onderbouw of bij de start van de middenbouw begint de instructie voor schrijven, lezen en taal. Vanuit thema’s worden de letters aangeboden. Ook gebruiken we materiaal van de methode Lijn 3. Het geleerde wordt ook tussendoor geoefend in aantrekkelijke leersituaties. Bij voorkeur situaties die aansluiten bij het echte leven. Taal met een functie. Vanaf de middenbouw wordt vijf keer per week gericht geoefend op de spelling. We gebruiken hiervoor de spellingmethode STAAL. De methodiek STAAL biedt veel structuur en werkt preventief, de stamgroepleider kan direct op eventuele fouten inspringen. Elke dag krijgen de kinderen een woordendictee gevolgd door zinnen. Kinderen worden gestimuleerd eerst goed na te denken welke categorie(en) het woord heeft. Voor begrijpend lezen gebruiken we de methode Nieuwsbegrip. Hierbij krijgen we (de kinderen) elke week een tekst over een onderwerp uit de actualiteit. Vanaf groep 3 maken we voor begrijpend lezen en woordenschat ook gebruik van Weerwoord. Dit is een ondersteunend product voor het begrijpen van de teksten van Nieuwsbegrip. Voor het leren schrijven wordt gebruik gemaakt van de methode “Eigenhandig” van mevrouw Huls-De Rover. Deze houdt rekening met de ontwikkeling van de motoriek door voldoende rustpunten in het schrift toe te laten.

Rekenen

Dit schooljaar gaan wij een nieuwe rekenmethode gebruiken: Alles telt Q. Daarmee leggen we een stevige basiskennis, maar we leren kinderen ook zien wat nodig is om een probleem op te lossen. De stamgroepleider krijgt veel handvatten en ondersteuning om het beste rekenonderwijs te geven. Naast de essentiële basiskennis zet Alles telt Q in op functionele gecijferdheid. Wat hebben de kinderen nodig in de maatschappij? Hoe interpreteer je rekengegevens die je tegenkomt?  De kinderen werken op afhankelijk van hun rekenniveau in een werkschrift, een maatschrift of een plusschrift. Daarnaast maken we gebruik van digitale software zodat de kinderen goed kunnen oefenen.

Werken naar keuze 

In het jaarritme van De Opbouw krijgen de kinderen tijdens een aantal afgebakende periodes regelmatig de gelegenheid om te werken naar keuze. Ze mogen dan binnen duidelijk aangegeven kaders zelf bepalen wat ze willen ondernemen en hoelang. Het is de bedoeling dat ze dan de kennis van de lessen (wereldoriëntatie, taal, rekenen of andere gebieden) op allerlei manieren leren gebruiken. Daarbij worden ze aangemoedigd om bij gebleken interesse meer met het onderwerp te doen. De kinderen werken tijdens deze periode altijd volgens een opdracht. In het lokaal hangt een planbord of planningsoverzicht waar de kinderen hun keuze voor de periode kunnen aangeven.Het eigen initiatief staat dus voorop. In deze periodes kunnen die kinderen die moeite hebben met het maken van keuzes en met plannen, extra begeleiding van de stamgroepleider krijgen. Soms wordt met een kind een extra oefening gepland. Dit gebeurt in overleg en met instemming van het kind.

Mogelijke activiteiten tijdens dit werken naar keuze zijn:

  • het verder uitwerken van een wereldoriëntatie-onderwerp;
  • het voorbereiden van een spreekbeurt voor de kring;
  • vrij lezen van een boek uit de bibliotheek of het documentatiecentrum;
  • het opstellen en uitwerken van een interview;
  • het schrijven van een verhaal of een gedicht;
  • het voorbereiden van een viering;
  • het maken van een strip;
  • werken met techniekkisten;
  • verzorgen van planten en dieren;
  • oefenen en werken met de computer, enz.;
  • samen een spel doen.

Sociale integratie en actief burgerschap

Scholen in het primair onderwijs zijn vanaf 1 februari 2006 verplicht in hun onderwijs aandacht te besteden aan actief burgerschap en sociale integratie. Burgerschapsvorming brengt jonge burgers (want dat zijn onze leerlingen immers!) de basiskennis, vaardigheden en houdingen bij die nodig zijn om een actieve rol te kunnen spelen in de eigen leefomgeving en in de samenleving. Wij vinden dat als school belangrijk, omdat het onze leerlingen een grotere kans op een goede toekomst biedt. Hoe doen we dat dan op De Opbouw? In onze school is de aandacht voor sociale integratie en actief burgerschap verweven in de basisactiviteiten gesprek, werk, spel en viering. Wij gaan met onze kinderen in gesprek over diversiteit en overtuigingen. We vinden het belangrijk dat de kinderen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenootjes. Zie ook de richting van onze school en de basisprincipes 6 t/m 10.

Op onze school doen we dat d.m.v. de volgende activiteiten:

  • WO-projecten;
  • boekenkring;
  • bezoeken van musea;
  • schooltelevisie.  

We leren kinderen kijken naar onze maatschappij en we helpen kinderen om verschillen te zien en waarderen waar dit anders is. We hebben aandacht en zorg voor elkaar en de dingen om ons heen, verwonderen ons, vertellen verhalen en hebben aandacht voor levensvragen van kinderen. Wij stimuleren het samen spelen, samen leven en samen leren.

Kubusschool

De overheid heeft bepaalt dat vanaf 2020 alle leerlingen in het basisonderwijs structureel wetenschap & techniek aangeboden moeten krijgen. Vanaf november 2016 zijn wij met een aantal andere basisscholen in het noorden van het land officieel Kubusschool. Het keurmerk of label voor een basisschool met een Wetenschap en Techniekprofiel. Als kubusschool kies je ervoor om kinderen te stimuleren voor natuur en techniek. De kubusschool is geen zwaar wiskundig of natuurwetenschappelijk profiel. Het gaat vooral om het stimuleren van voorwaardelijke houdingsaspecten zoals: je neus achternagaan, nieuwsgierigheid aanwakkeren, omgaan met mislukkingen, plezier om iets nieuws te maken en dingen uit te proberen, naar eigen creatieve en inventieve oplossingen mogen zoeken, doorzetten als het ingewikkeld wordt, samenwerken en luisteren naar ideeën van anderen, betrokkenheid bij problemen in de wereld om je heen. Dit is de basis waarop interesse in natuur en techniek, motivatie en talent kan gedijen en zich later verder kan ontplooien.   

Kubusprojecten

Een kubusproject betreft altijd een maatschappelijk georiënteerd vraagstuk waar leerlingen al doende -al experimenterend- in projectvorm naar een eigen oplossing mogen zoeken. Het ontwikkelen van ethisch vermogen in het licht van een duurzame samenleving is hierbij een belangrijk aspect. Naast het project krijgen ze les over relevante begrippen en technieken die van belang zijn bij het project zodat niet alleen hun creativiteit en vaardigheid toeneemt, maar ook hun kennis.  

De school organiseert praktische mogelijkheden om met de kinderen buiten school activiteiten te ondernemen. De kern van de kubusschool is authentiek leren, waarin vraagstukken buiten school centraal staan. Voor de leerdynamiek en de motivatie van leerlingen is het essentieel dat ze ook buiten school kunnen kennismaken met mensen, locaties en situaties die het vraagstuk levend maken. Daarom is ‘naar buiten gaan’ als structureel gegeven in de lessen van belang.  

De school werkt samen met ouders, collega’s en organisaties – overheid, instellingen of bedrijven – in de eigen omgeving om invulling te geven aan het vak experimenteren en bouwt hiervoor een netwerk op. In elk project staat een buitenschools vraagstuk centraal. Hiervoor gaat de school structureel op zoek naar partners in de omgeving die mee willen denken en werken aan deze vraagstukken.                               

Vernieuwende didactiek 

In het basisonderwijs geven we vaak alle vakken aan leerlingen met alle combinaties van talenten. Daarbij zijn leerkrachten expert in het uitleggen van bekende oplossingen. Bij experimenteren bij ons op school komen leerlingen echter met onbekende oplossingen van een authentiek probleem. De leerlingen onderzoeken en ontwerpen hun creatieve oplossingen en leggen ze zelf uit. De stamgroepleider stimuleert hen daarbij door informerende of verdiepende vragen te stellen. De didactiek verandert dus naar „de leerkracht vraagt en de leerling legt uit”, vaak net andersom dan in het huidige onderwijs.

Het motto van de kubusschool is: daar leer je experimenteren!

Verkeer

Het onderwijs in dit vormingsgebied is erop gericht dat de leerlingen inzicht en vaardigheden verwerven als consument en als deelnemer aan het verkeer. Met het verkeersonderwijs willen we kennis en vaardigheden bijbrengen en sociaal gedrag aanleren. Samen moeten deze punten leiden tot een veilige verkeersbeleving bij kinderen. We willen dat kinderen verkeersregels kennen en toepassen als voetganger en fietser en willen handelen in het belang van de veiligheid van de ander en zichzelf. Om deze punten te kunnen realiseren wordt er uitgegaan van situaties, die aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen. In 2010 hebben wij het Verkeersveiligheidslabel behaald. Vanaf dit schooljaar is dit label vervangen door het predicaat ‘verkeersactieve’ school (VAS). Met dit predicaat laten wij aan de buitenwereld zien dat wij als school verkeerseducatie en veiligheid zeer belangrijk vinden! Wij proberen het verkeersonderwijs zodanig in te richten, dat er niet alleen theorie, maar ook integratie met de praktijk gerealiseerd wordt. Er is een doorgaande lijn met methodes en materialen wat het verkeersonderwijs betreft. Om het draagvlak te vergroten hebben we de medewerking van alle ouders nodig. Daarom hebben wij een verkeerswerkgroep in het leven geroepen, waarin ouders participeren. Wij streven ernaar om twee verkeersouders op onze school te hebben. De verkeersouders houden zich bezig met de verkeersveiligheid in het schoolbeleid, de verkeerseducatie in de praktijk en de verkeersveiligheid in en rondom de school. De verkeersouders zijn aangesloten bij Veilig Verkeer Nederland. 

Het verkeersexamen wordt om het jaar afgenomen in de bovenbouw. Dit examen omvat een theoretisch en een praktisch gedeelte. De organisatie ervan berust bij VVN. Verder wordt er als school aan de volgende onderdelen gewerkt:

  • verkeerseducatie in de klas;
  • verkeersprojecten;
  • praktische verkeerseducatie;
  • de betrokkenheid van ouders bij verkeerseducatie.

Belangrijk hierbij zijn ouderparticipatie, praktisch en theoretisch verkeersonderwijs, verkeersinzicht en het zorgen voor een veilige schoolomgeving en veilige routes van school naar huis.       

Filosoferen op school

Kinderen filosoferen, dat is een gegeven. Ze moeten wel, want ze leven in een wereld die ze grotendeels niet kennen. Ze willen hun omgeving begrijpen en stellen daartoe voortdurend vragen, aan anderen maar ook aan zichzelf. Het zelf nadenken met het doel onszelf en onze omgeving te begrijpen heet: traditioneel filosoferen. Dat kan gestimuleerd worden. Bewust of onbewust worden er aanzetten toe gegeven in allerlei lessituaties, tijdens de taalles, rekenen of wiskunde, wereldoriëntatie of geestelijke stromingen.  

De stamgroepleiders op De Opbouw proberen bij zulke gelegenheden bij de kinderen een houding te bevorderen van nieuwsgierigheid naar, en respect voor hoe anderen denken over vragen waarop we geen gemeenschappelijke antwoorden hebben. Daarbij staan het samen nadenken, het redeneren en de onderlinge dialoog centraal. Het gaat erom, de kinderen gevoelig te maken voor het herkennen en onderscheiden van beweringen, meningen, argumenten en conclusies. Dat kan heel goed door het uitvoeren van gedachte-experimenten. Het gaat bij zulke gesprekken om de dialoog, waarbij de groep als criterium wordt genomen. We bespreken alleen die ideeën en gedachten, die door iemand uit de groep naar voren wordt gebracht. In eerste instantie mag dus alles worden gezegd en mag elk idee naar voren worden gebracht. Er moet wel een bereidheid zijn om uit te leggen wat wordt bedoeld. In het gesprek gaat het om het onderzoeken van onze gedachten: waarom denk je dat? Denken anderen dat ook?  

Kunstzinnige vorming

Op De Opbouw wordt verder getracht de kinderen ook kunstzinnig te vormen: dat is ze bewust te maken van de wereld om zich heen met middelen uit de kunst. Daarbij kan men denken aan drama, teken- en schilderkunst, muziek, dans en beweging, audiovisuele en ook literaire vorming. We gaan ervan uit dat met deze artistieke verbeeldingsmiddelen kinderen aangezet kunnen worden om iets nieuws te (be)denken, te voelen, te doen of te maken. In de praktijk wordt kunstzinnige vorming vooral toegepast: bij wereldoriëntatie en projectonderwijs; in verbeeldingslessen, gericht op de ontwikkeling van de creatieve vermogens van de kinderen, bijvoorbeeld in het kader van een viering, als toegepast werk, ter ondersteuning van leeractiviteit (bijvoorbeeld het maken van gedichten, het schrijven van een verhaal, in het kader van een taalles); als belevingselement: het kijken naar beeldende kunstuitingen: theater, film, luisteren naar muziek en het lezen van kinderliteratuur.  

Creatieve activiteiten

Bij het werken aan thema's, tijdens de wereldoriëntatielessen of bij het taalonderwijs, wordt ruimte vrijgemaakt voor creatieve opdrachten. Zo kan bijvoorbeeld het thema 'wonen' uitgewerkt worden en het maken van een droomhuis of het ontwerp daarvan. Er worden ook creatieve middagen georganiseerd, soms met deelname van ouders.  

Techniek in het onderwijs

Omdat techniek zo'n belangrijke rol speelt in onze moderne maatschappij, wil onze school de kinderen er ook op een verantwoorde wijze mee leren kennismaken. Dat kan in het klein door constructies en mechaniekjes te laten bestuderen of maken. Het kan ook door erover na te denken of technische zaken uit de eigen belevingswereld van de kinderen, op bijvoorbeeld het gebied van transport, productie en communicatie, te laten bespreken in de kring. Techniek is geen los onderdeel of apart vakgebied maar is inhoudelijk geïntegreerd in het onderwijs als geheel. Met name bij wereldoriëntatie en werken naar keuze kan het geregeld centraal worden gesteld.  

De toepassing van computers

De Opbouw heeft Chromebooks, laptops en iPads die geïntegreerd zijn in het onderwijssysteem. Ze kunnen als hulpmiddelen worden ingezet om de andere lessen te ondersteunen. Zo is er de nodige software aangeschaft voor wereldoriëntatie en taal- en rekenen. Als school blijven wij de ontwikkelingen op dit gebied volgen. In de bovenbouw, midden-bovenbouw en middenbouw hebben we verrijdbare digiborden. Het scherm wordt o.a. gebruikt tijdens de lessen, de instructies en presentaties van de kinderen. De stamgroepleiders gaan selectief om met het aanbod van software en bewaken de tijd die per kind achter het beeldscherm wordt doorgebracht. 

Klasindeling

  • Bouwgroepen/Stamgroepen/Heterogene groepen

Hoe wordt de tijd op school besteed?

Leerjaar 1 en 2

Bron

Leerjaar 3 t/m 8

Toelichting van de school

Leerlingen moeten volgens de wet in totaal 7520 uur aan onderwijs volgen, verspreid over acht jaar. Wat neerkomt op 940 uur per jaar. Dit hoeft niet precies zo te worden verdeeld. In ons schooljaarplan, wat elk jaar door de MR wordt bekeken en goedgekeurd, staan alle schooltijden, kwartieren tabellen en overzichten van hoe wij de onderwijstijd verantwoorden.

Bron

Extra mogelijkheden op deze school

Ondersteuning van de leerlingen

Samenvatting ondersteuningsprofiel

Basisondersteuning                                                                                                                                                            Basisondersteuning betekent voor ons op school dat we onze kinderen een veilige leeromgeving bieden. Wij werken handelingsgericht. Dat wil zeggen dat we rekening houden met de onderwijsbehoeften van onze kinderen. Stamgroepleiders houden rekening met de verschillen tussen kinderen op het gebied van aanbod, tijd en instructie. Naast de leerresultaten gaat het ook over welbevinden. We analyseren de resultaten van de kinderen en bespreken dit met het hele team. Op basis van de analyses wordt er 4 x per jaar diagnostisch plan gemaakt en/of bijgesteld. Als het nodig is bieden we extra ondersteuning. Op school gebruiken we een samenhangend leerlingvolgsysteem. In het kader van passend onderwijs willen we alle kinderen goed onderwijs bieden. Dus zowel kinderen die méér hulp nodig hebben bij het leerproces als kinderen die uitgedaagd moeten worden.

Extra Ondersteuning                                                                                                                                                                  Leerlingen met specifieke ontwikkelingsproblematiek als ADHD, ASS, bieden wij extra ondersteuning op het gebied van gedrag, werkhouding en taakgerichtheid. Leerlingen met cognitieve beperkingen kunnen profiteren van ons onderwijsaanbod, ook al halen zij soms de einddoelen van groep 8 niet. Ook heeft onze school al een aantal jaren leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Voor een aantal van deze leerlingen werken we met een ontwikkelingsperspectief plan (OPP). In een OPP worden de (tussen)doelen vastgelegd waar we aan werken.

In ons ondersteuningsprofiel (SOP) vindt u meer informatie.


Welke specialisten ondersteunen op deze school?

Kwaliteitszorg en schoolplan

Download het schoolplan

Aanbod voor het jonge kind

Toelichting van de school

Onze school werkt samen met kinderopvang van Kids First. Dit is een locatie voor Kinderopvang en Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en peuteropvang. De locatie van de kinderopvang is naast onze school.      

Terug naar boven