Openbare Basisschool Het Bolwerk

Menneweg 12 2172 HD Sassenheim

Schoolfoto van Openbare Basisschool Het Bolwerk

Resultaten eindtoets Toelichting

Alle leerlingen maken in groep 8 van de basisschool een eindtoets. De school kiest per schooljaar welke toets wordt gebruikt. Er zijn verschillende goedgekeurde eindtoetsen om uit te kiezen. Met de toets wordt gekeken hoeveel kennis de leerlingen hebben van taal en rekenen. De toets geeft een extra uitslag naast het schooladvies dat een leerling krijgt van de leerkracht.

Gemiddelde eindtoetsscores

De Inspectie van het Onderwijs controleert of het onderwijs op scholen van voldoende niveau is. Ze kijkt hiervoor onder meer naar de resultaten van leerlingen op de eindtoets. Het beoordelen van de resultaten werd tot en met 1 augustus 2020 gedaan op basis van de gemiddelde score van leerlingen. Dit is veranderd: vanaf 1 augustus 2020 kijkt de inspectie naar referentieniveaus.

De gemiddelde score van de school wordt vergeleken met de ondergrens van de inspectie. Toelichting

Let op: vanwege het coronavirus is er in schooljaar 2019-2020 geen eindtoets afgenomen. De referentieniveaus zijn daarom pas zichtbaar in 2020-2021.

Weergave

Bron

Hoe gebruikt deze school tussentijdse toetsen? Toelichting

Toelichting van de school

Om na te gaan welke ontwikkeling leerlingen doormaken, neemt elke school regelmatig tussentijdse toetsen af. Naast de methodegebonden toetsen zijn er ook toetsen die onafhankelijk de kennis en vaardigheid van leerlingen in een betreffende vak in kaart brengen.

Welke plaats hebben de tussenresultaten in het onderwijsproces en hoe worden deze gerealiseerd?

1. Interne zorgstructuurWij streven ernaar om kinderen zo veel mogelijk onderwijs op maat te bieden. De onderwijsbehoeften van de leerling staat centraal, zodat elk kind zich op zijn of haar niveau verder kan ontwikkelen.Sinds 1 augustus 2014 is de wet Passend Onderwijs van kracht. Passend onderwijs legt een zorgplicht bij scholen. Dat betekent dat zij er voor verantwoordelijk zijn om alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een goede onderwijsplek te bieden.Samen met de ouders is de school verantwoordelijk voor de ontwikkeling van alle leerlingen. De betrokkenheid van ouders is daarom erg belangrijk!

Interne zorg

De leerkracht is verantwoordelijk voor de zorg van de leerlingen in de klas. In de klas wordt er gewerkt volgens de principes van handelingsgericht werken.

Op basis van de onderwijsbehoefte van leerlingen stelt de leerkracht groepsplannen op voor rekenen, spelling, technisch lezen en begrijpend lezen. De groepsplannen van de kleuterbouw bestaan uit de ontwikkelingsgebieden: taal, rekenen, motoriek, constructieve /beeldende vorming, spel/ sociaal emotionele ontwikkeling. Per vakgebied worden de leerlingen in 3 niveaugroepen ingedeeld. De plusgroep is de groep leerlingen die veel zelfstandig werkt en extra uitdaging krijgt aangeboden. De basisgroep is de groep leerlingen die het basisaanbod krijgt. De zorggroep is de groep die verlengde instructie en begeleide verwerking krijgt en waarvoor indien nodig aanpassingen in de lesstof worden gemaakt.

Als team vinden wij het belangrijk dat de zorg zo veel mogelijk in de klas plaatsvindt. De leerlingen kunnen op deze manier van elkaar leren. Extra hulp of ondersteuning wordt daarom zo veel mogelijk in de klas gegeven.

De groepsplannen worden door de leerkracht twee keer per jaar geëvalueerd. Door middel van observatiegegevens en toetsen in de klas kan een leerkracht aangeven welke leerlingen extra zorg nodig hebben. Een belangrijk instrument dat wij gebruiken om de voortgang van leerlingen te meten is het CITO LOVS. De leerkracht houdt de ouders op de hoogte van de ontwikkeling van hun kind. Wanneer er zorgen zijn rondom de ontwikkeling van een kind worden deze in de eerste plaats besproken met ouders.

Twee keer per jaar wordt de ontwikkeling van alle kinderen met de leerkracht en de intern begeleider besproken. Dit gebeurt in een groepsbespreking. Tijdens de groepsbesprekingen worden de groepsplannen en de resultaten van de leerlingen besproken. Daarnaast wordt de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen besproken. Er wordt besproken hoe de leerkracht leerlingen die zich niet volgens de verwachting ontwikkelen in de volgende periode gaat ondersteunen. Naast de groepsbesprekingen hebben leerkrachten de mogelijkheid om een individuele leerlingbespreking te plannen met de intern begeleider. Wanneer de zorg binnen de groep voor een leerling niet toereikend is, wordt er (in overleg met ouders) een plan opgesteld. Handelingsplannen worden ook gemaakt voor kinderen die gedragsproblemen of werkhoudingsproblemen hebben. De handelingsplannen worden ingevoerd in het digitale leerlingvolgsysteem Parnassys. Voor kinderen die de einddoelen van groep acht niet zullen halen, wordt een ontwikkelingsperspectief opgesteld. Hiervoor wordt de hulp ingeroepen vanuit het samenwerkingsverband. (zie externe ondersteuning).

Binnen de school zijn er verschillende mogelijkheden om extra zorg te bieden aan kinderen.

- Extra hulp van de leerkracht in de klas.

- De leerling wordt aangemeld voor extra begeleiding door andere leerkrachten in ambulante tijd.

- De leerling wordt aangemeld voor zorg door vrijwilligers.

Welke leerlingen in ambulante tijd worden begeleid, wordt door de Intern Begeleider en directie besloten. Leerkrachten melden leerlingen bij de Intern Begeleider aan. Wanneer er is besloten dat een leerling extra zorg krijgt maakt de leerkracht (in overleg met de intern begeleider) een plan van aanpak. De zorgperioden van extra ondersteuning lopen van vakantie tot vakantie. De leerkracht is verantwoordelijk voor de aanlevering van materiaal. De extra ondersteuner houdt de voortgang van de begeleiding schriftelijk bij. De extra ondersteuner houdt de leerkracht regelmatig op de hoogte van de resultaten. Na afloop van de periode evalueert de leerkracht met de extra ondersteuner de geboden hulp en de behaalde resultaten. De leerkracht verwerkt de evaluatie in het plan. In een gesprek met de leerkracht wordt de evaluatie met de ouders besproken. Als blijkt dat de leerling onvoldoende heeft geprofiteerd van de zorg binnen de school wordt er hulp ingeroepen van externen.

Externe ondersteuning

De school kan ouders van kinderen met leer- motorische- en/of gedragsproblemen adviseren externe hulp te zoeken buiten school. Hierbij kan gedacht worden aan fysiotherapie, sensomotorische therapie, logopedie, particuliere RT, Jeugdzorg, dyslexieonderzoek en behandeling enz. In sommige gevallen is dit echter niet toereikend.Wanneer de hulp (binnen school) ontoereikend is en er handelingsverlegenheid ontstaat wordt de leerling na overleg met ouders besproken in een ondersteuningsteam.Het ondersteuningsteam bestaat uit:

- De ouders van de leerling,

- De leerkracht van de leerling

- De intern begeleider

- De directie

- De routebegeleider/onderwijsspecialist. Deze beschikt over ruime onderwijservaring en werkt voor en vanuit de visie van het samenwerkingsverband en kent de onderwijsondersteuningsmogelijkheden binnen het samenwerkingsverband. Hij of zij beschikt daarnaast over aanzienlijke kennis van speciale onderwijsbehoeften en heeft de expertise in huis om tijdig voor gespecialiseerde ondersteuningsvragen, voorstellen te doen over uitbreiding van het team met de juiste specialisten. Zijn of haar rol is die van wegwijzer en architect: hij of zij ondersteunt de school bij het vormgeven en vinden van het juiste arrangement. De eventueel daarbij benodigde onderzoeken worden uitgevoerd door anderen vanuit de schoolbegeleidingsdienst-middelen van de school- niet door de onderwijsspecialist.

- En/of de Jeugd/gezinswerker. De evenknie van de onderwijsspecialist, maar dan voor de jeugd en gezinskant (opvoeding). Hij of zij is een generalist werkend vanuit een Jeugd- en Gezinsteam waarin diverse soorten specialistische jeugdhulp zijn samengevoegd. Hij of zij geeft consultatie en advies, denkt mee en versterkt professionals in het onderwijs. Hij of zij is gericht op eigen kracht van kinderen, gezinnen en hun (sociale) omgeving waaronder nadrukkelijk de school. Hij of zij weet de weg in het veld van opvoed- en opgroei ondersteuning en staat in nauw contact met de aanbieders. Hij of zij kan uit de voeten met de op school gebezigde handelingsgerichte werkwijze en terminologie.

Daarnaast kan de school hulp in roepen van verschillende experts die kunnen worden betrokken bij het ondersteuningsteam.

De experts zijn:

- onderwijsondersteuners uit het speciaal (basis)onderwijs van het samenwerkingsverband

- steunpunt Autisme- Centrum voor jeugd en gezin- Jeugd en Gezinsteam

- Schoolmaatschappelijk werk

- GGD

Wanneer er wordt gekozen voor het samenbrengen van een ondersteuningsteam wordt binnen het team een groeidocument/OPP opgesteld. Met elkaar wordt bekeken welke extra zorg er nodig is. Dit wordt een ondersteuningsarrangement genoemd.

De school is verantwoordelijk voor het creëren van een optimale onderwijssituatie en is daarin de deskundige. De ondersteuning die nodig is moet praktisch en haalbaar zijn. De kosten en de organisatie van de extra ondersteuning kunnen niet altijd alleen door school worden bekostigd. In sommige gevallen zullen ouders hier medeverantwoordelijk voor zijn.

Soms is het voor het begeleiden van leerlingen noodzakelijk om extra onderzoek te doen naar leer en/of gedragsproblemen. Ouders, leerkrachten en intern begeleider zullen dan in overleg een hulpvraag formuleren. De school gaat dan op zoek naar de juiste professional.Een ondersteuningsarrangement kan bestaan uit:

- Aanvullende ondersteuning in de groep/school

- Regelmatig leerlingbesprekingIntensieve ambulante begeleiding

- Combinatie van onderwijs en daghulp.

Voor kinderen met een communicatieve en/of auditieve handicap (voorheen cluster 2) wordt de hulp ingeroepen van Auris. Er is overleg tussen de school, ouders en Auris. Er wordt besproken wat nodig is om de leerling met een taalontwikkelingsstoornis of een gehoorbeperking te ondersteunen en verder te helpen. Uiteindelijk zal de Commissie voor Onderzoek van de Koninklijke Auris groep het meest passende onderwijs arrangement officieel toekennen. Dat is een licht, medium of intensief onderwijsarrangement.

- Licht onderwijsarrangement: de leerling gaat naar een reguliere school met beperkte extra ondersteuning op de locatie

- Medium onderwijsarrangement: de leerling gaat naar een reguliere school met extra ondersteuning op de locatie

- Intensief onderwijsarrangement: de leerling gaat naar een school voor speciaal onderwijs.Om te kijken welk arrangement passend is, wordt er gekeken naar vijf onderdelen:

- De extra tijd en aandacht die de leerling nodig heeft- Het onderwijsprogramma van de school en materialen die nodig zijn voor de leerling

- De benodigde expertise, kennis en vaardigheden om de leerling te ondersteunen

- De aanpassingen die nodig zijn in het lokaal of de school

- De betrokkenheid van ouders en anderen en de samenwerking met hen.

Als er opnieuw gekeken moet worden of het arrangement nog steeds bij de leerling past, neemt de Commissie van Onderzoek opnieuw een officieel besluit.

Nadat het arrangement is toegekend, wordt een plan opgesteld. In dit plan staat wat de school, Auris en de ouders gaan doen om de leerling te ondersteunen. De school spreekt met Auris af welke zaken zij en welke zaken Auris gaat leveren.

Wanneer leraren, ouders of andere verwijzers vermoeden dat een kind of jongere een visuele beperking heeft, kunnen de ouders hun kind aanmelden bij Visio of Bartiméus. Visio en Bartiméus hebben hun krachten gebundeld in VIVIS Onderwijs en werken intensief samen om Passend Onderwijs aan leerlingen met een visuele beperking gestalte te geven.

Ook samenwerkingsverbanden kunnen leerlingen aanmelden mits zij daarvoor toestemming hebben van de ouders. Na aanmelding worden de medische gegevens, waaronder de oogheelkundige gegevens, opgevraagd en worden er zo nodig gedurende één of meerdere dagen onderzoeken uitgevoerd, zoals visueel functieonderzoek, psychologisch onderzoek en pedagogisch en /of didactisch onderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek beoordeelt de Commissie van Onderzoek van de betreffende onderwijsinstelling of het kind op basis van de landelijke toelatingscriteria recht heeft op ambulante onderwijskundige begeleiding of op onderwijs van een onderwijsinstelling voor leerlingen met een visuele beperking.

Wanneer het kind/de jongere toelaatbaar is, wordt in afstemming met de ouders en (indien aan de orde) de reguliere school een passend arrangement samengesteld:

- ambulante onderwijskundige begeleiding op een reguliere school,

- (voortgezet) speciaal onderwijs bij een onderwijsinstelling voor leerlingen met een visuele beperking,

- samenwerking tussen regulier en speciaal onderwijs.

Ieder arrangement wordt op maat ingevuld op basis van de behoeften en ondersteuningsvragen van de betreffende leerling.De school bepaald uiteindelijk of het ondersteuningsarrangement (zowel vanuit het samenwerkingsverband, Auris en VISIS) uitgevoerd kan worden binnen de school. Het gaat hierbij om “zittende leerlingen”, maar ook om leerlingen met een ondersteuningsarrangement die bij ons aangemeld worden.

Er is een aantal Aspecten die overwogen worden m.b.t. de besluitvorming

Pedagogisch klimaat:

Het pedagogische klimaat, de aandacht voor het kind, is voor iedere leerling van belang. Immers, iedere leerling moet zich prettig voelen. Zonder een gevoel van veiligheid kan een kind zich niet ontwikkelen en kan het niet leren. Voor kinderen die speciale onderwijszorg nodig hebben, geldt dit wellicht nog meer. Het belangrijkste aspect in onze overweging is daarom het welbevinden van alle leerlingen. Vandaar dat we altijd beoordelen of de volgende zaken afstemmen op de behoeften van het kind:

- Geborgenheid

- Veiligheid

- Bevorderen van zelfstandigheid/verantwoordelijkheid

- Acceptatie

- Pedagogisch differentiëren

Didactisch klimaat:

Ieder kind komt naar school om te leren. Dat het ene kind daarbij andere dingen nodig heeft dan het andere, vinden we op onze school heel gewoon. We willen daarop zo goed mogelijk afstemmen. Dit vraagt soms aanpassingen en extra inzet van het team. Om te kijken of dit haalbaar is voor een zorgleerling wordt gekeken naar de volgende aspecten:

- Leerstofaanbod

- Inpassing binnen leerstofjaarklassensysteem(eventueel met aanpassingen)

- Leerdoelen

- Werkwijzen

- School- en klassenorganisatie

- Leerlingvolgsysteem

- Ortho-didactische hulpmiddelen

Professionalisering:

Als team willen we een lerende organisatie zijn. Het is goed mogelijk dat met de komst van een zorgleerling zaken een rol gaan spelen die daarvoor nog niet of weinig aan de orde kwamen. Als school zullen we daarop in moeten spelen. Dit heeft echter wel consequenties voor het team. We moeten ons op specifieke gebieden gaan ontwikkelen. Of dat binnen onze mogelijkheden past, toetsen we aan de volgende zaken:

- Aantal leerkrachten dat ingezet kan worden (personele bezetting)

- Kennis- en vaardigheidsniveau

- Nascholingsplannen

Ondersteuning:Voor heel specifieke zaken kunnen we hulp nodig hebben. De Schoolbegeleidingsdienst, het Samenwerkingsverband de scholen van het REC kunnen ons hun expertise bieden. Daarbij is een goed contact nodig.

Per aanmelding wordt gekeken of er voldoende ondersteuning is in:

- Contacten met de Schoolbegeleidingsdienst

- Contacten met het Samenwerkingsverband

- Contacten met de scholen van het REC

Omstandigheden van gebouw en materiaal:

Voor een aantal handicaps of stoornissen dient het schoolgebouw of de klas te worden aangepast. Veel van deze aanpassingen worden bekostigd door andere instanties. Het kan echter enige tijd in beslag nemen deze aanpassingen te realiseren. Per aanmelding wordt gekeken welke aanpassingen en voorzieningen nodig zijn en hoe die binnen de school vorm kunnen krijgen.

Verstoring van de rust en veiligheid:

Rust en de veiligheid zijn basisvoorwaarden voor het welbevinden van al onze leerlingen.

Interferentie verzorging/behandeling:

Sommige stoornissen of handicaps vragen een zeer specifieke verzorging of behandeling van het betreffende kind. Er wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn om dit ook binnen het reguliere onderwijs te kunnen bieden.

Verstoring van het leerproces van andere kinderen:

Leerlingen met een stoornis of handicap vragen, net als “zorgleerlingen” zonder deze stoornis of handicap, aandacht van een leerkracht. Het bieden van extra zorg aan leerlingen is zeker een belangrijk uitgangspunt in ons onderwijs. Echter, er moet wel een goede balans zijn tussen specifieke zorgleerlingen (met of zonder stoornis of handicap) en niet-zorgleerlingen.

Gebrek aan opnamecapaciteit:Wanneer het aantal leerlingen binnen een bepaalde groep erg hoog ligt, kan dat een reden zijn om binnen die groep geen leerlingen meer toe te laten.

Zorglast in de groep en in de school:De zorglast in een groep moet voor de leerkrachten een haalbare kaart zijn.

Plaatsing in een groep:Als er een principebesluit tot plaatsing op Obs het Bolwerk is genomen, bepaalt de school in welke groep het kind wordt geplaatst. Een belangrijk criterium is hierbij in welke groep het kind de meeste kansen heeft op een positieve ontwikkeling. Bovengenoemde zorglast in een groep kan een van de afwegingen zijn.

Bescherming van de persoonsgegevens:

Voor het onderwijs belangrijke informatie over de leerlingen ligt opgeslagen in dossiers. Daarin staan onder andere onderzoeksgegevens van oogartsen, consulent artsen en pedagogen, handelingsplannen en onderwijsprofielen, stageverslagen, voortgangsgegevens en rapporten. Wij beschouwen het als onze plicht om, binnen de kaders van het Privacyreglement, zorgvuldig met deze gegevens om te gaan.Alle dossiers bevinden zich in de beveiligde Parnassys omgeving en/of in kasten die zijn afgesloten. De directeur, IB-er, leerkrachten, onderwijsondersteuners, begeleiders en ouders van het betreffende kind mogen de dossiers raadplegen. Kopieën mogen niet worden gemaakt. Informatie uit dossiers mag alleen aan externe personen worden verstrekt na schriftelijke toestemming van ouders en/ of leerlingen. Stagiairs hebben zonder toestemming van de directeur geen toegang tot de opgeslagen gegevens. Ouders en verzorgers hebben het recht om het dossier van een kind in te zien. Als zij dat willen, kunnen zij een afspraak maken met de directeur van de school.

Gastleerlingen:

In uitzonderlijke omstandigheden kan het mogelijk zijn dat een kind af en toe als gastleerling op Obs het Bolwerk komt, bijv. een afgeronde periode elke week een dag(deel). Dit is alleen te realiseren als er voldoende faciliteiten meekomen vanuit de school of instelling waarop het kind staat ingeschreven. Te denken valt aan een persoonlijke begeleider, zoals een onderwijsassistent of zorgverlener en een compensatie voor de extra tijd die nodig is voor overleg en administratie door leerkracht en intern begeleider.Er dienen vooraf duidelijke afspraken gemaakt te worden over de duur van deze periode. Aan een periode van plaatsing als gastleerling kunnen geen rechten worden ontleend op definitief plaatsen van het kind op Obs het Bolwerk.  

Tenslotte….Als school gaan we in alle gevallen (van aanmelding) zeer zorgvuldig te werk. Vanuit de overtuiging ieder kind te bieden wat het nodig heeft, willen we ons ook sterk maken voor leerlingen met een stoornis of handicap. Omdat het bij de leerlingen met een ondersteuningsarrangement gaat om een nieuwe ontwikkeling binnen het onderwijs, is het soms moeilijk in te schatten wanneer een leerling wel of niet op zijn plaats is binnen onze school. Wij nemen een open, eerlijke en realistische gesprekshouding aan. Van de ouders verwachten wij eenzelfde houding. Alleen in goed overleg kan een verantwoord besluit genomen worden. We hopen op een goede samenwerking met de ouders en betrokken instanties.Wanneer de leerling met ondersteuningsarrangement geplaatst kan worden op Obs het Bolwerk komt het ondersteuningsteam regelmatig bij elkaar om het groeidocument te bespreken. De intern begeleider beheert en past het groeidocument aan. De school en ouders ondertekenen het groeidocument.

Plaatsing speciaal (basis) onderwijs:

Wanneer het ondersteuningsarrangement niet gerealiseerd kan worden op school zal er eerst gekeken worden of er binnen het bestuur en het samenwerkingsverband scholen zijn die de zorg wel kunnen bieden. Als dat het geval is wordt de leerling ingeschreven op een andere basisschool.

Soms blijkt verwijzing en plaatsing speciaal (basis) onderwijs noodzakelijk. Er is dan een aantal stappen die doorlopen moeten worden:

- Gesprek met voorgenomen SBO of SO-school

Op het moment dat duidelijk is dat aan de ondersteuningsbehoefte van een leerling het best tegemoet kan worden gekomen in het speciaal onderwijs wordt in eerste instantie een deskundige van de beoogde SBO of SO-school uitgenodigd op de school. Deze persoon kan ook dienen als de tweede deskundige als bedoeld in de regelgeving. In het voornemen tot plaatsing in het SBO of SO is de voorkeur van ouders en het schoolondersteuningsprofiel leidend. Met de tweede deskundige worden de mogelijkheden doorgesproken in termen van duur en intensiviteit van het arrangement. Daarbij komt aan de orde op welke wijze de SBO of SO-school met haar specifieke expertise invulling kan geven aan het benodigde arrangement. Gekeken wordt naar de mogelijkheden om een arrangement zo flexibel mogelijk vorm te geven, bijvoorbeeld een aantal dagdelen plaatsing in plaats van een volledige les plek.Tenslotte wordt uitgebreid stilgestaan bij het ontwikkelingsperspectief van de leerling en de mogelijkheden die dit perspectief op termijn biedt voor terugplaatsing in het regulier onderwijs.

- Afgeven toelaatbaarheidsverklaring (TLV)

Als stap a is afgerond wordt bij het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring aangevraagd. Hierbij wordt procedureel getoetst of alle stappen via de afgesproken procedure zijn doorlopen. Dit gebeurt in de commissie TLV. De commissie TLV bestaat uit het ondersteuningsteam, een afgevaardigde van SBO/SO en een orthopedagoog. Wanneer ouders het niet eens zijn met de aanvraag voor TLV kunnen zij een second opinion aanvragen bij het samenwerkingsverband. In de toelaatbaarheidsverklaring die het samenwerkingsverband afgeeft staat in ieder geval:

- De termijn van geldigheid van de TLV;

- De duur van een TLV voor SBO en SO is wettelijk minimaal 1 schooljaar. In verband met het belang van terugplaatsing zal er altijd een TLV voor bepaalde tijd worden afgegeven;

- De omschrijving wat de ondersteuningsbehoefte is. De categorie die aansluit bij de ondersteuningsbehoefte behorend bij de TLV is:

SBOSO +          

* Categorie l (huidige zml, lzk, epilepsie, cluster 4)      

* Categorie ll (huidige lg)      

* Categorie lll (huidige mg)

Binnen drie werkweken nadat de volledige aanvraag binnen is wordt een besluit genomen. School en ouders ontvangen binnen een week na het besluit schriftelijk bericht. Het samenwerkingsverband heeft een procedure TLV.

Bieden van extra ondersteuning

Als een leerling een TLV voor SBO of SO heeft gekregen wordt de plaatsing zo spoedig mogelijk gerealiseerd. Indien dit niet meteen mogelijk is, wordt er tijdelijk adequate ondersteuning georganiseerd.

Terugplaatsing vanuit het SO en SBO

De termijn van een TLV is wettelijk minimaal één schooljaar. Bij plaatsing op het SO en SBO wordt in het ontwikkelingsperspectief beschreven op welke manier aan terugplaatsing naar de school van herkomst gewerkt wordt indien de TLV voor bepaalde tijd is. Indien een TLV voor een leerling een bepaalde tijd heeft en bij evaluatie blijkt dat terugplaatsing in het regulier onderwijs een optie is, wordt hierover overleg met ouders gevoerd en de school van herkomst. Eventueel wordt gezocht naar een school die meer passend is.

Rechtstreekse instroom

Voor een kleine groep leerlingen is bij de geboorte al duidelijk - of wordt op de voorschoolse voorziening al duidelijk - dat zij aangewezen zullen zijn op het speciaal onderwijs (evidente ondersteuningsbehoeften). Deze leerlingen, zgn. EMB-leerlingen, volgen daarom niet de reguliere route van ondersteuningstoewijzing, zoals deze is beschreven in dit ondersteuningsplan. Indien er een TLV wordt gevraagd voor een rechtstreekse instroom, behandelt een team van onderwijsspecialisten dit verzoek. De PO-raad heeft een concept richtlijn opgesteld, waarin wordt geadviseerd deze leerlingen bij de overgang naar het primair onderwijs een toelaatbaarheidsverklaring te geven voor hun gehele schoolperiode. Het gaat daarbij om EMB-leerlingen met:

- Een laag ontwikkelingsperspectief ten gevolge van een ernstige verstandelijke beperking, vaak met moeilijk te ‘lezen’ gedrag en ernstige sensomotorische problematiek (zoals ontbreken van spraak, bijna niet kunnen zitten/staan), of

- Een matig tot lichte verstandelijke beperking en een grote zorgvraag ten gevolge van ernstige en complexe lichamelijke beperkingen, of

- Moeilijk te reguleren gedragsproblematiek (ASS / hechtingsproblematiek) als gevolg van ernstige psychiatrische stoornissen, in combinatie met een matig tot lichte beperking.

Dit kan snel geregeld worden voor kinderen waarbij duidelijk is dat SO de enige mogelijkheid is. Residentiele leerlingen worden ook rechtstreeks geplaatst. Als ouders een kind rechtstreeks aanmelden bij het SO dan heeft het SO-bestuur de zorgplicht en dus de verantwoordelijkheid om een TLV aan te vragen. Het samenwerkingsverband neemt deze richtlijn integraal over.

Welk schooladvies kregen de leerlingen van deze school? toelichting

In groep 8 krijgt elke leerling een persoonlijk advies voor het voortgezet onderwijs. Het advies is voor het onderwijssoort dat past bij het niveau van de leerling. Leerprestaties, aanleg en ontwikkeling op de basisschool spelen hierbij een rol. Heeft de leerling een hogere eindtoetsuitslag dan het gegeven schooladvies? Dan kijkt de school hier opnieuw naar. Een eventueel nieuw advies mag wel hoger zijn, maar niet lager.

Weergave

Bron

Zitten de oud-leerlingen van deze school in het voortgezet onderwijs boven, op of onder hun schooladvies? toelichting

In het eerste jaar

Bron

In het derde jaar

Bron

Terug naar boven