Onderwijstijd
Toelichting van de school
Doelstellingen van het onderwijs
Algemeen
De vorming van de kinderen op De Pionier, die in samenwerking met de ouders plaatsvindt, is gericht op een zo goed mogelijk functioneren in de samenleving. Hierbij wordt rekening gehouden met verscheidenheid van kinderen, hun onderlinge verschillen in ontwikkeling, hun achtergrond, begaafdheid, belangstelling en motivatie. De Pionier staat voor onderwijs, dat een goede aansluiting garandeert op het vervolgonderwijs, passend bij het kind.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
De sociaal-emotionele ontwikkeling wordt allereerst bevorderd door het realiseren van een veilige (onderwijs)omgeving. Daarbij geven de volwassenen binnen de school het goede voorbeeld. Vervolgens leren de kinderen van elkaar in groepswerk en in (begeleide) gesprekken. Zij kunnen dan hun eigen gevoels- en belevingswereld verwoorden of op een andere (creatieve) manier tot uiting brengen. Sociaal-emotioneel welbevinden ziet de school als basis voor het leren.
Actief burgerschap en sociale integratie Scholen binnen zowel het primair als het voortgezet onderwijs zijn verplicht bij te dragen aan de integratie van hun leerlingen in de Nederlandse, pluriforme samenleving door middel van burgerschapsvorming. Burgerschapsvorming wordt beschouwd als een essentieel onderdeel van de opvoeding. Onder actief burgerschap wordt verstaan: “De bereidheid en het vermogen van personen en groepen om deel uit te maken van een gemeenschap en daar een actieve bijdrage aan te leveren”.
Vanuit herkenbare waarden en normen is actief burgerschapen sociale integratie opgenomen in het lesprogramma van De Pionier met onder andere aandacht voor democratie, diversiteit, het maken van eigen beredeneerde keuzes en algemeen aanvaarde waarden, normen en omgangsvormen. Ook het samen deelnemen aan vieringen en genieten van de unieke kwaliteiten van de ander, bijvoorbeeld tijdens de Pioniertijd of de gezamenlijke maaltijden horen daarbij.
Creatieve ontwikkeling
Om het creatief denken en handelen van de kinderen te stimuleren en de waarneming te ontwikkelen, worden zij in aanraking gebracht met een diversiteit aan materialen en werkvormen. Dit varieert van schilderen, tekenen en toneel tot het kijken naar kunstvormen, en het luisteren naar en het maken van muziek. De creatieve vakken staan daar waar mogelijk, in dienst van de andere vakken, maar worden ingevuld door een doorlopende leerlijn.
De creatieve ontwikkeling komt onder andere tot uiting tijdens feesten, inloopmomenten en "Pioniertijd". Door de creativiteit van de kinderen te ontwikkelen, willen wij bereiken dat hun emotionele ontwikkeling wordt gestimuleerd, hun vindingrijkheid wordt vergroot, zij naar nieuwe wegen durven zoeken en leren open te staan voor elkaar.
Binnen het team van De Pionier zijn vele creatieve talenten aanwezig. Om ieders kracht te benutten wordt tweemaal per schooljaar groepsdoorbrekend een serie lessen aangeboden in de midden- en bovenbouw tijdens de zogenoemde “Wisselmiddagen”. Leerkrachten geven vanuit hun eigen kracht en passie les in muziek, zang, dans of bijvoorbeeld koken. Bij de invulling van dit creatieve en expressieve programma wordt ook gebruik gemaakt van externe kunstenaars, creatieve professionals of artiesten (Script Talent). De Pionier kiest naast een gedegen aanbod in de 'kernvakken' voor de inzet van vakdocenten gymnastiek, spel, beeldende vorming en muziek zodat in alle groepen een hoogwaardig en divers lesaanbod wordt geboden. 
Motorische ontwikkeling
Onderscheid wordt gemaakt tussen de grove en fijne motoriek. Voor de ontwikkeling van de grove motoriek scheppen wij situaties waarin het kind zich veilig en prettig voelt en die uitlokken tot bewegen.
Dit zal bevorderen dat het kind zijn grenzen durft te verleggen en zich leert oriënteren in de ruimte tijdens de bewegingslessen en het buitenspelen op en in de speeltoestellen, die op het schoolplein staan.
Bij het gericht handelen, komt de fijne motoriek meer aan bod. Dit wordt geoefend door het omgaan met specifieke materialen. Ook voor het schrijven is de fijne motoriek van belang. Nadrukkelijk wordt binnen het onderwijs aandacht besteed aan het handschrift van de leerlingen.
Cognitieve ontwikkeling
De drie bovenstaande ontwikkelingslijnen komen ten goede aan de cognitieve ontwikkeling. Hierbij wordt na het aanleren van vaardigheden als opzoeken, begrijpen en onthouden, de nadruk gelegd op het inpassen van de nieuwe informatie in de al aanwezige kennis en het kunnen toepassen op nieuwe situaties. De ontwikkelingen die wij nastreven, komen tot uiting in de keuze van de leermethodes.
Hoe wordt de tijd op school besteed?
Hoe wordt de tijd besteed in leerjaar drie t/m acht?
 
  
Leerjaar 3
  
Leerjaar 4
  
Leerjaar 5
  
Leerjaar 6
  
Leerjaar 7
  
Leerjaar 8
 
                    
 
Lezen
 
  
  
  
  
  
 
 
4 uur
  
4 u 30 min
  
3 u 30 min
  
3 u 30 min
  
3 u 30 min
  
3 u 30 min
 
 
Taal
 
  
  
  
  
  
 
 
3 uur
  
6 u 30 min
  
6 u 30 min
  
6 uur
  
6 uur
  
6 uur
 
 
Rekenen/wiskunde
 
  
  
  
  
  
 
 
5 uur
  
5 uur
  
5 uur
  
5 uur
  
5 uur
  
5 uur
 
 
Wereldoriëntatie
 
  
  
  
  
  
 
 
2 u 15 min
  
2 u 15 min
  
2 u 45 min
  
3 u 15 min
  
3 u 45 min
  
3 u 45 min
 
 
Kunstzinnige en creatieve vorming
 
  
  
  
  
  
 
 
2 u 30 min
  
2 u 30 min
  
2 u 30 min
  
2 u 30 min
  
2 u 30 min
  
2 u 30 min
 
 
Bewegingsonderwijs
 
  
  
  
  
  
 
 
2 u 30 min
  
2 uur
  
2 uur
  
2 uur
  
2 uur
  
2 uur
 
 
Levensbeschouwing
 
  
  
  
  
  
 
 
30 min
  
30 min
  
30 min
  
30 min
  
30 min
  
30 min
 
 
Engelse taal
 
  
  
  
  
  
 
 
30 min
  
30 min
  
30 min
  
30 min
  
30 min
  
30 min
 
 
Schrijven
 
  
  
  
  
  
 
 
1 u 30 min
  
45 min
  
45 min
  
45 min
       
 
Overig
 
  
  
  
  
  
 
 
4 uur
  
45 min
  
1 u 15 min
  
1 u 15 min
  
1 u 30 min
  
1 u 30 min
 
                    
Hoe wordt de tijd besteed in de eerste twee leerjaren?
  
Leerjaar 1
  
Leerjaar 2
 
        
 
(niet ingevuld)
 
  
 
      
        
Toelichting bij dit onderwerp
Kleuters krijgen een breed aanbod op de domeinen sociaal-emotionele ontwikkeling, rekenen, taal, spel en motoriek. Uitgangspunt bij de lessen zijn de doelen die leerlingen aan het eind van de kleuterperiode moeten beheersen. De activiteiten waarmee gewerkt wordt aan het behalen van deze doelen worden thematisch en projectmatig aangeboden, waarbij het volgen van de seizoenen de leidraad is. In onze ontwikkelingsgerichte visie op kleuters wordt het onderwijs zoveel mogelijk afgestemd op pedagogische en didactische behoeften en daarmee op de individuele ontwikkeling van het kind. Onze ervaring is dat een kind een goede basis moet hebben en voldoende rijp moet zijn om de overstap van groep 2 naar groep 3 succesvol te kunnen maken. Volgens onze visie is een succesvolle overstap van groot belang voor de ontwikkeling van een goed zelfbeeld en zelfvertrouwen bij de kinderen. Bij de overgang van groep 1 naar groep 2 en van groep 2 naar groep 3 wordt voor ieder kind een individuele afweging gemaakt of het wel of niet doorstroomt. 
In de wet wordt voor het doorlopen van de basisschool gesproken over een periode van 8 jaar. Bij de contacten met scholen hanteert de Inspectie van het Onderwijs de volgende vuistregel: “Kinderen die vóór 1 januari gestart zijn op school, zouden in beginsel aan het einde van het schooljaar door moeten stromen naar groep 2 en een jaar later naar groep 3”. Met de formulering “in beginsel” wordt bedoeld dat de ontwikkeling van een kind (cognitief, sociaal-emotioneel en motorisch) bepalend is en niet de geboortedatum. Volgens de wettelijke bepaling moet een leerling de basisschool uiterlijk verlaten in het jaar dat hij of zij 14 jaar wordt. Hoe de leerling tot dat moment de basisschool doorloopt is de verantwoordelijkheid van de school, zolang de school dit maar kan beargumenteren. Daarnaast gaan we ervan uit dat over het algemeen een solide kleuterperiode van 2 jaar of langer belangrijk is voor een succesvolle schoolloopbaan. De overgangsbeslissing van groep 2 naar groep 3 nemen we dan ook zeer weloverwogen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van informatie over de ontwikkeling van het kind
De Pionier volgt oktober-, november- en decemberleerlingen tijdens de kleuterperiode extra goed, om te voorkomen dat kinderen ‘automatisch’ doorstromen naar groep 3, terwijl ze daar wellicht nog niet rijp voor zijn. Leerkrachten en intern begeleiders kunnen op grond van hun ervaring en deskundigheid een goede inschatting maken over de kansen van en risico’s bij individuele kinderen. Om onze aanpak inzichtelijk te maken werken we met een protocol voor de doorstroming naar groep 3.
Met behulp van ons leerlingvolgsysteem voor de kleuterperiode, Leerlijnen 1-2 van Parnassys, wordt per periode in kaart gebracht in hoeverre de diverse doelen beheerst worden. De ervaring leert dat de meeste kinderen die in oktober, november of december zijn ingestroomd nog niet op alle domeinen (sociaal-emotionele, motorische, rekenkundige en talige ontwikkeling en spel) de doelen beheersen die gesteld worden aan de leerlingen van eind groep 1. De meeste oktober-, november- en decemberleerlingen zullen na het eerste instroomjaar dan ook naar groep 1 gaan. Er worden afspraken gemaakt met ouders over het al dan niet meedoen met het programma van groep 2 en/of het afnemen van toetsen van groep 2. Op deze manier wordt gedurende de gehele kleuterperiode de ontwikkeling van deze kinderen goed gevolgd op de te behalen doelen van groep 1 en van groep 2.
Het is goed om te beseffen dat in alle bovenstaande overwegingen de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind een minstens zo belangrijke factor is als de cognitieve ontwikkeling.
De definitieve beslissing over de schoolloopbaan wordt na overleg met de ouders, de leerkracht(en) en de intern begeleider door de directie van de school genomen. De gehanteerde criteria zijn vastgelegd in de zorgstructuur van De Pionier (zie documenten ‘overgang van groep 2 naar groep 3’, deze liggen ter inzage bij de intern begeleider).
Samengevat: Bij de overgang van groep 1 naar groep 2 en van groep 2 naar groep 3 wordt voor ieder kind een individuele afweging gemaakt of het wel of niet doorstroomt. Het beleid van de school bepaalt wie er in aanmerking komt voor vervroegde doorstroming. Overleg met de ouders ondersteunt die beslissing. De eindbeslissing blijft de verantwoordelijkheid van en wordt genomen door de directie van de school.
Welke extra faciliteiten heeft de school beschikbaar in het schoolgebouw?
Bibliotheek
Speellokaal
Multifunctioneel lokaal t.b.v. expressie (beeldende vorming, expressie, dans, enz.)
Plusklas
Techniekruimte
Ruime speel- en werkruimtes buiten de klaslokalen
Podium / Theater