Schooladvies en plaatsing in het vervolgonderwijs
Welke schooladviezen heeft de school aan de leerlingen gegeven in 2017-2018?
Vergelijkingsgroep: 0,2% van de leerlingen kreeg vso advies.Vergelijkingsgroep: 7,4% van de leerlingen kreeg vmbo-b / vmbo-k advies.Vergelijkingsgroep: 17,7% van de leerlingen kreeg vmbo-(g)t advies.Vergelijkingsgroep: 8,4% van de leerlingen kreeg vmbo-(g)t / havo advies.Vergelijkingsgroep: 11,3% van de leerlingen kreeg havo advies.Vergelijkingsgroep: 7,4% van de leerlingen kreeg vwo advies.School: 6,3% van de leerlingen kreeg vso advies.School: 37,5% van de leerlingen kreeg vmbo-b / vmbo-k advies.School: 25,0% van de leerlingen kreeg vmbo-(g)t advies.School: 12,5% van de leerlingen kreeg vmbo-(g)t / havo advies.School: 6,3% van de leerlingen kreeg havo advies.School: 12,5% van de leerlingen kreeg vwo advies.
Toelichting van de school
De adviezen van de leerlingen voor het vervolgonderwijs zijn in overeenstemming met de verwachtingen op grond van de kenmerken van de leerlingenpopulatie. We proberen ervoor te zorgen, dat onze leerlingen hun schoolloopbaan vervolgen op het niveau dat mag worden verwacht op grond van hun kennis, vaardigheden, motivatie en werkhouding. De adviezen die we geven zijn gebaseerd op de resultaten van de eindtoets, de gegevens uit ons leerlingvolgsysteem, de observatie(s) van de leraren en de mening van de leerling en zijn (haar) ouders. Het advies dat een leerling krijgt wordt vergeleken met een eerder vastgestelde verwachting. We beschikken over een second-opinion-procedure voor het geval dat de verwachting, de toetsscore(s) en het gegeven advies van elkaar afwijken.
De leerlingen functioneren naar verwachting in het vervolgonderwijs. We onderzoeken jaarlijks of onze leerlingen naar verwachting functioneren in het vervolgonderwijs. Met behulp van de gegevens die we van de VO-scholen ontvangen, stellen we vast of er sprake is van vertraging, versnelling, uitval of afstromen. We bepalen dan hoeveel leerlingen er zonder vertraging op het geadviseerde niveau zitten in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs. We hanteren daarbij een norm van 25%. Als meer dan 25% van onze leerlingen in het derde jaar voortgezet onderwijs niet op het geadviseerde niveau functioneert of met vertraging te maken heeft gekregen, dan beschouwen we dat als een indicatie, dat we mogelijk te hoog of te laag adviseren. Op basis van een analyse van de gegevens die we ontvangen van de scholen voor voortgezet onderwijs formuleren we beleid als dat noodzakelijk