Profiel van de school
Met welk(e) woord(en) omschrijft de school zichzelf?
Wetenschap en techniek
Scheppend vermogen
Talentenontwikkeling
ICT en communicatie
Intrinsieke motivatie
Missie en visie
Visie en missie
Waar de school voor staat
‘Vol vertrouwen de wereld tegemoet’
Kinderen moeten opgroeien in een harmonieuze omgeving waar iedereen respect heeft voor de leefwereld en elkaar helpt. Om later goed te kunnen functioneren in de maatschappij is het nodig zoveel mogelijk kennis en ervaring op te doen. Kennis en ervaringen met het hoofd, hart en handen.
Wanneer een kind zich veilig en gelukkig voelt, komt het tot de beste prestaties. Dit is ons belangrijkste uitgangspunt.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Onder sociaal-emotionele ontwikkeling wordt verstaan; de kinderen leren omgaan met zichzelf, met elkaar en anderen. Aspecten van sociaal-emotionele ontwikkeling zijn:Het samenwerken; het samen spelen; het samen kunnen delen; hulpvaardig zijn; respect hebben voor elkaars mening en inbreng; elkaar de ruimte geven om zelf ontdekkend bezig te zijn; het kunnen oplossen van conflictsituaties; het kunnen inleven in gevoelssituaties; anderen accepteren en respecteren in hun anders zijn en een gevoel van saamhorigheid. Om dit te ondersteunen gebruiken we de methode “Kwink".
Kwaliteit in plaats van kwantiteit
Leerlingen eigenwaarde geven, verantwoordelijkheidsgevoel en leren studeren is de basis om de leerstof goed op te nemen; kwaliteit boven kwantiteit. Kennis van zichzelf en oplossingsmethodes zijn voorwaardelijk. We streven ernaar dat iedere leerling maximaal presteert naar zijn eigen mogelijkheden en talenten. Er is veel aandacht voor de culturele vaardigheden; luisteren, schrijven, lezen, spreken, rekenen, gezond gedrag en sociale redzaamheid.Daarnaast vinden we het van belang dat leerlingen:
  • Zich oriënteren op de maatschappij. Aandacht voor wereld oriënterende (aardrijkskunde,geschiedenis, biologie en verkeer) en creatieve vakken.
  • Leren omgaan met anderen (respect kunnen opbrengen voor andermans ideeën, meningen,overtuigingen, levenswijzen en culturen).
  • Eigenaarschap leren ontwikkelen door bewust te zijn van eigen leerdoelen en hoe hierzelfverantwoordelijkheid in te nemen. De KOL(Kind-Ouder-Leerkracht) gesprekken vanaf medio groep 4 t/m 8 ondersteunen deze ontwikkeling.
Hierbij is zelfstandig kunnen werken en plannen een belangrijk element.
Onderwijs
We werken met de vijf basisregels van het zelfstandig werken:
  • AFSPRAAK IS AFSPRAAK
  • RUIM JE SPULLEN OP
  • MAAK JE WERK AF
  • PROBEER HET ZELF
  • PRAAT EROVER
In groep 1-2 is het belangrijkste doel dat de kinderen zich veilig voelen in de groep en leren omgaan met andere kinderen en klassenregels.De kinderen blijven in eigen ontwikkelingstempo werken. Door het goed observeren en registreren van de vorderingen kan de leerkracht beoordelen of een leerling rijp is, op cognitief en mentaal gebied, om naar groep 3 kan.
Er wordt bij deze beoordeling rekening gehouden met de:
  • Sociaal/emotionele ontwikkeling;
  • Werkhouding/motivatie;
  • Cognitieve ontwikkeling.
In overleg met teamleden wordt besloten welke leerlingen deze stap kunnen maken. Vanaf dat moment gaan de leerlingen in deze groep door met goed gestructureerde methodes op het gebied van de instrumentele vaardigheden en wereldoriëntatie.Diverse werkvormen worden gehanteerd, aangepast bij het beoogde doel, waarbij we zowel individueel, in groepen, als ook klassikaal werken.
Ons registratiesystemen ParnasSys en Klasseplan maken dat we de ontwikkeling van leerlingen goed kunnen volgen. In gesprekken met de intern begeleider en in de leerlingenbespreking wordt gecontroleerd of we de gestelde doelen met deze leerlingen hebben bereikt.
Voor de overgang naar het voortgezet onderwijs gebruiken we de Friese Plaatsing Wijzer waarin de cito leerlingvolgsysteem toetsen zijn opgenomen, naast ons eigen registratiesysteem. Plus de Cito Eindtoets die het advies VO definitief maakt.
Op de werkvloer werken we met een positief, veranderingsbereid team en zijn we met de volgende aspecten bezig:
  • We gebruiken methodes met differentiatiemogelijkheden;
  • Borgen van het zelfstandig werken;
  • Planning en werken met dag-/weektaak;
  • Adaptief onderwijs;
  • We maken ruimte voor thematisch onderwijs, waarbij regelmatig gezamenlijke onderwerpendoor alle groepen worden uitgewerkt.
  • Sociale en Emotionele ontwikkeling blijven centraal staan. Kwink en Bewegen in de klas (omenergie op te doen tussen de lessen) zijn hierbij steunpunten;
  • Gespreksvormen worden coöperatief en/of in kringactiviteit uitgevoerd;
  • Coöperatieve werkvormen en aspecten van de meervoudige intelligentietheorie worden in degroepen gebruikt om kinderen aan te spreken op hun sterkte betreffende specifieke leerstijl.