Schoolklimaat en veiligheid
Welk anti-pestprogramma wordt binnen uw school gebruikt en hoe zet u dit in de school in?
Veiligheid neemt een belangrijke plek in op onze school.   
Sociale veiligheid  
Wij willen een sociaal veilige school zijn, waar leerlingen, personeel en ouders zich thuis voelen. Daarom willen wij geen ongewenst gedrag, pestgedrag, diefstal, agressie, geweld, discriminatie of (seksuele) intimidatie op onze scholen. Leerlingen moeten zich veilig voelen, zodat ze ook in staat zijn om te leren en zich te ontwikkelen.
Acties op onze scholen die bijdragen aan het verhogen van de sociale veiligheid:
  • De school werkt met het programma School Wide Positive Behavior Support (SWPBS) en werkt tevens aan de weerbaarheid van haar leerlingen met de psycho-fysieke training Rots en Water,
  • We gebruiken daarnaast de methode 'Effectieve conflicthantering' van Willem Menne,
  • Leerlingen actief betrekken bij het maken van school-, groeps- en gedragsregels,
  • Het voeren van kindgesprekken,
  • Het anti-pestprotocol in de groepen 1 t/m 8 bespreken en uitvoeren,
  • Voorlichting en begeleiding organiseren via bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg, schoolmaatschappelijk werk, Bureau Halt,
  • ‘Lik-op-stuk’-beleid voeren: aangifte doen van mishandeling/bedreiging/vernieling,
  • Bij geweld en agressief gedrag de ouders informeren over het gedrag van hun kind en betrekken bij te treffen sanctiemaatregelen; zie ook het protocol ‘Omgaan met ongewenst gedrag’,
  • Het blijven volgen van de ontwikkelingen vanuit de overheid.
Om een veilig klimaat te waarborgen hebben we twee contactpersonen; een anti-pestcoördinator en een vertrouwenspersoon. De contactgegevens volgen. Er is ook een klachtenregeling.  
Naast sociale veiligheid hebben we ook aandacht voor fysieke veiligheid.  
In de Arbowet zijn onder andere eisen gericht op een verantwoorde inrichting van het gebouw, omgang met gevaarlijke stoffen, brandveiligheid en algemene veiligheid.  
Op onze scholen hebben we preventiemedewerkers en bhv-ers (bedrijfshulpverleners). Tot hun taken behoren onder andere:
  • Introductie van schoolafspraken, zodat kinderen, personeel, ouders en bezoekers zich veilig gedragen.
  • Registratie van ongevallen, gebreken en risico’s, zodat er inzicht is waar en hoe ongelukken (kunnen) gebeuren en er gericht maatregelen worden genomen ter voorkoming.
  • Het organiseren van minimaal 1 ontruimingsoefening per jaar.
  • Nieuwe medewerkers op de hoogte brengen van de afspraken rondom bv. ontruimen. 
  • Een goed ontruimingsplan is noodzakelijk voor als er toch iets misgaat. Alle aanwezigen op school moeten weten hoe ze moeten handelen bij brand of een andere calamiteit.  
Onze speeltoestellen voldoen aan de wettelijke regelingen en worden jaarlijks door een extern bedrijf gecontroleerd.   
Op grond van de Arbowet:
  • Hebben we goed opgeleide bedrijfshulpverleners, 
  • Zijn we in het bezit van een goedgekeurde risico-inventarisatie en evaluatie o   leven we de brandveiligheidsvoorschriften na. Dit wordt maandelijks gecontroleerd,
  • Melden we ongevallen met ernstig letsel direct aan de arbeidsinspectie.
In het schoolveiligheidsplan zijn een aantal onderdelen opgenomen zoals het anti-pestprotocol, het protocol omgaan met ongewenst gedrag, het calamiteitenplan, het ontruimingsplan en de risico inventarisatie en evaluatie (RI&E).  
Op onze website vindt u, naast het protocol social media, bovengenoemde documenten.
Pedagogische maatregel, schorsing en verwijdering:
Een ernstig incident kan leiden tot een pedagogische maatregel (het nemen van een passende maatregel in samenspraak met de ouders) met onmiddellijke ingang. Dit betreft een uitzonderlijke pedagogische maatregel van beperkte tijdsduur. De ouders worden in dit geval meteen op de hoogte gesteld. Zowel in het (telefoon)gesprek als ook in de brief aan de ouders wordt aangegeven voor welke beperkte periode de maatregel geldt. Voordat de pedagogische maatregel wordt beëindigd, maken school en ouders goede afspraken om herhaling van het ernstig incident te voorkomen. Correspondentie en verslag met afspraken worden bewaard in het leerlingdossier. 
Schorsing
Vanaf 1 augustus 2014 is met de invoering van passend onderwijs ook de mogelijkheid tot schorsing in de Wet op het primair onderwijs (WPO, artikel 40c) opgenomen. Een schorsing is een besluit van het bevoegd gezag om de leerling, wegens een bepaalde gedraging, tijdelijk niet toe te laten tot de lessen of tot de school. De leerling wordt in een aparte ruimte gezet en gaat daar werken aan zijn schoolwerk of krijgt schoolwerk mee naar huis.  In artikel 40c van de WPO zijn de volgende punten opgenomen:
Het bevoegd gezag kan met opgave van redenen een leerling voor een periode van ten hoogste één week (maximaal 5 dagen achtereen) schorsen. Het besluit tot schorsing wordt schriftelijk aan de ouders bekend gemaakt. Het bevoegd gezag stelt de inspectie van een schorsing voor een periode langer dan één dag schriftelijk en met opgave van redenen in kennis hiervan via het Internet Schooldossier (ISD), formulier ‘schorsingen en verwijderingen’. Ouders kunnen bezwaar maken tegen de schorsing door middel van het indienen van een klacht (klachtenregeling.) Ouders kunnen ook naar de civiele rechter stappen. 
Verwijdering
In artikel 40 lid 11 van de WPO zijn de volgende punten opgenomen:
  • Voordat wordt besloten tot verwijdering hoort het bevoegd gezag de betrokken leerkracht.
  • Definitieve verwijdering van een leerling vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorg gedragen dat een andere school bereid is de leerling toe te laten.
  • Onder ‘andere school’ kan ook worden verstaan een school voor speciaal onderwijs, speciaal voortgezet onderwijs, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs. Binnen 6 weken na de schriftelijke mededeling, kunnen de ouders bij het bevoegd gezag schriftelijk hun bezwaren kenbaar maken tegen de beslissing. Het bevoegd gezag beslist binnen 4 weken na ontvangst van de bezwaren. Alvorens te beslissen hoort het bevoegd gezag de ouders. 
Voor meer informatie ga naar https://www.innovo.nl/schorsing-en-verwijdering.html
Met ingang van 1 augustus 2014 biedt de Wet op de expertisecentra scholen voor voortgezet speciaal onderwijs de mogelijkheid leerlingen te schorsen.  
Schorsen in aanloop naar verwijdering
Ook wanneer de school het voornemen heeft een leerling te verwijderen, mag de daar eventueel aan voorafgaande schorsing maximaal een week duren. De resterende tijd dient de school de leerling binnen de school onderwijs aan te bieden. Een schorsing is een besluit van het bevoegd gezag om de leerling, wegens een bepaalde gedraging, tijdelijk niet toe te laten tot de lessen of tot de school. De leerling wordt in een aparte ruimte gezet en gaat daar werken aan zijn schoolwerk of krijgt schoolwerk mee naar huis.  
In artikel  40a van de WEC zijn de volgende punten opgenomen:
  • Het bevoegd gezag kan met opgave van redenen een leerling voor een periode van ten hoogste één week schorsen.
  • Het besluit tot schorsing wordt schriftelijk aan de ouders dan wel, indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, aan de leerling bekend gemaakt.
  • Het bevoegd gezag stelt de inspectie van een schorsing voor een periode langer dan één dag schriftelijk en met opgave van redenen in kennis  via het Internet Schooldossier  (ISD), formulier ‘schorsingen en verwijderingen’. Ouders kunnen  bezwaar maken tegen de schorsing door middel van het indienen van een klacht (klachtenregeling.) Ouders kunnen ook naar de civiele rechter stappen. 
Verwijdering
Een verwijdering is een besluit van het bevoegd gezag om de leerling, wegens een bepaalde gedraging, niet meer toe te laten tot de lessen en tot de school. Het bevoegd gezag zal een andere school /instelling moeten vinden die bereid is de leerling toe te laten. Tot die tijd is de school verantwoordelijk voor het bieden van onderwijs.  In artikel  40 lid 18 van de WEC zijn de volgende punten opgenomen:
  • Voordat wordt besloten tot verwijdering hoort het bevoegd gezag de betrokken leraar/leraren.
  • Definitieve verwijdering van een leerling waarop de Leerplichtwet 1969 van toepassing is, vindt niet plaats dan nadat het bevoegd gezag ervoor heeft zorggedragen dat een van hieronder genoemde scholenbereid is de leerling toe te laten:
  • Basisschool,
  • Een speciale school voor basisonderwijs,
  • Een school voor speciaal onderwijs,
  • Een school voor speciaal en voorgezet speciaal onderwijs,
  • Een school voor voortgezet speciaal onderwijs,
  • Een instelling,
  • Voortgezet onderwijs dan wel;
  • Een instelling als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Leerplichtwet 1969.
Binnen 6 weken na de schriftelijke mededeling, kunnen ouders bij het bevoegd gezag schriftelijk hun bezwaren kenbaar maken tegen de beslissing. Het bevoegd gezag beslist binnen 4 weken na ontvangst van de bezwaren. Alvorens te beslissen hoort het bevoegd gezag de ouders. Het bevoegd gezag beslist niet eerder op de bezwaren dan:
  • Na overleg met de inspecteur en desgewenst met andere deskundigen,
  • Nadat de ouders kennis hebben kunnen nemen van de op de beslissing betrekking hebbende adviezen of rapporten, en
  • De ouders opnieuw zijn gehoord. 
Voor meer informatie ga naar https://www.innovo.nl/schorsing-en-verwijdering.html
Het omgaan met ongewenst of agressief gedrag behoort tot de verantwoordelijkheid van de directie. Het gedrag van de ouders kan een reactie zijn op de aanpak van het gedrag van hun kind, omdat de vertrouwensrelatie tussen ouder en school is verstoord, omdat de ouders niet akkoord gaan met een maatregel van de school of als reactie op het gedrag van andere kinderen naar hun eigen kind. In het omgaan met ernstig ongewenst of agressief gedrag van ouders is het noodzakelijk om de grenzen van wat acceptabel is duidelijk te trekken.
Voorbeelden van duidelijk ongewenst gedrag:
  • Handtastelijkheden jegens leerlingen en leerkrachten;
  • Dreigen met fysiek geweld;
  • Verbaal geweld; 
  • Ongepast aanspreken van andere kinderen waarbij de relatie “groot tegenover klein” is ingezet;
  • Schelden/ vloeken;
  • Ongepast aanspreken van leerkrachten in het bijzijn van andere ouders of leerlingen en waar een bijzonder negatieve gesprekslading is.
Is deze grens overschreden, dan kan (binnen de kader van het vastgestelde beleid ten aanzien van de schorsing en verwijdering van leerlingen) worden besloten tot:
  • Het geven van een waarschuwing aan de ouders – leerlingen;
  • Het schorsen van de leerling;
  • De ouders verzoeken een andere school voor hun kind te zoeken;
  • De ouders een “schoolverbod” te geven;
  • De leerling te verwijderen. Een schoolverbod houdt in dat de ouders niet zonder toestemming van de directie op het terrein van de school komen.
Noodzakelijk bij het handhaven van gedragsregels is: Een goede registratie van de voorvallen;
  • De rijksinspectie informeren;
  • Zo nodigde wijkagent informeren;
  • Zo nodigmelding te doen bij de leerplichtambtenaar.
Bij ernstig ongewenst gedrag van leerlingen en of ouders, is het van groot belang om te registreren wat er is gebeurd, welke afspraken zijn gemaakt en welke besluiten zijn genomen. De rapportage wordt opgeslagen in het leerlingendossier. Ouders hebben het recht van inzage in het leerlingen dossier van hun kind.  
Uitschrijven van leerlingen  
Ouders nemen bij tussentijdse uitschrijving contact op met de groepsleerkracht van het kind of directie van school. Relevante informatie wordt uitgewisseld. Het gaat dan om:
  • Reden van uitschrijving;
  • Datum van uitschrijving;
  • School waar de leerling naartoe gaat.
Bij uitstroom naar VO of BSO/SO hoeven ouders niet persoonlijk contact op te nemen. De uitschrijving en reden is dan bij ons bekend.
Op welke manier monitort de school de sociale en fysieke veiligheid op school?
De school monitort de sociale en fysieke veiligheid met een vragenlijst afgenomen door/via: Enquetetool van Vensters

Toelichting van de school
Ook nemen we, zoals vermeld staat bij onze visie en missie, de digitale vragenlijsten van SCOL af en voeren we kindgesprekken. Daarnaast maken we gebruik van de gegevens van het tevredenheidsonderzoek dat Innovo-breed elke 2 jaar wordt uitgevoerd. Daarin onderzoeken we ook de veiligheidsbeleving van leerlingen (en medewerkers en ouders).
SCOL-vragenlijst wordt 2 keer per jaar ingevuld en brengt het sociaal-emotioneel functioneren van de leerlingen in kaart. Vanaf groep 6 is er een aparte leerlingslijst en zijn er enkele aanvullende vragenlijsten beschikbaar. De lijsten bevatten vragen rondom de domeinen sociaal gedrag, welbevinden, zelfbeeld, werkhouding en leeromgeving. Elk domein bestaat weer uit verschillende categorieën.
De kindgesprekken vinden vanaf groep 5 twee keer per jaar plaats en zijn een vast onderdeel in de jaarplanning voorafgaand aan de rapportgesprekken. 
Voor meer informatie, zie onze website en https://www.innovo.nl/sociale-veiligheid-op-school.html
Heeft de school een anti-pestcoördinator en/of vertrouwenspersoon?
Anti-pestcoördinator
Vertrouwenspersoon
Geen
Mevr. Willems (marianna.willems@innovo.nl)
In het kader van effectieve conflicthantering is er wel een conflictbegeleider aanwezig op de school mevr. Marianna Willems
 
Welke documenten heeft de school op het gebied van schoolklimaat en veiligheid?
Welke informatie heeft de school nog meer beschikbaar gesteld?