Tussentijdse resultaten
Wat zijn de tussentijdse resultaten van de school?
Om na te gaan welke ontwikkeling leerlingen doormaken, neemt elke school regelmatig tussentijdse toetsen af. Naast de methodegebonden toetsen zijn er ook toetsen die onafhankelijk de kennis en vaardigheid van leerlingen in een betreffende vak in kaart brengen.
Welke plaats hebben de tussenresultaten in het onderwijsproces en hoe worden deze gerealiseerd?
Wij volgen de ontwikkeling van de leerlingen nauwgezet en houden de gegevens van resultaten bij in ons leerlingvolgsysteem (ParnasSys). De leerlingen worden regelmatig getoetst met methodegebonden toetsen. Daarnaast gebruiken we halfjaarlijks op het gebied van bijvoorbeeld rekenen/wiskunde, technisch en begrijpend lezen en spelling, landelijk genormeerde toetsen. Op basis van de gegevens uit de toetsen worden de planning van het onderwijs in de groep (het leerstofaanbod en de aanpak van de groepen, kleine groepjes of individuele leerlingen) op- of bijgesteld. Zie meer informatie over hoe de school omgaat met de privacy/persoonsgegevens van uw kind in hoofdstuk 4, onder privacy.
Tussentijdse resultaten
Om een goed beeld te krijgen van de tussentijdse resultaten op de verschillende vakgebieden, zoals taal, rekenen/wiskunde en lezen, worden in alle leerjaren genormeerde methodeonafhankelijke toetsen (van het CITO volgsysteem primair onderwijs) afgenomen. We gebruiken deze gegevens om het vervolgaanbod en de vervolgaanpak te bepalen op kind-, groeps- en schoolniveau. Hieronder staat een overzicht van de resultaten van een deel van deze toetsen. Het zijn de volgende toetsen die informatie geven op belangrijke momenten in de schoolloopbaan van de leerlingen:
- in de groepen drie en vier dienen de leerlingen op een zodanig niveau technisch te leren lezen dat zij met succes kunnen meedoen aan alle andere onderdelen van het onderwijs;
- in groep 4 staan de basisvaardigheden in het rekenonderwijs centraal;
- in groep 6 wordt de overstap gemaakt naar complexere, wiskundige vraagstukken;
- verder moet in groep 6 het niveau van begrijpend lezen voldoende hoog zijn met het oog op het onderwijs in de zaakvakken.
We besteden structureel aandacht aan de verschillen in onderwijsbehoefte. Dit doen we door de lesstof op drie verschillende manieren aan te bieden (minimum, basis en een plus programma). De doelen zijn voor alle kinderen gelijk. De instructie en de begeleiding verschilt echter per niveau. Hiervoor maken we groepsplannen waarbij we plannen hoe we een rijk aanbod doen van lessen met verschillende verwerkingsniveaus en een goed beredeneerd aanbod. Gegevens uit analyses en opbrengsten (methodetoetsen, observaties en CITO-toetsen) gebruiken we voor het indelen van kinderen tijdens lesactiviteiten en het gerichter aanbieden van dag- en weektaken. Voor de cognitieve vakken passen wij het directe instructiemodel toe.
Cyclus Handelings Gericht Werken (HGW)
1. De leerkracht signaleert de onderwijsbehoefte van de groep en van de individuele leerlingen (gedrag, cognitief, tempo).
2. De leerkracht stemt het onderwijsaanbod en aanpak planmatig hierop af. De leerkracht neemt dit op in de week(dag)planning. De leerkracht deelt de leerlingen in op één van de drie niveaugroepen (minimum, basis of plus).
3. De leerkracht evalueert de acties op de afgesproken evaluatiedata en trekt conclusies over vervolg van aanbod en aanpak.
4. Bespreking van de effectiviteit van het onderwijsaanbod, de aanpak en de gestelde doelen door de leerkracht tijdens groeps- en leerlingbespreking met de IB’er.
Indien ondernomen acties niet hebben geleid tot het gewenste resultaat wordt in overleg met de interne begeleider het vervolgtraject bepaald. Voor individuele leerlingen wordt een handelingsplan opgesteld, indien nodig een consultatiegesprek of een extern onderzoek aangevraagd. Voor leerlingen die onvoldoende groei laten zien met onze manier van werken en een leerachterstand van meer dan zes maanden hebben, stellen wij een ontwikkelingsperspectief (OPP) met een individueel aangepast uitstroomprofiel op.
De toetskalender geeft een overzicht van de toetsen die gedurende het jaar worden afgenomen. De school gebruikt verschillende middelen om de resultaten en de voortgang van leerlingen in kaart te brengen:
- Observatieformulieren en signaleringslijsten.
- Methodegebonden toetsen en niet-methodegebonden toetsen.
- Toetsen Leerlingvolgsysteem (CITO).
- IEP eindtoets.
- Uitstroomcijfers naar het voorgezet onderwijs en speciaal (basis)onderwijs.