Eliëzerschool, school voor speciaal basisonderwijs

Hasselterdijk 33 8043 PD Zwolle

  • Leren van de mier
  • Schoolfoto van Eliëzerschool, school voor speciaal basisonderwijs
  • Schoolfoto van Eliëzerschool, school voor speciaal basisonderwijs
  • Schoolfoto van Eliëzerschool, school voor speciaal basisonderwijs
  • Schoolfoto van Eliëzerschool, school voor speciaal basisonderwijs

Het team

Alle personeelsleden van de school vormen samen het team. Zowel de leerkrachten voor de klas, als het niet onderwijzend personeel. Vaak zijn er op een school specialisten aanwezig die extra ondersteuning bieden aan leerlingen die dit nodig hebben. Elke school kent daarin een eigen aanpak. Hoe het team is samengesteld en hoe de school bijvoorbeeld vervanging regelt? Dat kan alleen de school je vertellen.

Vakleerkrachten op deze school

Hoe wordt vervanging geregeld?

Er is een invalpool van waaruit we putten in het geval er vervanging nodig is.

Directie van de school

Medewerkers op deze school (instellingsniveau)

Hoe is de verdeling mannen en vrouwen?

Bron

Wat is de leeftijd van de teamleden?

Bron

Hoe zijn de teamleden verdeeld over de verschillende functiegroepen?

Bron

Hoe zijn de leerlingen gegroepeerd?

Toelichting van de school

Wij zijn (sinds 2005) gecertificeerd als BAS-school (Bouwen aan een Adaptieve School). Dat houdt in dat er in alle groepen zo veel mogelijk zaken min of meer op dezelfde manier worden georganiseerd (of er zit een opbouw in van de lagere naar de hogere groepen). Dit biedt duidelijkheid en veiligheid; een noodzakelijke basis om te kunnen leren. Het BAS–concept is zo opgebouwd dat we de invulling van het onderwijs jaarlijks tegen het licht houden. We stellen ons dan de vragen: doen we de goede dingen met en voor onze leerlingen? Doen we die dingen ook goed? Het BAS – concept bestaat uit de volgende onderdelen: structuur, interactie (communicatie), zelfstandige leerhouding, instructie (uitleg van leerstof) en samenwerken van leerlingen. Hieronder vindt u een toelichting wat dit betekent voor het werken met de kinderen in de klas.  

Structuur

Bij structuur gaat het om orde, overzicht en duidelijkheid. Dit is te zien aan de inrichting van de school, de lokalen en het plein. De inrichting sluit aan bij de belevingswereld van het kind. Ook houden we er bij de inrichting rekening mee dat er individueel, in groepen en in een kring gewerkt kan worden. Het onderwerp structuur hebben we ook uitgewerkt voor het gedrag van de leerkracht in de groep. Het is belangrijk dat de leerkracht voorspelbaar is in zijn/haar gedrag. Ook brengen we structuur aan in het aanbod van de leerstof. Leerkrachten plannen van tevoren in (voor een week, meerdere weken of een heel jaar) welke leerstof ze wanneer aan de (verschillende groepjes) leerlingen aanbieden.  

Interactie/communicatie

Een ander belangrijk aspect van ons onderwijs is de omgang met onze leerlingen. We proberen duidelijk te zijn in onze communicatie en af te stemmen op de communicatie van de leerlingen (auti-communicatie). We proberen de tijd te nemen voor de leerlingen, ons in hun gedachten te verplaatsen, hen te ondersteunen in wat zij moeilijk vinden door positieve feedback te geven (‘dat heb je goed gedaan’) en te laten merken dat we hoge verwachtingen van hen hebben (‘dat lukt jou wel’). Ook werken we aan een reëel positief zelfbeeld bij de leerlingen.  

Zelfstandige leerhouding

Het bevorderen van de zelfstandige leerhouding van kinderen is verwerkt in onze leef-, school-, plein- en klassenregels. De hoofdregel van de school, ‘God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf’, hebben we in beeld laten brengen in een schilderij. Dit hangt voorin in de school. De leefregels zijn ‘regels voor het leven’. Het draagt bij aan de vorming van de leerlingen met als doel om later een plaats in de maatschappij in te nemen. De leefregels zijn daarom niet aan de schoolcontext gebonden, maar ‘altijd en overal’ van toepassing. De school-, plein- en klassenregels zijn uiteraard wel afgestemd op het schoolleven. Het is belangrijk voor het zelfstandig werken in de klas dat bepaalde regels routine worden voor de kinderen. Een regel wordt dan iets vanzelfsprekends. Daarnaast stelt elke groep met elkaar aan het begin van het schooljaar een aantal groepsregels op.

Zelfstandig leren heeft ook alles te maken met het zelf kiezen, plannen, etc. van taken die het kind gaat doen. Dit komt bijvoorbeeld terug bij het vak rekenen en bij het werken in hoeken. Onze ervaring is dat het zelf maken van keuzes voor de meeste kinderen motiverend werkt. Het werken in hoeken gebeurt in de onderbouw een aantal keren per week en in de bovenbouw één keer per week. In de hoeken proberen we opdrachten en materialen aan te bieden die de leerlingen uitdagen om zelf dingen te ontdekken.  

Instructie

De manier waarop de leerkracht de leerstof uitlegt en nieuwe leerstof aanbiedt, is erg belangrijk. Bij het aanbieden van (nieuwe) leerstof proberen we zo veel mogelijk te werken volgens het model van ‘directe instructie’. Dit houdt in dat er een terugblik plaatsvindt op de vorige les, het doel van de les wordt aangegeven, de nieuwe leerstof aangeboden en begeleid geoefend wordt. Hierbij kan eenvoudig vastgesteld worden of de leerstof begrepen is. Daarna oefenen de kinderen zelfstandig verder. Eventueel krijgen andere kinderen nog verder instructie aan de instructietafel.  

Leren samenwerken

In ons onderwijsaanbod komt ook het leren samenwerken naar voren. De reden hiervoor is onder andere dat de huidige maatschappij vraagt om mensen die kunnen samenwerken en samen problemen oplossen. Daarnaast is er het pedagogische aspect van samenwerken: iets dat je alleen moet doen, is veel bedreigender dan iets dat je samen kunt doen. Om te kunnen leren samenwerken, moeten de kinderen als groep elkaar ook kennen en respecteren. Ze moeten bereid zijn naar elkaar te luisteren en elkaar te helpen. Dat is één van de redenen waarom we aandacht besteden aan groepsvorming. Dit doen we in de eerste drie weken van elk nieuw cursusjaar. We kennen verschillende manieren van samenwerken. Op school gebruiken we bijvoorbeeld het zogenaamde ‘tandemleren’ (in tweetallen) en het leren in tafelgroepen (meestal met vier leerlingen).   

Ontwikkelingsgericht onderwijs

Binnen de kleutergroepen worden kinderen opgevangen met een vertraagde of een verstoorde ontwikkeling. Ook kinderen met gedragsproblemen worden binnen deze groep opgevangen. Door middel van observeren wordt de ontwikkeling van het kind gevolgd en vastgelegd aan de hand van een observatiemodel. Hierbij gebruiken we het Ontwikkelingsvolgmodel (OVM) van Dick Memelink. In de kleutergroepen van onze school kiezen we voor ‘ontwikkelingsgericht onderwijs’. In het onderwijs sluiten we aan bij de individuele ontwikkeling die elk kind doormaakt en bij de belevingswereld van het kind. De activiteiten van de groep richten zich op de totale ontwikkeling van het kind. Er wordt gewerkt aan de hand van thema’s. Onderwerpen die aan de orde komen, zijn bijvoorbeeld: wie ben ik, ons huis, de straat waarin we wonen, bruiloft, geboorte, dierentuin, etc. Binnen deze thema’s proberen we de volgende ontwikkelingsgebieden te stimuleren: sociaal-emotionele ontwikkeling, speel- en werkgedrag, (senso-)motorische ontwikkeling, zintuiglijke ontwikkeling, spraak- en taalontwikkeling, symboolherkenning en wereldverkenning. Omdat we merken dat er de laatste jaren steeds meer jonge kleuters instromen met een taal-spraakontwikkelingsproblematiek, zijn we ons als team aan het specialiseren in kennis en vaardigheden die nodig zijn voor deze doelgroep. Zo zoeken we bijvoorbeeld de aansluiting bij deze leerlingen door het inzetten van ondersteunende gebaren. Op grond van kennis en ervaring is er een doordacht, aan de normen voldoend en op de doelgroep afgestemd onderwijsaanbod.     

Programmagericht onderwijs

In groep 3 t/m 8 laten we het onderwijs zoveel mogelijk aansluiten bij de mogelijkheden van het kind. Dit gebeurt op de kennisgebieden lezen, schrijven, taal, rekenen, wereldoriënterende vakken, expressievakken, bewegingsonderwijs, sociaal-emotionele ontwikkeling, burgerschapsvorming en ICT. De leerkrachten differentiëren tijdens de instructiemomenten en komen daardoor tegemoet aan de individuele onderwijsbehoeften van de leerlingen. Het rekenonderwijs vindt groepsdoorbrekend plaats in niveaugroepen. Dat betekent dat de leerling bij rekenen een andere leerkracht kan hebben dan de groepsleerkracht. Vakken als aardrijkskunde en geschiedenis worden klassikaal gegeven. Bij de verwerking en het geven van huiswerk kan rekening gehouden worden met de verschillen in de groep en het niveau van de leerling.

Klasindeling

  • Leerstofjaarklassen
  • Combinatiegroepen
  • Groepsdoorbrekende niveaugroepen

Hoe wordt de tijd op school besteed?

Leerjaar 1 en 2

Toelichting van de school

Zie hiervoor het document lesrooster groep 1,2

Leerjaar 3 t/m 8

Toelichting van de school

Dit hebben we als school beschreven in ons Kwaliteitshandboek in het document Leergebieden en Leertijd.

Extra mogelijkheden op deze school

Ondersteuning van de leerlingen

Samenvatting ondersteuningsprofiel

Onze school heeft een ondersteuningsprofiel opgesteld. Dit profiel geeft weer waarin onze school zich onderscheidt van andere scholen. Ons team heeft uitgesproken binnen de groepssituatie een passend ondersteuningsarrangement te kunnen bieden aan kinderen met een IQ tussen 55 en 90 (afhankelijk van bijkomende problematiek) èn waarbij de basisschool handelingsverlegenheid ervaart, zonder dat de leerlingen voldoen aan de criteria voor een verklaring van toelaatbaarheid cluster-3 (ZML) of cluster-4. Ook kinderen waarbij sprake is van leerproblemen, dyslexie, PDD-NOS, concentratieproblemen, ADHD en astmatische aandoeningen, behoren tot de doelgroep die we onderwijs willen bieden.  

Onze school levert basisondersteuning en daarnaast extra ondersteuning. Wij kunnen leerlingen die dat nodig hebben de volgende extra ondersteuning geven:

- Logopedie 

- Begeleiding van een leerling die belemmerd wordt in zijn sociaal emotionele ontwikkeling door interne factoren. Specialist: SMW’er

- Begeleiding van een leerling die belemmerd wordt in zijn sociaal emotionele ontwikkeling door externe factoren. Specialist: SMW’er

- Het begeleiden van ouders bij kindgebonden problematiek. Specialist: SMW’er

Voor leerlingen die een arrangement hebben van het samenwerkingsverband kan specifieke ondersteuning worden ingezet zoals:

- Pré-teaching Sova 

- Individuele begeleiding bij rekenen of spelling

- Overzicht en grip voor de leerling op zijn klassenomgeving

- De voorbereiding op de overgang van het SBO naar het VO

- Motorische ondersteuning van een leerling- Ontwikkeling van het zelfbewustzijn / het zelfbeeld / de identiteit- Acceptatie van een beperking of stoornis

- Begeleiding van het halen van een type-diploma

- Samenspel en winnen en verliezen

- Omgang met groepsgenoten en samenspel op het plein

- Communicatie 1: basis gespreksvaardigheden

- Ontwikkeling van het zelfbeeld m.b.v. ‘Mijn plakboek’

- Praktisch aan de slag: insteek op sterke kanten of interessegebieden van de leerling

- Zelfverzorging

- Herkennen van en omgaan met emoties bij jezelf en de ander

De zorg voor de leerlingen is op onze school als volgt geregeld:


Het volgen van de ontwikkeling van uw kind door middel van het Ontwikkelingsperspectief

Bij de start van elke leerling op onze school wordt een Ontwikkelingsperspectief opgesteld. Op grond van intelligentiegegevens en leerresultaten (indien van toepassing) wordt vastgesteld hoe we verwachten dat de leerling zich qua leerresultaten zal ontwikkelen. Daarbij wordt, zo mogelijk, een verwachting uitgesproken richting het vervolgonderwijs. Na elk toetsmoment wordt geëvalueerd of de leerling zich volgens het gestelde perspectief ontwikkelt. Blijft de ontwikkeling achter bij het gestelde perspectief, dan wordt nagegaan welke extra hulp de leerling nodig heeft. Als blijkt dat de leerling zich sneller ontwikkelt, dan wordt het perspectief bijgesteld. Vanaf groep 6 worden de ontwikkeling en het ontwikkelingsperspectief op de contactavond met de ouders besproken.  

Leerlingvolgsysteem

Om de leerlingen in hun ontwikkeling te volgen, wordt gebruik gemaakt van een tweetal systemen. Om de leerresultaten te volgen, maken we (naast de toetsen die bij de methodes horen) gebruik van de CITO-toetsen, die worden verwerkt in ParnasSys, het zogenaamde didactische leerlingvolgsysteem. Deze toetsen meten de vorderingen met betrekking tot technisch en begrijpend lezen, spelling en rekenen. De meeste toetsen worden twee keer per jaar afgenomen. Hierdoor kunnen de vorderingen van de leerlingen objectiever gemeten worden en is er een vergelijking mogelijk met eerder behaalde resultaten. Ook wordt het ‘Protocol Leesproblemen en Dyslexie voor het Speciaal Basisonderwijs’ gebruikt om de leesontwikkeling structureel te volgen. De op deze wijze verkregen gegevens over de vorderingen geven weer aanwijzingen voor verder handelen in (of buiten) de klas. Ook kan door middel van dit leerlingvolgsysteem een vergelijking gemaakt worden met de basisschool.

Bij de Jonge Risico Kinderen (JRK; groep 1 en 2) maken we ook gebruik van het Ontwikkelings Volg Model van Dick Memelink.

Om de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen te kunnen volgen, zetten we het pedagogisch leerlingvolgsysteem ZIEN! in. De op deze wijze verkregen gegevens kunnen aanleiding zijn tot verdere begeleiding. Verder volgen we de ontwikkeling door observaties van de intern begeleider en de leerkracht.  

Leerlingdossier

Van elk kind is een digitaal leerlingdossier aanwezig (ParnasSys). In dit dossier zijn de gegevens opgenomen die verstrekt zijn bij de aanmelding van de leerling. Verder worden er verslagen in opgenomen van externe instanties, bijvoorbeeld een onderzoeksverslag van de orthopedagoge, de schoolarts of een audiologisch centrum. Verder worden in ParnasSys toetsgegevens, handelingsplannen, notities naar aanleiding van oudercontacten, etc. bijgehouden. Ouders van het kind hebben recht op inzage in het dossier.  

Klassenniveau

In de groep is de leerkracht verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken en daarmee ook voor de zorg die dagelijks geboden moet worden. In deze zorg wordt de leerkracht op bepaalde momenten ondersteund door de onderwijsassistent. De contacten met de ouders lopen in principe altijd via de leerkracht. Zorgvragen m.b.t. leerlingen op individueel niveau en op groepsniveau worden door de leerkracht besproken met de intern begeleider tijdens de groepsbesprekingen. De intern begeleider geeft advies aan de leerkracht of verwijst door naar het School Ondersteunings Team. Aan de hand van de toetsen van het leerlingvolgsysteem, de toetsen bij de methode en observaties bepaalt de leerkracht welke leerstof aangeboden wordt, of er extra hulp nodig is, of er extra instructie gegeven moet worden, etc. Na het afnemen van de CITO’s gaat het vooral om het opnieuw vast stellen van de niveaugroepjes.  

Groepsplannen

In de groep wordt voor de hoofdvakken (lezen, spelling, rekenen) gewerkt met groepsplannen per niveaugroepje. Leerlingen die op hetzelfde niveau werken, krijgen in kleine groepen instructie. Ook wordt er gewerkt aan het vergroten van de zelfstandigheid van de leerlingen. Tijdens de evaluatie van groepsplannen wordt besproken waarom een leerling wel of niet een doel behaald heeft. Er kunnen op dat moment andere middelen of materialen ingezet worden. Het kan zijn dat het doel niet haalbaar is of pas op langere termijn haalbaar is. 

Groepsbesprekingen

De resultaten van de toetsen en vanuit het pedagogisch leerlingvolgsysteem worden door de leerkracht doorgesproken met de intern begeleider. In deze besprekingen worden afspraken gemaakt over verder handelen door de leerkracht, maar ook wordt gekeken of leerlingen verder onderzoek of hulp buiten de klas nodig hebben. Naast deze besprekingen zijn er nog andere vaste momenten gepland voor overleg tussen de leerkracht en de intern begeleider over de totale ontwikkeling van de kinderen. Het kan zijn dat de leerkracht en de intern begeleider samen op zoek gaan naar de oorzaak en de aanpak van problemen bij een leerling. Deze problemen kunnen betrekking hebben op het leren en de werkhouding, maar ook op sociaal-emotioneel gebied. Bij complexe hulpvragen wordt het School Ondersteunings Team ingeschakeld.  

Werkwijze van het School Ondersteunings Team 

Op onze school hebben de volgende personen zitting in het School-Ondersteuningsteam:- het eindverantwoordelijke managementlid (voorzitter); bewaakt procedures en afspraken.

- de intern begeleider; voert acties met betrekking tot de leerlingenzorg uit.

- een orthopedagoog; doet onderzoeken en begeleidt collega’s.

- de schoolmaatschappelijk werkster; heeft contact met externe partners (CJG, VT, leerplichtambtenaar, etc.) en legt huisbezoeken af.

- de schoolarts; is (op afroep) beschikbaar en doet, indien gewenst, medisch onderzoek.  

Het ondersteuningsteam vergadert zes keer per jaar. Indien nodig kan het tussentijds ingezet worden. Iedere nieuwe leerling wordt besproken door het ondersteuningsteam. Het ondersteuningsteam volgt leerlingen die buiten de zorg op groepsniveau vallen. Wanneer ondersteuningsvragen van ouders, leerlingen of leerkrachten de zorg van de groep te boven gaan, worden deze besproken door het ondersteuningsteam.   

Besprekingen met de ouders

In de vijfde of zesde schoolweek wordt met iedere ouder een startgesprek gepland. Dit gesprek duurt een half uur en heeft als doel het informeren en bespreken van de wederzijdse verwachtingen. Voorafgaand aan het gesprek ontvangen de ouders een agenda met gesprekspunten. Daarnaast worden de ouders twee maal per schooljaar uitgenodigd voor de contactavond naar aanleiding van de resultaten van hun kind. Dit gebeurt deels naar aanleiding van het rapport en deels naar aanleiding van de toetsen die zijn gemaakt. Tijdens dit gesprek kan de leerkracht aan de hand van verschillende toetsgegevens per vakgebied preciezer de vorderingen van het kind aangeven. Voor elke ouder wordt vijftien minuten spreektijd gereserveerd. Daarnaast wordt in het voor- of najaar gelegenheid gegeven tot telefonisch oudercontact. Voor wat betreft het ouderbezoek kijken school en ouders wat wenselijk is en wordt dat afgestemd in het startgesprek. De leerkracht van uw kind geeft in de contactbrief van de groep aan het begin van het jaar aan wat u voor dat jaar kunt verwachten. Mochten er bijzondere omstandigheden zijn, dan neemt de leerkracht contact op voor overleg en kunnen er nadere afspraken gemaakt worden over de contacten tussen school en ouders.  

De doorstroom van leerlingen binnen het SBO

Bij plaatsing van een (nieuwe) leerling in een groep wordt rekening gehouden met de schoolloopbaan van het kind, de leeftijd, de mogelijkheden, de ontwikkeling en het sociaal-emotioneel functioneren. Op het eindrapport wordt aangegeven bij welke leerkracht het kind het volgende schooljaar in de klas komt.  Vaste instroommomenten zijn na de zomervakantie en na de kerstvakantie. Incidenteel stromen leerlingen op een ander moment in.  

Welke specialisten ondersteunen op deze school?

Kwaliteitszorg en schoolplan

Download het schoolplan

Aanbod voor het jonge kind

Het is mogelijk dat de school extra aanbod organiseert voor het jonge kind. Die extra aandacht is bijvoorbeeld beschikbaar in samenwerking met de peuterspeelzaal, het kinderdagverblijf of in de groepen 1 en 2 van de basisschool. Het doel is om te zorgen voor een goede start op de basisschool.

Terug naar boven