RK Basisschool Mariadonk

Hoefstraat 13 4735 TA Zegge

  • Schoolfoto van RK Basisschool Mariadonk
  • Schoolfoto van RK Basisschool Mariadonk
  • Schoolfoto van RK Basisschool Mariadonk
  • Schoolfoto van RK Basisschool Mariadonk

Het team

Toelichting van de school

Bij ons op school zijn 3 fulltime en 6 parttime leerkrachten, 3 onderwijsassistenten, een intern begeleider en een directeur werkzaam. Naast lesgevende taken hebben sommige leerkrachten ook coördinerende taken. Op onze school werkt een medewerker voor algemene, conciërge gerelateerde werkzaamheden. Naast het onderwijskundig personeel, werken bij ons ook drie collega’s die zorgen voor de schoonmaak van het gebouw.

Vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) zijn in schooljaar 2021-2022 op Mariadonk voor 3 dagen per week twee vakleerkrachten bewegingsonderwijs aanwezig. Zij worden ingehuurd bij ‘Het Beweegburo’.

Alle groepen (1 t/m 8) krijgen van een van de vakleerkrachten 1x per week gym in de gymzaal/speelzaal. Daarnaast gaat de vakleerkracht ook het buitenspelen in de pauzes begeleiden en zorgen voor sport- en spelactiviteiten tijdens de pauzes. De vakleerkracht zal zich ook bezig gaan houden met motorische screening en begeleiding van het jonge kind en bijvoorbeeld de sportdag (mede) gaan organiseren.

Iedere groep heeft schooljaar 2021-2022 vanuit de cultuurgelden een project van meerdere weken door een vakleerkracht muziek.

Iedere groep heeft schooljaar 2021-2022 vanuit de cultuurgelden een project van meerdere weken door een vakleerkracht drama/theater.

Leerkracht maakt het verschil

Kwaliteitsverbetering kan niet zonder gemotiveerd, goed en gekwalificeerd onderwijspersoneel. Uit onderzoek is gebleken dat de resultaten van kinderen voor een groot deel bepaald worden door de leerkracht. Om deze reden wordt dan ook vaak gezegd dat de leerkracht het verschil maakt. Belangrijk hierbij zijn de verwachtingen die de leerkracht heeft van zijn of haar kinderen. Hoe hoger de verwachtingen, hoe hoger de prestaties zullen zijn. We noemen dit ook wel het Pygmalion effect. Andersom werkt het ook zo: hoe lager de verwachtingen, des te lager de prestaties zullen zijn. Naast hoge verwachtingen aan kinderen stellen we op Mariadonk ook hoge verwachtingen aan onszelf.

Vakleerkrachten op deze school

Hoe wordt vervanging geregeld?

Bij ons op school zijn 3 fulltime en 6 parttime leerkrachten, 3 onderwijsassistenten, een intern begeleider en een directeur werkzaam. Naast lesgevende taken hebben sommige leerkrachten ook coördinerende taken. Op onze school werkt een medewerker voor algemene, conciërge gerelateerde werkzaamheden. Naast het onderwijskundig personeel, werken bij ons ook drie collega’s die zorgen voor de schoonmaak van het gebouw.

Mocht een leerkracht ziek worden, langere tijd niet inzetbaar zijn en/of vanwege CAO gronden recht hebben op verlof, dan organiseren we vervanging.

De Borgesiusstichting heeft een protocol geen vervanging beschikbaar wat te raadplegen is op de website www.borgesiusstichting.nl .

De school kent ook een eigen protocol ‘geen vervanging beschikbaar’. De intentie is dat leerlingen niet naar huis gestuurd worden en er zijn duidelijke afspraken t.a.v. verzuimregistratie wanneer dit onverhoopt wel het geval is.

In eerste instantie zijn wij in staat om met ons eigen personeel kortere vervangingen zelf op te vangen. Daarnaast is ons schoolbestuur aangesloten bij Leswerk. Leswerk regelt voor diverse schoolbesturen in de regio West-Brabant de organisatie van korte en tijdelijke vacatures die ontstaan voor het waarnemen van de eigen medewerkers van de basisscholen binnen de schoolbesturen. Het bestuur heeft daarnaast een protocol opgesteld geen vervanging beschikbaar dat op de website van de Borgesiusstichting staat gepubliceerd.

Het is ook altijd het streven om onderwijsondersteunend personeel en personeel van de schoonmaak te vervangen wanneer dit binnen de mogelijkheden past.

Directie van de school

Medewerkers op deze school (instellingsniveau)

Hoe is de verdeling mannen en vrouwen?

Bron

Wat is de leeftijd van de teamleden?

Bron

Hoe zijn de teamleden verdeeld over de verschillende functiegroepen?

Bron

Hoe zijn de leerlingen gegroepeerd?

Toelichting van de school

 

Uitgangspunten organisatie van het onderwijs

Vanuit onze missie, visie en kernwaarden beschrijven we een aantal uitgangspunten die van toepassing zijn voor onze school:        

Bouwen van onderaf

Ieder huis wordt gebouwd op een degelijk fundament. Op onze school is dat net zo het geval. In de praktijk betekent dit dat schoolontwikkeling begint bij de opvang en vanuit de kleutergroepen deze basis verder wordt gebouwd. Dit vanuit de overtuiging dat wanneer een goed fundament wordt neergezet, in de hogere groepen minder uitval plaatsvindt. Om aan het eind van acht jaar basisonderwijs een goede eindopbrengst te kunnen garanderen is het van belang dat er gewerkt wordt vanuit een sterke basis.  

Lezen is de basis voor leren

Onze stelling is dat ieder kind kan leren lezen. Het is echter een feit dat kinderen verschillen in ontwikkelingstempo. Hierdoor kan het voorkomen dat een kind in het aanvankelijk leesonderwijs vertraging oploopt. Om te voorkomen dat een leesachterstand te groot wordt en daardoor ook vorderingen bij andere vakken achter blijven, kiezen wij er op Mariadonk voor om juist aan de basis te investeren in het leesonderwijs en taalontwikkeling. Lezen is immers de basis voor leren.  

Leerkracht maakt het verschil

Kwaliteitsverbetering kan niet zonder gemotiveerd en goed onderwijspersoneel. Uit onderzoek is gebleken dat de resultaten van kinderen voor 66% bepaald worden door de leerkracht. Om deze reden wordt dan ook vaak gezegd dat de leerkracht het verschil maakt. Belangrijk hierbij zijn de verwachtingen die de leerkracht heeft van zijn of haar kinderen.  Hoe hoger de verwachtingen, hoe hoger de prestaties zullen zijn. We noemen dit ook wel het Pygmalion effect. Andersom werkt het ook zo: hoe lager de verwachtingen, des te lager de prestaties zullen zijn. Kind centraal Door aan te sluiten bij het niveau en de behoeften van het kind, ontstaat intrinsieke motivatie vanuit het kind. Kinderen krijgen activiteiten aangeboden, waarmee ze getriggerd worden om te leren en doelen te bereiken. Belangrijk daarbij is dat kinderen mede-eigenaar zijn van dit proces door hierover mee te spreken en denken. Op Mariadonk krijgt ieder kind een eigen kindplan en worden structureel kind-oudergesprekken gevoerd.  

Hoe geven wij les?  

Alle leerkrachten van onze school werken op dezelfde manier. Ze kijken naar wat ieder kind afzonderlijk nodig heeft naast het reguliere basisaanbod voor de jaargroep en stellen hiervoor een kindplan op. Hierin staan extra leerdoelen, extra uitdaging, het gedrag en de manier waarop een kind leert, de onderwijsbehoeften. Het plan wordt uitgevoerd en er wordt regelmatig gekeken of beoogde doelen behaald worden, ook samen met ouders en kinderen. Op deze manier werken we opbrengst- en handelingsgericht. Het dagprogramma staat op het bord en wordt gevisualiseerd met pictogrammen, zo weten de kinderen wat ze die dag gaan doen. De leerkracht geeft een uitleg aan de hele groep, waarna kinderen onder begeleiding en vervolgens zelfstandig of samen de leerstof verwerken. Kinderen met dezelfde onderwijsbehoeften worden geclusterd in instructiegroepjes. Kinderen die weten wat ze moeten doen gaan soms meteen aan het werk. Andere kinderen krijgen meer uitleg over de leerstof. Soms geeft de leerkracht uitleg in kleine groepen aan de instructietafel of krijgt een kind speciale begeleiding door een andere leerkracht of onderwijsassistent. Afhankelijk van de onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van het kind kan het ook gebeuren dat kinderen instructies volgen in andere (jaar)groepen. Ook werken de kinderen vaak samen. Op die manier leren ze dat je samen iets moois kunt bereiken door te overleggen en gebruik te maken van elkaars talenten. 

Opbrengstgericht werken

Op Mariadonk wordt opbrengstgericht gewerkt, dat wil zeggen dat we beschikbare data benutten voor het verbeteren van ons onderwijs. Concreet betekent dit dat we gegevens verzamelen en gericht gebruiken om resultaten te verbeteren. Meten van kind-resultaten, analyse ervan en aanpassingen van het onderwijs naar aanleiding van de analyse van resultaten is een cyclisch proces. Cyclisch werken betekent dat steeds opnieuw bepaald wordt aan welke verbetering gewerkt wordt en welke concrete resultaten we willen bereiken. Bij dit proces maken we gebruik van de PDCA-cyclus (Plan, Do, Check, Act). Ook het kind zelf wordt hier nadrukkelijk bij betrokken.

Expliciete Directe instructie (EDI)

Zoveel kinderen, evenzoveel verschillen. Op Mariadonk kiezen we voor expliciete directe instructie als didactische aanpak in de groepen 3 t/m 8. Uit onderzoeken is gebleken dat het directe instructiemodel het meest effectief is. Leerlingen succes laten ervaren is hetgeen waar de krachten van Expliciete Directe Instructie (EDI) liggen. Het brengt alle leerlingen stapsgewijs naar beheersing van de leerdoelen en laat hen zo succes ervaren. De leerkracht geeft instructie en controleert door het stellen van veel vragen voortdurend of alle leerlingen het begrijpen. Er wordt denktijd geboden, leerlingen mogen overleggen en er worden willekeurige beurten gegeven. Daarbij komt dat het leerstofaanbod zoveel mogelijk dient te worden aangepast op de onderwijsbehoeften van de individuele kind.  

Co-study

‘Co-study’, het onderwijssysteem van de toekomst voor een dorpsschool @nno nu. Bij co-study zien we graag dat kinderen uit verschillende klassen samenwerken of elkaar helpen. Sommige kinderen lopen voor op de stof, andere kinderen hebben iets meer tijd nodig om zich de leerstof eigen te maken. Door de verschillende groepen te combineren en samen te laten werken ontstaat er voor iedereen een inspirerende omgeving. De kinderen leren hun eigen talenten ontdekken en krijgen de mogelijkheid zich hierin te ontwikkelen. Ook de toekomst verandert en dat betekent dat de basis zich ook moet aanpassen aan de 21e eeuwse vaardigheden @nno nu. Dit kunnen we bereiken door elkaar te helpen met leren, de onderzoekende houding van de kinderen te stimuleren, creativiteit en kritisch denken te accentueren, uitleg te geven die aansluit op hoe een kind leert, door verschillende leerkrachten of soms ook door kinderen.   In onze school zijn verschillende leerpleinen aanwezig. Dit zijn ruimten waar de kinderen van de onderbouw, middenbouw of bovenbouw samenkomen om te leren of te werken aan projecten. De leerkracht vervult hier de rol van coach.

Onderbouw

In de kleuterklassen zitten en werken de kinderen van groep 1 en 2 bij elkaar. Zo kunnen de jongste kinderen leren van de oudere kinderen die al langer naar school gaan. De kleuters leren vooral door te spelen. Vaste onderdelen van de dag zijn zingen, gym, tekenen, schilderen, handvaardigheid en spelen in de hoeken. Bij de kleuters maken we gebruik van het KIJK! observatie- en registratiesysteem. Hierdoor weet de leerkracht precies welk concreet materiaal moet worden aangeboden om een bepaald doel met de kinderen te bereiken en bestaat er structuur in het aanbod. In de kleutergroepen worden ontwikkelingsmaterialen gekoppeld aan de lesdoelen bij de leerlijnen. De thema’s binnen onze werkwijze zijn vooral gericht op het vergroten van de woordenschat, rekenontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling. Dat doen we door doelgerichte activiteiten passend bij het thema aan te bieden in de kring en tijdens de werkmomenten, maar ook door hen opdrachten te geven om bijvoorbeeld materialen mee te nemen van thuis. De kinderen worden op deze manier goed voorbereid op groep 3. Mariadonk heeft twee groepen 1-2, waarbij de kinderen op verschillende momenten gedurende de dag groepsdoorbroken met elkaar samenwerken.  

Middenbouw

We proberen de klassen zo in te delen dat in iedere klas kinderen zitten van dezelfde groep. Zo kan de leerkracht uitleg geven aan de hele klas. In de groepen 3 en 4 leren de kinderen vooral de basisvaardigheden: lezen, rekenen, begrijpend lezen, schrijven, spelling en het schrijven van teksten. In de middagen staan creativiteit, techniek, wereldoriëntatie en bewegen centraal.      

Bovenbouw

De ochtend gebruiken we voor de basisvaardigheden: taal, lezen, begrijpend lezen, schrijven, spelling en rekenen. ‘s Middags passen we de basisvaardigheden toe in de andere vakken zoals wereldoriëntatie, techniek, bewegen en creatieve vorming. Aan het einde van de dag sluit de leerkracht de dag positief af.   

Snappet en tablets

Er komen via ICT-toepassingen steeds meer mogelijkheden om kinderen op hun eigen niveau te laten werken. Snappet is zo'n concept waarbij kinderen niet meer de oefenstof in een werkboekje maken, maar op een tablet. Het systeem zorgt ervoor dat elk kind oefeningen op het eigen niveau krijgt aangeboden. Elk kind van groep 4 t/m 8 beschikt over een eigen Snappet waarmee het oefeningen maakt voor rekenen. Op school zetten we ook regelmatig laptops/tablets in. Bijvoorbeeld bij het leren lezen vanaf groep 2 en 3, maar ook bij zaakvakken in de midden- en bovenbouw. Vanaf groep 4 heeft ieder kind een eigen device ter beschikking welke wordt aangeschaft door de school.  

Mediawijsheid

In onze digitale samenleving is het noodzakelijk dat kinderen beschikken over een kritische kijk ten opzichte van de invloeden van de media. Kinderen kijken televisie, onderhouden contacten via sociale media en zoeken online naar informatie. Deze digitalisering zorgt ervoor dat kennis, informatie en communicatie in allerlei nieuwe vormen beschikbaar is en komt. Het gaat bij mediawijsheid niet zozeer om ICT-vaardigheden, maar om het bewust worden van wat media met je doet en wat de mogelijkheden zijn om het optimaal te kunnen gebruiken. Hieraan besteden we op school ruim aandacht.

Huiswerk

Leren doen de kinderen vooral op school, want na schooltijd moeten ze kunnen ontspannen en spelen. Vanaf groep 4 krijgen de kinderen huiswerk. We doen dit om:

·  de kinderen te laten oefenen met het zelfstandig verwerken van de lesstof;

·  bij de kinderen al een taakbewustzijn te ontwikkelen ter voorbereiding op de hoeveelheid huiswerk die ze in het voortgezet onderwijs krijgen;

·  het leren werken met een agenda (werken met een rooster, plannen van huiswerk en het registreren van behaalde resultaten).  

De leerkracht geeft huiswerk aan de hele groep of aan een individueel kind. We verwachten van ouders dat ze hun kind aansporen om het huiswerk te doen en te helpen waar nodig.  

School Wide Positive Behavior Support (SWPBS)

Naast leren vinden we sociale vaardigheden heel belangrijk. Daarom wordt schoolbreed invulling gegeven aan het pedagogisch klimaat en het ontwikkelen van sociale vaardigheden door inzet van het SWPBS-programma. SWPBS (SchoolWide Positive Behvior Support) is een werkwijze welke zich volgens een doelmatige, schoolbrede aanpak richt op het versterken van gewenst gedrag en voorkomen van probleemgedrag. Het doel is het creëren van een positieve, sociale omgeving die het leren bevordert en gedragsproblemen voorkomt. De nadruk van SWPBS ligt op het stimuleren en belonen van positief gedrag, echter is er ook aandacht voor ongewenst gedrag. Er gelden schoolbrede afspraken over hoe omgegaan wordt met ongewenst gedrag en hoe gewenst gedrag van de kinderen beloond wordt. Daarnaast zijn er schoolbrede gedragsverwachtingen waar iedereen zich in de school en in de klas aan houdt. Kinderen leren hiermee om op een positieve manier met elkaar om te gaan. Samen zorgen ze voor een goede sfeer in de groep en op school, zodat iedereen zich veilig voelt en met plezier naar school toe gaat.

Aandacht voor creativiteit en cultuur

We vinden het belangrijk dat kinderen op school zich breed ontwikkelen. Daarom besteden we naast lezen, taal en rekenen aandacht aan creatieve vakken zoals tekenen, handvaardigheid, muziek, teksten maken en dramalessen. Deze vakken worden in ons onderwijs verbonden aan het Onderzoekend & Ontwerpend leren. Onze leerkrachten koppelen de activiteiten aan het thema wat gedurende een bepaalde periode centraal staat. Hierdoor leren kinderen ook middels creativiteit en expressie verbanden te leggen met de wereld om hen heen.  

Thematisch Onderzoekend & Ontwerpend leren

‘Wanneer we kinderen hun talenten willen laten ontdekken en ontwikkelen, zullen we ze in de omstandigheden moeten brengen waarin zij hiertoe de kans krijgen’.

Kinderen zijn van nature nieuwsgierig. Ze stellen vragen, onderzoeken en ontdekken de wereld om hen heen. Kinderen leren veel door te experimenteren, uit te proberen en te kijken wat er gebeurt. Deze nieuwsgierige houding ontstaat vanuit verwondering: Waarom is de wereld zoals hij is? Vanuit deze gedachte wordt op Mariadonk in alle groepen thematisch onderwijs gegeven middels de didactiek van Onderzoekend & Ontwerpend leren.   Aan de hand van een overkoepelend thema leren we onze kinderen onderzoeken en ontwerpen. Aan het thema worden lesactiviteiten verbonden rondom de wereldoriëntatie vakken (aardrijkskunde, geschiedenis, natuur), creatieve vakken, (begrijpend) lezen en taal. Tevens worden er gastlessen, excursies of activiteiten gekoppeld aan het thema. Het Onderzoekend & Ontwerpend leren staat in het middagen op het programma in alle groepen, waarbij groepsdoorbroken gewerkt wordt. Groep 1-2, groep 3-4, groep 5-6 en groep 7-8 werken samen aan de gezamenlijke inhoudsdoelen. Door het onderwijs op een andere manier aan te bieden krijgen de kinderen de kans hun talenten te ontdekken en ontwikkelen ze daarnaast belangrijke vaardigheden als samenwerken, communiceren, probleem oplossen en kritisch denken. Tevens wordt een verbinding gelegd met andere vakgebieden zoals taal, lezen en creativiteit.  

Wetenschap & Technologie

Wetenschap & Technologie in het basisonderwijs kan bij uitstek bijdragen aan het ontwikkelen van meervoudige talenten bij kinderen. Zowel denken als doen wordt gestimuleerd en gecombineerd met creativiteit en probleemoplossend handelen. Onze school beschikt over een technieklokaal met veel faciliteiten en materialen. Onderdeel van het thematisch Onderzoekend & Ontwerpend leren is een structurele plaats voor Wetenschap & Technologie in het curriculum waarbij kinderen wekelijks met wetenschappelijke en technologische opdrachten aan de slag zijn.

Verkeerseducatie

Onze school voldoet aan de eisen van het Brabants VerkeersVeiligheidsLabel (BVL). Dit houdt in dat wij ieder schooljaar verschillende activiteiten doen op het gebied van theoretische- en praktische verkeerseducatie. In groep 7 bereiden we kinderen voor op hun deelname in het verkeer met een theoretisch verkeersexamen. Als ze dat hebben gehaald volgt het praktijkexamen op de fiets.   

Bewegingsonderwijs

Kinderen in groep 1-2 hebben 6,5 uur per week beweegtijd, waarin zij buitenspelen en gymmen in de spelzaal op school. Groep 3 t/m 8 heeft 2 uur bewegingsonderwijs, waarvan 1,5 uur per week in dorpshuis De Nieuwenbergh en 0,5 uur per week beweegactiviteiten op het schoolplein of in de spelzaal op school.  

Gezonde school

Onze school heeft het certificaat ‘Gezonde School’ op het gebied van voeding. Gezonde voeding en het creëren van bewustwording bij ouders, kinderen en personeel vinden we belangrijk. We hebben een gezond voedingsbeleid en besteden in ons lesprogramma jaarlijks aandacht aan projecten over gezonde voeding. Een gezonde pauzehap en traktatie wordt gestimuleerd.  

Sportactiviteiten

Ieder jaar doen we mee aan verschillende toernooien, zoals voetbal, atletiek, korfbal etc. en organiseren we een sportdag voor de gehele school.        

Culturele activiteiten

We nemen deel aan een cultuurprogramma dat ieder jaar wordt aangeboden voor alle groepen. Daarbij komen zaken als dans, drama, muziek en beeldende vorming aan de orde. Daarnaast worden er schoolvoorstellingen georganiseerd die zijn gekoppeld aan deze projecten. Een bezoek aan het theater met de groep hoort er ook bij. Soms organiseren we culturele activiteiten op school. Deze activiteiten zijn onder schooltijd. Aan het thematisch Onderzoekend & Ontwerpend leren worden, wanneer mogelijk, culturele activiteiten verbonden.  

Burgerschapsonderwijs

Bevordering van actief burgerschap en sociale cohesie is belangrijk. Daardoor kunnen mensen, jong en oud, in Nederland op een prettige manier samenleven. Burgerschapsonderwijs draagt daaraan bij door het bevorderen van kennis over de basiswaarden van de democratisch rechtsstaat en het ontwikkelen van de sociale en maatschappelijke competenties die daarvoor nodig zijn. Het bevorderen van burgerschap is een wettelijk vastgelegde taak van scholen. De Inspectie van het Onderwijs ziet toe op de kwaliteit van dit onderwijs. Burgerschapsonderwijs is op Mariadonk geïntegreerd binnen het thematisch Onderzoekend & Ontwerpend leren, we zoeken daarbij actief de verbinding met de wereld om ons heen en leren de kinderen om de maatschappij in de breedste zit van het woord te ontdekken en waarderen. Aandacht voor vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit zijn daarbij belangrijke basiswaarden. Ook de landelijke en gemeentelijke verkiezingen maken onderdeel uit van het lesprogramma, waarin kinderen de grondbeginselen van democratische rechtstaat krijgen aangeleerd. Om dit door te vertalen naar de school is er op school een heuse leerlingenraad welke jaarlijks democratisch verkozen wordt.

Leerlingenraad

In een leerlingenraad zitten kinderen die gekozen zijn door hun eigen klas. Uit elke klas van groep 5 t/m 8 kunnen 2 kinderen worden gekozen, waardoor er in totaal 8 kinderen in de leerlingenraad zitten. Het zijn kinderen die graag namens hun klas allerlei zaken willen bespreken en zelf ook goede ideeën hebben. Zo weten we wat de kinderen van onze school belangrijk vinden. Dat betekent dat zij de belangrijke rol hebben om erachter te komen wat er leeft op school en wat iedereen graag ziet gebeuren. Dit kunnen ze bespreken in vergaderingen van de leerlingenraad. Zij moeten de informatie uit de klas goed kunnen overbrengen naar de leerlingenraad tijdens een vergadering. En andersom ook wat besproken is in een vergadering weer in de klas vertellen. Kinderen moeten dus durven spreken in een groep. De leerlingenraad doet het werk niet alleen. Ze worden begeleid door de directeur van de school. Kinderen kunnen maximaal 2 jaar achter elkaar deelnemen.

Klasindeling

  • Leerstofjaarklassen
  • Combinatiegroepen
  • Groepsdoorbrekende niveaugroepen

Hoe wordt de tijd op school besteed?

Leerjaar 1 en 2

Bron

Leerjaar 3 t/m 8

Toelichting van de school

Invulling onderwijstijd

Er is over de hele basisschoolperiode voldoende leertijd gepland op Mariadonk. De leerkrachten weten de beschikbare onderwijstijd efficiënt en effectief te benutten. Wanneer er geen vervanging beschikbaar is bij ziekte of afwezigheid kent zowel de Borgesiusstichting als de school een protocol en aanvullend protocol ‘geen vervanging beschikbaar’. De intentie is dat leerlingen niet naar huis gestuurd worden en er zijn duidelijke afspraken t.a.v. verzuimregistratie.

De onderwijstijd bij aanvang van schooljaar 2021-2022 is voor groep 1 24 uur per week en groep 2 t/m 8 maakt 26 uur per week.

In totaal maken leerlingen op Mariadonk minimaal het wettelijk aantal vereiste 7520 onderwijsuren gedurende 8 jaar. Er wordt een overzicht bijgehouden waarin inzichtelijk is hoeveel uren onderwijs iedere jaargroep in het verleden heeft gemaakt om zodoende de wettelijk vereiste 7520u onderwijs te kunnen verantwoorden. Jaarlijks maakt Mariadonk zelfs meer uren dan wettelijk verplicht, de resterende uren worden ingezet voor het plannen van studie(mid)dagen gedurende het schooljaar. Ieder jaar wordt daarnaast een aantal uren gereserveerd om calamiteiten gedurende de 8 onderwijsjaren te kunnen opvangen en zodoende toch aan de minimale verplichting van 7520 uur te kunnen voldoen.

Bron

Extra mogelijkheden op deze school

Ondersteuning van de leerlingen

Samenvatting ondersteuningsprofiel

Zorg op maat

Soms heeft een kind extra zorg nodig. Daarom heeft onze school een samenhangend systeem van leerlingenzorg ontwikkeld; onderwijs op maat betekent voor ons ook zorg op maat. Om eventuele problemen snel op te sporen, bespreken de leerkrachten samen met de intern begeleider na iedere toetsperiode de resultaten van alle leerlingen. Zowel zwakke resultaten als heel goede resultaten kunnen aanleiding zijn voor extra zorg. Uiteraard wordt u als ouder hierover geïnformeerd. Onze school heeft verschillende specialisten in huis. Zo krijgen bijvoorbeeld kinderen die meer aan kunnen een aangepast programma. Kinderen die moeite hebben op sociaal gebied komen in aanmerking voor een training sociale vaardigheden.

Basisondersteuning

De school volgt de ontwikkeling van haar leerlingen zodanig dat zij een ononderbroken ontwikkeling kunnen doorlopen. Dit doet de school door:

· De school verzamelt vanaf binnenkomst met behulp van een leerling- en onderwijsvolgsysteem (LOVS) systematisch en planmatig informatie over de kennis en vaardigheden van haar leerlingen;

· Voor de kennisgebieden taal, lezen en rekenen/wiskunde gebeurt dit vanaf groep 3 met betrouwbare en valide toetsen die tevens een indicatie geven van de bereikte referentieniveaus;

· De school vergelijkt deze informatie met de verwachte ontwikkeling. Deze vergelijking maakt het mogelijk om het onderwijs af te stemmen op de onderwijsbehoeften van zowel groepen als individuele leerlingen;

· Wanneer leerlingen niet genoeg lijken te profiteren van het aanbod, analyseert de school waar de ontwikkeling stagneert en wat mogelijke verklaringen hiervoor zijn;

· Vervolgens bepaalt zij wat er moet gebeuren om eventuele achterstanden bij leerlingen te verhelpen.

Leerlingen die dat nodig hebben, ontvangen extra aanbod, ondersteuning en begeleiding. Dit doet de school door:

· Voor leerlingen die structureel een onderwijsaanbod nodig hebben op een ander niveau dan de leeftijdsgroep, biedt de school een passend onderwijsaanbod, ondersteuning en/of begeleiding, gebaseerd op de mogelijkheden van de desbetreffende leerlingen;

· Het aanbod, de ondersteuning en/of de begeleiding zijn gericht op een ononderbroken ontwikkeling van de leerling;

· De school evalueert periodiek of het aanbod het gewenste effect heeft en stelt de interventies zo nodig bij;

· De school heeft in het schoolondersteuningsprofiel vastgelegd wat zij onder extra ondersteuning verstaat en welke voorzieningen de school kan bieden in aanvulling op het door het samenwerkingsverband omschreven niveau van basisondersteuning;

· Voor de leerlingen die deze extra ondersteuning nodig hebben, legt de school in het ontwikkelingsperspectief vast hoe het onderwijs wordt afgestemd op de behoefte van de leerling;

· Als voor leerlingen die om wat voor reden dan ook niet het beoogde eindniveau behaald wordt, door specifieke belemmerende factoren, stemt de school het onderwijs aan de leerling daarop af. De uitkomsten daarvan worden periodiek geëvalueerd en bij afwijking wordt het onderwijs bijgesteld.

De zorg voor uw kind

In de klas letten de leerkrachten goed op de ontwikkeling van uw kind. Tussentijds nemen ze toetsen af, observeren ze, spreken met de kinderen (het kindgesprek), maken ze rapporten van de vorderingen en bespreken dit allemaal met collega’s waaronder de intern begeleider.  

Het volgen van uw kind

Via een centrale, digitale opslag van gegevens (het kindvolgsysteem dat Esis heet) houden we de ontwikkeling van ieder kind zorgvuldig in de gaten. Daarbij wordt ook gekeken naar de resultaten van de hele groep. Aan de hand van de gegevens stelt de leerkracht een kindplan op voor de komende tijd. In dat plan staat ook wat er moet worden bereikt voor de basisvakken (de opbrengstverwachtingen). Uiteraard bespreken we de vorderingen en plannen van het kind ook met het kind zelf en met de ouders. Kinderen (en ouders) hebben mede inspraak in het kindplan.  

Kijk!

Kijk! is een ontwikkelingsvolgsysteem dat wij hanteren voor kinderen in groep 1-2. Kijk! neemt het kijken naar kinderen als vertrekpunt voor het opzetten van activiteiten in de groep. Centraal bij Kijk! staat het observeren van kinderen bij activiteiten en in situaties die voor hen betekenisvol zijn. Om kinderen zo goed mogelijk te kunnen begeleiden in hun ontwikkeling, is het belangrijk voor leerkrachten om een duidelijk beeld te hebben van het ontwikkelingsverloop van kinderen in hun groep. Kijk! is tevens een belangrijk hulpmiddel bij het signaleren van onderwijsachterstanden en het rapporteren aan u als ouder.        

LVS-toetsen

Naast de methode gebonden toetsen maken alle kinderen vanaf groep 3 twee keer per jaar toetsen die deel uit maken van het Cito volgsysteem primair- en speciaal onderwijs. Met de toetsen van het volgsysteem kunnen we de vorderingen van individuele kinderen, groepen kinderen en het onderwijs bij ons op school van groep 3 tot en met 8 volgen. De prestaties worden vergeleken met die van medekinderen en met een landelijk gemiddelde. In groep 1-2 worden nog geen Cito lvs-toetsen afgenomen. De resultaten die uw kind heeft behaald worden twee keer per jaar tijdens de oudergesprekken besproken na afloop van de toets periode.  

NSCCT

Nscct staat voor Niet Schoolse Cognitieve Capaciteiten Test. Deze test is ontwikkeld door de Rijksuniversiteit Groningen en kan het leervermogen toetsen van kinderen van groep 4 tot en met groep 8. Hierdoor krijgen leerkrachten beter zicht op wat leerlingen mogelijk kunnen, worden onderpresteerders opgezocht en kan het onderwijs aanbod beter afgestemd worden op de leerlingen.

Door het gebruik van de test kunnen scholen werken aan Opbrengstgericht onderwijs.

Vier fases worden doorlopen bij het werken met de test:

-Er wordt door de leerkracht een inschatting van het niveau gemaakt van elke leerling.

-De test wordt afgenomen; dit gebeurt volgens een vaststaand protocol binnen een uur tijd en meestal in de eerste vier maanden van het schooljaar.

-Binnen 10 werkdagen volgt een uitslag van de test in een IQ score.

-Vergelijkingen maken met de inschatting van de leerkracht, de kennistoetsen en de nscct test leveren interessante gegevens op van de leerlingen. De uitslag van de test helpt een school te werken aan opbrengst bewust onderwijs: de test is een instrument om het onderwijs nog beter te laten aansluiten op wat kinderen kunnen.

De NSCCT wordt op Mariadonk jaarlijks afgenomen in de groepen 4, 6 en 8.

SIDI

Op Mariadonk nemen we in alle groepen een SIDI lijst af, waar nodig ook ingevuld door ouders. SIDI helpt ons om tot een professionele signalering en schooldiagnose voor excellente en (hoog)begaafde leerlingen te komen. Elk kind heeft recht op goed onderwijs, waar het kan leren, groeien en zich kan ontwikkelen. Goed onderwijs begint met het bepalen van de leerbehoefte. Het gaat daarbij niet alleen om een leerbehoefte op inhoud, maar met name ook om het leerproces. Soms hebben kinderen een belemmering om tot leren te komen. Ook bij cognitief talentvolle (intelligente en/of (hoog)begaafde) leerlingen gaat leren niet altijd vanzelf en kunnen zij een belemmering hebben, die optimaal leren in de weg staat.

NCO-onderzoek

Onze school legt in het leerlingvolgsysteem gegevens over de schoolresultaten van de leerlingen vast. Die gegevens zijn belangrijk om het onderwijs van onze school te verbeteren en voor onze gesprekken met bijvoorbeeld de Inspectie van het Onderwijs. Sommige van deze gegevens zijn ook belangrijk voor wetenschappelijk onderzoek. Vooral de resultaten van taal- en rekentoetsen kunnen hiervoor belangrijk zijn. Door de resultaten van taal- en rekentoetsen te analyseren weten we wat de ontwikkeling van onze leerlingen is en hoe goed onze school het doet. Dit is belangrijk, omdat dit ons helpt om het onderwijs op onze school beter te maken, maar ook het onderwijs in heel Nederland helpt verbeteren. De school gaat de resultaten van de taal- en rekentoetsen sturen aan het Centraal Bureau voor de Statis­tiek (CBS) (www.cbs.nl ), zodat het gebruikt kan worden voor onderzoek naar de ontwikkeling van onze leerlingen. Het CBS zorgt ervoor dat deze resultaten in een veilige omgeving worden opgeslagen voor het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs NCO (www.nationaalcohortonderzoek.nl). Daarnaast zorgt het CBS ervoor dat leerlingen nooit herkenbaar zijn voor andere mensen. Dit betekent dat onderzoekers nooit een leerling of school kunnen herkennen. Ook in openbare publicaties zullen leerlingen of scholen nooit te herkennen zijn.  De verwerking van persoonsgegevens vindt alleen plaats binnen de beveiligde omgeving van het CBS, volgens de wettelijke regels en de strenge regels van het CBS. Het CBS doet dit ook voor alle andere statistieken die zij maakt. Mocht u, als (nieuwe) ouder be­zwaar hebben tegen het gebruik van de gegevens van uw kind voor dit onderzoek, dan kunt u dit laten weten bij de school. De school zorgt er dan voor dat de gegevens van uw kind niet aan het CBS gestuurd worden. Op onze website is meer informatie over dit onderzoek te lezen.

Wat als het niet goed gaat op school?

Als de leerkracht en de intern begeleider zien dat het niet goed gaat op school bespreken we dit eerst met de ouders. De leerkracht maakt ook aanpassingen in zijn of haar aanpak voor het kind. We bieden het kind in zijn/haar eigen klas de leerstof op een andere manier aan. Op welke manier we dat doen beschrijven we in het groeidocument. Na een poosje toetsen we of het kind vooruit is gegaan. Als dat niet zo is, vragen we aan de ouders toestemming om onze zorg met een externe deskundige te bespreken, bijvoorbeeld met een orthopedagoog. Wanneer deze zegt dat we alles hebben geprobeerd en hebben gedaan dan vragen we ouders om toestemming voor het uitvoeren van een intelligentieonderzoek. We kijken of onze toets resultaten te verklaren zijn vanuit intelligentie of problemen vanuit het gedrag.          

Ontwikkelingsperspectief (OPP)

Mocht uit het onderzoek blijken dat de toets resultaten te verklaren zijn door de intelligentie dan stellen we een ontwikkelingsplan op (een OPP: ontwikkelingsperspectief). Dat doen we voor kinderen vanaf groep 6. Hierin worden de einddoelen voor groep 8 beschreven. Het OPP bespreken en evalueren we minimaal 2x per jaar met de ouders en zij zetten hier ter goedkeuring hun handtekening onder.  

Passend onderwijs

Met passend onderwijs bedoelen we goed onderwijs dat aansluit bij de behoefte van het kind. Dat betekent leerstof op maat, een gerichte aanpak en het in de gaten houden van de vorderingen en toets resultaten. Daarnaast gaat passend onderwijs ook over het bieden van extra zorg aan een kind, bijvoorbeeld omdat het leren moeilijker gaat of omdat er extra begeleiding nodig is vanwege een beperking of gedragsprobleem. Met extra begeleiding kan onze school vaak heel goed passend onderwijs bieden. De school heeft budget beschikbaar voor het organiseren van extra, individuele ondersteuning aan kinderen en richt hier de organisatie op in.  

Traject naar het speciaal (basis)onderwijs (SBO/SO).

Als de school extra ondersteuning nodig heeft om voor uw kind passend onderwijs te realiseren, dan gaan we dit proberen zo goed mogelijk te organiseren in overleg met u als ouders. Dit kan op verschillende manieren; extra begeleiding, aangepast lesmateriaal, speciale hulpmiddelen of inzet van deskundigen binnen onze eigen school. Als deskundigen van mening zijn dat het speciaal basisonderwijs (SBO) of speciaal onderwijs (SO) uw kind de beste zorg kan bieden, moet een verwijzingsprocedure worden gestart. Ouders moeten hiervan op de hoogte zijn. Als uw kind een doorverwijzing krijgt naar het speciaal (basis)onderwijs geeft het samenwerkingsverband hiervoor een toelaatbaarheidsverklaring (TLV) af en stuurt de school, met inzage en toestemming van u als ouder, een uitgebreid onderwijskundig rapport door. Basisschool Mariadonk is aangesloten bij Samenwerkingsverband PO3002.  

Hoogbegaafdheid

Voor hoogbegaafde kinderen is binnen ons cluster een plusklas georganiseerd. Dit is een voorziening om deze doelgroep onderwijs op maat te kunnen bieden en tegemoet te komen aan hun specifieke onderwijsbehoeften. Een dagdeel per week wordt er in deze klas projectmatig gewerkt aan een inhoudelijke verbreding van de algemene kennis. De plusklas wordt begeleid door een gespecialiseerd leerkracht. Er is een plusklasbeleidsplan op school aanwezig waarin criteria opgenomen zijn om te bepalen of een kind hiervoor in aanmerking komt.  

Blijven zitten of een jaar overslaan

Uitgangspunt is dat we ons onderwijs laten aansluiten bij de ontwikkeling van het kind. Hierbij is de indeling in een jaargroep niet bepalend voor het onderwijsaanbod. Dit kan namelijk ook groepsdoorbroken plaatsvinden. Kinderen blijven nog een jaar in dezelfde jaargroep (doubleren) als dat ook écht helpt om hun ontwikkeling te verbeteren. Dat geldt ook voor een jaar overslaan. We bespreken het in beide gevallen op tijd en uitgebreid met ouders. De school kent een protocol doubleren en versnellen.  

Meldcode

Op alle scholen van de Borgesiusstichting wordt gewerkt met de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. In deze meldcode is een afwegingskader opgenomen. Dit kader omschrijft de stappen die doorlopen dienen te worden als er een vermoeden is van huiselijk geweld of kindermishandeling en aan welke voorwaarden goede hulp dient te voldoen. Het afwegingskader is te vinden op www.borgesiusstichting.nl.  

Zorg voor Jeugd

De school is aangesloten op het signaleringssysteem Zorg voor Jeugd. Dit is bedoeld om problemen bij kinderen en jongeren in de leeftijd van 0-23 jaar in een vroegtijdig stadium te signaleren en de coördinatie van zorg te organiseren. Op deze manier moeten risico’s met kinderen en jongeren worden beperkt en kan in het belang van de jeugdige en ouders/verzorgers hulp beter op elkaar worden afgestemd. De intern begeleider en directeur kunnen zorgsignalen afgeven nadat zij de jeugdige en/of zijn ouders hierover hebben geïnformeerd. Er wordt geen inhoudelijke informatie geregistreerd enkel dat er zorgen zijn over een jeugdige. Als er twee of meer signalen in het systeem staan over dezelfde jeugdige, wordt een ketencoördinator aangewezen. Dit is een professional van een hulpverleningsorganisatie. Hij/zij inventariseert wat er aan de hand is met de jeugdige en kan in overleg met betrokken partijen een hulpverleningsplan opstellen. Op www.zorgvoorjeugd.nu vindt u hierover meer informatie.  

Jeugdgezondheidszorg op school

Vanuit de Wet Publieke Gezondheid is de GGD West-Brabant in onze gemeente verantwoordelijk voor de jeugdgezondheidszorg van kinderen van 4 t/m 19 jaar. De GGD zet zich dagelijks in om eventuele gezondheidsproblemen en –risico’s zo snel mogelijk op te sporen en zo veel mogelijk te beperken.  

Gezondheidsonderzoeken

De GGD West-Brabant onderzoekt jaarlijks op de basisschool alle kinderen van 5-6 jaar en van 10-11 jaar. In de tweede klas van het voorgezet onderwijs vindt het laatste gezondheidsonderzoek plaats. U hoort vooraf dat er een gezondheidsonderzoek plaatsvindt, hiervoor wordt uw kind uit de klas gehaald. De uitkomsten van ieder onderzoek worden u per post toegestuurd en worden genoteerd in het Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg van uw zoon of dochter. Het kan zijn dat u voor een vervolgafspraak wordt uitgenodigd door de GGD. In het kalenderjaar 2021 worden de kinderen geboren in 2010 en 2015 onderzocht, in kalenderjaar 2022 de kinderen geboren in 2011 en 2016. Bij het gezondheidsonderzoek 5-6 jarigen ontvangen ouders een vragenlijst en bij het gezondheidsonderzoek 10-11 jarigen ontvangen zowel ouders als het kind apart een vragenlijst.  

Interne vertrouwenspersoon

Onze school heeft een interne vertrouwenspersoon, haar naam is Alexia Dekkers, tevens intern begeleider. Bij haar kunnen kinderen en ouders (en medewerkers) terecht met klachten en/of zaken die men vertrouwelijk wil bespreken en dat niet direct met docenten of directie willen doen.  

Contact

Heeft u twijfels of zorgen over de groei en de ontwikkeling van uw kind? Of over zijn of haar gedrag thuis of op school? Dan staan de jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, verpleegkundig specialist en doktersassistenten van GGD West-Brabant voor u klaar. Sinds 2014 kunt u gebruik maken van Mijn Kind in Beeld, www.mkib.nl, u kunt de groeicurven van uw kind in zien en uw persoonlijke gegevens aanpassen. U heeft hiervoor een DigiD met SMS-code nodig. Via MKIB kunt u ook uw vragen stellen. U kunt een telefonische of persoonlijke afspraak maken via het afsprakenbureau Jeugd en Gezin op telefoonnummer: 076–528 2486. Meer informatie vindt u op www.ggdwestbrabant.nl/mijnkind

Welke specialisten ondersteunen op deze school?

Kwaliteitszorg en schoolplan

Download het schoolplan

Aanbod voor het jonge kind

Toelichting van de school

IKC Mariadonk

Basisschool Mariadonk maakt onderdeel uit van het Integraal Kindcentrum (IKC) Mariadonk waarin ook Kober Kinderopvang met de peuteropvang en SKM met de dagopvang en BSO zijn gevestigd. Zowel bij Kober als bij SKM kunnen jonge kinderen terecht voor een VVE aanbod.

Op Mariadonk kun je als baby de school binnenkomen en als pre-puber de school weer verlaten. Voor de allerkleinste kinderen in de leeftijd van 2-4 jaar hebben we een peuterspeelzaal, van daaruit kunnen ze doorgroeien naar de basisschool. In ons schoolgebouw is ook buitenschoolse opvang en kinderdagopvang van 0-13 jaar mogelijk. Door intensieve samenwerking met opvang- en onderwijspartners en zorg- en culturele instanties heeft IKC Mariadonk een belangrijke sociale functie in het dorp Zegge. Basisschool Mariadonk is méér dan alleen een school.

Een goede start wordt door de meeste ouders van aankomende basisschoolleerlingen als 'zeer belangrijk’ ervaren. Wellicht zit uw kind al op de peuterspeelzaal of op een kinderdagverblijf waar ook al een 'start' gemaakt is. Tegenwoordig zie je dat peuterspeelzalen overal nauw samenwerken met basisscholen (onder meer op het gebied van vroegtijdig signaleren van problemen), er is dus al wat 'voorwerk' verricht voor uw kind en de school.

De peuterspeelzaal, het kinderdagverblijf en onze kleutergroepen gebruiken dezelfde observatie methode en registreren dagelijks wat uw kind laat zien. De gegevens hebben betrekking op de ontwikkeling van de kinderen en brengen ook de sociaal-emotionele kant in kaart.

U als ouder tekent voor toestemming om overdracht van informatie, die de leidsters van de peuterspeelzaal geregistreerd hebben, over te dragen aan de basisschool. Vroegtijdig signaleren van problemen vinden wij als school belangrijk. We kunnen op die manier de begeleiding vlot afstemmen op de individuele behoefte van elk kind.

Bouwen van onderaf

Ieder huis wordt gebouwd op een degelijk fundament. Op onze school is dat net zo het geval. In de praktijk betekent dit dat schoolontwikkeling begint bij de opvang en vanuit de kleutergroepen deze basis verder wordt gebouwd. Dit vanuit de overtuiging dat wanneer een goed fundament wordt neergezet, in de hogere groepen minder uitval plaatsvindt. Om aan het eind van acht jaar basisonderwijs een goede eindopbrengst te kunnen garanderen is het van belang dat er gewerkt wordt vanuit een sterke basis.

Onderwijs in de onderbouw

In de kleuterklassen zitten en werken de kinderen van groep 1 en 2 bij elkaar. Zo kunnen de jongste kinderen leren van de oudere kinderen die al langer naar school gaan. De kleuters leren vooral door te spelen. Vaste onderdelen van de dag zijn de kringactiviteiten, voorlezen, zingen, gym/buitenspelen, tekenen, schilderen, handvaardigheid en spelen in de hoeken. Bij de kleuters maken we gebruik van het KIJK! observatie- en registratiesysteem. Hierdoor weet de leerkracht precies welk concreet materiaal moet worden aangeboden om een bepaald doel met de kinderen te bereiken en bestaat er structuur in het aanbod. In de kleutergroepen worden ontwikkelingsmaterialen gekoppeld aan de lesdoelen bij de leerlijnen. De thema’s binnen onze werkwijze zijn vooral gericht op het vergroten van de woordenschat, rekenontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling. Dat doen we door doelgerichte activiteiten passend bij het thema aan te bieden in de kring en tijdens de werkmomenten, maar ook door hen opdrachten te geven om bijvoorbeeld materialen mee te nemen van thuis. De kinderen worden op deze manier goed voorbereid op groep 3. Mariadonk heeft twee groepen 1-2, waarbij de kinderen op verschillende momenten gedurende de dag groepsdoorbroken met elkaar samenwerken.

Inloop groep 1-2

Voor groep 1-2 hanteren we een inloop. De kinderen worden verwacht tussen 8.15u. en 8.30u. U mag zelf met uw kind naar binnen komen. Wij willen u vragen om de kinderen van groep 2 zoveel mogelijk zelfstandig naar binnen te laten gaan. Zij zijn immers al prima in staat om hun jas en tas zelf uit te doen en op te hangen. De kinderen gaan zelfstandig het klaslokaal naar binnen. Voor de ouders is er dan ruimte voor korte mededelingen of vragen. Bij kinderen die moeite hebben met afscheid nemen, raden wij aan het afscheid zo kort mogelijk te houden.

Terug naar boven