CNS De Regenboog

Abraham Beeckmanlaan 16 4691 JZ Tholen

samen kleuren aan jouw toekomst

Het team

Alle personeelsleden van de school vormen samen het team. Zowel de leerkrachten voor de klas, als het niet onderwijzend personeel. Vaak zijn er op een school specialisten aanwezig die extra ondersteuning bieden aan leerlingen die dit nodig hebben. Elke school kent daarin een eigen aanpak. Hoe het team is samengesteld en hoe de school bijvoorbeeld vervanging regelt? Dat kan alleen de school je vertellen.

Vakleerkrachten op deze school

Er zijn geen vakleerkrachten aanwezig op deze school

Hoe wordt vervanging geregeld?

Wij maken gebruik van de invalpool van het Transfercentrum Onderwijs Zeeland. We proberen het aantal wisselende invallers zo laag mogelijk te houden.

Medewerkers op deze school (instellingsniveau)

Hoe is de verdeling mannen en vrouwen?

Bron

Wat is de leeftijd van de teamleden?

Bron

Hoe zijn de teamleden verdeeld over de verschillende functiegroepen?

Bron

Hoe zijn de leerlingen gegroepeerd?

Toelichting van de school

Kindgericht onderwijs

Als school zetten wij in op Kindgericht Onderwijs. Dat betekent dat de kinderen (in ons geval) wel per leeftijd gegroepeerd zijn, maar dat er veel ruimte is voor een eigen persoonlijke leerontwikkeling van de kinderen. Het werken met een weekplan, een methode voor geïntegreerd zaakvakonderwijs en ICT helpen ons daarbij. We gaan bij ons op school niet alleen om met verschillen maar we willen juist uitgaan van verschillen.

Het onderwijs aan de kinderen.            

Groep 3 tot en met 8

Bijbels Onderwijs

De Regenboog is een protestants-christelijke basisschool die openstaat voor iedereen die zich bij ons thuis voelt en zich wil aansluiten bij onze manier van leven en werken. De identiteit van onze school vindt z’n oorsprong in het geloof in God en in Jezus Christus. De Bijbel is voor ons een boek waaruit we de inspiratie opdoen die we nodig hebben om de kinderen te leren dat het Woord van God levenwekkend en verzoenend is.

We willen ruimte bieden aan ieder mens, ruimte en respect voor ieders inbreng. Ons onderwijs is vanuit het geloof betrokken op mens en wereld. Dit komt tot uiting in de omgang met elkaar, in de keuze van de leermiddelen, in de taal die gesproken wordt en in de sfeer die heerst op school.

Elke schooldag wordt geopend en geëindigd met een lied, een gebed. Enkele malen per week wordt er aan het begin van de dag een Bijbelverhaal verteld. Zo mogelijk wordt een link gelegd met de actualiteit en in een klassengesprek daarover met elkaar gesproken, omdat Bijbels Onderwijs meer is dan het vertellen van de Bijbelverhalen. We gebruiken hierbij de methode ‘Kind op maandag’. Vanaf groep 6 wordt er regelmatig in de Bijbel gelezen. Een door hen zelf uitgezochte Bijbel krijgen de kinderen bij het verlaten van de school als afscheidsgeschenk mee naar huis. De dagopening waarin de bovenstaande activiteiten nadrukkelijk centraal staan duurt van half negen tot negen uur.

Rekenen en Wiskunde

In de groepen 1 t/m 3 gebruiken we de rekenmethode ‘Pluspunt. Vanaf groep 4 werken we voor o.a. met rekenen via de speciale adaptieve software van ‘Snappet’. Voor ons is ICT een middel en geen doel op zich. Alle leerlingen krijgen een eigen tablet. Deze tablets zijn speciaal gemaakt voor het onderwijs en hebben het formaat van een IPad-mini. Op hun tablet vinden de leerlingen de oefeningen die horen bij de lessen. Na de instructie van de leerkracht gaan de leerlingen niet verder in hun werkboek, maar op hun tablet. Bij een goed antwoord kleurt het scherm groen met een grote krul, bij een fout antwoord wordt het scherm rood met een streep. De leerkrachten zien op hun computerscherm continu de resultaten van de leerlingen. Hierdoor kunnen zij snel hulp bieden waar dat nodig is. Leerlingen die makkelijk door de stof heengaan, kunnen na de gemaakte opdrachten door met de plusopdrachten op hun eigen niveau.

ICT

ICT heeft een belangrijke alledaagse plaats in het onderwijs. We vinden het van belang dat onze leerlingen op een veilige manier met internet om kunnen gaan. Vanaf groep 5 bespreken we met de kinderen bij de start van het schooljaar het internetprotocol, waarin de afspraken die op onze scholen gelden staan. Op onze school zijn er voor alle kinderen chromebooks besschikbaar om mee te werken. 

Nederlandse taal

In groep 3 t/m 8 wordt gebruik gemaakt van de nieuwe methode Staal.

Het taalonderwijs is veelomvattend. De woordenschat wordt uitgebreid, er is aandacht voor het verwoorden van ideeën, spelling en luisteren naar anderen. Behalve schriftelijk taalwerk leren we kinderen ook verhalen schrijven en spreekbeurten houden. Staal maakt kinderen sterk in taal en spelling. De kinderen vergaren eerst kennis, die ze vervolgens in een presentatie of publicatie toepassen. Er wordt dus echt iets met hun tekst gedaan. Staal is visueel en motiverend. De vele filmpjes, verrassende thema’s, teksten en bronnen komen uit het echte leven. Door die realistische context vergeten de kinderen bijna dat ze gedegen taalonderwijs krijgen. Staal werkt met de bewezen spellingaanpak van José Schraven en is de eerste methode die spelling en grammatica combineert. Ook bij deze methode toetsen we de vorderingen van kinderen bij voortdurende regelmaat. De aanpak van scores onder of boven het gemiddelde is op dezelfde manier geregeld als bij rekenen en wiskunde.

In de kleutergroepen wordt veel aan taalvorming gedaan. Door gebruik te maken van het leerlijnenpakket -Leerlijnen jonge kind- geven we vorm aan beginnende geletterdheid en interactief taalgebruik. Hierin staat de ontwikkeling van het kind centraal. 

Lezen

Op de Regenboog neemt het lezen een belangrijke plaats in. Groep 3 gebruikt de aanvankelijk leesmethode ‘Veilig leren lezen’. Deze methode gaat uit van de nieuwste ontwikkelingen op leesgebied en is uitdagend voor kinderen die al kunnen lezen vóór ze in groep 3 komen én biedt tevens veel hulp voor kinderen voor wie het leren lezen niet vanzelf gaat.

Technisch lezen bevorderen we ook via Snappet en begrijpend lezen bieden we aan via Nieuwsbegrip, waarbij we een goede technische leesvaardigheid zien als een belangrijke voorwaarde om tot leren te komen. Begrijpend lezen vinden we daarom heel belangrijk. Niet alleen voor op school maar ook voor daarbuiten.        

Het doel van de lessen Nieuwsbegrip is het strategisch leren lezen van teksten. Het nieuws is een middel om de kinderen te interesseren om de tekst te lezen. De leerkracht speelt daarbij een belangrijke rol. De juf of meester doet in de Nieuwsbegriplessen namelijk hardop denkend voor hoe het lezen van een tekst in je hoofd werkt. Elke week oefenen de kinderen met een strategie die ze bij de tekst kunnen gebruiken. Ze leren bijvoorbeeld dat ze eerst naar de titel en de plaatjes bij de tekst moeten kijken, voor ze de tekst gaan lezen. Als je eerst voorspelt waar de tekst over gaat, begrijp je de tekst beter. Voorspellen is één van de vijf strategieën die leerlingen bij Nieuwsbegrip leren.

Het technisch leesniveau wordt vanaf groep 3 driemaal per jaar getoetst. Leerlingen die meerdere keren het hoogste AVI-niveau (Avi-Plus) hebben bereikt, worden daarna niet meer getoetst. De meeste kinderen bereiken dit niveau in groep 7. Kinderen die het gewenste leesniveau niet hebben bereikt worden geholpen door bijvoorbeeld extra leesbeurten, thuis meer te lezen, door ouders die op school een half uurtje komen helpen bij het lezen in niveaugroepjes, door speciale leesstructuren aan te wenden, door aangepaste leesboeken aan te bieden. De vorderingen m.b.t. het begrijpend en studerend lezen worden getoetst tot eind groep 8.

We leren de kinderen niet alleen technisch en begrijpend/studerend lezen, we proberen ze ook interesse in boeken bij te brengen. Daarom wordt er veel voorgelezen. Ook vinden er activiteiten plaats in het kader van leespromotie. In verschillende groepen zijn er leespromotieprojecten in samenwerking met de bibliotheek. Er wordt in de groepen gebruik gemaakt van de boekenkring waarin boekpromotie centraal staat.

Leerlingen van groep 7 of 8 doen soms mee aan de Nationale Voorleeswedstrijd. Sommige groepen uit de onder- en middenbouw brengen een bezoek aan de bibliotheek. Daarnaast hebben we regelmatig een leesmaatje-moment, waarbij door heel de school wordt voorgelezen: de leerlingen uit groep 5 t/m 8 aan de leerlingen van groep 1 t/m 4.

Ook besteden we elk jaar veel aandacht aan de Kinderboekenweek.

Engels                                                                                                                                                                    

Engels is dé internationale voertaal en de taal van de toekomst. Een goede beheersing van de Engelse taal is van steeds groter belang voor studie en beroep. Kinderen krijgen in hun dagelijkse leefwereld in toenemende mate met Engels te maken via de computer, televisie en muziek. Het vermogen om taal te leren is juist bij jonge kinderen sterk ontwikkeld. Of het nu gaat om woordjes, taalregels of uitspraak, jonge kinderen maken zich letterlijk spelenderwijs de talen eigen die ze om zich heen horen.

Vandaar dat wij op de Regenboog Engels aanbieden vanaf groep 1. De methode die wij gebruiken is ‘Take it easy’. Van begin tot eind wordt er Engels gesproken door zogenaamde ‘native speakers’. De kinderen worden hierdoor ondergedompeld in de Engelse taal. Ze hoeven niet te vertalen, maar leren de betekenis van de woorden door de beelden en de context. De leerlingen worden actief betrokken bij de les en leren zich op verschillende manieren het Engels eigen te maken. Zo zien ze leuke muziekclips, krijgen ze prikkelende opdrachten en krijgen thematische filmpjes te zien.

Schrijven

Kinderen leren in groep 3 schrijven met de methode ‘Pennenstreken!’, de meest gebruikte schrijfmethode voor het basisonderwijs. Bij de ontwikkeling van de nieuwe versie van Pennenstreken is goed gekeken naar ervaringen uit de praktijk, veranderingen in de maatschappij en recente wetenschappelijke inzichten. Want moeten kinderen op de basisschool nog wel leren schrijven? Wij vinden van wel!

Schrijven heeft nl. een grote invloed op het leren. Dat wat je al schrijvend geautomatiseerd hebt, zit structureel verankerd. Dat is wetenschappelijk aangetoond. Bovendien blijft het handig om onafhankelijk van digitale apparatuur zelf notities te kunnen maken. Schrijven is een leerstrategie. Dat maakt het noodzakelijk om ook in een digitale tijd te leren schrijven.

In groep 3 leren kinderen lezen én schrijven. De nieuwe versie van Pennenstreken sluit naadloos aan bij Veilig leren lezen. Het is bewezen dat de koppeling van een sterke leesdidactiek aan een sterke schrijfdidactiek leidt tot betere prestaties. Pennenstreken sluit naadloos aan bij Veilig leren lezen nieuw door functionele schrijfopdrachten, dezelfde lettervolgorde en kernkleuren. Zo leren kinderen nog sneller lezen en functioneel schrijven. 

In groep 8 krijgen de kinderen de mogelijkheid om een typediploma te halen. De jaarlijkse kosten voor het gebruik van het softwareprogramma nemen wij voor onze rekening. Wij vragen een vrijwillige bijdrage van € 13,50 per leerling om deel te kunnen nemen aan de typelessen.

Wereldoriëntatie

Als het gaat om Wereldoriëntatie dan gaan wij uit van onderzoekend en ontdekkend leren. De lesmethode van Blink Wereld voor wereldoriëntatie die wij gebruiken (geschiedenis, aardrijkskunde en natuur & techniek) gaan uit van een activerende didactiek waarbij leerlingen zelf gaan ontdekken en onderzoeken. Leerlingen lezen dus niet alleen teksten, maar vergroten actief hun kennis van de wereld. En dat heeft direct positieve invloed op hun vaardigheid in lezen, taal en rekenen. Meer informatie: https://blinkwereld.nl/wereldorientatie-geintegreerd 

Verkeer

In alle groepen werken we met de verkeerseducatielijn van VVN. Deze verkeerseducatielijn bereidt de kinderen goed voor op deelname aan het verkeer. Als school hebben wij het Zeeuwse Verkeersveiligheidslabel. Dit is een keurmerk dat aangeeft dat aan alle facetten van goed verkeersonderwijs wordt voldaan. Het landelijk verkeersexamen bestaat uit een theoretische proef die op school wordt afgenomen en een praktisch gedeelte waarbij een in samenwerking met VVN uitgezette route moet worden gefietst.

Creatieve vakken en culturele vorming

Aan ‘tekenen’, ‘handvaardigheid’ en ‘muziek’ besteden we wekelijks aandacht. Deze vakken brengen evenwicht in het lesprogramma; niet alleen het leren heeft de nadruk, ook de creatieve vorming. In groep 1 en 2 is de creatieve vorming geïntegreerd in het totale programma. De groepen 3 t/m 8 besteden in hun eigen groep aandacht aan diverse creatieve activiteiten.

Voor muziek gebruiken wij de methode ‘Muziek moet je doen’. Deze methode stuurt aan op een doorlopende lijn in muziekonderwijs van groep 1 t/m groep 8. Ook maken wij gebruik van de digitale versie van Eigenwijs.

We vinden het belangrijk dat kinderen kennismaken met expressie en cultuur. Behalve de expressievakken op school, kan dat door theaterbezoek, gastdocenten voor muziek, dans en drama én museumbezoek zijn.

Sociale en emotionele vorming

Wij vinden het belangrijk dat kinderen zich prettig en veilig voelen. Veiligheid is één van onze kernwaarden. Pesten wordt niet geaccepteerd. Dit wil jammer genoeg niet zeggen dat het niet voorkomt. Maar leerkrachten en leerlingen verplichten zich het zoveel mogelijk tegen te gaan. Veel energie en tijd wordt gestoken in het oplossen van problemen op het gebied van persoonsontwikkeling en de omgang met elkaar. Nog belangrijker is om deze problemen te voorkomen.Door de intern begeleider van onze school worden soms sociale vaardigheidstrainingen gegeven aan leerlingen die dat nodig hebben. Ook leerlingen van de drie andere scholen kunnen hieraan worden toegevoegd. De trainingen vinden onder schooltijd plaats.        

We hebben een leerling-volg-systeem (LVS), specifiek gericht op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Dit LVS heet ZIEN!.

Daarnaast werken wij ook met de methode Leefstijl. Leefstijl is een methode waardoor leerlingen zich bewust worden van waarden en normen. Niet theoretisch of door ze op te leggen, maar in de praktijk, door samen met klasgenoten activiteiten en opdrachten te doen die het besef van 'goed omgaan met elkaar' versterken. Ook voor het optimaal functioneren van kinderen en het ontwikkelen van hun talenten zijn competenties als zelfvertrouwen, doordachte beslissingen nemen, luisteren, je gevoelens uiten en rekening houden met anderen onmisbaar. Leefstijl is een methode die niet alleen de emotionele intelligentie stimuleert maar, doordat kinderen beter in hun vel zitten, ook de cognitieve intelligentie.

Leefstijl sluit aan bij de kerndoelen voor gezond en redzaam gedrag. In de handleidingen die bij het programma horen, wordt de aansluiting bij de kerndoelen uitgewerkt. De methode biedt naast sociaal-emotionele competenties ook gezondheidsvaardigheden.

Bij gezondheidsvaardigheden speelt preventie een belangrijke rol. Op steeds jongere leeftijd beginnen kinderen te experimenteren met roken, alcohol en drugs. De leeftijdsfase tussen tien en veertien blijkt een kritieke periode. Effectieve preventie moet dan ook vóór die leeftijd beginnen. Kinderen komen op jonge leeftijd ook al vaak dagelijks in aanraking met media. In de lessen leren de kinderen daar kritisch naar te kijken: wat zien ze en wat doet dat met ze. Eén van de sterke punten van Leefstijl is dat deze methode uitgaat van ene preventieve werking. Mede daardoor hopen we zaken als pestgedrag vóór te zijn in plaats van dat we moeten reageren als het kwaad al is geschied.               

Weerbaarheidstraining groep 7

Op onze scholen besteden we veel aandacht aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Hiermee richten we ons op het stimuleren van een positief zelfbeeld van kinderen en op de wijze van omgaan met elkaar. Een onderdeel van die aandacht is de weerbaarheid van kinderen te vergroten. In aansluiting op de schoolactiviteiten rondom de sociaal-emotionele ontwikkeling biedt Sport Zeeland een weerbaarheidstraining aan voor jongens en meisjes van groep 7. Deze training bestaat uit 12 lessen die door professionals van Sport Zeeland worden gegeven onder schooltijd op school en in de gymzaal ter plaatse. De lessen duren drie kwartier tot een uur. Bij de onderwerpen die centraal staan tijdens deze lessen moet u denken aan zelfbescherming en hoe je het gebruikt, trots zijn op jezelf, Ja-gevoel en Nee-gevoel, groepsdruk, geheimen, kindermishandeling, Mijn lijf is van mij, etc. Bestuur, management, leerkrachten en de MR zien deze lessen als een zinvolle aanvulling. Ook de gemeente Tholen ziet het belang in en betaalt de kosten die aan deze training zijn verbonden.

Bewegen

In groep 1 en 2 staat bewegingsonderwijs dagelijks op het rooster. Er wordt in de klas gespeeld, op het schoolplein en minstens 1x per week in het speellokaal. Vanaf groep 3 krijgen de kinderen twee keer per week gymles.

Gymzalen: Sporthal Meulvliet

Onderwijs en huiswerk

Soms is uitbreiding van leertijd in de vorm van huiswerk gewenst. Wij willen er bij u op aandringen toe te zien dat het huiswerk wordt gemaakt en dat u uw kind ondersteunt/helpt. Geeft de leerkracht aanwijzingen bij het huiswerk, houdt u zich er dan aan; een andere manier leidt bij kinderen vaak tot verwarring. Besteed veel tijd aan lezen en het doen van spelletjes. Wanneer kinderen na schooltijd iets moeten afmaken vragen wij u daar begrip voor op te brengen. Zijn bepaalde dingen rondom huiswerk u niet duidelijk, neem dan contact op met de leerkracht.

Wat wordt er zoal aan huiswerk meegegeven?       

Groepen 1-2-3

De ouders wordt gevraagd veel gezelschapsspelletjes te doen. Voorlezen en samen lezen is gewenst voor alle leerlingen van groep 1 t/m 8, maar vooral in de groepen 3, 4 en 5 is het goed om ook thuis het leesproces van de kinderen te volgen en samen veel te lezen. 

Groep 4

Automatiseren van het rekenen.        

Groep 5

  • De tafels van vermenigvuldiging.
  • Een boekbespreking.
  • Toetsen voor natuur.         

Groep 6

  • De tafels van vermenigvuldiging.
  • Een spreekbeurt.
  • Toetsen voor wereldoriëntatie.    

Groep 7 en 8:

  • Zij maken een boekverslag én houden een boekbespreking.
  • Er wordt een werkstuk gemaakt en de spreekbeurt is een presentatie van dit werkstuk aan de groep.
  • Toetsen voor wereldoriëntatie.

Groep 7 krijgt ter voorbereiding op het verkeersexamen huiswerk voor verkeer mee en groep 8 leert thuis voor het jeugd EHBO-diploma en oefent met typen. Bovendien worden thuis de rollen voor de musical uit het hoofd geleerd.

We menen met een dergelijke opbouw tevens een goede aansluiting met het voortgezet onderwijs te realiseren. Los van deze richtlijn kan het natuurlijk voorkomen dat de leerkracht vanwege het leerproces van de groep of van individuele kinderen een eigen afweging maakt.

Overige activiteiten

Kerst en Pasen

De kerstvieringen zijn de afgelopen jaren op een erg diverse wijze gevierd. We hanteren hierbij een 4-jaarlijks programma. Musical door de teamleden, viering in de klas, herdertjestocht lopen en een viering in de kerk.

De Lijdenstijd ofwel veertig-dagen-tijd is bij uitstek een tijd van bezinning op hetgeen de Here Jezus moest doormaken en wat Zijn lijden en opstanding in onze relatie tot God hebben betekend en nog betekenen. Het feest in groep 1 t/m 8 wordt gevierd op de ochtend van Witte Donderdag. Ook hier wordt weer gebruik gemaakt van een door de leerkrachten opgezette liturgie waarin voor de uitvoering van de inhoud het aandeel van de kinderen toeneemt naarmate ze ouder worden.

Sinterklaasfeest

  • Groep 1 t/m 4. Enkele dagen vooraf gaande aan de aankomst in Tholen is er een project over de Sint en zijn Pieten, steeds met een ander accent, maar vaak hetzelfde thema. Eén keer is er iets in de schoen. De viering van het feest vindt plaats op of rond 5 december. Sint en de Pieten zorgen altijd voor een originele binnenkomst.
  • Groep 5 t/m 8. Enkele weken vóór 5 december worden "lootjes getrokken". Elke leerling levert een verlanglijstje in met zijn/haar naam. Ook maakt elke leerling een surprise die tijdens de viering wordt uitgepakt. Het programma staat die dag in het teken van Sint.             

Excursies:

  • Groep 1 en 2:

De groepen gaan in het kader van een project op bezoek bij bijvoorbeeld de bakker, de tuinder, de bibliotheek, de markt o.i.d. Tijdens het bezoek worden kinderen actief betrokken bij de activiteiten die daar plaatsvinden.

  • Groep 3 t/m 8:

In het kader van een project/ thema worden bedrijven, musea en tentoonstellingen bezocht.

Schoolvolleybal:

In november nemen we met leerlingen van groep 8 deel aan een volleybalcompetitie voor basisscholen in Meulvliet te Tholen die wordt georganiseerd door de volleybalvereniging. Tijdens gymuren wordt aandacht besteed aan spelregels en techniekontwikkeling. De begeleiding is in handen van de groepsleerkracht.

Schoolvoetbal:

Op een woensdag in september nemen we met jongenselftallen/-zeventallen en meisjes-zeventallen uit groep 7 en 8 deel aan dit toernooi, dat wordt gehouden op de sportvelden van St. Maartensdijk. Na plaatsing wordt deelgenomen aan de Zeeuwse kampioenschappen. De begeleiding is in handen van de leerkrachten van groep 7 en 8 en enkele sportieve ouders.

Schoolfotograaf:

Aan het begin van elk schooljaar komt de schoolfotograaf op school. Er worden klassenfoto’s, portretfoto’s én broertjes-en-zusjes-foto’s gemaakt van de kinderen die op onze school zitten.      

Zending en adoptie

Dit zijn vrijwillige bijdragen. In het lokaal van de groepen 1 t/m 8 staan busjes, waar uw kind iedere dinsdag wat in mag doen. De vier sponsorkinderen zullen middels een ingelijste foto en een klassengesprek in het schooljaar regelmatig onder de aandacht van de leerlingen worden gebracht. Verder profiteren veel instellingen van het geld dat de kinderen mee naar school nemen. De zendingscommissie informeert u via de nieuwsbrief op gezette tijden over de projecten.

Klasindeling

  • Leerstofjaarklassen
  • Combinatiegroepen

Hoe wordt de tijd op school besteed?

Leerjaar 1 en 2

Toelichting van de school

Groep 1 en 2 (algemeen)

De aanpak in groep 1 en 2 verschilt van die in de andere groepen. Ook de inrichting van de lokalen en de manier van werken is anders. In de onderbouw werken we vanuit de visie van kindgericht onderwijs. Een van de belangrijkste kenmerken hiervan is dat het kind centraal staat en niet het programma. De basis voor ontwikkeling ligt in de interactie tussen kinderen en hun sociale omgeving. Kinderen hebben behoefte om te leren en zich te ontwikkelen.

Aansluiten bij het ontwikkelingsniveau van het kind biedt de beste kans op ontwikkeling Kindgericht onderwijs sluit aan bij de basisbehoefte van het kind: relatie, competentie en autonomie. Kernbegrip hierbij is betrokkenheid. Vanuit betrokkenheid is ontwikkeling mogelijk.

De rol van de leerkracht is hierbij van groot belang, de leerkracht stimuleert de ontwikkelingsprocessen door ervoor te zorgen dat de leeromgeving van de kinderen betekenisvol en uitdagend is. Tevens zorgen we er voor dat door middel van diverse activiteiten en spelsituaties alle ontwikkelingsgebieden regelmatig aan de orde komen. We doen dit hoofdzakelijk aan de hand van een bepaald thema’s (bijvoorbeeld “voorjaar”, “de winkel”, of “verkeer”).

Om de betrokkenheid van de kinderen bij de activiteiten te vergroten maken we gebruik van het digtiaal kiesbord. Met behulp van het kiesbord leren de kinderen al vroeg om zelf een bewuste keuze te maken en de verplichte activiteiten te “plannen”. Hierdoor zijn ze meer betrokken bij de activiteit en leren ze met hulp van de leerkracht opdrachten steeds meer zelfstandig uit te voeren, waardoor hun zelfvertrouwen groeit. Ook kunnen ze ervoor kiezen om de activiteit samen met een ander kind te doen, kinderen leren namelijk ook heel veel van elkaar!We richten ons dus op de persoonlijke ontwikkeling van elk kind, maar daarnaast vinden we ook de interactie met elkaar en gezamenlijke activiteiten erg belangrijk. We beginnen daarom elke schooldag met elkaar in de kring en hier keren de kinderen ook steeds weer terug. Daarnaast wordt gespeeld en gewerkt aan tafels, in de hoeken, in de speelzaal en op het schoolplein.

Veel kinderen zitten tweeënhalf of drie jaar in een kleutergroep. Dit is mede afhankelijk van hun geboortedatum, maar ook van hun aard en aanleg. In groep 2 worden (speelse) activiteiten aangeboden die voorbereiden op het leren lezen, rekenen en schrijven in groep 3. Aan het einde van groep 2 wordt besproken of een kind toe is aan groep 3. We vinden het belangrijk dat een kind lang genoeg in een kleutergroep zit. Succesvol groep 3 doorlopen lukt pas als een kind hieraan toe is. We zien een kind liever een jaar langer in groep 1-2, dan jarenlang op de tenen de overige groepen doorlopen. Het advies dat het team van onderwijsgevenden geeft, is bindend. Bent u het er niet mee eens, dan kunt u via de klachtenprocedure bezwaar aantekenen. Meer over de klachtenprocedure vindt u verderop in deze schoolgids.  

Leerjaar 3 t/m 8

Toelichting van de school

Onderwijstijd in het basisonderwijs

Leerlingen moeten in de acht schooljaren van het basisonderwijs ten minste 7.520 uren onderwijs krijgen. Verder moeten leerlingen in de eerste vier schooljaren (onderbouw) ten minste 3.520 uur onderwijs krijgen. In de laatste vier schooljaren (bovenbouw) is dit 3.760 uur. Scholen mogen naar eigen inzicht 240 uur verdelen over de onder- en bovenbouw zodat het totaal uitkomt op 7.520 uur. Er is regelgeving in voorbereiding waardoor scholen meer ruimte krijgen om eigen invulling te geven aan de verplichte onderwijstijd.

Groep 3 tot en met 8 (algemeen)

In onderstaand overzicht wordt globaal weergegeven hoeveel uren per week aan de verschillende vakken wordt besteed. Het gaat hier om gemiddelden die kunnen variëren per leerjaar en per periode.

  • Bijbels Onderwijs 2,5
  • Rekenen en wiskunde 5
  • Taal 5,5
  • Lezen 3
  • Schrijven 0,75
  • Engels (groep 7/8) 0,75
  • Aardrijkskunde 0,75
  • Geschiedenis 0,75
  • Natuur 0,75
  • Verkeer 0,75
  • Muziek 0,75
  • Handvaardigheid 0,75
  • Tekenen 0,75
  • Gymnastiek 1,5
  • ICT (computeronderwijs) 1
  • Sociaal-emotionele vorming 1

Extra mogelijkheden op deze school

Ondersteuning van de leerlingen

Samenvatting ondersteuningsprofiel

De zorg voor de kinderen.

Onder zorgverbreding verstaan we: de uitbreiding van maatregelen en activiteiten op school om een zo goed mogelijke zorg te garanderen voor de kinderen. Speciaal voor hen die specifieke opvoedkundige of didactische (manieren waarop je iets kan aanleren) behoeften hebben. Handelingsgericht werken geeft ons de mogelijkheid om aan deze zorgvraag zo goed mogelijk te voldoen.

Deze vorm van werken is een planmatige en cyclische werkwijze, waarbij we de volgende zeven uitgangspunten toepassen:

1. De onderwijsbehoeften van leerlingen staan centraal. (Wat heeft een leerling nodig om een bepaald doel te behalen?)

2. Het gaat om afstemming en wisselwerking. (Relatie: uw kind in deze groep, bij deze leerkracht, op deze school en deze ouders. Hoe goed is de omgeving afgestemd op wat uw kind nodig heeft?)

3. De leerkracht doet ertoe. (De invloed van de leerkracht op de leerontwikkeling van het kind)

4. Positieve aspecten zijn van groot belang. (Deze zijn van groot belang om een situatie te begrijpen, ambitieuze doelen te stellen en om een succesvol plan van aanpak te maken en uit te voeren)

5. We werken constructief samen. (Samenwerking tussen leerkrachten-leerlingen-ouders-interne en externe begeleiders is noodzakelijk om een effectieve aanpak te realiseren)

6. Ons handelen is doelgericht. (Korte en lange-termijndoelen voor het leren, de werkhouding en het sociaal-emotioneel functioneren van alle leerlingen)

7. De werkwijze is systematisch, in stappen en transparant (Het is voor betrokkenen duidelijk hoe de school wil werken en waarom) Met deze vorm van ‘onderwijs op maat’ kunnen de kinderen beter op de eigen basisschool geholpen worden en hoeven minder kinderen verwezen te worden naar een speciale (basis)school.

We hebben de zorgverbreding in school gestalte gegeven door twee interne begeleiders (IB-ers) de coördinatie van de zorg te laten realiseren, alsmede leerkrachten te adviseren en te ondersteunen, kleine onderzoeken af te nemen en contacten met externe instanties te onderhouden.

Ook hebben we bij ons op school leerkrachten en onderwijsondersteunend personeel die kinderen zo nodig, zowel binnen als buiten de groep, begeleiden voor bijvoorbeeld motorische ondersteuning, begripsvorming, taalontwikkeling, rekenen, etc. De meeste uren voor extra zorgverlening worden ingezet daar waar de zorgvraag het grootst is. We vinden dat knelpunten zo vroeg mogelijk moeten worden opgespoord en opgelost en daar begin je mee in de onderbouw. In alle groepen van de onderbouw worden op bepaalde momenten kinderen geobserveerd en/of getoetst, sommige leerlingen zullen individueel of in kleine groepjes extra begeleiding krijgen in of buiten de groep . Als groepen wat groter zijn dan zorgen we voor meer handen in de klas door een onderwijsassistent in te zetten.

Bovendien maken we gebruik van faciliteiten (cursussen, financiën, netwerken) in het kader van Passend Onderwijs; een samenwerkingsverband van basisscholen en scholen voor speciaal (basis)onderwijs.

In het schoolondersteuningsplan zijn activiteiten opgenomen om de zorg voor de kinderen met specifieke behoeften te kunnen realiseren. Intern begeleiders hebben een netwerk waarin ervaringen worden uitgewisseld. Leerkrachten van scholen voor speciaal onderwijs uit de regio komen soms ook naar school om specifieke hulp te bieden en om leerkrachten te ondersteunen. Onze school werkt met klassikale instructie waar dat kan en met kleine groepjes of individueel waar het moet. Wanneer blijkt dat enkele kinderen behoefte hebben aan extra instructie, krijgen zij die terwijl de overige kinderen aan de slag zijn gegaan. Natuurlijk houden we er rekening mee dat kinderen die extra instructie krijgen, minder tijd hebben om die instructie te verwerken. Dit geldt met name voor de vakken rekenen, lezen en taal.

Voor leerlingen die meer aan kunnen bieden we verrijkingsstof aan. We hebben op school ook een protocol voor kinderen met een versnelde ontwikkeling. Daarom houden we een leerlingvolgsysteem bij.

Interne bespreking van leerlingen

Op onze school worden de vorderingen van alle kinderen van een bepaalde groep minimaal 3 keer per jaar in zogenaamde groepsbesprekingen doorgesproken. Kinderen die opvallen, bijvoorbeeld als zich problemen voordoen bij het leren lezen of rekenen, bespreken we in een speciale bespreking. Dat is de leerlingenbespreking. Deze besprekingen worden ook 3 maal per jaar gehouden. Tijdens zo’n bespreking gaan we na wat de problemen van de groep/het kind zijn. Daartoe gebruiken we de vorderingsoverzichten en de ervaringen van de leerkracht om te kunnen bekijken wat we aan het probleem kunnen doen. Meestal is het zo dat we een plan opstellen waarin we beschrijven hoe we het probleem gaan aanpakken. Zo’n plan noemen we een handelingsplan. Als meerdere kinderen in de groep hetzelfde probleem hebben, maken we een groepsplan. Dit kan betekenen dat uw kind extra ondersteuning krijgt van de klassenleerkracht of van de remedial teacher in of buiten de groep. Het komt ook voor dat kinderen met andere materialen gaan werken. Deze veranderingen spreken we altijd met u door. Soms kan het zo zijn dat we er zelf niet uitkomen. We besluiten dan, in overleg met u, om elders hulp in te roepen van externe deskundigen

Ondersteuning van leerlingen met specifieke behoeften en Passend Onderwijs

Wanneer blijkt dat een kind niet geholpen kan worden met de basisondersteuning die wij op onze school kunnen bieden (nadat er allerlei maatregelen zijn genomen), zoeken we hulp bij verschillende deskundigen, die werken binnen ons samenwerkingsverband Kind-op-1. Samenwerkingsverband Kind-op-1 heeft de taak passend onderwijs te organiseren voor leerlingen in het primair onderwijs in de Oosterschelderegio en in Walcheren. Basisondersteuning is de ondersteuning waarvan is afgesproken dat elke school in het samenwerkingsverband die zelfstandig kan bieden: de ondersteuning die voor alle leerlingen beschikbaar is op alle scholen. Samenwerkingsverband Kind-op-1 stelt de basisondersteuning vast op basis van de schoolondersteuningsprofielen van de scholen.

De beschrijving van de basisondersteuning bestaat uit 10 standaarden en een overzicht van onderwijsbehoeften waarvan we verwachten dat scholen daaraan zelfstandig tegemoet kunnen komen. Wanneer scholen begeleiding nodig hebben binnen de basisondersteuning bekostigen ze dat uit eigen middelen. Elke school krijgt ook middelen van het samenwerkingsverband om te werken aan de basisondersteuning. Wanneer de onderwijsbehoeften van de leerling de mogelijkheden van de school overstijgen, dan kan een beroep gedaan worden op het samenwerkingsverband. Loket Kind-op1 bepaalt of de aanvraag inderdaad de basisondersteuning overstijgt. De zorg voor de kinderen is een voortdurend punt van aandacht. Aan het eind van een schooljaar worden procedures en afspraken rondom de zorgverlening getoetst op werkbaarheid, helderheid, effectiviteit. We doen dat door als team met elkaar te praten over onze bevindingen en de resultaten van deze gesprekken te gebruiken om, zo nodig, een en ander aan te passen. Meer informatie kunt u vinden op de website van het samenwerkingsverband: http://www.swvkindop1.nl.

Registratie van leerlinggegevens

Van iedere leerling wordt een digitaal leerlingdossier bijgehouden in ons administratie- en leerlingvolgsysteem ParnasSys. Daarin worden gegevens opgenomen over bijv. het gezin, de leerlingenbesprekingen, gesprekken met ouders, speciale onderzoeken, handelingsplannen en toetsen rapportgegevens van de verschillende jaren.

Welke specialisten ondersteunen op deze school?

Terug naar boven