Openbare Basisschool De Meent

Zuiderweg 44 9621 BL Slochteren

  • Schoolfoto van Openbare Basisschool De Meent
  • Schoolfoto van Openbare Basisschool De Meent
  • Schoolfoto van Openbare Basisschool De Meent
  • Schoolfoto van Openbare Basisschool De Meent
  • Schoolfoto van Openbare Basisschool De Meent

Resultaten eindtoets

Alle leerlingen maken in groep 8 van de basisschool een eindtoets. De school kiest per schooljaar welke toets wordt gebruikt. Er zijn verschillende goedgekeurde eindtoetsen om uit te kiezen. Met de toets wordt gekeken hoeveel kennis de leerlingen hebben van taal en rekenen. De toets geeft een extra uitslag naast het schooladvies dat een leerling krijgt van de leerkracht.

Welk percentage leerlingen behaalt het fundamentele niveau en welk percentage het streefniveau?

Let op: de Inspectie van het Onderwijs telt de resultaten van de eindtoets in schooljaar 2020-2021 niet mee in de beoordeling van de scholen en past op een later moment een correctie toe in verband met de coronacrisis.

Fundamenteel niveau

Het fundamenteel niveau is het niveau voor taal en rekenen dat zoveel mogelijk leerlingen aan het einde van de basisschool zou moeten beheersen. Dit wordt gemeten in groep acht met de eindtoets. De inspectie stelt dat minimaal 85% van alle leerlingen het basisniveau moet behalen. Deze 85% is de signaleringswaarde voor het fundamenteel niveau en dit is voor alle basisscholen in Nederland gelijk.

Bron

Streefniveau

Het streefniveau is een hoger niveau dan het fundamenteel niveau. Het doel is dat zoveel mogelijk leerlingen eind groep acht het streefniveau bereiken. Op basis van de leerlingpopulatie op school wordt door de inspectie voor elke basisschool in Nederland apart bepaald hoeveel procent van de leerlingen het streefniveau moet halen. Dat percentage is de signaleringswaarde voor het streefniveau van de school.

Bron

Hoe gebruikt deze school tussentijdse toetsen?

Toelichting van de school

Op Obs de Meent werken wij met het Dia Lovs. Wij hebben als school gekozen voor Dia door de link in werkwijze die wij zien naar de leer-/ontwikkeldoelen en leerlijnen, hoe er wordt gesproken over de ontwikkeling van kinderen, de koppeling met redzaamheidslezen, het diagnostisch gedeelte van o.a. begrijpend lezen, de positieve ervaring met de Dia Eindtoets, de inhoudelijke terugkoppeling en ondersteuning vanuit het bedrijf, de begeleiding in het eerste jaar als het wordt ingevoerd.

Visie Dia:
De visie van het Dia leerlingvolgsysteem is dat iedere leerling kan groeien! Elke leerling heeft potentie. Het leerlingvolgsysteem sluit hierop aan door de groei inzichtelijk te maken.

Wat is Dia:
Het Dia-LVS is gereed vanaf groep 3. Het zijn adaptieve, diagnostische en digitale volgtoetsen, waarbij de rekentoetsen minder talig zijn, de begrijpend leestoetsen zijn diagnostisch, waardoor je zicht krijgt op wat leerlingen nodig hebben om te groeien. Daarnaast zijn de toetsen adaptief en lenen zich voor het formatief toetsen. De diagnostische mogelijkheden hebben als doel om het onderwijs voor het kind goed af te stemmen.
·  Adaptief: Het Dia-LVS is digitaal, wat als groot voordeel heeft dat de toetsen adaptief zijn. Adaptiviteit zorgt voor kortere toetsen (het niveau kan sneller worden bepaald) en belast kinderen niet onnodig met te moeilijke of makkelijke vragen. 
·  Diagnostisch: Digitaal betekent ook dat er veel mogelijkheden zijn wat betreft de analyse, op leerling- en groepsniveau. Bij begrijpend lezen worden er lezerstypen gegeven, zodat je gericht aan de slag kunt in je lessen (waarbij we ook als los onderdeel, maar wel aansluitend op de toetsen ons Tekstenlab hebben). Voor rekenen en spelling wordt er een analyse op domein- en subdomein gegeven.
· Wetenschappelijk onderzoek: Dia is voortgekomen vanuit wetenschappelijk onderzoek.
· Diaplus: Er is een follow-up na een toets. Wij kunnen meteen op het juiste referentieniveau (kleursystematiek) aan de slag na de toets (woordenschat en begrijpend lezen), zodat een kind kan groeien. Door middel van de Diaplus Tekstenlab kunnen we heel effectief inzetten om te groeien, waardoor wij letterlijk met de referentieniveaus werken.
· Kleurensystematiek: Er wordt gewerkt vanuit ontwikkelingsgebieden d.m.v. kleuren. De kleuren geven de ontwikkelingszone aan van het kind. Deze groeizones werken toe naar naar een referentieniveau. B.v. groen is bij benadering: 1F. Belangrijk is om de kinderen te vergelijken met zichzelf!
· Voorleesfunctie: Zowel de Dia-eindtoets als het Dia-LVS heeft de mogelijkheid om een voorleesfunctie in te stellen. (Staat niet automatisch aan).
· Redzaamheidslezen: Dia is de enige toetsleverancier die het redzaamheidslezen heeft opgepakt en levert daarin een nieuwe toets voor technisch lezen. Samen met Luc Koning ontwikkelen zij een toets voor het technisch lezen volgens het ‘redzaamheidsconcept’. Redzaamheidslezen is op de Meent al enkele jaren geleden ingevoerd. Nu het in een lovs is opgenomen, krijgen wij een goed totaalbeeld van de kinderen.
· NSCCT: Voordeel is de koppeling met NSCCT, ook al zetten wij dit nu nog niet in. De NSCCT (Niet Schoolse Cognitieve Capaciteiten Test) helpt leerlingen, die onder hun niveau presteren, op te sporen. De uitslag is een betrouwbare en valide meting van het leerpotentieel van de leerling. Deze is direct terug te zien in de Dia-groeiwijzer. Zo kunnen we dan in één oogopslag zien of de leerlingen boven-, onderpresteren of dat ze presteren zoals je dat van hen mag verwachten.
· Plaatsingswijzer: Er is een koppeling met de Plaatsingswijzer. De Plaatsingswijzer is een hulpmiddel om tot een goed doordacht en onderbouwd advies te komen op basis van de gegevens uit het LVS van Diataal.
· Doorlopende toetslijn van PO naar VO: Er is een doorlopende toetslijn van PO naar VO. In het VO gaat het exact zo verder zoals het kind het gewend is op de basisschool.

Het overdrachtsformulier is onderdeel van het dagelijks gebruik van de leerkracht. Op het moment dat er in een les aandacht wordt besteed aan een onderdeel uit het werkplan dat een kind nog niet beheerst, bijvoorbeeld een bepaalde categorie, zal hij zijn onderwijs daarop aanpassen. Dit kan bijvoorbeeld door verlengde instructie te geven, begeleid inoefenen, een diagnostisch gesprek voeren of het gebruik van andere materialen. Op deze wijze zorgen wij ervoor dat het leerlingvolgsysteem wordt geïntegreerd in de dagelijkse praktijk.

Naast de landelijk genormeerde toetsen vinden er in de groepen ook observaties plaats, methode gebonden toetsen en formatieve evaluatie (o.a. Snappet). Deze gegevens worden gebruikt in de aanpak van de leerkracht. 

Daarnaast maakt de intern begeleider in samenwerking met de coördinatoren taal en rekenen een schoolanalyse, die plenair wordt besproken. Ook nu kijken we naar opvallendheden in de groepen, maar ook naar welke trend zichtbaar is. Hierop worden actiepunten geformuleerd.

Welk schooladvies kregen de leerlingen van deze school?

Toelichting van de school

Beleid advisering PO-VO 

Inleiding
Obs de Meent streeft ernaar om haar leerlingen op het juiste niveau te plaatsen op het voortgezet onderwijs. Om dit in alle groepen en bij alle leerkrachten zo eenduidig mogelijk te laten verlopen, is in dit beleidsstuk de gang van zaken voor de overgang van po naar vo vastgelegd. Dit stuk wordt gezien als een werkdocument en wordt aangepast indien dit nodig is. 

Een gedegen advies
Om de overstap naar het voortgezet onderwijs te maken, krijgt iedere leerling een advies van de basisschool. Dit advies geeft aan welk type voortgezet onderwijs een school het beste bij de leerling vindt passen. Obs de Meent begeleidt haar leerlingen van groep 1 t/m 8 tot zij de overstap maken naar het voortgezet onderwijs. Dit is een belangrijke stap, waar Obs de Meent zorgvuldig mee omgaat. In dit document hebben wij daarom vastgelegd hoe wij het schooladvies vaststellen en onderbouwen. 

Het advies is gebaseerd op: 
• aanleg en talent van een leerling;
• de (ontwikkeling in de) vaardigheidsscores op de niet methode gebonden toetsen uit groep 6, 7 en 8;
• de sociaal-emotionele ontwikkeling, werkhouding, motivatie, doorzettingsvermogen en studievaardigheden;
• de leerprestaties op de methode gebonden toetsen;
• de ontwikkeling tijdens de hele basisschool periode.

Om ouders inzicht te geven in het niveau waarop een leerling op dat moment functioneert, wordt bij het rapport vanaf groep 2 een uitdraai meegegeven van het LVS (leerlingvolgsysteem). In groep 2 betreft dit een uitdraai van het Digikeuzebord, vanaf groep 3 is dit een uitdraai van de resultaten op de Dia toetsen. 
Op de uitdraai is vanaf groep 3 bij ieder vakgebied, naast de vaardigheidsscore en schaalverdeling I t/m V van de toets, ook de grafiek weergegeven waarin de ontwikkeling van het kind te zien is. Vanaf eind groep 7 wordt naast de uitdraai van het LVS ook de uitdraai van de Plaatsingswijzer in een adviesgesprek besproken en wordt het voorlopig advies aan de ouders gegeven. Aan de hand van dit voorlopig advies kunnen doelen gesteld worden voor de verdere ontwikkeling van de leerling en kunnen ouders zich met hun kind oriënteren op een school binnen het voortgezet onderwijs. In groep 8 volgt een definitief advies, dit advies wordt opgenomen in het overdrachtsdossier en wordt waar nodig bijgesteld als de uitslag van de Centrale Eindtoets basisonderwijs hier aanleiding toe geeft. 

De Plaatsingswijzer
Met de Plaatsingswijzer wordt de advisering door de basisschool naar het vervolgonderwijs gebaseerd op de meerjarige ontwikkeling van de leerling, zoals die zichtbaar wordt in het leerlingvolgsysteem van de school.

Bij de Plaatsingswijzer staan de gegevens uit het leerlingvolgsysteem vanaf groep 6 centraal. Er wordt gekeken naar de ontwikkeling van de leerling op de volgende gebieden:
• Begrijpend Lezen,
• Rekenen & Wiskunde,
• Technisch Lezen,
• Spelling.
De eerste twee onderdelen wegen hierbij het zwaarst. In de Plaatsingswijzer wordt met de vaardigheidsscores van het leerlingvolgsysteem van Dia gewerkt, dus niet met de vaardigheidsniveaus (l-V, A-E). Met de vaardigheidsscores kan nauwkeurig gekeken worden waar een leerling het best op zijn plek is. De denkwijze achter deze scores is gebaseerd op het volgen van de ontwikkeling van kinderen met alle vertragingen en versnellingen, die zich daarin door de jaren heen voor kunnen doen.

De Plaatsingswijzer is een hulpmiddel om tot een goed doordacht en onderbouwd advies te komen. Bij het opstellen van het advies voor een kind wordt, zoals eerder is aangegeven, natuurlijk veel meer informatie gebruikt. Denk daarbij aan de werkhouding, de motivatie en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Alle beschikbare informatie over het kind leidt dus tot het uiteindelijke advies. In de matrix van de Plaatsingswijzer zien we de gegevens over de cognitieve ontwikkeling in relatie tot het vervolgperspectief; de leerkracht verbindt deze met de andere aspecten van ontwikkeling. 

Voorlopig advies groep 7
• In juni worden de Dia toetsen E7 afgenomen, nagekeken, geanalyseerd en verwerkt in Parnassys.
• In juni formuleert de leerkracht van groep 7 een voorlopig advies n.a.v. het uitstroomprofiel, toetsuitslagen, dossiergegevens en de dagelijkse ervaringen van de leerkracht. 
• De IB-er formuleert afzonderlijk van de leerkracht van groep 7 ook een voorlopig advies voor iedere leerling m.b.v. resultaten uit Parnassys en de ervaringen vanuit het verleden vanuit de groepsbesprekingen en zorgtrajecten.
• Beide adviezen worden besproken in een voorlopig adviesgesprek door de leerkracht van groep 7, groep 8, de IB-er en de directeur. Gezamenlijk formuleren zij het voorlopig advies per leerling. 
• Ouders én leerling worden medio juni uitgenodigd voor het voorlopig adviesgesprek. Mochten er zorgleerlingen zijn of leerlingen waarbij twijfels over het voorlopig advies zijn, dan wordt de IB-er door de leerkracht uitgenodigd om bij dit gesprek aanwezig te zijn. De IB-er kan ook op eigen initiatief aansluiten bij het gesprek. 
• Het voorlopig advies wordt in de Plaatsingswijzer genoteerd en overgedragen aan de leerkracht van groep 8, met een mondelinge toelichting.

Schoolverlaterstraject groep 8 
• De leerkracht van groep 7 zorgt voor de overdracht van de leerlingen naar de leerkracht van groep 8. Hierbij wordt ook het voorlopig advies uitvoerig besproken.  
• Bij de start van het schooljaar (september) krijgen ouders tijdens het startgesprek informatie over de voortgang van het schooljaar. Hierin komt ook de route naar het VO ter sprake.
• Rond oktober komen de eerste uitnodigingen voor de voorlichtingsdagen van diverse VO-scholen binnen. De leerkracht van groep 8 stuurt deze uitnodigingen door naar de ouders. 
• “De VO Gids” wordt in deze periode ook aan de leerlingen meegegeven. 
• In januari/februari wordt de DIA M8 afgenomen. 
• Direct na het afnemen van de DIA M8 worden de uitslagen en analyses naast het voorlopig advies gelegd en in de plaatsingswijzer ingevoerd. De voorlopige adviezen worden door zowel de leerkracht als de IB-er kritisch bekeken en waar nodig aangepast. 
• De leerkracht van groep 8 en IB-er formuleren eerst individueel, daarna gezamenlijk het definitief advies. Hierin nemen zij het voorlopig advies mee. 
• De plaatsingswijzer wordt in februari met ouders besproken tijdens het definitieve adviesgesprek. Eventuele mutaties worden ter plaatse verwerkt. 
• De definitieve adviesgesprekken worden in Parnassys ingevoerd en uitgewisseld met DUO.
• Na de definitieve gesprekken kunnen ouders zich inschrijven voor de school van hun keuze (uiterlijk 14 maart).  
• Zodra de ouders voor een VO-school hebben gekozen en zich hebben aangemeld, wordt deze keuze aan de leerkracht van groep 8 doorgegeven. De schoolkeuze wordt in Parnassys ingevoerd. 
• Medio april wordt de Centrale Eindtoets Dia afgenomen bij alle leerlingen in groep 8, tenzij door de leerkracht, IB en directeur uitzonderingen zijn gemaakt. 
• Leerlingen krijgen de formulieren van de Centrale Eindtoets Dia met daarop de uitslag, de dag nadat de uitslagen per post binnen zijn gekomen, mee naar huis. 
• De uitslag op de Eindtoets wordt in Parnassys ingeladen en komt hierdoor automatisch in het overdrachtsdossier van het kind terecht. Indien er nog wijzigingen in advies en/of schoolkeuze zij, worden die ook doorgevoerd, waarna er een laatste uitwisseling met DUO plaatsvindt.
• De VO-school waar het kind is toegelaten, dient vervolgens bij de basisschool een verzoek in voor uitwisseling van het dossier, waarna het dossier van het kind digitaal (beveiligd) van het ene administratieprogramma (PO) naar het andere administratieprogramma (VO) wordt verstuurd.
• In april/mei/juni verzorgt de leerkracht van groep 8 voor alle leerlingen een warme overdracht naar de VO-school van hun keuze.   

Heroverweging schooladviezen
Nadat de digitale uitslag van de Centrale Eindtoets Dia in mei beschikbaar is, vergelijken de leerkracht, de directeur en de IB-er het gegeven advies met de uitslag van de Centrale Eindtoets Dia. Indien blijkt dat de uitslag hoger is dan het gegeven advies, dan wordt het advies van de betreffende leerlingen heroverwogen. Er kan door de school besloten worden het advies aan te passen. Bij de heroverweging spelen de sociaal-emotionele ontwikkeling, werkhouding, motivatie en de studiehouding van de leerling een belangrijke rol. 
Ouders van leerlingen waarvan het schooladvies wordt herzien, worden in mei/juni telefonisch van op de hoogte gesteld. 

Weergave Schooladvies

Bron

Zitten de oud-leerlingen van deze school in het voortgezet onderwijs boven, op of onder hun schooladvies?

In het eerste jaar

Bron

In het derde jaar

Bron

Sociale ontwikkeling

Wat zegt de inspectie over de school?

De Inspectie van het Onderwijs onderzoekt minimaal één keer in de vier jaar het bestuur van een school. De inspectie kijkt dan of de kwaliteitszorg, de onderwijskwaliteit en de financiële zaken bij het schoolbestuur op orde zijn. Daarnaast bezoekt de inspectie een aantal scholen die bij het schoolbestuur horen en onderzoekt deze scholen nader. De gegevens van het laatste onderzoek van de inspectie zijn beschikbaar op de website van de onderwijsinspectie.

Terug naar boven