C.N.B.S. De Wegwijzer

Lage Landweg 2 7777 RN Schuinesloot

  • Plattegrond
  • buitenruimte
  • hal
  • kleuterplein
  • Voorkant school

Het team

Toelichting van de school

Voor deze pagina is geen toelichting nodig.

Vakleerkrachten op deze school

Hoe wordt vervanging geregeld?

Vervanging en beleid bij het naar huis sturen van leerlingen:

Wat is er nodig om op schoolniveau een verantwoord beleid te kunnen voeren bij het naar huis sturen van leerlingen. We refereren aan de wettelijke uitgangspunten en geven verder de procedure aan die we volgen. 

De aansprakelijkheid van directie en schoolbestuur bij het naar huis sturen van leerlingen:

Het naar huis sturen van leerlingen bij een tekort aan leerkrachten is een noodoplossing, die effectief wordt, wanneer andere mogelijkheden zijn uitgeput. 

Situatie 1: de directie wordt kort voor of tijdens de schooldag geconfronteerd met een onvoorziene omstandigheid, die ertoe leidt, dat niet voor alle groepen een leerkracht beschikbaar is. Hij zal dan bij voorkeur de volgende stappen zetten: is vervanging, intern of extern, noodzakelijk en mogelijk? Zo ja, dan zal de groep leerlingen hoogstens tijdelijk onder toezicht van een collega van de afwezige leraar gedurende de (rest van de) schooldag moeten worden gesteld of worden verdeeld over de overige groepen tot de vervanger beschikbaar is. Is vervanging van de afwezige leraar gedurende de (rest van de) schooldag niet mogelijk, dan resten 2 oplossingen:         

  • de leerlingen verdelen over de andere groepen;         
  • contact opnemen met de ouders met het verzoek hun kind op te halen.

Omdat niet te verwachten valt, dat alle ouders in staat zijn of bereid zijn dat te doen, zal opvang van een aantal leerlingen noodzakelijk blijven. Als leerlingen niet opgehaald worden, maar na overleg alleen naar huis kunnen gaan, moet met de ouders worden afgesproken, dat telefonisch wordt bevestigd wanneer het kind thuis is gearriveerd. Er wordt contact opgenomen met bestuur en inspectie, alvorens kinderen naar huis worden gestuurd.

Situatie 2: de directie komt tijdens een schooldag op de hoogte van het feit, dat de volgende dag tenminste voor een groep geen leraar beschikbaar is en weet dat er geen in- of externe vervanger beschikbaar is. Er zijn dan 2 mogelijkheden:         

  • er wordt besloten de kinderen te verdelen over de andere groepen;         
  • er wordt besloten de ouders mee te delen, dat aan de leerlingen geen les kan worden gegeven.

In het laatste geval zal (bij voorkeur ’s morgens) een brief worden meegegeven aan de leerlingen of een mail worden verstuurd, waarin de ouders het besluit wordt meegedeeld en waarin de genoemde stappen worden uitgelegd. Wanneer bestuur en directie met de aan hun toevertrouwde leerlingen omgaan op de wijze die hiervoor is aangegeven, kunnen zij door ouders of verzorgers niet worden aangesproken op schade die door leerlingen wordt toegebracht aan derden. Inspectie en bestuur worden vooraf geïnformeerd over de calamiteit en de te kiezen oplossing.

Directie van de school

Medewerkers op deze school (instellingsniveau)

Hoe is de verdeling mannen en vrouwen?

Bron

Wat is de leeftijd van de teamleden?

Bron

Hoe zijn de teamleden verdeeld over de verschillende functiegroepen?

Bron

Hoe zijn de leerlingen gegroepeerd?

Toelichting van de school

Onze leerlingen zijn verdeeld over 4 combinatiegroepen (1/2, 3/4, 5/6, 7/8) van gemiddeld 23 leerlingen. Bij enkele vakken zoals bijvoorbeeld begrijpend lezen zijn de leerlingen groepsdoorbrekend per niveaugroep ingedeeld.

Klasindeling

  • Leerstofjaarklassen
  • Combinatiegroepen
  • Groepsdoorbrekende niveaugroepen

Hoe wordt de tijd op school besteed?

Leerjaar 1 en 2

Toelichting van de school

Bij de kleuters werken we volgens het ontwikkelingsvolgsysteem DORR  

  • Dagelijks, omdat kinderen elke dag anders zijn;
  • Observeren, om de ontwikkeling van kinderen te volgen;
  • Registreren, om van hieruit aan te kunnen sluiten met een nieuw onderwijsaanbod dat afgestemd is op de ontwikkeling van het kind;
  • Rapporteren; om ouders op de hoogte te kunnen houden van de ontwikkeling van hun kind. 

Dorr is een observatiepakket dat het ontwikkelingsverloop van het jonge kind zichtbaar maakt. Dorr gaat uit van georganiseerde observatiemomenten aan de hand van een beredeneerd aanbod en streeft een open en niet voorgestructureerde werkwijze na, waardoor je als leerkracht goed kunt aansluiten bij de ervarings- en belevingswereld van het jonge kind. Dorr is geen methode in de zin van vastgelegde thema’s of lesschema’s. Het kind staat centraal en wordt geobserveerd aan de hand van het onderwijsaanbod, waarin de leerkracht de keuze heeft op welke manier ze activiteiten aanbiedt. Het gaat erom dat de leerkracht een uitnodigende omgeving en uitnodigende materialen aanreikt, waarin  het kind actief speelt. Daarbij heeft zij natuurlijk wel de leer- en ontwikkelingslijnen in haar hoofd. 

We streven de volgende uitgangspunten na:       

  • We streven een open werkwijze na, het onderwijs blijft op die manier flexibel;
  • Wij kunnen zelf onze onderwijsinhouden ontwerpen, dit wel gestoeld op de visie die wij hebben;      
  • We observeren kinderen vanuit natuurlijke speel- leersituaties en uitdagende hoeken;       
  • Er zit structuur in het observeren. Jonge kinderen zijn iedere dag anders, een eenmalige observatie volstaat daarom niet;       
  • We signaleren met Dorr vroegtijdig problemen;       
  • Dorr helpt ons het onderwijsaanbod af te stemmen op het ontwikkelingsniveau van de kinderen. Dorr biedt tevens onze rapportage naar ouders;      
  • Wij observeren vanuit ontwikkelings- en leerlijnen. Observaties van de leerkracht geven een vollediger beeld van de kinderen dan toetsresultaten, aangezien ook zaken als interesse, werkhouding e.d. meegenomen kunnen worden;
  • Het observeren van kinderen in hun natuurlijke activiteit is betekenisvoller dan afgaan op de resultaten van een toets;      
  • Observaties zijn een product van continue interacties van de leerkracht met de kinderen;
  • Observaties kunnen leiden tot vroegtijdige onderkenning van problemen;      
  • Observaties leiden meer tot (bij) sturing van de dagelijkse praktijk. 

Wij werken vanuit de volgende visie:

  • De adaptiefgerichte visie: er wordt gebruik gemaakt van de verschillende onderwijsbehoeften die kinderen kunnen hebben. Door de leerkracht wordt systematisch een onderwijsprogramma aangeboden. Dit kan door geleide activiteiten, door begeleide activiteiten en door vrije en spontane activiteiten. De leerkracht weet van haar leerlingen welke onderwijsbehoeften bij welke kinderen passen en stelt daar haar aanbod op af. De leerkracht zorgt dat er voldoende onderwijsaanbod in de hoeken aanwezig is. Kinderen kunnen hiermee experimenteren, maar ook gestimuleerd worden tot handelen. De leerkracht heeft tijdens haar handelen duidelijke leerdoelen voor ogen. Activiteiten worden meestal aan een thema gekoppeld. In de groepsmap wordt vooraf een weekplanning gemaakt van het aanbod. Vanuit de verkregen observatiegegevens zal de leerkracht kinderen uitdagen om activiteiten te ondernemen, die een stapje boven het ontwikkelingsniveau van het kind liggen. De leerlingkaart wordt gebruikt als planning voor de vervolgactiviteiten en als signaleringsinstrument om eventueel kinderen te kunnen begeleiden met een hulpprogramma. 

Hoe ziet bovenstaande er in de praktijk uit?       

  • Iedere dag staat tijdens de inloop (zowel ’s morgens als ’s middags) een spel klaar voor het kind dat afgestemd is op de fase waar hij of zij in zit. Terwijl de kinderen bezig zijn, observeren  en registreren wij;      
  • We komen een aantal keren op een dag samen in de kring. Hier worden doelen die centraal staan voor die dag klassikaal aangeboden. Ook hier observeren en registreren wij wat de kinderen al kunnen;       
  • Tijdens de arbeid naar keuze, laten we de kinderen zoveel mogelijk vrij in hun keuze. Zij kiezen iets dat bij hen past. Wij zorgen voor uitdagend materiaal en voor wisselende hoeken. Tijdens het spelen observeren en registreren wij, maar spelen wij ook mee, of helpen we kinderen in een kleine kring verder op weg. Wanneer we in kleine kring werken om kinderen extra te begeleiden gebruiken we de rode stip voor het zelfstandig werken;      
  • We behandelen tenminste twee thema’s uit de koffers behorend bij Dorr. Hier komen alle ontwikkelingslijnen aan de orde;
  • We hebben een aantal thema’s die vast staan en tussendoor haken we in op de belevingswereld van de kinderen;
  • We zetten wekelijks onze doelen voor taal rekenen, sociaal/emotionele ontwikkeling, wereldoriëntatie, muziek en grove- en fijne motoriek enz. klaar  in onze digitale klassenmap. Hierin houden wij ook meteen de resultaten van de kinderen bij;      
  • De leerlingprofielen gebruiken wij als rapportage naar de ouders;
  • Aan de hand van deze gezamenlijke resultaten bepalen wij het niveau/de fase van het kind;
  • Iedere dinsdag krijgen de kinderen uit groep 2 een letter aangeboden uit  de koffer vol letters van Dorr. Aan het eind van groep 2 wordt de fonemisch bewustzijn toets afgenomen om te zien of de kinderen de leesvoorwaarden voor groep 3 beheersen. 

Kortom: Dorr is een observatiepakket dat ons leerkrachten, vanuit een beredeneerd aanbod van 48 leerlijnen, meer structuur geeft bij het plannen van activiteiten en daarbij kinderen laat observeren in vrije onderwijssituaties. Het onderwijsaanbod is verdeeld in 6 niveaus. Het aanbod en de observaties richten zich op een bepaald onderdeel van de leerlijn; dat sluit echter niet uit dat in deze periode ook andere onderdelen uit de leerlijn kunnen worden aangeboden. De observatiegegevens worden in kaart gebracht en laten zo een goed beeld zien van het ontwikkelingsverloop van een leerling. De gegevens van alle leerlingen worden in een groepsprofiel gezet. Aan de hand van de gegevens worden nieuwe activiteiten aangeboden in de groep en aan individuele leerlingen. Essentieel voor Dorr is dat goed kijken naar de ontwikkeling van kinderen de basis is voor de inhoud en organisatie van het onderwijs. Met de methode Dorr wordt het werken in de zone van de naaste ontwikkeling vergemakkelijkt.

Bron

Leerjaar 3 t/m 8

Toelichting van de school

Ons speerpunt is op dit moment het leesonderwijs, we merken dat door Corona bij veel kinderen het lezen achter blijft. In de onderbouw maar ook in de bovenbouw is het leesonderwijs natuurlijk geïntegreerd in alle vakken. (zie schoolscan site)

Tijdens het volgen van de zaakvakken maar ook tijdens het rekenen is het begrijpend- en het technisch lezen van groot belang! Wordt het lezen niet goed beheerst dan worden de opdrachten bij rekenen en de teksten bij de zaakvakken een stuk moeilijker te begrijpen en is dit een belemmering bij de uitvoering van de opdrachten.

De instructie bij het lezen wordt gegeven vanuit het EDI-model (Expliciete Directe Instructie). Afgelopen jaar hebben we ons hierin geschoold en ook nu is en blijft dit een speerpunt in ons onderwijs. We borgen deze instructie door deze mee te nemen in de POP's van de leerkrachten en door het afnemen van de kwaliteitskaart EDI. Deze manier van instructie wordt niet alleen bij het lezen gebruikt, maar ook bij de andere vakken. Ook blijven we onderzoek doen naar de juiste methoden om onze leerlingen gedegen leesonderwijs te kunnen geven voor nu en in de toekomst.

Bron

Extra mogelijkheden op deze school

Ondersteuning van de leerlingen

Samenvatting ondersteuningsprofiel

Wij beschrijven in dit plan, de wijze waarop de ondersteuning in de school vorm en inhoud krijgt, welke “basis-ondersteuning” wordt geboden en hoe de “extra-ondersteuning” binnen de school wordt ingezet en welke grenzen m.b.t. de afstemming binnen de school van toepassing zijn. Zowel het “Afdelingsplan” als het “Schoolondersteuningsprofiel” liggen voor belangstellenden op school ter inzage.

Op onze school stemmen wij het onderwijs zo goed mogelijk af (zie ook schoolplan  missie/visie nieuwe school) op wat een kind nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen. Kinderen met extra onderwijsbehoeften zijn welkom op onze school. Wij hebben onder meer een aanbod voor leerlingen met taal- leesproblemen en/of (ernstige) rekenproblemen, voor leerlingen met een beneden-gemiddelde intelligentie, voor hoogbegaafde leerlingen en voor leerlingen met gedragsproblemen. Onze intern begeleider ondersteunt de leerkrachten bij de begeleiding van kinderen met extra onderwijsbehoeften. Verder is aan onze school een orthopedagoog verbonden en kunnen we gebruik maken van specialisten die werken voor het samenwerkingsverband Passend onderwijs Veld Vaart & Vecht. Wanneer we zorgen hebben over de ontwikkeling van een leerling, delen we deze zorgen vanaf het eerste moment van signaleren, met de ouders. We willen de ervaringskennis van ouders benutten voor de begeleiding op school. We zien school en ouders als partners die samen optrekken om een kind met extra onderwijsbehoeften zo optimaal mogelijke ontwikkelingskansen te bieden. Sommige leerlingen hebben meer ondersteuning nodig dan onze school kan bieden. Dan zoeken we samen met de ouders naar een passende oplossing.

Kinderen met een beperking

Ons beleid is erop gericht om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de verschillen tussen kinderen. Dit hebben we binnen onze school op verschillende manieren vormgegeven, zoals een goed systeem voor ondersteuning, een positief pedagogisch klimaat en zelfstandig werken binnen de groepen en een passend leerstofaanbod. In principe zijn ook kinderen met een handicap welkom op onze school. Wij vinden dat elk kind in beginsel de mogelijkheid moet hebben om samen met de vriendjes en vriendinnetjes uit de eigen leefomgeving naar school te kunnen gaan. De ondersteuning op onze basisschool is over het algemeen voldoende om bijna alle leerlingen op te vangen binnen de eigen school. Met de ondersteuningsgelden die het bestuur ontvangt van het samenwerkingsverband kan een leerling vaak wel binnen de school blijven. Bij elke aanmelding van een leerling met een beperking zullen we opnieuw de afweging maken of onze school met deze extra faciliteiten in staat zal zijn om de extra ondersteuning die dit kind nodig heeft te bieden. Als gedurende de schoolloopbaan wordt geconstateerd dat een leerling voor extra ondersteuning in aanmerking komt, wordt ook de afweging gemaakt of onze school de extra ondersteuning die de leerling nodig heeft kan bieden. Bij deze afweging spelen de volgende factoren een rol: de omvang en de aard van de pedagogisch didactische behoefte van het aangemelde kind. De mogelijkheden van de school worden mede bepaald door het aantal leerlingen dat is aangewezen op extra-ondersteuning die we al begeleiden op onze school. Ook de groepsgrootte, eventuele combinatiegroepen, toegankelijkheid van het     schoolgebouw etc. zijn van invloed bij onze afweging om te kunnen bepalen of wij kinderen die speciale aandacht nodig hebben, kunnen begeleiden. De mate waarin wij een beroep kunnen doen op specialistische hulp van de betrokken SO-school of andere externe instanties is hierbij ook een belangrijk item. Onze school heeft de aanmeldingsprocedure van kinderen met een beperking vastgelegd in een protocol. Wanneer u uw kind wilt aanmelden op onze school kunt u contact opnemen met de directeur. Zij zal u dan informeren over deze procedure.

Samenhang met het Afdelingsplan

Zoals u al hebt kunnen lezen maakt onze school deel uit van de Afdeling Coevorden-Hardenberg van het SWV Veld, Vaart & Vecht. Een aantal directeuren van de deelnemende scholen vormt samen een stuurgroep deze stelt jaarlijks een zogeheten afdelingsplan voor de afdeling Coevorden-Hardenberg op. In dit plan staat beschreven wat er binnen de afdeling allemaal gedaan wordt voor de leerlingen die extra-ondersteuning behoeven en hoeveel geld de scholen hiervoor krijgen.

Welke specialisten ondersteunen op deze school?

Kwaliteitszorg en schoolplan

Download het schoolplan

Aanbod voor het jonge kind

Toelichting van de school

VVE

Ondanks dat "De Wegwijzer" geen VVE school is wordt er erg veel aandacht besteed aan kinderen met een ontwikkelingsachterstand of spraak/taal problemen. Er is een goede doorgaande lijn van peuterspeelzaal "De Beestenboel" naar groep 1 van "De Wegwijzer". Er vindt bij elke nieuwe leerling een warme overdracht plaats tussen de pedagogisch medewerker en de leerkracht van groep 1. De peuterspeelzaal maakt gebruik van het voor- en vroegschoolse programma "Puk en Ko". We hebben de kinderen met een risico op deze manier goed in beeld. In groep 1 en 2 wordt de VVE begeleiding doorgezet om te proberen de leerling op het juiste niveau in groep 3 te kunnen plaatsen.

We delen/evalueren 1 keer per jaar de opbrengsten van de VVE leerlingen uit groep 3 met de werkgroep VVE van de gemeente Hardenberg.

Terug naar boven