Noen

Paradijsplein 1 3034 SL Rotterdam

  • Alle tafels in de lokalen zijn gedekt
  • Schoolfoto van Noen

Resultaten eindtoets

Alle leerlingen maken in groep 8 van de basisschool een eindtoets. De school kiest per schooljaar welke toets wordt gebruikt. Er zijn verschillende goedgekeurde eindtoetsen om uit te kiezen. Met de toets wordt gekeken hoeveel kennis de leerlingen hebben van taal en rekenen. De toets geeft een extra uitslag naast het schooladvies dat een leerling krijgt van de leerkracht.

Welk percentage leerlingen behaalt het fundamentele niveau en welk percentage het streefniveau?

Fundamenteel niveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het basisniveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het fundamentele niveau of 1F genoemd. Iedere leerling zou dit niveau aan het einde van de basisschool moeten behalen. Voor alle basisscholen in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het fundamentele niveau 85%. Dus: op alle scholen moet 85% van de leerlingen het basisniveau halen, anders is dat een signaal voor de inspectie.

Bron

Streefniveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het hogere niveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het streefniveau of 2F (taal) en 1S (rekenen) genoemd. Het streven is dat zoveel mogelijk leerlingen dit niveau aan het einde van de basisschool behalen. Voor elke basisschool in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het streefniveau apart bepaald. Hoeveel procent van de leerlingen het hogere niveau moet behalen, verschilt dus per school. De inspectie kijkt eerst goed naar kenmerken van de leerlingen (en van hun ouders) om de verwachting te bepalen. Heeft een school meer leerlingen die meer aandacht nodig hebben, dan ligt de signaleringswaarde van de inspectie lager.

Bron

Hoe gebruikt deze school tussentijdse toetsen?

Toelichting van de school

Toetsing en begeleiding

De leerkrachten toetsen regelmatig of de kinderen de lessen hebben begrepen. Zo kunnen de leerkrachten al in een vroegtijdig stadium uw kind helpen als dat nodig is.

Deze toetsen noemen we methode-toetsen. De kinderen die onvoldoende scoren, krijgen extra begeleiding van de leerkracht (verlengde instructie). Daarnaast gebruiken wij de zogenaamde niet methode-toetsen (Cito-toetsen), welke enkele keren per jaar worden afgenomen. De resultaten van die toetsen worden besproken tijdens het zorg-overleg van de intern begeleider met de leerkracht. Voor kinderen die problemen met leren hebben, wordt, indien nodig, een handelingsplan gemaakt om het kind verder te helpen. Daarvan wordt de ouder op de hoogte gebracht door de groepsleerkracht.    

Leerlingvolgsysteem (LVS)

Het LVS (leerlingvolgsysteem) is opgezet om door de hele schoolperiode een goed beeld te krijgen van de ontwikkeling van uw kind. Daarom houdt de school een dossier bij van iedere leerling. Daartoe houdt elke leerkracht voortdurend bij hoe ver een kind met allerlei vakken gevorderd is. Op diverse momenten in het jaar gebeurt dit in het bijzonder door het afnemen van toetsen. Deze toetsen zijn allemaal ontwikkeld door het CITO. De leerkrachten kunnen drie zaken uit deze toetsen concluderen:

  • Hoever is de groep in zijn geheel gevorderd
  • Hoever is ieder kind gevorderd?
  • Verloopt de ontwikkeling soepel?  

Aan het einde van groep 7 wordt er een voorlopig voortgezet onderwijs advies gegeven. In groep 8 wordt er een definitief schooladvies gegeven die bindend is. Daarna wordt de landelijk bekende DIA Eindtoets afgenomen. Voor de bespreking daarvan wordt u uitgenodigd door de leerkracht van uw kind.

Rapporten

Drie keer per jaar krijgen de leerlingen een rapport. Bij de uitgifte van de rapporten wordt u op school uitgenodigd voor een 10-minuten gesprek om samen met de leerkracht het rapport te bespreken. Daarna wordt het rapport aan u meegegeven. Mocht een spreektijd van 10 minuten niet voldoende zijn dan kan er uiteraard altijd een vervolgafspraak gemaakt worden. Als uw kind doubleert dan krijgt u minimaal 6 weken van te voren een uitnodiging om op school hierover te komen praten.

Passend Primair Onderwijs (PPO)

Passend Primair Onderwijs (PPO) Rotterdam is een samenwerkingsverband voor passend onderwijs sinds augustus 2014. Het doel van PPO is door middel van een goede samenwerking met scholen passender primair onderwijs te bieden. Soms komt het voor dat een leerling niet alleen te maken heeft met speciale onderwijsbehoefte maar dat er ook ondersteuning nodig is op het terrein van de zorg. Het is daarom van groot belang dat onderwijs- en zorgondersteuning rondom een school goed georganiseerd is en samen met de ouder(s)/verzorger(s) wordt gezorgd voor een optimale ontwikkelomgeving voor een leerling. Het onderwijsarrangeerteam werkt vanuit deze visie dan ook nauw samen met het gemeentelijke wijkteam en de diagnostische teams die de gemeente gaat opzetten binnen de kaders van het Nieuwe Rotterdams Jeugdstelsel.

Onderwijs Zorgoverleg (OZO)

De school beschikt over een Onderwijs Zorgoverleg (OZO), dat bestaat uit: de intern begeleider (IB’er) van de school, de schoolcontactpersoon van PPO en de schoolmaatschappelijk werker. Soms moet de school de hulp van een of meer deskundigen inroepen, omdat een kind te kampen heeft met een voor de school te ingewikkeld probleem. Het OZO beschikt over genoeg kennis om deze hulp te bieden en bespreekt alle problemen op het gebied van leren, gezondheid en opvoeding. Het is belangrijk om te weten dat het OZO (slechts) een adviserende en eventueel doorverwijzende rol heeft. Een kind dat een bepaalde therapie nodig blijkt te hebben, krijgt die therapie NIET van een OZO-lid. Het OZO zal wel adviseren, een dossier opstellen en doorverwijzen naar een externe instelling die de therapie zal uitvoeren. Voor aanmelding bij het OZO wordt vooraf altijd schriftelijke toestemming van de ouders/verzorgers gevraagd.

Schoolmaatschappelijk Werk (SMW)

Wij maken in ons school gebruik van de kennis en kunde van een schoolmaatschappelijk werker (SMW). Haar taak is om, als uw kind met problemen zit die de school niet kan oplossen, met u te gaan praten over het bieden van hulp. In eerste instantie zal de SMW contact met u opnemen. De betrokkenheid van ouders/ verzorgers is hiervoor noodzakelijk. U kunt bij het SMW ook terecht voor kortdurende begeleiding, ondersteuning en advisering aan ouders en school, maar ook aan kinderen zelf.

Begeleiding kan bijvoorbeeld gaan over:

  • opvoedingsvragen;
  • ontwikkeling van het kind;
  • gedragsproblemen;
  • informatie over hulpverlenende organisaties;
  • andere zaken die van invloed kunnen zijn op het welzijn van uw kind (echtscheiding, rouwverwerking, omgaan met pesten;

Ouders die behoefte hebben aan een SMW, mogen ook op eigen initiatief gebruik maken van haar diensten. Tijdens SMW-spreekuren kunnen ouders een beroep doen op de schoolmaatschappelijk werker. Onze SMW is op maandag de gehele dag aanwezig op school.

Schoolarts

U kunt een oproep van de schoolarts verwachten wanneer uw kind in groep 2 en in groep 7 zit. Wij verzoeken u met klem hieraan gehoor te geven, omdat dit in het belang is van uw kind. Bent u niet in staat op de genoemde tijd aanwezig te zijn, bel dan de schoolarts van tevoren op voor het maken van een nieuwe afspraak. 

Mochten er zich structurele problemen voordoen kan de intern begeleider of de leerkracht contact opnemen met de schoolarts.

Wat zegt de inspectie over de school?

De Inspectie van het Onderwijs onderzoekt minimaal één keer in de vier jaar het bestuur van een school. De inspectie kijkt dan of de kwaliteitszorg, de onderwijskwaliteit en de financiële zaken bij het schoolbestuur op orde zijn. Daarnaast bezoekt de inspectie een aantal scholen die bij het schoolbestuur horen en onderzoekt deze scholen nader. De gegevens van het laatste onderzoek van de inspectie zijn beschikbaar op de website van de onderwijsinspectie.

Terug naar boven