Casa tweetalige Montessorischool

Goudenregensingel 25 A 2641 AV Pijnacker

  • Onderzoek in het Science Center
  • Werken in de moestuin
  • Koken voor de hele klas
  • Montessori reken materiaal
  • Kosmisch onderwijs

Resultaten eindtoets

Alle leerlingen maken in groep 8 van de basisschool een eindtoets. De school kiest per schooljaar welke toets wordt gebruikt. Er zijn verschillende goedgekeurde eindtoetsen om uit te kiezen. Met de toets wordt gekeken hoeveel kennis de leerlingen hebben van taal en rekenen. De toets geeft een extra uitslag naast het schooladvies dat een leerling krijgt van de leerkracht.

Welk percentage leerlingen behaalt het fundamentele niveau en welk percentage het streefniveau?

Fundamenteel niveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het basisniveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het fundamentele niveau of 1F genoemd. Iedere leerling zou dit niveau aan het einde van de basisschool moeten behalen. Voor alle basisscholen in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het fundamentele niveau 85%. Dus: op alle scholen moet 85% van de leerlingen het basisniveau halen, anders is dat een signaal voor de inspectie.

Bron

Streefniveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het hogere niveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het streefniveau of 2F (taal) en 1S (rekenen) genoemd. Het streven is dat zoveel mogelijk leerlingen dit niveau aan het einde van de basisschool behalen. Voor elke basisschool in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het streefniveau apart bepaald. Hoeveel procent van de leerlingen het hogere niveau moet behalen, verschilt dus per school. De inspectie kijkt eerst goed naar kenmerken van de leerlingen (en van hun ouders) om de verwachting te bepalen. Heeft een school meer leerlingen die meer aandacht nodig hebben, dan ligt de signaleringswaarde van de inspectie lager.

Bron

Hoe gebruikt deze school tussentijdse toetsen?

Toelichting van de school

Er zijn verschillende partijen betrokken bij het bijhouden van de voortgang van kinderen:

  • het kind;
  • de begeleiders;
  • de ouder(s)/verzorgers.  

Het kind

Kinderen worden ondersteund om eigenaar te worden van hun eigen leerproces.

In de onderbouw is de leerlijn in fysiek vorm aanwezig in de voorbereide omgeving. Het kind wordt uitgenodigd door de omgeving. Hij doet wat hij ziet.

Vanaf de middenbouw werken de kinderen met doelenboekjes waarin de leerdoelen voor de betreffende bouw staan. Deze doelen zijn onderverdeeld in basisvaardigheden en extra vaardigheden. In dit doelenboekje staat ook duidelijk welke vaardigheden ze bij welke leeftijd zouden moeten beheersen.

Kinderen weten dat ze een vaardigheid beheersen door het maken van een bewijsstuk of het creëren van een afrondingmoment. Dit kan door het maken van een toets, overhoring werkstuk, verslag en/of presentatie. De bewijsstukken verzamelen de kinderen in een portfolio.

Kinderen worden aangemoedigd te reflecteren en zichzelf te leren kennen.  Ze hebben ongeveer één keer per drie weken een reflectiegesprek met hun mentor (indien nodig dan zijn de gesprekken vaker). Ze leren over hun werk te praten doordat er gerichte vragen aan hen gesteld worden. 

In de midden- en bovenbouw worden kinderen ook betrokken bij de voortgangsgesprekken met de ouders.

In de middenbouw leren kinderen hun werk in een werkagenda bij te houden en hun voortgang in 'Ik kan boekjes' .

In de bovenbouw formuleren kinderen hun eigen doelen en reflecteren structureel of de doelen behaald zijn. Aan de hand van hun doelen maken ze een dag- of weekplanning. Ze zijn betrokken bij het analyseren van hun voortgang en hebben regelmatig reflectiegesprekken met hun mentor. Kinderen in de bovenbouw zijn betrokken bij het maken van een ‘benchmark’-rapport doordat ze een persoonlijke reflectie onder ieder ontwikkelingsgebied schrijven.  

De begeleider

De begeleiders houden de voortgang bij doordat zij gericht observeren. Binnen het Montessorionderwijs is observatie een essentieel onderdeel waarin begeleiders getraind worden. De begeleider in de onderbouw observeert door vooral te kijken, omdat ze primair er zijn om het kind te leren het zelf te doen. De begeleider in de midden- en bovenbouw observeert door te luisteren omdat ze primair kinderen helpen na te denken.

Door de observaties en signaleringen tijdens lessen komen begeleiders veel te weten over het kind: leerstijlen, niveaus, interesses etc. Dit is bepalend voor het begeleiden van het kind naar de ‘zone van de naaste ontwikkeling’. Doordat er meerdere begeleiders aan de groep verbonden zijn, observeren meerdere volwassenen het kind in zijn leerproces. Dit draagt bij tot een completer, objectiever beeld van het kind.  

De signaleringen worden in het digitale kindvolgsysteem MRX opgenomen. In MRX is te zien hoe alle leerdoelen en vaardigheden aan lessen gekoppeld zijn en op welke leeftijd wij mogen verwachten dat kinderen deze doelen behaald hebben. Vanuit het systeem worden ‘benchmark’-voortgangsverslagen gemaakt. In dit voortgangsverslag schrijft de begeleider commentaar ten aanzien van ieder ontwikkelingsgebied. Door deze manier van rapporteren kan de voortgang gevolgd worden.    

De ouder

Ouders zijn ervaringsdeskundigen. Ze kennen hun kinderen goed en omdat kinderen zich soms thuis anders gedragen dan op school, is het noodzakelijk dat de ouders en de begeleiders informatie uitwisselen over het kind.  

Observaties en oudergesprekken

Eenmaal per jaar kan één van de ouders het kind gedurende de werkperiode in de groep observeren. Voor de observatie ontvangt de ouder handvatten van de begeleider om gericht te observeren. Vervolgens hebben ouders een gesprek met de begeleider op een onderling afgesproken moment. Na afloop van het gesprek maken begeleiders en ouders een samenvatting van het gesprek dat in MRX opgenomen wordt.Een tweede gesprek vindt ongeveer zes maanden later plaats. Voorafgaand aan de gesprekken ontvangt u een benchmark-voortgangsverslag.  

Benchmark-voortgangsverslag

In het benchmark-voortgangsverslag kunt u alle ontwikkelingsgebieden zien waaraan uw kind werkt. Deze benchmarks zijn een samenvatting van alle vaardigheden waaraan een kind op Casa kan werken. Aan deze benchmarks zijn leeftijden gekoppeld waardoor je kunt zien op welke leeftijd kinderen deze vaardigheden zouden moeten leren en uiteindelijk zouden moeten beheersen. Deze leeftijden zijn gebaseerd op de Nederlandse kerndoelen en de AMI-richtlijnen. Om weer te geven wat de voortgang van het kind is, worden aan deze benchmarks (ijkpunten) de classificatie: ‘present’, ‘practise’, ‘improve’ en ‘mastered’ toegekend. Het toekennen van deze classificatie is gebaseerd op observaties van de begeleiders. Zij zullen bovendien ten aanzien van ieder ontwikkelingsgebied een toelichting toevoegen en de doelen voor de komende periode benoemen. Ook de toetsresultaten zullen in het verslag opgenomen worden. Hoewel de interpretatie van de ontwikkeling afgezet wordt tegen de leeftijd van het gemiddelde kind (benchmark), vinden wij het ook heel belangrijk dat de voortgang van het kind ten opzichte van zichzelf bekeken wordt.  

Toetsen

Wij nemen landelijk genormeerde schoolvaardigheidstoetsen (IEP lvs) af om te bevestigen dat onze observaties kloppen. De context waarbinnen de resultaten geanalyseerd worden, is zeer belangrijk. In landelijke toetsen worden bijvoorbeeld soms vragen gesteld over iets wat kinderen nog niet op Casa aangeboden hebben gekregen. Dit komt omdat wij individueel onderwijs geven en omdat de Montessori-leerlijnen afwijken van de leerlijnen in het reguliere onderwijs. Uiteindelijk wordt op Casa hetzelfde (of zelfs meer) aangeboden, maar in een andere volgorde.

Tijdens de oudergesprekken van de midden- en bovenbouw zult u toetsresultaten bespreken. Van kinderen die laag scoren of die veel zwakker hebben gescoord dan voorheen worden de ouders direct na de toetsen geïnformeerd en worden vervolgacties besproken.  

De toetsen die worden afgenomen zijn:

Technisch lezen (een- tot tweemaal per jaar):

  • groep 3 t/m groep 5 DMT en AVI-toetsen.
  • Vanaf groep 6 IEP technisch lezen.  

Begrijpend lezen (tweemaal per jaar) 

  • vanaf groep 4  (IEP)

Rekenen en wiskunde (tweemaal per jaar)

  • vanaf groep 3 (IEP)  

Spelling (tweemaal per jaar)

  • vanaf groep 4   (IEP)

Hoofdrekenen (tweemaal per jaar)

  • vanaf groep 3 (TTR)

IEP-advieswijzer (eenmaal per jaar)

  • groep 7  

IEP-eindtoets (eenmaal per jaar)

  • groep 8   

Sociogram (eenmaal per jaar)

  • vanaf groep 6

Welk schooladvies kregen de leerlingen van deze school?

Toelichting van de school

Het advies van de school is in Nederland bepalend op welk niveau het kind naar de middelbare school gaat. Tijdens de oudergesprekken in het voorlaatste schooljaar maken de begeleiders kenbaar naar welk niveau ze denken dat het kind uiteindelijk zal doorstromen. Tijdens het gesprek in januari van het laatste schooljaar wordt het uiteindelijke advies gegeven. Dit advies is gebaseerd op de gegevens die Casa gedurende het kind zijn schoolloopbaan verzameld heeft. Indien de eindtoets hoger uitvalt dan het door Casa gegeven advies,  wordt het advies soms naar boven bijgesteld.
Weergave Schooladvies

Bron

Zitten de oud-leerlingen van deze school in het voortgezet onderwijs boven, op of onder hun schooladvies?

In het eerste jaar

Bron

In het derde jaar

Bron

Sociale ontwikkeling

Wat zegt de inspectie over de school?

Toelichting van de school

Casa heeft de inspectie in april 2020 uitgenodigd om de school te bezoeken. Casa wilde graag voor het predicaat 'goed' gaan.

Echter in verband met de covid-19 maatregelen, is dit inspectiebezoek uitgesteld. De inspectie heeft geen zorgen rondom onze school en plant alleen bezoeken in bij scholen die urgentie hebben.

We hopen hen in het komend schooljaar te kunnen ontvangen. 

Terug naar boven