Speelleerplein de Fonkeling

Bernadettestraat 1 5688 KN Oirschot

  • Schoolfoto van Speelleerplein de Fonkeling
  • Schoolfoto van Speelleerplein de Fonkeling
  • Schoolfoto van Speelleerplein de Fonkeling
  • Schoolfoto van Speelleerplein de Fonkeling
  • Schoolfoto van Speelleerplein de Fonkeling

Resultaten eindtoets

Toelichting van de school

Op de Fonkeling volgen we kinderen gedurende de hele schoolperiode. Hierbij maken we gebruik van observaties, gesprekken, methodetoetsen en toetsen vanuit het leerlingvolgsysteem (LVS). In groep 8 maken kinderen de doorstroomtoets.
We zijn tevreden wanneer kinderen bij deze toets een resultaat behalen dat aansluit bij de verwachtingen en de ontwikkeling die het kind heeft door gemaakt. Daarbij kwam de gemiddelde score van de doorstroom-en eindtoets de afgelopen jaren in het algemeen op of rond het landelijk gemiddelde.

Welk percentage leerlingen behaalt het fundamentele niveau en welk percentage het streefniveau?

Let op: In schooljaar 2023-2024 is de eindtoets vervangen door de doorstroomtoets. Op dit moment zie je nog de resultaten van de eindtoets van 2023.
De resultaten van de doorstroomtoets van 2024 zijn na de zomer voor het eerst zichtbaar. Dit is in lijn met de beoordeling van de Inspectie van het Onderwijs. Kijk voor meer informatie op de website van de inspectie.

Let op: Voor de beoordelingen in het schooljaar 2023-2024 hanteert de inspectie naast de ongewijzigde signaleringswaarden zogenaamde correctiewaarden bij de beoordeling van de leerresultaten. Meer informatie is te vinden op de website van de inspectie.

Fundamenteel niveau

Het fundamenteel niveau is het niveau voor taal en rekenen dat zoveel mogelijk leerlingen aan het einde van de basisschool zou moeten beheersen. Dit wordt gemeten in groep acht met de eindtoets. De inspectie stelt dat minimaal 85% van alle leerlingen het basisniveau moet behalen. Deze 85% is de signaleringswaarde voor het fundamenteel niveau en dit is voor alle basisscholen in Nederland gelijk.

Bron

Streefniveau

Het streefniveau is een hoger niveau dan het fundamenteel niveau. Het doel is dat zoveel mogelijk leerlingen eind groep acht het streefniveau bereiken. Op basis van de leerlingpopulatie op school wordt door de inspectie voor elke basisschool in Nederland apart bepaald hoeveel procent van de leerlingen het streefniveau moet halen. Dat percentage is de signaleringswaarde voor het streefniveau van de school.

Bron

Hoe gebruikt deze school tussentijdse toetsen?

Toelichting van de school

Het volgen van de leerlingen
Op Speelleerplein de Fonkeling streven we ernaar dat ieder kind een ononderbroken ontwikkeling kan doormaken. We volgen de ontwikkeling vanaf het moment dat kinderen binnenkomen tot in het voortgezet onderwijs.Bij aanmelding van een kind zorgen we voor een warme overdracht, met het peuterwerk of met de vorige basisschool. Tijdens het schooljaar monitoren wij de ontwikkeling van onze kinderen.

Deze tussentijdse monitoring is er op gericht zicht te krijgen op de ontwikkeling in de verschillende vakgebieden om zo ons aanbod in de unit aan te laten sluiten bij de behoefte van elk kind. Deze monitoring vindt op verschillende momenten in het jaar plaats.
Bij de start van het schooljaar is er een warme overdracht tussen de vorige leerkracht(en) en de nieuwe leerkracht(en). Samen reflecteren zij op de laatste plannen waarin de doelen voor de kinderen omschreven worden en hoe deze vertaald worden naar het handelen in de klas en stellen zij met de opgedane inzichten het (groeps)plan bij. Bovendien maken zij een groepsoverzicht waarin, naast de laatste toetsresultaten, de leerlingkenmerken en onderwijsbehoeften staan. Dit overzicht is uitgangspunt voor de verdere invulling van het groepsplan.

Op verschillende momenten in het schooljaar reflecteren/ evalueren de leerkrachten van de unit eventueel samen met de kwaliteitscoördinator, de stand van zaken rondom het huidige groepsplan. Aan de hand van deze bespreking passen zij het plan aan. Leerkrachten hebben intensief contact met ouders, de kwaliteitscoördinator en eventueel met externen om opvallende zaken uit observaties en analyses te bespreken. Kinderen worden op de Fonkeling betrokken bij wat en hoe zij leren. Door regelmatig in gesprek te gaan met de kinderen weten we wat zij willen leren en hoe ze dat het liefste doen. Ouders worden hier minimaal twee keer per jaar bij betrokken in het ouder-kindgesprek.  

Om de voortgang van de kinderen bij te houden maken we in groep 1-2 gebruik van LOOQIN en vanaf groep 3 van het leerlingvolgsysteem. Met behulp van dit systeem meten onze leerkrachten in hoeverre de kinderen de leerstof van dat jaar beheersen en bepalen wat de onderwijsbehoeften zijn. Ook volgen we de sociaal-emotionele ontwikkeling minimaal 1x per jaar met een gevalideerd instrument. We zijn ons er steeds van bewust dat toetsen géén doel op zich is, maar een middel om een doel te bereiken.

Zicht op onderwijsresultaten wordt op de Fonkeling geborgd, door minimaal twee keer per jaar, te analyseren, opstellen van acties en resultaten te bespreken. Alle teamleden bekijken, onder begeleiding van directie en kwaliteitscoördinator, de opbrengsten. Er worden zowel school- als groepsanalyses gemaakt. We maken hierbij gebruik van een ambitieuze schooleigen norm. De acties die hier uit voortkomen worden opgenomen in een actieplan en krijgen een directe vertaling naar de groepsplannen. De unitleiders bewaken of de actiepunten worden uitgevoerd. De kwaliteitscoördinator bewaakt de kwaliteit, gericht op ondersteuning, over de hele school.

Welk schooladvies kregen de leerlingen van deze school?

Toelichting van de school

Schooladvies
Op de Fonkeling voeren we de hele schoolloopbaan gesprekken met de kinderen. In deze gesprekken kunnen zij inzicht krijgen in hun eigen wensen, nadenken over wat ze later willen worden en op welke onderdelen ze zich dan nog verder moeten of kunnen ontwikkelen. Dit kan zowel gaan om specifieke vaardigheden of kennis als om werkhouding of motivatie. Op deze manier krijgt het uiteindelijke schooladvies een meer ontwikkelingsgericht karakter door de jaren heen. Dit draagt bij aan het eigenaarschap van de leerling en bevordert de motivatie om zelf aan de slag te gaan. Op de Fonkeling geven we het schooladvies vanuit meerdere perspectieven vorm. Het doel van een goed schooladvies is dat een kind onderwijs volgt op een plek die past bij zijn/haar talenten en interesses. We zien ouders en school als partners in de ontwikkeling van het kind. De betrokkenheid van ouders is belangrijk gedurende de gehele schoolloopbaan en vanzelfsprekend ook bij de schooladviesprocedure en de overstap naar het Voortgezet Onderwijs (VO). We betrekken ouders goed en tijdig bij de stap die hun kind maakt naar het vervolgonderwijs en zoeken de verbinding met de scholen voor VO, dit zorgt voor een soepelere overgang
De procedure waarmee het schooladvies tot stand komt hebben we beschreven in het document 'Procedure schooladvies VO de Fonkeling'. Het document is te vinden op de website van de school.

Scholen voor voorgezet onderwijs
De samenwerking met het voortgezet onderwijs in de omgeving beperkt zich op dit moment tot het uitwisselen van informatie die vooral toegespitst is op de inrichting van het voortgezet onderwijs en het afstemmen van regelingen. Tevens is er contact over de basisschoolleerlingen die in de brugklassen instromen en/of zijn ingestroomd.
Op initiatief van het voortgezet onderwijs kunnen activiteiten ontplooid worden die er toe leiden dat de kinderen van groep 8 een beter inzicht krijgen in wat het voortgezet onderwijs te bieden heeft. Zo organiseert een aantal scholen in de omgeving bijvoorbeeld jaarlijks een introductieochtend of -middag. Wanneer je kind hieraan mee wil doen, kun je hiervoor vrijstelling aanvragen.

Weergave Schooladvies

Bron

Zitten de oud-leerlingen van deze school in het voortgezet onderwijs boven, op of onder hun schooladvies?

In groep 8 krijgt elke leerling van de basisschool een advies voor het voortgezet onderwijs dat past bij het niveau van deze leerling. De leerling stroomt vervolgens door naar het voortgezet onderwijs. In het derde jaar wordt gekeken welk niveau de leerling werkelijk heeft vergeleken met het niveau van het schooladvies. Dit wordt vertaald naar drie categorieën: boven, op en onder advies. Bijvoorbeeld: een leerling met schooladvies vmbo-b die in het derde jaar op het vmbo-k zit, zit boven advies. En een leerling met schooladvies havo/vwo die in het derde jaar op het havo zit, zit op advies. Wanneer deze leerling in het derde schooljaar op het vwo zit, zit hij/zij boven advies.
In het derde jaar

Bron

Sociale ontwikkeling

Hoe denkt deze school over sociale ontwikkeling?

Het begrijpen van de maatschappij en je leren te verhouden tot jezelf, de ander, de wereld om je heen en de tijd waarin je leeft is essentieel. Ons onderwijs is niet alleen een voorbereiding op deelname aan de samenleving, het is zélf een belangrijke vorm van samenleven.
Leerlingen van de Fonkeling leven in diverse sociale contexten, zoals de unit, de school en de buurt. Het functioneren in deze contexten vraagt om uiteenlopende competenties zoals het kennen en herkennen van de eigen emoties, het kunnen inleven in de situatie van de ander en het oplossen van sociale problemen. Al deze competenties zijn onderdeel van de persoonsvorming, het breed ontwikkelen van persoonlijkheid. Om de leerlingen van de Fonkeling sociaal emotioneel klaar te maken voor de toekomst willen we ze de competenties uit "Sociaal Emotioneel Leren als basis" (Overveld, 2017) gecombineerd met de ontwikkellijn omgaan met mezelf, de ander en de wereld eigen maken. 

Kernwaarden uit de visie op sociale ontwikkeling

  • Open
  • Samen
  • Talent

Wat zegt de inspectie over de school?

Toelichting van de school

Op 25 januari 2018 heeft een inspectiebezoek plaats gevonden met als thema Didactisch handelen door Moniek Roders-Soeters. Hierbij een verslag, gemaakt door de school, over dit bezoek.

Inspectiebezoek 25 januari 2018 (thema: didactisch handelen)
De inspectie voert dit onderzoek uit op de Fonkeling om informatie op te halen vanwege de taak om toezicht te houden op het onderwijsstelsel. Deze informatie vormt een van de bronnen voor de 'Staat van het Onderwijs' dat jaarlijks in april verschijnt. Daarnaast geeft de inspectie met het bezoek invulling aan de verplichting om elke basisschool in Nederland tenminste een keer in de vier jaar te bezoeken. Het onderzoek neemt een ochtend in beslag.   
De kwaliteit van didactisch handelen is cruciaal voor de kwaliteit van het onderwijs. Het is dan ook niet voor niets dat het didactisch handelen steeds onderzocht wordt en dat de inspectie op zoek is naar manieren om aspecten van het didactisch handelen op stelselniveau in kaart te brengen. Een belangrijk onderdeel van het huidige, vernieuwde toezicht is dat ze aandacht hebben voor de eigen ambities van scholen. Tijdens dit bezoek worden de ambities van de school dan ook met het didactisch handelen verbonden.
Dat betekent dat er tijdens dit bezoek in gesprek gegaan wordt over:
De eigen ambities van de school met betrekking tot het didactisch handelen en hoe deze terug te zien zijn in de school en in de groepen.
Het zicht dat de school heeft op de kwaliteit en realisatie van ambities (zelfevaluatie). Dit wordt tijdens het onderzoek verbonden aan de waargenomen praktijk van didactisch handelen.  
Tijdens het bezoek staan de volgende vragen centraal:
Wat is het beeld van het didactisch handelen als het gaat om taakgerichtheid, betrokkenheid en feedback?
Welke ambities streeft de school na als het gaat om didactisch handelen?
Hoe gaat uw school de kwaliteit van het didactisch handelen na?
Hoe zijn de eigen ambities van uw school terug te zien in de praktijk?  

Opzet bezoek
De eigen ambities en de beoogde kwaliteit van het didactisch handelen zijn het vertrekpunt. De directie geeft een beeld van de ambities in het inleidend gesprek. Dit vormt de start van het bezoek. De volgende vragen zijn daarin van belang: Welke ambities of welke visie streeft uw school na in het didactisch handelen? Aan welk verbeterpunt heeft uw school eventueel nu of recent gewerkt? Wat is het beeld van het didactisch handelen van de school op dit moment en hoe evalueert uw school deze kwaliteit zelf? Vervolgens voeren inspecteur en IB’er lesbezoeken uit. In de lessen gaan worden in elk geval betrokkenheid, taakgerichtheid en feedback  en de ingebrachte ambities geobserveerd. Aan het einde van de ochtend is er, met inspecteur, directeur, IB’er en de geobserveerde leraren, een reflectiegesprek.  

Afronding
Omdat het accent ligt op het reflectiegesprek, schrijf de inspecteur geen onderzoeksverslag of rapport. Wel publiceert de inspectie op 'scholen op de kaart' dat de school bezocht is en welke onderwerpen besproken zijn.  

Conclusie van de school n.a.v. het bezoek
Inspecteur M. Roders is zeer tevreden over het didactisch handelen op de Fonkeling. In alle units zag zij een hoge maten van betrokkenheid en taakgerichtheid bij de leerlingen. Er heersten rust in de units en de leerlingen weten, vanuit routines, wat ze moeten doen. Leerlingen zijn gewend elkaar te helpen en doen dit op een goede manier. Hierdoor zijn alle kinderen taakgericht aan het werk. Ook zag zij een stabiele doorgaande lijn in het leerkracht handelen. Leerkrachten spelen in op de behoeften van de leerlingen en houden de groep in de gaten. De leerstof die aangeboden wordt is beredeneerd; er is nagedacht over wie wat doet op welk moment. Doordat leerkrachten op de Fonkeling intensief met elkaar samenwerken en intrinsiek gemotiveerd zijn om hun onderwijs verder te ontwikkelen wordt didactisch handelen geborgd. Het team staat open voor feedback en durft het eigen handelen kritisch onder de loep te nemen en aan te passen indien nodig.

Terug naar boven