Katholieke Jenaplanschool St. Franciscus

Berenbosweg 25 8071 DX Nunspeet

Schoolfoto van Katholieke Jenaplanschool St. Franciscus

Resultaten eindtoets

Toelichting van de school

Vanwege de COVID-19 pandemie en de lockdown/schoolsluiting heeft er in 2019/2020 geen centrale eindtoets (IEP-Eindtoets) plaatsgevonden. In het schooljaar 2020/2021 is de Eindtoets wel afgenomen. Als school geven wij u graag inzicht in de conclusies van onze schoolanalyse. Hieronder leest u daarover.

Conclusies schoolanalyse 2019/2020

Rekenen: De schoolresultaten zijn ruim boven de gestelde percentages voor het 1F niveau. Het gestelde percentage 1S wordt net niet gehaald. In het schooljaar 2019/2020 is er gestart met de inzet van een nieuwe rekenmethode, welke inzet op het behalen van hogere doelen. Door de inzet van deze methode werken wij aan het behalen van onze gestelde ambities voor het streefniveau (1S)

Begrijpend lezen: De schoolresultaten zijn ruim boven de gestelde ambities op zowel 1F als 1S niveau.

Totaal: Het fundamenteel niveau (1F) wordt ruim behaald. Het streefniveau (1S/2F) wordt nog net niet gehaald. Let op: bovenstaande conclusies is gebaseerd op de middentoetsen in februari 2020, waarbij deze normen normaliter worden afgezet tegen de verplichte eindtoets in april.

Conclusies schoolanalyse 2020/2021

Rekenen: Er is positieve groei te zien in het percentage steefniveau (1S/2F). De inzet van hogere doelen, een nieuwe rekenmethode en aanpassing van de rekenaanpak lijkt hierop positief effect te hebben.

Taalverzorging: Het percentage streefniveau (1S/2F) valt lager uit dan verwacht. Er is hiervoor een inhoudelijke analyse gemaakt, op basis waarvan wij een aanpak hebben bepaald voor het schooljaar 2021-2022. 

Totaal: Het totaal percentage fundamenteel niveau (1F) valt ruim boven de norm uit. Het percentage streefniveau (1S/2F) is nog niet behaald. 

Schoolweging & spreidingsgetal

De op de volgende pagina weergegeven percentages 1F/1S worden bepaald door de Inspectie van het Onderwijs. De signaleringswaarde van het streefniveau (1S/2F) wordt bepaald door de schoolweging. De schoolweging van onze school is 27.85. Daarnaast wordt er gekeken naar het spreidingsgetal. De schoolweging is een gemiddelde dat berekend is op basis van gegevens over alle leerlingen in een school. Deze gegevens kunnen dichter bij elkaar liggen of juist verder van elkaar af. Dit wordt de spreiding genoemd en het spreidingsgetal geeft dan ook de mate aan waarin de leerlingen in een school van elkaar verschillen. De spreiding wordt  aangegeven met een getal. Over het algemeen is dat een getal tussen de 4 en de 8. Waarbij het getal 6 een gemiddelde spreiding is. Alles boven de 6,5 wordt gezien als een grote spreiding. Dit betekent dat je meer verschillen in niveaus en achtergrond in de groepen hebt. Dit houdt in dat het differentiëren in het onderwijs complexer is. Het spreidingsgetal van onze school is 6,81. Dit kan worden aangeduid als een grote spreiding, met hierbij een meer complexe differentiatie in de groepen.

Welk percentage leerlingen behaalt het fundamentele niveau en welk percentage het streefniveau?

Fundamenteel niveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het basisniveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het fundamentele niveau of 1F genoemd. Iedere leerling zou dit niveau aan het einde van de basisschool moeten behalen. Voor alle basisscholen in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het fundamentele niveau 85%. Dus: op alle scholen moet 85% van de leerlingen het basisniveau halen, anders is dat een signaal voor de inspectie.

Bron

Streefniveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het hogere niveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het streefniveau of 2F (taal) en 1S (rekenen) genoemd. Het streven is dat zoveel mogelijk leerlingen dit niveau aan het einde van de basisschool behalen. Voor elke basisschool in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het streefniveau apart bepaald. Hoeveel procent van de leerlingen het hogere niveau moet behalen, verschilt dus per school. De inspectie kijkt eerst goed naar kenmerken van de leerlingen (en van hun ouders) om de verwachting te bepalen. Heeft een school meer leerlingen die meer aandacht nodig hebben, dan ligt de signaleringswaarde van de inspectie lager.

Bron

Hoe gebruikt deze school tussentijdse toetsen?

Toelichting van de school

Onderbouw (groep 1/2)

De kinderen worden geobserveerd door de stamgroepleider, deze gegevens worden verwerkt in het observatiesysteem BOSOS. Op basis van de observatie wordt het onderwijsaanbod daar waar nodig bijgesteld en/of aangepast. 

Midden- en bovenbouw (groep 3/4/5 & groep 6/7/8)

Het periodiek afnemen van methodegebonden toetsen en/of testen wordt ingezet om te evalueren of de (tussen)doelen behaald zijn. Tevens wordt met toetsing bekeken of de interventies voldoende hebben bijgedragen aan het behalen van de gestelde doelen. Het onderwijsaanbod wordt daar waar nodig bijgesteld, rekening houdend met de (specifieke) onderwijsbehoefte van het kind. Voor de tussen- en eindmeting maken wij op school gebruik van CITO LOVS. De resultaten van de (methode en niet-methode) toetsen en de ingezette interventies worden geanalyseerd. Op basis van de conclusies uit deze analyse wordt het onderwijsaanbod gepland en waar nodig nieuwe interventies opgesteld en/of een plan van aanpak gemaakt. 

Voor alle groepen

In de school spreken wij van een korte-, middellange- en langezorgcyclus met betrekking tot het monitoren van de resultaten van het kind en het onderwijsproces. De korte cyclus omvat de dagelijkse notities n.a.v. observaties tijdens instructies en verwerking met betrekking tot de beheersing van het gestelde lesdoel. De middellange cyclus omvat het periodiek afnemen en analyseren van (methode)toetsen en testen in midden- en bovenbouw en de observaties vanuit BOSOS in de onderbouw. De lange cyclus omvat de analyse op groeps-, bouw- en schoolniveau op basis van de tussen- en eindmeting. De intern begeleider en de directeur begeleiden deze lange zorgcyclus, waarbij het team met elkaar de opbrengsten bespreekt om vervolgens hier conclusies en acties aan te verbinden. In het onderwijsplan van de school, deze is in te zien op school, staat te lezen op welke wijze deze cycli per vakgebied wordt ingezet. 

Groeps- en kindbesprekingen

De intern begeleider, Tom van den Berg, voert met de stamgroepleider(s) van elke stamgroep groeps- en kindbesprekingen. In een groepsbespreking staat de ontwikkeling van de gehele stamgroep centraal. Er wordt gekeken naar pedagogische en didactische uitgangspunten, waarbij er aandacht is voor de tussentijdse resultaten van kinderen. Op basis van een groepsbespreking worden er acties opgesteld voor de betreffende stamgroep. Een kindbespreking wordt gevoerd n.a.v. een groepsbespreking. In een kindbespreking staat telkens één kind centraal met zijn/haar specifieke ontwikkelbehoeften. Vanuit de kindbespreking worden acties opgesteld.

In de handelingskalender, welke ter inzage ligt op school, staat per maand uitgewerkt welke acties er in het kader van het cyclisch volgen worden uitgevoerd.

Overgaan, doubleren & herfstkinderen

Normaal gesproken doorloopt een kind alle groepen in acht schooljaren. Voor sommige kinderen is deze periode korter of langer. Kinderen, die op 1 oktober of daarna vier jaar worden, worden als ‘instromers’ gerekend en komen in het nieuwe cursusjaar in groep 1. Op onze school komt het voor dat kinderen, die na 1 oktober 4 jaar worden lang ‘kleuteren’. Als de ontwikkeling van het kind aanleiding is het kind mogelijk nog niet naar groep 3 te laten doorstromen, of eerder dan op het gebruikelijke moment, worden ouders van deze mogelijkheid al gedurende het schooljaar op de hoogte gebracht. Ook zal door de stamgroepleider, in samenspraak met de intern begeleider extra worden gekeken naar het sociaal emotionele aspect, en naar de cognitieve “rijpheid” van het kind. Het oordeel van de stamgroepleider, die de leerling goed volgt met een observatielijst en leerlingvolgsysteem is van doorslaggevend belang. Wanneer wij kinderen een verlengde kleuterperiode of een vervroegde overstap naar groep 3 geven, gebeurt dit op basis van argumenten. De procedure staat beschreven in het 'Protocol overgaan, doublure & herfstkinderen' dat op school is in te zien. Er wordt gewerkt aan een herziening van dit procotol in het schooljaar 2021/2022.    

Deze werkwijze hanteren wij feitelijk bij alle groepen, dus ook vanaf groep 3. Jaarlijks neemt de school een overgangsbeslissing en betrekt hierbij de ouders steeds tijdig, zeker indien een doublure of snellere doorstroming wordt overwogen. De uiteindelijke beslissing een kind wel of niet te laten doubleren, wordt altijd door de school genomen.

Welk schooladvies kregen de leerlingen van deze school?

Toelichting van de school

Uitstroom naar Voortgezet Onderwijs (VO)

In het laatste jaar van de basisschool moet een school voor voortgezet onderwijs worden gekozen voor uw kind. Om een goede keuze te kunnen maken zijn de volgende aspecten van belang:

a. Het advies van de basisschool;
b. De resultaten uit het leerlingvolgsysteem (LVS);
c. Informatie van het voortgezet onderwijs, bezoek aan open dagen en informatieavonden, enz.     

Het advies van de basisschool wordt gevormd op grond van gegevens uit observaties door de stamgroepleiders, uit verslagen van de laatste jaren, leerlingwerk en toetsen, zoals die in de voorafgaande jaren op de basisschool door uw kind gemaakt zijn. Ook worden gegevens verzameld over de motivatie, de werkhouding, het zelfvertrouwen, het doorzettingsvermogen, e.d.  

In het laatste driegesprek van groep 7 geven wij u en uw kind een voorlopig schooladvies VO. Op deze wijze betrekken wij u vroeg bij de ontwikkeling richting het voortgezet onderwijs. Voor 1 maart geven wij een definitief schooladvies, u ontvangt hiervoor een uitnodiging voor het adviesgesprek via Parro. U krijgt dit advies op papier, met een toelichting van de stamgroepleider. Dit advies sturen wij of de ouders naar de VO-school die uw kind en u hebben uitgekozen. U hoeft het schooladvies niet op te volgen, maar het schooladvies is wel leidend bij de beslissing over toelating. Als u uw kind aanmeldt, moet u het schooladvies meesturen.

De basisschool is verplicht overdrachtsgegevens aan de gekozen school voor voortgezet onderwijs te verstrekken. Dit kan middels een digitaal overdrachtsdossier (DOD). Het inschrijfformulier moet door de ouders zelf op de gekozen school worden ingeleverd. Sinds 2015 zijn alle kinderen uit groep 8 verplicht om tussen 15 april en 15 mei een eindtoets te maken. Op onze school is dat de IEP eindtoets. Heeft uw kind de toets beter gemaakt dan verwacht, dan gaan wij het advies heroverwegen en kan het schooladvies mogelijk worden aangepast. Dit gebeurt in nauw overleg met uw kind en u. Een aangepast schooladvies geeft recht op toelating tot de bijbehorende schoolsoort. Het kan gebeuren dat de school voor VO het nieuwe advies niet aanbiedt of dat er geen plaats is bij de schoolsoort. U moet uw kind dan bij een andere VO-school aanmelden. Als het resultaat van de eindtoets minder goed is dan verwacht, dan passen wij het schooladvies niet aan. Onze school onderhoudt periodiek contact met de diverse scholen voor voortgezet onderwijs over de vorderingen van de kinderen. 

Weergave Schooladvies

Bron

Zitten de oud-leerlingen van deze school in het voortgezet onderwijs boven, op of onder hun schooladvies?

In het eerste jaar

Bron

In het derde jaar

Bron

Wat zegt de inspectie over de school?

De Inspectie van het Onderwijs onderzoekt minimaal één keer in de vier jaar het bestuur van een school. De inspectie kijkt dan of de kwaliteitszorg, de onderwijskwaliteit en de financiële zaken bij het schoolbestuur op orde zijn. Daarnaast bezoekt de inspectie een aantal scholen die bij het schoolbestuur horen en onderzoekt deze scholen nader. De gegevens van het laatste onderzoek van de inspectie zijn beschikbaar op de website van de onderwijsinspectie.

Terug naar boven