Bron: <b>DUO</b><br />Vergelijkbare instellingen: <b>alle instellingen in het basisonderwijs met een vergelijkbaar leerlingenaantal</b><br /> <a href="https://achtergrondinformatie.vensters.nl/p/VenstersPO/6192449487635168" class="button button-link" target="_blank"><i class="fas fa-external-link-square-alt"></i> Achtergrondinformatie</a>">Bron
Organisatie van het onderwijs
De Muze wil graag een school zijn waar kinderen zichzelf kunnen zijn en onderwijs op hun eigen manier kunnen volgen. Op De Muze zijn er heterogene basisgroepen. Daarnaast werken de kinderen in instructiegroepen en in het leerplein.
De basisgroep
De basisgroep is de veilige ‘thuis’groep, waar kinderen van één of twee leerjaren samen zitten. In deze basisgroep wordt de dag begonnen met de inloop. In de basisgroep zijn ook de kringen (sociaal-emotionele ontwikkeling), de vieringen en het thematisch onderwijs. Hier wordt pauze gehouden en gegeten en wordt de dag afgesloten. In de basisgroep zijn vaste leerkrachten.
Instructiegroepen
Het kernvak rekenen wordt in instructiegroepen gegeven. Deze instructiegroepen zijn ingedeeld op de onderwijsbehoefte(n) van het kind. Na elke toetsperiode wordt er gekeken of een kind nog in de juiste instructiegroep zit. De instructies verschillen naar inhoud, lengte (20 min of 40 min per vak), tempo en didactiek. De instructies zijn altijd in een klaslokaal.
Leerplein
Het leerplein is een afwisselende, stimulerende omgeving waar veel te beleven is en waar kinderen keuzes kunnen maken. De activiteiten op het leerplein zijn uitdagend, gevarieerd en betekenisvol. Op het leerplein zijn er werkplekken voor individueel werk, voor duo’s of groepjes, er is een leeshoek, een opzoekhoek en er is een stilwerkplek. Op alle leerpleinen zijn voldoende chromebooks aanwezig. Kinderen spelen/werken altijd onder begeleiding van een leerkracht. Kinderen werken op het leerplein aan (verwerkings-)opdrachten en er is ruimte voor onderzoekend leren. Er worden hoeken ingericht die gerelateerd zijn aan het actuele thema. Op het leerplein is voldoende ruimte en materiaal voor creatieve opdrachten. Alle activiteiten van de kinderen op het leerplein staan op een taakweekkaart (TWK). Op het leerplein gelden heldere, voor iedereen duidelijke, afspraken. De leerkracht op het leerplein beantwoordt niet alleen de vragen die de kinderen hem/haar stellen, maar is vooral procesbegeleider. Hij/zij ondersteunt de kinderen bij het aanleren van de vaardigheden op het gebied van zelfsturing, samenwerking en communicatie.
Ateliers
De groepen hebben de beschikking over een aantal ateliers. Dit zijn vaste of flexibele ateliers voor o.a.: techniek, onderzoekend/ontdekkend leren, beeldende vorming en muziek. Daarnaast zijn er ook gezamenlijke activiteiten waar de hele school of meerdere groepen bij betrokken zijn. Daarbij moet worden gedacht aan de workshops bij de thema’s, de themaopeningen en –sluitingen, de presentatie van de gemaakte (kunst)werken etc.
ICT ter ondersteuning van het onderwijs op de Muze
Het gebruik van computers, Chromebooks en internet neemt toe op De Muze. We gebruiken namelijk een digitale methode voor het vakgebied rekenen, te noemen Pluspunt. Daarnaast gebruiken we ook andere software die hoort bij de methoden die we op school gebruiken. Voor spelling is dat Staal, voor wereldoriëntatie zijn dat Naut, Meander en Brandaan. In de groepen 1 t/m 4 wordt voor lezen gebruik gemaakt van het oefenprogramma Bouw. Ook niet-methode gebonden software wordt gebruikt. Al deze software is ondergebracht in Basispoort, wat het dashboard voor zowel kinderen als leerkrachten is.
De kinderen werken tot en met groep 5 met fysieke methodes. Chromebooks worden alleen ingezet om extra op te oefenen. Vanaf groep 6 werken de kinderen ook met software van de methodes voor rekenen en taal. De leerkrachten hebben duidelijke afspraken met elkaar en met de kinderen gemaakt over het gebruik van Chromebooks.
Vanaf groep 5 maken de kinderen kennis met verschillende programma’s, zoals Power Point en Word. In de groepen 6 t/m 8 leren ze daar steeds meer en beter mee werken. De kinderen komen tot het maken van werkstukken en bijbehorende presentaties, waarbij het internet een belangrijke rol speelt. Deze kinderen gaan op hun eigen niveau verder met het ontwikkelen van hun computervaardigheden. De leerlingen leren met, door en over ICT van elkaar, van leerkrachten en ouders.
Het bijhouden van vorderingen van kinderen gaat via het leerlingvolgsysteem Cito Leerling in Beeld (Cito LIB) en EsisB. In dit laatste programma wordt de leerling administratie ingevoerd, de registraties van gesprekken met ouders en/of externen opgenomen en de Cito-toets gegevens opgeslagen.
Het gebruik van Chromebooks, digiborden en software wordt op De Muze gecoördineerd door de werkgroep ICT, bestaande uit twee leerkrachten. Het systeembeheer wordt geregeld via onze stichting Conexus. De leerkrachten blijven zich komende jaren richten op hun didactische en organisatorische vaardigheden, met ondersteuning van de werkgroep ICT. Er is een ICT-projectplan met daarin de leerdoelen per jaar, de algemene doelen en de middelen.
Wij willen kwalitatief goed onderwijs bieden. Het geven van goed onderwijs bestaat voor ons uit het verzorgen van leeromgevingen waarin leerlingen worden uitgedaagd, om kennis, vaardigheden en waarden op te doen. Wij willen elk kind een fijne passende plek op onze school bieden. Een plek die past bij de onderwijsbehoeften van het kind en bij de ondersteuningsmogelijkheden van onze school.
OBS de Muze heeft als taak voor ieder kind adequaat onderwijs te realiseren. Daaronder wordt verstaan een voor ieder kind passend onderwijsaanbod, zowel in pedagogisch als didactisch opzicht, dus afgestemd op wat het kind nodig heeft. Wij bieden zoals elke school in Nijmegen basisondersteuning aan. Daarnaast geven wij ook extra ondersteuning. In het Schoolondersteuningsprofiel is te lezen welke mogelijkheden wij hebben.
Passend onderwijs en zorgplicht
Elk kind heeft recht op goed onderwijs, ook kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. De regering wil dat zoveel mogelijk kinderen naar een gewone basisschool in de buurt kunnen gaan. Met ingang van 1 augustus 2014 hebben alle scholen een zorgplicht. Dat betekent dat scholen ervoor moeten zorgen dat elk kind een passende onderwijsplek krijgt, ook als duidelijk is dat er voor een kind extra ondersteuning nodig is. Veelal zal dit op de school zijn waar het kind al zit of aangemeld wordt (bij een nieuwe leerling). Kan de school zelf geen passende onderwijsplek bieden, dan wordt gekeken naar een andere school die de gewenste ondersteuning wel kan bieden. Dit kan ook een school voor speciaal basisonderwijs zijn. Alle scholen moeten hiermee aan de door het samenwerkingsverband vastgestelde basisondersteuning voldoen. Deze is voor alle basisscholen gelijk. Aanvullend op de basisondersteuning kunnen scholen ook extra vormen van ondersteuning bieden. Scholen leggen het totale aanbod aan ondersteuning vast in een schoolondersteuningsprofiel. Het schoolondersteuningsprofiel is voor ouder(s)/ verzorger(s) in te zien op de website van de school en ligt ter inzage bij de directie van de school.
Verwijsindex
De MULTIsignaal Verwijsindex is een digitaal systeem waarin professionals uit bijvoorbeeld de jeugdzorg of het onderwijs kunnen aangeven, dat zij betrokken zijn bij je zoon/dochter. Op deze manier kunnen professionals met elkaar afstemmen om je kind zo goed mogelijk te helpen.
Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling
De meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling helpt professionals bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. Aan de hand van 5 stappen bepalen professionals of ze een melding moeten doen bij Veilig Thuis en of er voldoende hulp kan worden ingezet. U kunt hier meer over teruglezen op www.rijksoverheid.nl
Toekomstig aanbod aan extra ondersteuning
Visie op passend onderwijs
Wij vinden dat elk kind recht heeft op goed en passend onderwijs. Conexus steunt de beweging naar meer inclusief onderwijs: als het mogelijk is om een leerling met een ondersteuningsbehoefte passend onderwijs te geven op een reguliere school, dan heeft dat de voorkeur. Zo kunnen leerlingen samen leven en spelen, of ze nu wel of geen ondersteuningsbehoefte hebben. Het team van de Muze zoekt naar mogelijkheden om samen met ondersteuners, het samenwerkingsverband en/of externe partners, de leerling passend te ondersteunen en een schoolnabije plek te bieden. Daarmee blijft de kennis en kunde groeien van het team en zo het ondersteuningsaanbod van de school.
Rekenen
Al in de onderbouw worden de kinderen vertrouwd gemaakt met aantallen en hoeveelheden. In de op betrokkenheid ingerichte hoeken in de basisgroep kunnen de kinderen bijvoorbeeld verschillende weegschalen vinden. Ze kunnen dan eindeloos wegen met materialen als zand, water, klei, meel, enz. Ook kan er een winkelhoek worden ingericht, waarin spullen onder meer op lengte (van groot naar klein) en naar soort (plastic, steen) gesorteerd kunnen worden. Het rekenen is dus vooral gericht op de eigen directe ervaring van kinderen.
Beginnende geletterdheid
Bij het leren lezen is het belangrijk dat wordt uitgegaan van de individuele ontwikkeling van het kind. Zo zullen sommige kinderen al in de kleuterjaren toe zijn aan lezen en kunnen kinderen desgewenst hiermee starten. In de onderbouw is er veel aandacht voor. We werken in de groepen 1 en 2 met ‘het boek van de maand’. Dit boek komt voort uit de belevingswereld van de kinderen of sluit aan bij een thema. Het boek zelf kan ook een thema worden. Allerlei talige activiteiten komen hieruit voort: rijmen, liedjes, toneel, drama enz. Hieraan gekoppeld is: ‘Beginnende geletterdheid’. Een onderwerp dat regelmatig in onze clustervergaderingen aan de orde komt en een stevige plek heeft verworven in ons onderwijs (zie voor een uitwerking het schoolplan).
Schrijven
Vanaf groep 1 hebben wij aandacht voor de motorische ontwikkeling van kinderen met betrekking tot het schrijven. In groep 1 wordt dit proces door middel van spel gestimuleerd. Wij ontwikkelen in de groepen 1 en 2 samen met een schrijfspecialist/fysiotherapeute voorbereidende schrijfoefeningen.
Wereldoriëntatie en zaakvakken
We maken hierbij een onderscheid tussen de meer specifieke zaakvakken biologie, aardrijkskunde en geschiedenis enerzijds en wereldoriëntatie anderzijds. Onder wereldoriëntatie verstaan we allerlei kennis en vaardigheden die betrekking hebben op de eigen directe leefwereld van kinderen en op de samenleving waarin zij leven. In cluster 1-2 wordt nog geen onderscheid gemaakt tussen wereldoriëntatie en de overige zaakvakken. Jaarlijks worden er op De Muze vijf thema’s gekozen en daarvoor wordt de opening en themasluiting vormgegeven door de themagroep. De thema’s duren vier tot vijf weken. Tijdens de weeksluitingen en de themasluitingen geven de kinderen kleine uitvoeringen (dans, muziek, drama) of tentoonstellingen aan elkaar zien.
Bewegingsonderwijs
Voor de kinderen van de onderbouw (groepen 1/2) staat beweging elke ochtend en middag op het programma. Er wordt twee keer epr dag 45 minuten buiten gespeeld op het royale schoolplein. Groep 1-2 heeft twee keer per week bewegingsonderwijs in het speellokaal van de school.