Openbare Montessorischool Hoorn Kersenboogerd

Gording 123 1628 JG Hoorn

Schoolfoto van Openbare Montessorischool Hoorn Kersenboogerd

Het team

Alle personeelsleden van de school vormen samen het team. Zowel de leerkrachten voor de klas, als het niet onderwijzend personeel. Vaak zijn er op een school specialisten aanwezig die extra ondersteuning bieden aan leerlingen die dit nodig hebben. Elke school kent daarin een eigen aanpak. Hoe het team is samengesteld en hoe de school bijvoorbeeld vervanging regelt? Dat kan alleen de school je vertellen.

Vakleerkrachten op deze school

Hoe wordt vervanging geregeld?

Bij ziekte en/of afwezigheid van leerkrachten proberen we altijd vervanging te vinden. Mocht er echt geen vervangingzijn (binnen en buiten het team of in de vervangerspool) dan wordt de groep naar huis gestuurd. Ouders ontvangen hierbij z.s.m. een bericht via het Ouderportaal. 

Mocht berichtgeving niet mogelijk zijn (omdat een leerkracht bijvoorbeeld overdag ziek wordt) dan wordt een groep verdeeld over andere groepen. Dat houdt in dat de kinderen die dag werken in een andere groep. Aan het begin van het schooljaar worden de verdeelroosters al vastgesteld, zodat de kinderen weten waar ze aan toe zijn en wat ze kunnen gaan doen.

We controleren wel altijd of ouders/verzorgers opvang kunnen bieden. Mocht dit niet zo zijn, dan zorgt de school voor opvang. In dit geval gaat het kind naar een andere groep en werkt daar onder verantwoordelijkheid van een andere leerkracht. Er wordt dan echter geen les en geen instructie gegeven.

Medewerkers op deze school (instellingsniveau)

Hoe is de verdeling mannen en vrouwen?

Bron

Wat is de leeftijd van de teamleden?

Bron

Hoe zijn de teamleden verdeeld over de verschillende functiegroepen?

Bron

Hoe zijn de leerlingen gegroepeerd?

Toelichting van de school

Hoe ziet ons onderwijs eruit

Maria Montessori ontwikkelde haar onderwijsmethode tussen 1898 en 1904, toen zij werkte als arts voor zwakzinnige kinderen. In deze periode publiceerde zij haar eerste boek, Pedagogische antropologie. Later, vanaf 1907, paste zij haar ideeën ook toe op verwaarloosde kinderen uit de sloppenwijken van Rome. De resultaten waren zo spectaculair, dat bezoekers van over de hele wereld toestroomden. De door Maria Montessori ontwikkelde methode bleek de peuters zo te boeien, dat ze urenlang geconcentreerd aan het werk bleven. Zelf breidde zij de toepasbaarheid van haar methode uit tot kinderen van de lagere schoolleeftijd. Haar tweede boek, De Montessori Methode, verscheen in 1909, is een systematisch verslag van haar werkwijze.

Kernpunten van de methode

Een kind is actief, niet passief. Activiteit is kenmerkend voor 'leven' en dus inherent aan het kind: het is nieuwsgierig, leergierig en van nature behept met de drang om te weten. Een kind wordt niet uitsluitend door de omgeving gevormd: ontwikkeling is een proces waaraan het kind zelf een onvervangbare bijdrage levert.Tijdens de eerste levensjaren is er een enorme energie en actiedrang in het kind aanwezig. Vanuit zichzelf wordt het gemotiveerd om zich te ontwikkelen, om te leren. Dat uit zich in een spontane belangstelling van kinderen. De onderwerpen van die belangstelling verschillen per kind en veranderen met verloop van een aantal fasen. Dit betekent dat kinderen kortere of langere perioden ontvankelijk zijn voor bepaalde leergebieden. Als het kind zich in zo'n 'gevoelige periode' bevindt, is het in staat op dat moment een functie zeer intensief te ontwikkelen. Het is de taak en de deskundigheid van de leerkracht om op deze gevoelige perioden adequaat te reageren, door het juiste materiaal op het juiste moment aan te bieden. Kinderen zijn geen miniatuurvolwassenen, maar worden gekenmerkt door geheel eigen behoeften en activiteiten. De bevrediging daarvan gedurende de allereerste levensfase (globaal tot ongeveer het zesde jaar) is van groot belang voor de latere ontwikkeling.

De voorbereide omgeving

De omgeving waar het kind in leeft, moet geschikt gemaakt worden als werkomgeving. Dat wil zeggen dat er weloverwogen en doelgericht prikkels aanwezig moeten zijn. Het kind moet uitgedaagd worden om dingen aan te pakken, uit te proberen. Dit betekent ook dat de kinderen de vrijheid moeten krijgen te kiezen waar ze mee willen werken. De klassen zijn ook zo ingericht dat de kinderen uitgedaagd worden keuzes te maken, materiaal te pakken en aan het werk te gaan, alleen of met een ander. We noemen dit de voorbereide omgeving.

Heterogene groepen

In een Montessorigroep zitten twee of drie leeftijdsgroepen leerlingen door elkaar. Op de Montessorischool Hoorn hebben we 2 jaargroepen bij elkaar. Dit is essentieel voor een harmonische ontwikkeling: ook in een gezin is een kind meestal omringd met oudere en/of jongere kinderen. Het geeft kinderen bovendien de kans zich te spiegelen aan anderen. Ieder kind is dus een periode de jongste en de oudste. Leerlingen werken individueel of in kleine groepjes aan materiaal dat zij zelf gekozen hebben. Dat materiaal is oorspronkelijk vanuit wetenschappelijke observaties door Maria Montessori ontworpen en later uitgewerkt en uitgebreid. De leerkracht (in een Montessorischool leidster of leider genoemd) observeert de activiteiten van kinderen, om erachter te komen wat op een bepaald moment hun behoefte is. Hij/zij zal dan materiaal daarvoor aanreiken en het kind les geven. Dit is voornamelijk de werkwijze in de onderbouw. In de midden- en bovenbouw is deze werkwijze minder te vinden. Naast de materialen die zo kenmerkend zijn voor het Montessorionderwijs werken wij voor de primaire vakken als rekenen, begrijpend lezen en aanvankelijk lezen vanuit moderne methoden.

Het Montessorimateriaal

Het Montessorimateriaal is oorspronkelijk door Maria Montessori ontworpen. Het is typisch 'ontwikkelingsmateriaal', dat aan specifieke en hoge eisen moet voldoen. Enkele kenmerken van Montessori-materiaal zijn dat het zo veel mogelijk 'controle van de fout' mogelijk maakt: het kind merkt zelf dat het iets niet goed doet. Daarnaast is het materiaal zo ontworpen dat steeds één eigenschap centraal staat: als het om bijvoorbeeld optellen gaat, moeten niet ook andere vaardigheden een rol spelen. Tenslotte voldoet Montessorimateriaal aan hoge esthetische eisen: het is zeer degelijk vervaardigd uit natuurlijke materialen.

Waar heeft het kind behoefte aan?

Alle ontwikkelingen die een kind in de eerste levensjaren doormaakt, vinden plaats in wisselwerking met de omgeving waarin het kind opgroeit. Ouders, broertjes en zusjes, andere familieleden, maar ook het land, de cultuur waar het kind ter wereld komt, maken deel uit van die omgeving. Allerlei indrukken prikkelen het kind om zich te ontwikkelen. Het is belangrijk dat deze prikkels een positief karakter hebben en tegemoet komen aan de basisbehoeftes van een kind. Een kind heeft behoefte aan veiligheid en liefde, maar ook aan interessante bezigheden waarmee hij of zij de wereld kan ontdekken.

Zelfstandigheid

Elk kind heeft van nature de drang om groot te worden. De slagzin 'Help mij het zelf te doen' is dan ook de kern van het Montessorionderwijs en de Montessoriopvoeding. Het groot worden, het uitgroeien tot een onafhankelijke persoonlijkheid moet het kind zelf doen.

Leeromgeving

Ook op school scheppen de teamleden een leeromgeving waarin de kinderen materialen en activiteiten vinden die passen bij hun ontwikkeling en belangstelling. Hierdoor is de kans groot dat kinderen hun aangeboren nieuwsgierigheid behouden. De verschillen tussen kinderen en hun ontwikkelingsgang leiden tot allerlei vormen van differentiatie. Daar komt nog bij dat in een Montessori-groep kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar zitten, waardoor zij op veel verschillende manieren met elkaar kunnen samenwerken en elkaar helpen.

Vrije werkkeuze

Tijdens het dagelijkse werken in de groep wordt tegemoet gekomen aan de spontane belangstelling. De kinderen kiezen naast groepsinstructies en gepland werk ook hun eigen werk. In de onderbouw werken we met een dagtaak en in de hogere groepen wordt dit uitgebreid tot een weektaak. Tot op zekere hoogte kunnen ze zelf bepalen wanneer en hoelang ze met bepaalde werkjes bezig zijn. Het speciaal ontwikkelde Montessorimateriaal speelt daarin een belangrijke rol. Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van aanvullend materiaal, al dan niet door de leerkrachten zelf gemaakt. Ook maken wij gebruik van recent ontwikkeld materiaal en methoden. Ervaring heeft geleerd dat het materiaal kinderen stimuleert en hen de gelegenheid geeft langere tijd zelfstandig en geconcentreerd te oefenen.

Taak van de Montessorileerkracht

Met individuele lessen en groepslessen stimuleert en begeleidt de leerkracht het leerproces van ieder kind individueel maar ook gekoppeld aan de groep. Het kind wordt aangemoedigd om het niveau te behalen dat voor hem of haar bereikbaar is. De beoordeling van de werkzaamheden van het kind vindt plaats in het licht van de individuele mogelijkheden, maar hierbij houden we ook de tussendoelen en cruciale doelen in de gaten. Bij de beoordeling wordt gekeken naar de door het Ministerie van Onderwijs opgestelde kerndoelen basisonderwijs. Als Montessorischool geven we geen rapportcijfers. De ouders/verzorgers ontvangen tweemaal per jaar een uitgebreid verslag over het functioneren van het kind op school. Daarna volgt een oudergesprek. Ouders kunnen daarnaast altijd een afspraak maken voor een gesprek over hun kind. Er zijn 3 vaste gespreksmomenten in een schooljaar (oktober, februari, juni).

Leefgemeenschap

De school is een leefgemeenschap van kinderen, teamleden en ouders/verzorgers. Iedereen heeft een taak in het geheel en heeft de verantwoordelijkheid voor zijn of haar stukje. In het samenwerken met elkaar is het belangrijk gelijkwaardigheid en wederzijds respect na te streven. In een Montessorigroep zitten kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar in de klas waardoor zij op verschillende manieren met elkaar kunnen samenwerken, elkaar kunnen helpen en van elkaar kunnen leren. Samenleven met anderen heeft ook zo zijn beperkingen. Montessori spreekt in dit geval van vrijheid in gebondenheid. Zo'n grote groep kinderen samen in één lokaal, dan moet je wel rekening met elkaar houden. Daarom zijn er afspraken in de klas en die gelden in de hele school en op het plein.

Pedagogische klimaat

Om al het bovenstaande te kunnen realiseren is het voor de kinderen van groot belang dat zij zich prettig en veilig voelen op school. Alles wat met dit gevoel samenhangt, wordt het pedagogisch klimaat genoemd. Het wordt gezien als een eerste voorwaarde om tot leren te kunnen komen. Vandaar dat wij hieraan op onze school erg veel aandacht besteden.

Vormingsonderwijs

Onze school is een openbare school. In de wet staat dat op onze school lessen vormingsonderwijs kunnen worden gegeven als ouders daarom vragen. Het godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs worden gegeven binnen de schooltijden, maar valt niet onder de verantwoordelijkheid van onze school. Deze lessen zijn aanvullend op de aandacht die wij als school besteden aan geestelijke stromingen en burgerschapsvorming. De wekelijkse lessen vormingsonderwijs van drie kwartier worden verzorgd door een bevoegde vakdocent van een bepaalde levensbeschouwelijke richting. U kunt kiezen voor boeddhistisch, hindoeïstisch, humanistisch, islamitisch, katholiek of protestants-christelijk vormingsonderwijs. Als ouders van zeven of meer leerlingen interesse hebben in vormingsonderwijs, kunnen wij deze lessen aanvragen bij de organisatie die het vormingsonderwijs op de openbare basisscholen verzorgt. Er zijn voor u of onze school geen kosten aan verbonden.Ga voor meer informatie naar de website www.vormingsonderwijs.nl.

Klasindeling

  • Bouwgroepen/Stamgroepen/Heterogene groepen

Hoe wordt de tijd op school besteed?

Leerjaar 1 en 2

Bron

Leerjaar 3 t/m 8

Toelichting van de school

De KIVA-lessen vallen onder levensbeschouwing.

De muzieklessen vallen onder kunstzinnig en creatieve vorming.

Bron

Extra mogelijkheden op deze school

Extra ondersteuning van de leerlingen

Samenvatting ondersteuningsprofiel

Met de invoering van de wet op passend onderwijs in 2014 is het een verplichting voor scholen om een schoolondersteuningsprofiel op te stellen, conform de inhoudelijke eisen die de onderwijsinspectie stelt. Dit Schoolondersteuningsprofiel wordt jaarlijks herzien. Hierdoor beschikt onze school én het Samenwerkingsverband over een actueel overzicht van onderwijskundige informatie in relatie tot passend onderwijs. Het geeft inzicht in de ondersteuning die onze school een leerling kan bieden, in de ambities die wij hebben om ons te ontwikkelen en hoe die ontwikkeling verloopt. Deze ondersteuning is vastgelegd in een schoolrapportage. Voor ouders is er een beknopte ouderrapportage beschikbaar waarin wordt samengevat welke ondersteuning wij uw kind kunnen bieden op onze school.


Welke specialisten ondersteunen op deze school?

Terug naar boven