Locatie Paus Joannes XXIII

Apolloplein 1 7552 VG Hengelo

Schoolfoto van Locatie Paus Joannes XXIII

Het team

Toelichting van de school

De Paus Joannesschool is onderdeel van Katholiek Basisonderwijs Hengelo-Zuid.

De personeelsleden zijn werkzaam op een van de scholen/locaties van deze onderwijsgemeenschap, maar hebben een benoeming bij Katholiek Basisonderwijs Hengelo-Zuid.

Vandaar dat er geen differentiatie per school/locatie te maken is. Het aantal personeelsleden is dus groter dan het aantal dat werkzaam is op de afzonderlijke school/locatie.

Het team van basisschool Paus Joannes is een enthousiast team dat een stapje extra voor de kinderen wil zetten.

Vakleerkrachten op deze school

Er zijn geen vakleerkrachten aanwezig op deze school

Hoe wordt vervanging geregeld?

Wanneer een collega recht heeft op kortdurend verlof wordt er vervanging voor de groep gezocht. Dit kan door inzet vanuit onze invalpoule of door een collega vanuit onze eigen organisatie in te zetten. De vervanger wordt op school opgevangen en ingewerkt. Bij langdurend verlof wordt een vervanger gezocht door middel van een sollicitatieprocedure. Ook deze vervanger wordt begeleid bij het overnemen van de groep door de locatiedirecteur en/of intern begeleidster.

Directie van de school

Medewerkers op deze school (instellingsniveau)

Hoe is de verdeling mannen en vrouwen?

Bron

Wat is de leeftijd van de teamleden?

Bron

Hoe zijn de teamleden verdeeld over de verschillende functiegroepen?

Bron

Hoe zijn de leerlingen gegroepeerd?

Toelichting van de school

Leren op school

Bij  jonge kinderen is het van belang hun mogelijkheden doelgericht en systematisch te stimuleren, de eigen motivatie en belevingswereld van het kind is hierbij essentieel. De leerkracht speelt in dit proces een sturende en begeleidende rol, afhankelijk van de behoefte van de kinderen.

We komen tegemoet  aan verschillen tussen kinderen door de inzet van de kleine kring en variatie in instructie, materialen en verwerking. De rode draad blijft echter het ontdekkend en spelend leren van de kinderen.In de onderbouw zijn doelen gesteld tav de belangrijkste ontwikkelingsgebieden. Hierdoor kan er vroegtijdig worden gesignaleerd en geanticipeerd. De toetsing van deze doelen vindt onder meer plaats door observatie van de leerkracht en door de inzet van toetsen. Al deze gegevens worden vastgelegd in een leerlingvolgsysteem.   

In de groepen 3 t/m 8 krijgen de basisvakken rekenen, taal en lezen maximale aandacht.

Er wordt  gewerkt volgens een convergent differentiatiemodel. Dat wil zeggen dat de kinderen instructie naar behoefte ontvangen maar in principe geen individuele leerlijnen volgen

Tijdens de zelfstandige verwerking heeft de leerkracht de mogelijkheid om extra instructie en hulp te bieden waar nodig. Ook draagt het zelfstandig werken en samenwerken bij aan de eigen verantwoordelijkheid van de leerling.

Er wordt een uitdagende leeromgeving geboden door de inrichting van de lokalen, de inzet van methoden en materialen en de mogelijkheid tot eigen inbreng en keuzes van de kinderen. Om dit te bereiken worden (financiële) middelen en mogelijkheden doelgericht en efficiënt ingezet.

Wij zien de kinderen de hele dag. We kijken wat nodig is. Welke behoefte de kinderen hebben. Of ze de lestof goed begrepen hebben. Hiervoor hebben we vershillende observatiemiddelen en spreken we regelmatig met collega's over ons onderwijs.

Differentiatie

We vinden het belangrijk dat er de juiste zorg aan leerlingen wordt geboden. Als de reguliere leerstof onvoldoende of juist te veel uitdagingen biedt zullen wij deze leerstof moeten aanpassen. 

In verschillende groepen gebruiken wij observatiemiddelen en screeningslijsten. Als de leerlingen goed in kaart zijn gebracht kunnen wij er als school naar handelen. Voor de kinderen die erg makkelijk door de reguliere lesstof heen gaan, hebben wij op onze locatie hiervoor een specialist begaafdheid en excellentie. Deze kijkt samen met de leerkrachten en de intern begeleider naar de signalering en het aanbod van deze leerlingen.

Ook u als ouder bent voor ons hierbij een belangrijke informatiebron. U mag van ons verwachten dat wij u actief betrekken bij het onderwijs aan uw kind. Wij hopen dat u met ons mee wilt denken.

Voor de begaafde leerlingen wordt de uitdaging in de klas gezocht, dit kan op 1 of meerdere gebieden zijn. Wij vinden dit uitdagende werk net zo belangrijk als het reguliere werk.  Dit wil zeggen dat de leerling hier op de juiste wijze feedback over ontvangt en aangestuurd wordt waar nodig. Wij willen met deze aanpak problemen zoals demotivatie, verveling en onderpresteren voorkomen.

Leerlingen die de lesstof  lastig vinden proberen wij zo goed als mogelijk te ondersteunen. Soms is onze eigen inzet niet voldoende. Dan vragen wij hulp om ons hierbij te helpen.

 

Klasindeling

  • Leerstofjaarklassen

Hoe wordt de tijd op school besteed?

Leerjaar 1 en 2

Toelichting van de school

Jonge kinderen leren spelend. De leerkrachten observeren de kinderen en weten heel goed op welke wijze ze tijdens het spel de kinderen een stapje verder kunnen brengen in hun eigen ontwikkeling.

Groep 1 gaat vrijdags niet naar school

Bron

Leerjaar 3 t/m 8

Toelichting van de school

Het rooster van de vakken kent geen starre indeling.

Afhankelijk van de beheersing van de leerstof is er meer of minder tijd ingepland. Dit wordt inzichtelijk in de weekplanning die de leerkracht maakt. Een aantal keren per schooljaar plant en evalueert de leerkracht met de intern begeleider van de school welk lesaanbod op dat moment het beste bij de groep pas.

Omdat wij groot belang hechten aan beheersing van de leerstof, gaat minimaal de helft van de leertijd naar de kernvakken: taal, lezen en rekenen.

Bron

Extra mogelijkheden op deze school

Ondersteuning van de leerlingen

Samenvatting ondersteuningsprofiel

Binnen de school worden geen specifieke doelgroepen onderscheiden.

Zoals het Passend Onderwijs voorschrijft wordt bij alle leerlingen gekeken naar de onderwijsbehoefte. Vervolgens wordt er gehandeld volgens de stappen van de 1-zorgroute en het handelingsgericht werken (HGW)

Specifieke leerlingenzorg                                                                                                                                               

Algemeen

Zorgverbreding = aansluiten op de behoefte van de individuele leerling.  

“Kinderen verschillen in talent, maar ze hebben hetzelfde nodig: de mogelijkheid om zich veilig te voelen, daardoor vertrouwen en zelfvertrouwen te ontwikkelen, duidelijke structuren en uitdaging te krijgen met goede uitleg en goede voorbeelden. Ze hebben de zekerheid nodig dat het lukken gaat. Dat niet voor alle kinderen op hetzelfde moment hetzelfde lukken gaat of dat sommige dingen zelfs nooit helemaal zullen lukken, is een gegeven. Het is de taak van de leerkracht om vertrouwen in de ontwikkeling van het kind te hebben en dit te laten blijken”. (Prof. Dr. Luc Stevens)  

Gelukkig doorlopen de meeste kinderen zonder al teveel problemen de basisschool. Toch zijn er situaties waarbij de reguliere aanpak (tijdelijk) onvoldoende blijkt te zijn. Binnen het KBHZ zijn er afspraken gemaakt over hoe we daar mee omgaan.

Om deze leerlingenzorg zo goed mogelijk te begeleiden en te coördineren, heeft iedere locatie een eigen interne begeleider (ib-er).

Uiteraard dient de specifieke onderwijsbehoefte eerst gesignaleerd te worden. Daarbij streven we naar een zo vroeg mogelijke onderkenning. In alle groepen maken we daarom gebruik van observaties en toetsen, maar ook van de gegevens die het leerlingvolgsysteem (LVS) oplevert. Dit LVS bestaat uit een aantal toetsen die, per groep, bij ieder kind worden afgenomen. Ze zijn ontwikkeld door CITO en landelijk genormeerd. Hierdoor zijn de prestaties van elke individuele leerling te vergelijken met die van alle andere leerlingen in Nederland van dezelfde leeftijd op dat moment. De toetsen en observaties die wij gebruiken geven zelfs aan hoeveel een leerling afwijkt van het niveau dat je zou mogen verwachten. De resultaten van het LVS worden op een apart inlegvel bij het rapport gevoegd. Zij worden ook met de ouders besproken tijdens de rapportgesprekken of wanneer de ontwikkeling van het kind daar aanleiding toe geeft. Het welzijn van de leerling wordt ook altijd tijdens de rapportgesprekken met de ouders besproken.  

Zodra leerlingen op- of uitvallen wordt er actie ondernomen. Er is eerst contact met de ouders! Vervolgens zal de leerkracht starten met de extra instructie en begeleiding van het kind. Veelal gebeurt dit in groepjes. Bovendien wordt  de ib-er geraadpleegd. Samen bepalen ze hoe de hulp aan de leerling georganiseerd moet worden. Dit kan variëren van licht compenserende hulp, tot aan zeer gestructureerde planmatige aanpak, inclusief het inschakelen van externe deskundigheid.

Hiervoor is een zorgstructuur van toepassing. Uitgangspunt hierbij is dat we proberen alle kinderen op onze school te handhaven. De onderwijsbehoefte kan echter  specifiek of  complex zijn, waardoor we de hulp moeten inroepen van het SchoolOndersteuningsTeam (SOT) Iedere school heeft een team van mensen dat extra zorg biedt.

Het SOT werkt als volgt: De leerkracht en de ib’er hebben periodiek overlegmomenten over de ontwikkeling van de kinderen. Wanneer zij vinden dat de ontwikkeling blijft stagneren kan het SOT ingeschakeld worden. In het SOT zitten standaard de leerkracht en de ib’er, de ouders en een orthopedagoog of schoolmaatschappelijk werker. Deskundigen van buiten de school, bijv. vertegenwoordigers van instanties van Jeugdhulpverlening, de GGD of de gemeente (de leerplichtambtenaar) kunnen, indien gewenst, deel uitmaken van het SOT. Afhankelijk van de hulpvragen van het kind zitten veel of weinig hulpverleners aan tafel (een smal of een breed SOT). De ouders zitten, als pedagogische partners, in principe bij elk SOT-overleg aan tafel en worden betrokken bij de besluiten over hun kind.

Welke specialisten ondersteunen op deze school?

Kwaliteitszorg en schoolplan

Download het schoolplan

Aanbod voor het jonge kind

Toelichting van de school

Wat bieden wij aan Voorschoolse en Vroegschoolse Educatie (VVE)

Jonge kinderen spelen het liefst de hele dag. WIj anticiperen hierop deoor kinderen tijdens hun spel te obsereveren, stiumleren en uit te dagen om elke keer weer een stapje verder te ontwikkelen.

VVE wordt onderverdeeld in voorschoolse – en vroegschoolse educatie. Voorschoolse educatie is voor peuters van 2,5 tot 4 jaar. Vroegschoolse educatie is voor kinderen uit groep 1 en 2  van de basisschool. Binnen al onze scholen en locaties gaan we voorschoolse educatie aanbieden, als onderdeel van de peuteropvang. De basisschool was al verantwoordelijk voor de vroegschoolse educatie. De aansturing van de VVE valt binnen ons bestuur onder de verantwoordelijkheid van de directeur van de basisschool

VVE is meer dan taalontwikkeling alleen

VVE richt zich niet alleen op taalontwikkeling. De programma’s richten zich op meerdere ontwikkelingsgebieden tegelijk. Kinderen zijn bezig met tekenen en zingen, zij doen spelletjes, spelen buiten, luisteren naar verhalen en praten hierover met elkaar. We bieden onze leerlingen een doorgaande lijn in zorg en educatie zodat ze zich optimaal  kunnen ontwikkelen.

De volgende ontwikkelingsgebieden krijgen aandacht in de VVE:

· Taalontwikkeling: hierbij gaat het bijvoorbeeld om het vergroten van de woordenschat.

· Beginnende rekenvaardigheid: het leren tellen, leren meten en de oriëntatie in ruimte en tijd.

· Motorische ontwikkeling: er is aandacht voor het ontwikkelen van grove en fijne motoriek.

· Sociaal-emotionele ontwikkeling: het stimuleren van zelfstandigheid, zelfvertrouwen en het samen spelen en werken.

Terug naar boven