Locatie Don Bosco

Laurastraat 3 7555 HW Hengelo

Schoolfoto van Locatie Don Bosco

Het team

Toelichting van de school

De Don Bosco is onderdeel van Katholiek Basisonderwijs Hengelo-Zuid.

De personeelsleden zijn werkzaam op een van de scholen/locaties van deze onderwijsgemeenschap, maar hebben een benoeming bij Katholiek Basisonderwijs Hengelo-Zuid.

Vandaar dat er geen differentiatie per school/locatie te maken is. Het aantal personeelsleden is dus groter dan het aantal dat werkzaam is op de afzonderlijke school/locatie.

Vakleerkrachten op deze school

Er zijn geen vakleerkrachten aanwezig op deze school

Hoe wordt vervanging geregeld?

Wanneer een collega recht heeft op kortdurend verlof wordt er vervanging voor de groep gezocht. Dit kan door inzet vanuit onze invalpoule of door een collega vanuit onze eigen organisatie in te zetten. De vervanger wordt op school opgevangen en ingewerkt. Bij langdurend verlof wordt een vervanger gezocht door middel van een sollicitatieprocedure. Ook deze vervanger wordt begeleid bij het overnemen van de groep door de locatiedirecteur en/of intern begeleidster.

Medewerkers op deze school (instellingsniveau)

Hoe is de verdeling mannen en vrouwen?

Bron

Wat is de leeftijd van de teamleden?

Bron

Hoe zijn de teamleden verdeeld over de verschillende functiegroepen?

Bron

Hoe zijn de leerlingen gegroepeerd?

Toelichting van de school

Onderbouw

Bij jonge kinderen is het van belang hun mogelijkheden doelgericht en systematisch te stimuleren, de eigen motivatie en belevingswereld van het kind is hierbij essentieel. De leerkracht speelt in dit proces een sturende en begeleidende rol, afhankelijk van de behoefte van de kinderen.

We komen tegemoet  aan verschillen tussen kinderen door de inzet van de kleine kring en variatie in instructie, materialen en verwerking. De rode draad blijft echter het ontdekkend en spelend leren van de kinderen.In de onderbouw zijn doelen gesteld tav de belangrijkste ontwikkelingsgebieden. Hierdoor kan er vroegtijdig worden gesignaleerd en geanticipeerd. De toetsing van deze doelen vindt onder meer plaats door observatie van de leerkracht en door de inzet van toetsen. Al deze gegevens worden vastgelegd in een leerlingvolgsysteem.  

Midden-en bovenbouw

In de groepen 3 t/m 8 krijgen de basisvakken rekenen, taal en lezen maximale aandacht.

Er wordt  gewerkt volgens een convergent differentiatiemodel. Dat wil zeggen dat de kinderen instructie naar behoefte ontvangen maar in principe geen individuele leerlijnen volgen. De basisvakken worden aangeboden middels het Interactief, Gedifferentieerd, Directe Instructie-model (IGDI).

Over de inzet van basisvakken gelden schoolbrede afspraken betreffende de leertijd, de leerlijnen en de methoden.

Tijdens de zelfstandige verwerking heeft de leerkracht de mogelijkheid om extra instructie en hulp te bieden waar nodig. Ook draagt het zelfstandig werken en samenwerken bij aan de eigen verantwoordelijkheid van de leerling.

Er wordt een uitdagende leeromgeving geboden door de inrichting van de lokalen, de inzet van methoden en materialen en de mogelijkheid tot eigen inbreng en keuzes van de kinderen. Om dit te bereiken worden (financiële) middelen en mogelijkheden doelgericht en efficiënt ingezet.

Doubleren, verlengde kleuterperiode en versnellen

Het is binnen ons leerstofjaarklassensysteem mogelijk dat een leerling doubleert.

Wanneer de achterstand op de leeftijdsgenootjes op meerdere terreinen dermate groot geworden is, dat de aansluiting met de groep verloren gaat, kan het verstandig zijn om een nieuwe start in hetzelfde leerjaar te maken. Deze beslissing wordt vroegtijdig met de ouders/verzorgers besproken. De IB'er wordt bij het proces betrokken.

Als bekend is dat er sprake is van doublure zal de ontwikkeling van de leerling zich meer richten op de basisvaardigheden van die groep. In het tweede jaar kan hierop worden voortgebouwd. Het is dus nooit alleen maar herhalen van de leerstof. 

Doubleren is een weloverwogen beslissing waarover ouder(s)/verzorger(s) goed en tijdig moeten worden geïnformeerd. De school is volgens de wet verantwoordelijk voor de ononderbroken ontwikkeling en zal op grond daarvan ook de beslissing moeten nemen, wanneer school en ouders het niet eens zijn.

“KIJK! Groep 1-2” is ons (observatie)instrument om de ontwikkeling van de kinderen in groep 0-1-2 gestructureerd te observeren en twee maal per jaar (februari -juni) te registreren. KIJK! gaat uit van wat een kind kan.

De kinderen worden geobserveerd aan de hand van zogenaamde ontwikkelingslijnen (met daarop geplaatste mijlpalen/fasen). Op basis van deze observaties wordt per ontwikkelingsaspect bepaald in welke fase het individuele kind zich bevindt. informatie van ouder(s)/verzorger(s). Aan de hand van deze informatie maken de leerkrachten in gezamenlijk overleg met de IB'er en de ouder(s)/verzorger(s)een passende keuze of een kind doorgaat naar de volgende groep.

Voor de jonge leerlingen hebben we een speciaal protocol opgesteld. Hierdoor krijgen we goed in beeld of doorstroming verantwoord is.

Omgekeerd kan het ook gebeuren dat een leerling zoveel op zijn leeftijdsgenootjes vooruit loopt, dat het wenselijk kan zijn om een leerjaar over te slaan. Dit is echter nooit een op zich staande actie, maar iets dat voortvloeit uit onze kijk op hoogbegaafdheid.

Hoogbegaafdheid/meerbegaafdheid

We vinden het belangrijk dat er de juiste zorg aan deze leerlingen wordt geboden. Als de reguliere leerstof onvoldoende uitdagingen biedt zullen wij deze leerstof moeten aanpassen.

In verschillende groepen gebruiken wij screeningslijsten. Als deze leerlingen goed in kaart zijn gebracht kunnen wij er als school naar handelen. Wij hebben op onze locatie hiervoor een specialist begaafdheid en excellentie. Deze kijkt samen met de leerkrachten en de intern begeleider naar de signalering en het aanbod van deze leerlingen.

Ook u als ouder bent voor ons hierbij een belangrijke informatiebron. Mocht het plaatsen in een flex-groepje, versnellen of een groep overslaan aan de orde zijn, wordt dit altijd eerst met de ouders (en het kind) besproken.

Vanaf de herfstvakantie in groep 5 is er voor de zeer begaafde leerlingen de mogelijkheid om naar de  bovenschoolse TOP klas te gaan, in groep 8 is er de mogelijkheid om een dagdeel per week onderwijs op het VO te volgen.  Ieder jaar wordt opnieuw bekeken welke leerlingen hiervoor in aanmerking komen.

Voor de begaafde leerlingen wordt de uitdaging in de klas gezocht, dit kan op 1 of meerdere gebieden zijn. Wij vinden dit uitdagende werk net zo belangrijk als het reguliere werk. Dit wil zeggen dat de leerling hier op de juiste wijze feedback over ontvangt en aangestuurd wordt waar nodig. Wij willen met deze aanpak problemen zoals demotivatie, verveling en onderpresteren voorkomen. 

Klasindeling

  • Leerstofjaarklassen

Hoe wordt de tijd op school besteed?

Leerjaar 1 en 2

Toelichting van de school

Groep 1 gaat vrijdags niet naar school.

De groepen 2 tot en met 8 gaan alle dagen van 8.30 uur tot 14.15 uur naar school.

Tussen de middag hebben ze 45 minuten pauze waarin ze eten en daarna buitenspelen. Het toezicht gebeurt onder verantwoordelijkheid van de leerkracht.

Er is voorschoolse- en naschoolse opvang beschikbaar.

Bron

Leerjaar 3 t/m 8

Toelichting van de school

Het rooster van de vakken kent geen starre indeling.

Afhankelijk van de beheersing van de leerstof is er meer of minder tijd ingepland. Dit wordt inzichtelijk in de weekplanning.

Omdat wij groot belang hechten aan beheersing van de leerstof, gaat minimaal de helft van de leertijd naar de kernvakken: taal, lezen en rekenen.

Bron

Extra mogelijkheden op deze school

Ondersteuning van de leerlingen

Samenvatting ondersteuningsprofiel

Binnen de school worden geen specifieke doelgroepen onderscheiden.

Zoals het Passend Onderwijs voorschrijft wordt bij alle leerlingen gekeken naar de onderwijsbehoefte. Vervolgens wordt er gehandeld volgens de stappen van de 1-zorgroute en het handelingsgericht werken (HGW)

Specifieke leerlingenzorg                                                                                                                                            

Algemeen

Zorgverbreding = aansluiten op de behoefte van de individuele leerling.  

“Kinderen verschillen in talent, maar ze hebben hetzelfde nodig: de mogelijkheid om zich veilig te voelen, daardoor vertrouwen en zelfvertrouwen te ontwikkelen, duidelijke structuren en uitdaging te krijgen met goede uitleg en goede voorbeelden. Ze hebben de zekerheid nodig dat het lukken gaat. Dat niet voor alle kinderen op hetzelfde moment hetzelfde lukken gaat of dat sommige dingen zelfs nooit helemaal zullen lukken, is een gegeven. Het is de taak van de leerkracht om vertrouwen in de ontwikkeling van het kind te hebben en dit te laten blijken”. (Prof. Dr. Luc Stevens)  

Gelukkig doorlopen de meeste kinderen zonder al teveel problemen de basisschool. Toch zijn er situaties waarbij de reguliere aanpak (tijdelijk) onvoldoende blijkt te zijn. Binnen de school zijn er afspraken gemaakt over hoe we daar mee omgaan.

Om deze leerlingenzorg zo goed mogelijk te begeleiden en te coördineren, heeft iedere locatie een eigen interne begeleider (ib-er).

Uiteraard dient de specifieke onderwijsbehoefte eerst gesignaleerd te worden. Daarbij streven we naar een zo vroeg mogelijke onderkenning. In alle groepen maken we daarom gebruik van observaties en toetsen, maar ook van de gegevens die het leerlingvolgsysteem (LVS) oplevert. Dit LVS bestaat uit een aantal toetsen die, per groep, bij ieder kind worden afgenomen. Ze zijn ontwikkeld door CITO en landelijk genormeerd. Hierdoor zijn de prestaties van elke individuele leerling te vergelijken met die van alle andere leerlingen in Nederland van dezelfde leeftijd op dat moment. De toetsen en observaties die wij gebruiken geven zelfs aan hoeveel een leerling afwijkt van het niveau dat je zou mogen verwachten. De resultaten van het LVS worden op een apart inlegvel bij het rapport gevoegd. Deze resultaten worden ook met de ouders besproken tijdens een apart gesprek of wanneer de ontwikkeling van het kind daar aanleiding toe geeft.

Het welzijn van de leerling wordt ook altijd tijdens de rapportgesprekken  met het kind besproken

Zodra leerlingen op- of uitvallen wordt er actie ondernomen. Er is eerst contact met de ouders! Vervolgens zal de leerkracht starten met de extra instructie en begeleiding van het kind. Veelal gebeurt dit in groepjes. Bovendien wordt  de ib-er geraadpleegd. Samen bepalen ze hoe de hulp aan de leerling georganiseerd moet worden. Dit kan variëren van licht compenserende hulp, tot aan zeer gestructureerde planmatige aanpak, inclusief het inschakelen van externe deskundigheid.

Hiervoor is een zorgstructuur van toepassing. Uitgangspunt hierbij is dat we proberen alle kinderen op onze school te handhaven. De onderwijsbehoefte kan echter  specifiek of  complex zijn, waardoor we de hulp moeten inroepen van het SchoolOndersteuningsTeam (SOT) Iedere school heeft een team van mensen dat extra zorg biedt.

Het SOT werkt als volgt: De leerkracht en de ib’er hebben periodiek overlegmomenten over de ontwikkeling van de kinderen. Wanneer zij vinden dat de ontwikkeling blijft stagneren kan het SOT ingeschakeld worden. In het SOT zitten standaard de leerkracht en de ib’er, de ouders en een orthopedagoog of schoolmaatschappelijk werker. Deskundigen van buiten de school, bijv. vertegenwoordigers van instanties van Jeugdhulpverlening, de GGD of de gemeente (de leerplichtambtenaar) kunnen, indien gewenst, deel uitmaken van het SOT. Afhankelijk van de hulpvragen van het kind zitten veel of weinig hulpverleners aan tafel (een smal of een breed SOT). De ouders zitten, als pedagogische partners, in principe bij elk SOT-overleg aan tafel en worden betrokken bij de besluiten over hun kind.

Welke specialisten ondersteunen op deze school?

Terug naar boven