Daltonschool De Poorter

Schepenenstraat 5 4204 BL Gorinchem

  • Schoolfoto van Daltonschool De Poorter
  • Schoolfoto van Daltonschool De Poorter
  • Schoolfoto van Daltonschool De Poorter
  • Schoolfoto van Daltonschool De Poorter
  • Schoolfoto van Daltonschool De Poorter

Resultaten eindtoets

Alle leerlingen maken in groep 8 van de basisschool een eindtoets. De school kiest per schooljaar welke toets wordt gebruikt. Er zijn verschillende goedgekeurde eindtoetsen om uit te kiezen. Met de toets wordt gekeken hoeveel kennis de leerlingen hebben van taal en rekenen. De toets geeft een extra uitslag naast het schooladvies dat een leerling krijgt van de leerkracht.

Welk percentage leerlingen behaalt het fundamentele niveau en welk percentage het streefniveau?

Fundamenteel niveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het basisniveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het fundamentele niveau of 1F genoemd. Iedere leerling zou dit niveau aan het einde van de basisschool moeten behalen. Voor alle basisscholen in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het fundamentele niveau 85%. Dus: op alle scholen moet 85% van de leerlingen het basisniveau halen, anders is dat een signaal voor de inspectie.

Bron

Streefniveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het hogere niveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het streefniveau of 2F (taal) en 1S (rekenen) genoemd. Het streven is dat zoveel mogelijk leerlingen dit niveau aan het einde van de basisschool behalen. Voor elke basisschool in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het streefniveau apart bepaald. Hoeveel procent van de leerlingen het hogere niveau moet behalen, verschilt dus per school. De inspectie kijkt eerst goed naar kenmerken van de leerlingen (en van hun ouders) om de verwachting te bepalen. Heeft een school meer leerlingen die meer aandacht nodig hebben, dan ligt de signaleringswaarde van de inspectie lager.

Bron

Hoe gebruikt deze school tussentijdse toetsen?

Toelichting van de school

Leerlingen betrekken bij hun ontwikkeling

We kijken met de kinderen regelmatig terug én vooruit. Door regelmatig met de kinderen te praten over het werk en de aanpak daarvan, wordt de zelfstandigheid vergroot en stimuleren wij hen tot nóg doelmatiger werken. We praten dan over:

  • Hoe is het werk gegaan?
  • Is het werk begrepen?
  • Wat gaat al goed?
  • Wat is nog lastig?
  • Wat is nodig om zo goed mogelijk te leren?

Dit gebeurt vrijwel dagelijks. Daarnaast hebben we uitgebreidere coachgesprekken met onze leerlingen aan het begin, halverwege en aan het eind van het schooljaar. En vaker, indien gewenst. De coachgesprekken zijn onderdeel van het samen met leerlingen en ouders volgen van de ontwikkeling.

Leerlingen en ouders betrekken bij hun ontwikkeling

Aan het begin van het schooljaar houden de leerkrachten een eerste coachgesprek met leerlingen o.a. over de doelen waaraan de leerling de komende periode wil gaan werken op cognitief gebied, daltonvaardigheden en vakoverstijgende vaardigheden. Leerkracht en leerling plannen naar behoefte volgende coachgesprekken. In ieder geval nog een halverwege en aan het eind van het schooljaar.

In september /oktober zijn er de oudervertelgesprekken waarin ouders de gelegenheid krijgen om hun kennis en ervaring over hun kinderen te delen met de leerkrachten. En horen zij ook aan welke doelen de kinderen de komende periode zelf willen werken. Besproken wordt hoe ouders hun kinderen hierbij kunnen steunen.

In de periode tot het eerste portfoliogesprek vinden er indien nodig/gewenst voortgangsgesprekken met ouders en/of leerlingen plaats.

Het eerste portfoliogesprek is in februari na de afname van de Cito toetsen. Ouders, leerlingen en leerkrachten bespreken aan de hand van het portfolio de ontwikkeling van de leerling. In het portfolio zijn o.a. opgenomen de resultaten op de methode gebonden en onafhankelijke toetsen en observaties, en door de leerling gekozen voorbeelden van zijn werk om zijn ontwikkeling te laten zien.

Het volgende portfoliogesprek is in juni/juli. In de tussenliggende periode vinden er indien nodig/gewenst voortgangsgesprekken en/of coachgesprekken plaats.

Bronnen voor het volgen van de ontwikkeling

We volgen de ontwikkeling van kinderen door gebruik te maken van diverse toetsen, observatielijsten en leerlijnen uit ParnasSys. Dit alles met de bedoeling een zo veel mogelijk ononderbroken ontwikkeling te bieden:

  • In alle groepen werken we met ZIEN! waarmee we informatie krijgen over het welbevinden en de betrokkenheid van de leerlingen en op hun ontwikkelbehoeften op sociaal-emotioneel gebied.
  • In groep 1/2 houden we de ontwikkeling van de kinderen bij door de behaalde doelen aan te vinken in de leerlijnen van ParnasSys en gebruiken we het screeningsinstrument Beginnende geletterdheid.
  • Vanaf groep 3 worden de vorderingen gevolgd door het afnemen en analyseren van methode gebonden toetsen en nemen we twee keer per jaar voor spelling, technisch lezen, begrijpend lezen en rekenen methodeonafhankelijke toetsen van Cito af.
  • In groep 4 en 6 wordt de Niet Schoolse Cognitieve Capaciteiten Test (NSCCT) afgenomen. Door de afname van deze toets krijgen we beter zicht op het leervermogen van de kinderen en kan het onderwijsaanbod beter afgestemd worden op de leerlingen.
  • In groep 7 wordt de Entreetoets van Cito afgenomen (mei/juni). Met deze toets kunnen we een indicatie geven van het voorlopig schooladvies voor het voortgezet onderwijs en weten we waar bij de leerling nog groei te realiseren is.
  • Door het afnemen van het Drempelonderzoek in groep 8 (september/oktober), kijken we of we nog op de goede weg zitten. Het definitieve advies voor het vervolgonderwijs volgt na de afname van M-toetsen in januari van het schooljaar.
  • Als eindtoets gebruiken we de IEP.

De ontwikkeling van de leerlingen wordt vastgelegd in ParnasSys. De leerlingen vullen zelf die gegevens aan door het verzamelen van werk voor in hun portfolio.

Analyse van de opbrengsten

We werken planmatig en resultaatgericht aan het verhogen van de leeropbrengsten. We maken gebruik van elementen van de 4D aanpak (data, duiden, doelen, doen) om onze opbrengsten op groeps- en schoolniveau te analyseren. Voor rekenen, spelling, technisch en begrijpend lezen, waarvoor we ook themaplannen/groepsplannen maken, hebben we onze eigen standaarden vastgelegd. We doen dat met vaardigheidsscores van toetsen uit het CITO LVS. Deze standaarden helpen ons om ons onderwijs zo in te richten en uit te voeren dat we in groep 8 bij de eindtoets boven het minimaal gewenste niveau uitkomen en ook voldoende scoren op de referentieniveaus.

Twee keer per jaar, na de M- en E-toetsen analyseren wij de opbrengsten en de groepsplannen (het gegeven onderwijs). Het onderwijskundig handelen van de leerkrachten speelt hierbij een belangrijke rol. We kijken daarom naar de volgende aspecten:

  • Schoolstandaard
  • Leerstofdoelen
  • Leertijd
  • Didactisch handelen
  • Klassenmanagement
  • Pedagogisch handelen
  • Materialen

Na de analyse op groeps- en schoolniveau kijken we ook naar de vaardigheidsgroei van individuele leerlingen en of zij gedijen bij de geboden aanpak. Voor het gedijen kijken we naar betrokkenheid, welbevinden, sociale vaardigheden, zelfstandigheid en samenwerken. We doen dat op basis van observaties, coachgesprekken en Zien!

De opbrengsten van de analyses worden gebruikt bij het maken van de themaplannen/groepsplannen voor de volgende periode. De themaplannen/groepsplannen bevatten de onderwijskundige doelen voor een bepaalde periode, de aanpak, hoe we de doelen gaan bereiken en de evaluatie van het vorige groepsplan.

De onderwijsbehoeften van het kind en de belemmerende en stimulerende factoren zijn uitgangspunt bij het indelen van het kind op een van de drie niveaus waarmee in principe bij iedere les gewerkt wordt:

  • Basisinstructie met verwerking voor de hele groep
  • Verlengde instructie met verwerking voor kinderen die dit nodig hebben
  • Verbreding en/of verdieping voor kinderen die hier meer behoefte aan hebben

Welk schooladvies kregen de leerlingen van deze school?

In groep 8 krijgt elke leerling een persoonlijk advies voor het voortgezet onderwijs. Het advies is voor het onderwijssoort dat past bij het niveau van de leerling. Leerprestaties, aanleg en ontwikkeling op de basisschool spelen hierbij een rol. Heeft de leerling een hogere eindtoetsuitslag dan het gegeven schooladvies? Dan kijkt de school hier opnieuw naar. Een eventueel nieuw advies mag wel hoger zijn, maar niet lager.

Weergave Schooladvies

Bron

Zitten de oud-leerlingen van deze school in het voortgezet onderwijs boven, op of onder hun schooladvies?

In het eerste jaar

Bron

In het derde jaar

Bron

Sociale ontwikkeling

Wat zegt de inspectie over de school?

De Inspectie van het Onderwijs onderzoekt minimaal één keer in de vier jaar het bestuur van een school. De inspectie kijkt dan of de kwaliteitszorg, de onderwijskwaliteit en de financiële zaken bij het schoolbestuur op orde zijn. Daarnaast bezoekt de inspectie een aantal scholen die bij het schoolbestuur horen en onderzoekt deze scholen nader. De gegevens van het laatste onderzoek van de inspectie zijn beschikbaar op de website van de onderwijsinspectie.

Terug naar boven