Integraal Kindcentrum De Repelaer

Standhasenstraat 47 3312 LN Dordrecht

  • Schoolfoto van Integraal Kindcentrum De Repelaer
  • Schoolfoto van Integraal Kindcentrum De Repelaer
  • Schoolfoto van Integraal Kindcentrum De Repelaer
  • Schoolfoto van Integraal Kindcentrum De Repelaer
  • Schoolfoto van Integraal Kindcentrum De Repelaer

Het team

Alle personeelsleden van de school vormen samen het team. Zowel de leerkrachten voor de klas, als het niet onderwijzend personeel. Vaak zijn er op een school specialisten aanwezig die extra ondersteuning bieden aan leerlingen die dit nodig hebben. Elke school kent daarin een eigen aanpak. Hoe het team is samengesteld en hoe de school bijvoorbeeld vervanging regelt? Dat kan alleen de school je vertellen.

Vakleerkrachten op deze school

Hoe wordt vervanging geregeld?

Wanneer een leerkracht wegens ziekte of verlof afwezig is, wordt voor vervanging gezorgd. In de meeste situaties lukt dit via een leerkracht uit de vervangingspool of een leerkracht van de eigen school die een dag in kan vallen. In een enkel geval kan een groep verdeeld worden over andere klassen. Onverwacht vrij geven willen we vermijden.

Leerkrachten in opleiding en stagiaires

Regelmatig brengen studenten van de Pedagogische Academie voor het Basisonderwijs (PABO) hun opgedane kennis bij ons in de praktijk. Dit gebeurt onder begeleiding, toezicht en eindverantwoordelijkheid van de groepsleerkracht. De studenten geven lessen en ze geven leerlingen extra hulp waar nodig. Hoe verder een student met de opleiding gevorderd is, hoe meer lessen hij of zij verzorgt.

Leraar In Opleiding (LIO)

Studenten die aan hun laatste jaar bezig zijn, worden Leraar In Opleiding (LIO) genoemd. Zij werken drie dagen per week gedurende een periode van zo'n 15 schoolweken geheel zelfstandig in de groep. De leerkracht blijft altijd eindverantwoordelijk.

SPW en voortgezet onderwijs

Naast studenten van de PABO zijn in de onderbouwgroepen ook studenten van de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk (SPW of onderwijsassistent) aanwezig. Verder zijn er regelmatig stagiaires uit het voortgezet onderwijs die een korte maatschappelijke stage moeten doen.

In de kinderopvang hebben wij stagiaires van de beroepsopleiding pedagogische medewerkers.

Directie van de school

Medewerkers op deze school (instellingsniveau)

Hoe is de verdeling mannen en vrouwen?

Bron

Wat is de leeftijd van de teamleden?

Bron

Hoe zijn de teamleden verdeeld over de verschillende functiegroepen?

Bron

Hoe zijn de leerlingen gegroepeerd?

Toelichting van de school

Locatie Standhasenstraat:

Groep 1A/2A:            Juf Tamara Bakker op maandag t/m vrijdag                               

Groep 1B/2B:            Juf Ruth van Nood op maandag t/m woensdag en juf Judith Jacobse op donderdag en vrijdag

Groep 3:                  Juf Tamara Dekker op maandag t/m vrijdag

Groep 4:                  Juf Mariëtte van der Linden op maandag t/m donderdag en juf Lieke Gort op vrijdag

Groep 5:                  Juf Carolien Huijser op maandag en vrijdag en juf Yteke de Lange op dinsdag t/m donderdag

Groep 6:                   Juf Merel Reijniers op maandag en dinsdag (meester Jan-Willem Schipper op een aantal dinsdagen vanaf de Kerstvakantie

                                als juf Merel ICT-coördinator is) en juf Nadia Hoogeveen op woensdag t/m vrijdag (tot aan de Kerstvakantie vult meester

                                Jan Willem Schipper het zwangerschaps- en ouderschapsverlof van juf Merel Reijniers in)

Groep 7:                   Meester Kevin Spoor op maandag t/m vrijdag

Groep 8:                  Juf Gonda Hardeman op maandag, dinsdag en vrijdag en juf Merel Reijniers op woensdag en donderdag (tot aan de

                               herfstvakantie vult meester Jan Willem Schipper op woensdag het zwangerschapsverlof van juf Merel in en juf Gonda doet

                               dit op donderdag)                     

Intern Begeleider:      Juf Karin van den Oever op maandag, dinsdag en donderdag

Administratief medewerkster:          Juf Raymonde Groenenboom op maandag, dinsdag en donderdag

Directeur:                 Meester Frank Wijnbeek op maandagochtend, dinsdagmiddag, woensdag, donderdagochtend en vrijdagmiddag

Bovenbouwcoördinator:              Meester Paul Schellekens op woensdagochtend

Onderbouwcoördinator:              Juf Lydia Angelier op woensdagmiddag

ICT-coördinator:        Juf Merel Reijniers op een aantal dinsdagen

Flexklas:                  Juf Carolien Huijser op dinsdag

Onderwijsassistent:    Juf Chantal Kraaijeveld op maandag, dinsdag, woensdagochtend, donderdag en vrijdagochtend, juf Ria Westra op

                                maandag, woensdag- en vrijdagochtend

RT e.d.                     juf Merel Reijniers op dinsdag van de herfstvakantie tot de Kerstvakantie, meester Jan-Willem Schipper op maandag en

                              dinsdag vanaf de Kerstvakantie

Vakleerkracht Bewegingsonderwijs:  Vanuit The Move Academy op woensdagochtend           

Locatie Eddingtonweg:

Groep 1/2:                Juf Marlies van Noort op maandag en dinsdag en juf Petra den Hartog op woensdag t/m vrijdag

Groep 3:                   Juf Sandra Berkhof op maandag t/m woensdag en vrijdag, juf Chantal Kraaijeveld op donderdag

Groep 4:                   Juf Julia Visser op maandag en dinsdag (na Kerst ook op woensdag), juf Chantal Kraaijeveld op woensdag (tot de Kerst)

                                en juf Michelle op donderdag en vrijdag

Groep 5/6:                Meester Paul Schellekens op maandag en juf Linda Louwerse op dinsdag t/m vrijdag

Groep 7/8:                Juf Gera Wittekoek op maandag, dinsdag (om de week) en woensdag t/m donderdag en meester Paul Schellekens op

                                dinsdag (om de week) en vrijdag  

Intern Begeleider:      Juf Lydia Angelier op dinsdag en donderdag

Directeur:                 Meester Frank Wijnbeek op maandagmiddag, dinsdagochtend, donderdagmiddag en vrijdagochtend

Bovenbouwcoördinator:              Meester Paul Schellekens op woensdagochtend  

Onderbouwcoördinator:              Juf Lydia Angelier op woensdagmiddag

ICT-coördinator:        Juf Merel Reijniers op een aantal dinsdagen

Onderwijsassistent:    Juf Chantal Kraaijeveld op maandag, dinsdag, woensdagochtend, donderdag en vrijdagochtend, juf Ria Westra op

                                 maandag, woensdag- en vrijdagochtend

RT e.d.                     meester Jan-Willem Schipper op maandag en dinsdag vanaf de Kerstvakantie, juf Lydia Angelier op maandag- en

                              woensdagochtend, meester Paul Schellekens op een aantal dinsdagen, juf Michelle de Vries op vrijdag

Vakleerkracht Bewegingsonderwijs:  Juf Maaike Groot op woensdagochtend (tot aan herfstvakantie vervangen door collega vanuit The Move

                                                     Academy)

Peuteropvang locatie Standhasenstraat:

Juf Mariëlle Bernadina, juf Romy Smeels, juf Mirella van Es en juf Mandana Poursohrab

Peuteropvang locatie Eddingtonweg:

Juf Ulrike de Haan, juf Tamara van Bree en juf Mandana Poursohrab

Buitenschoolse opvang locatie Standhasenstraat:

Juf Tamara van Bree, juf Romy Smeels, juf Mirella van Es, juf Inge Korporaal en juf Nataliya Nenova

Kinderdagopvang locatie Standhasenstraat:

Juf Willemijn den Besten, juf Lydia van Uden, juf Corina den Toom, juf Inge Korporaal, juf Inge Neven, juf Amber Koster en juf Arlene Lie

Klasindeling

  • Leerstofjaarklassen
  • Combinatiegroepen

Hoe wordt de tijd op school besteed?

Leerjaar 1 en 2

Toelichting van de school

In de onderbouw, groep 1 en 2, werken we met gecombineerde groepen, omdat wij menen dat het de sociale ontwikkeling bevordert. In deze groepen wordt ontwikkelingsgericht gewerkt. Hierdoor worden voorwaarden gecreëerd die leiden tot een optimale ontwikkeling van het jonge kind. Door actief, handelend, explorerend en manipulerend bezig te zijn met dingen leert het kind de wereld kennen. Door de wisselwerking ontstaan er cognitieve structuren in het denken van het kind, zodat het rond het 7e jaar in staat is om programmagericht te werken.

Vanuit deze visie worden de kinderen op een natuurlijke manier in contact gebracht met lezen en schrijven en alle vaardigheden die daarvoor nodig zijn.

De activiteiten worden zoveel mogelijk aangeboden binnen de thema's die in de groepen aan de orde zijn. Hierbij zijn de vaardigheid en interesse van het kind uitgangspunt en wordt het kind gestimuleerd tot het uitvoeren van activiteiten.

Wij werken met ‘Kleuterplein’, een methode voor Voor- en Vroegschoolse Educatie waarbij alle domeinen van het kleuteronderwijs aan bod komen.

Kleuters blijven kleuters. Zij willen spelen en dingen ontdekken. Daarom bieden wij een rijke speel- en leeromgeving en worden kleuters uitgedaagd om hun omgeving en mogelijkheden te onderzoeken. Dit leidt tot betrokkenheid en groei.

In de kleutergroepen geven we structureel vorm aan ontluikende geletterdheid en ontluikende gecijferdheid. Dit levert goede resultaten op. U kunt als ouder thuis meewerken door uw kinderen uit te dagen, te prikkelen met eenvoudige taal- en telspelletjes. Wanneer kinderen geïnteresseerd zijn, willen ze vaak al veel leren wat ze op school nog niet aangeboden hebben gekregen. Dat is prima. Sommige kinderen leren zichzelf op die manier zelfs al lezen. Wanneer uw kind (nog) niet geïnteresseerd is: heb geduld en vertrouwen!

Bron

Leerjaar 3 t/m 8

Toelichting van de school

We bieden de leerstof zo gedifferentieerd mogelijk aan. Waar nodig wordt de instructietijd verlengd, daarbij gebruiken we o.a. de instructietafel. 

We ervaren dat de meeste kinderen goed zelfstandig het schoolwerk kunnen plannen en maken. Er is een gezond evenwicht tussen individueel werken en samenwerken. In de lokalen worden momenten van stilte afgewisseld met momenten van geruis. 

Er is frequent ruimte voor groepsgesprekken, waarin kinderen en leerkrachten samen belangrijke waarden en normen verkennen en daarover van gedachten wisselen. Zaken die aan de orde kunnen komen zijn onder meer: omgaan met elkaar, duurzaamheid, jezelf leren kennen, hoe zit de wereld in elkaar en waarom geloof jij (anders). 

Vanaf groep 5 is het mogelijk dat uw kind huiswerk mee krijgt. De hoeveelheid huiswerk wordt meer naarmate de kinderen in een hogere groep komen. 

Vanaf groep 3 werken we met jaargroepen.

In de groepen 3 tot en met 8 wordt veel aandacht besteed aan de volgende basisvaardigheden:            

- lezen                                               

- taal                                               

- rekenen                                               

- schrijven

Ze vormen de basis voor bijna elke andere ontwikkeling.  

De Repelaer beschikt voor deze vakken over hedendaagse methoden. Deze methoden sluiten goed aan bij de nieuwste ontwikkelingen binnen het onderwijs.  

Lezen

Het kunnen lezen is voor de  mens erg belangrijk. Denk maar eens aan alle informatie die ons via kranten, boeken, tijdschriften en de televisie bereikt. Wij besteden dan ook veel tijd aan het vak lezen.

In de eerste leerjaren wordt er natuurlijk veel in prentenboeken gekeken en gelezen. Vanaf groep 3 gaan de kinderen zelf lezen. Wij gebruiken voor het leren lezen de methode ‘Veilig Leren Lezen’. Deze methode leert de kinderen lezen, maar er wordt tegelijkertijd ook een begin gemaakt met spellen en begrijpend lezen. In de bovenbouw is dit begrijpend en studerend lezen een van de belangrijkste onderdelen van het leesonderwijs geworden.

Voor het voortgezet technisch lezen gebruiken we ‘Estafette’ voor de groepen 4, 5 en 6 en Ralfi voor de groepen 7 en 8. Deze methodes bieden het leesonderwijs gedifferentieerd aan, zodat alle leerlingen op hun eigen niveau het lezen (verder) kunnen ontwikkelen. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan begrijpend lezen. Er wordt gewerkt met de digitale methode ‘NieuwsbegripXL’.  

Taal

Ook taal neemt een belangrijke plaats binnen het onderwijs in. Via taal kan men met elkaar communiceren en elkaar begrijpen. Wij werken met de methode ‘Taal actief’.  Ook het luisteren naar elkaar en het spreken komen regelmatig aan bod. Verder leren de kinderen d.m.v. leuke opdrachten om een brief of een opstel te schrijven. In de bovenbouw wordt er natuurlijk ook veel aandacht besteed aan het ontleden en het benoemen van woorden en zinsdelen, wat voor het leren van een andere taal onontbeerlijk is.  

Engels

Wij bieden de kleuters in groep 1 en 2 activiteiten in het Engels. Veelal liedjes en spelletjes in het Engels, waarbij de kinderen letterlijk spelenderwijs de taal oppikken. Vaak vormen thema’s zoals kleuren en vormen, feesten en de seizoenen het uitgangspunt voor de taalactiviteiten.

In de groepen 3 en 4, wanneer de kinderen Nederlands leren lezen en schrijven, wordt de intensiteit van het Engelstalige programma tijdelijk wel wat minder, waarna in groep 5 deze weer toeneemt en ook het vak Engels aangeboden wordt. In de middenbouw worden lezen en schrijven geleidelijk ingevoerd, als kinderen aangeven daartoe in staat te zijn. Pas in de bovenbouw wordt Engels een echt schoolvak, met natuurlijk steeds meer aandacht voor lees- en schrijfvaardigheid. Waar dat kan, worden activiteiten en (delen van) vakken in het Engels gedaan. We gebruiken voor alle groepen de digitale methode ‘Groove.me’.

Rekenen

Bij het rekenen gebruiken we de methode Pluspunt. Binnen het rekenonderwijs is er de laatste jaren erg veel veranderd. Het rekenen moet voor de kinderen herkenbaar zijn. Het rekenwerk moet passen bij de belevingswereld van een kind. Een boek vol met alleen maar rijtjes ”zegt” een kind niets. De methode ‘Pluspunt’ biedt de kinderen oefenstof die ze herkennen.  

Schrijven

Uiteraard is het belangrijk dat de kinderen alles wat ze weten en leren ook goed verzorgd op papier kunnen zetten. Via de methode ‘Klinkers’, leren de kinderen een duidelijk en goed leesbaar handschrift te ontwikkelen.  

Wereldoriënterende vakken

Naast de bekende vakken als aardrijkskunde, geschiedenis, biologie en verkeer zijn er de laatste jaren nog een paar vakken bijgekomen; geestelijke stromingen, maatschappelijke verhoudingen, staatsinrichting, natuur- en milieueducatie en actief burgerschap om er een paar te noemen. Sommige van die nieuwe vakken hebben onderdak gevonden bij de “oude” onderdelen. Aan andere vakken wordt apart aandacht besteed. We gaan bij wereldoriëntatie in onze school uit van de belevingswereld van het kind.  

We spreken in alle groepen over allerlei onderwerpen. In de onderbouw over de wereld dichtbij. In de bovenbouw komen de kennisgebieden meer gedetailleer­der en methodischer aan de orde. Sinds het schooljaar 2017-2018 zijn we op beide locaties meer projectmatig/thematisch gaan werken bij de wereldoriënterende en creatieve vakken, waarbij de kinderen nog meer eigenaar gemaakt worden van en medeverantwoordelijk gemaakt worden voor hun leerproces. De kinderen krijgen nog meer inbreng in wat er geleerd gaat worden en hoe.  Hierbij stellen de leerlingen hun eigen leervragen en –doelen op en werken die uit. We doen dit aan de hand van de digitale methode Blink Wereld Geïntegreerd' voor aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, natuur en techniek. Van tijd tot tijd worden voor alle groepen excursies georganiseerd naar instanties als Weizigt Natuur- en milieucentrum, musea, exposities, bedrijven en andere bezienswaar­digheden.  

Om de leerlingen te leren zelfstandig een werkstuk te maken, wordt daar met name in de groepen 7 en 8 veel aandacht aan besteed. Hierbij wordt gebruik gemaakt van internet, studieboeken en door de leerlingen zelf verzamelde informatie. Het zelf verzamelen van informatie wordt door ons erg gestimuleerd. In het kader van wereldoriëntatie kijken we met de kinderen ook regelmatig naar actuele en educatieve programma’s van de schooltelevisie.  

Aardrijkskunde

Het jonge kind is spelend en lerend bezig met de wereld om zich heen. Ze maken van alles mee en wij spelen daar zoveel mogelijk op in. Ze lezen samen een boek, ze vertellen over iets wat in de belangstelling staat. En er wordt regelmatig in een project gewerkt aan een gekozen onderwerp. Vanaf groep 3 zijn de kinderen meer methodisch bezig. Allerlei onderwerpen komen ter sprake. Op deze wijze krijgen de kinderen een globaal beeld van mens en milieu, leren ze een atlas hanteren en verwerven ze een zekere parate kennis van de topografische namen in Nederland, Europa en de Werelddelen.    

Geschiedenis

De mens staat centraal in de geschiedenislessen die wij op onze school geven. In de onderbouw is het kind zelf het middelpunt, maar ook de familie en iedereen om hen heen. Vanaf de middenbouw leren de kinderen zich in te leven in andere mensen en in andere tijden, te beginnen met de allervroegst bekende tijden tot en met het heden.

In de bovenbouwgroepen wordt tijdens de geschiedenislessen ook ruim aandacht besteed aan staatsinrichting. Vanzelfsprekend wordt hierbij zoveel als mogelijk ingespeeld op situaties zoals verkiezingen, Koningsdag, berichten in de krant en andere actuele gebeurtenissen. We gebruiken hiervoor o.a. de methode ‘Blokboek staatsinrichting’.  

Biologie/natuur/techniek

Bij het vak biologie-/natuuronderwijs moet eerbied voor alles wat leeft en groeit een vanzelfsprekende zaak worden voor de kinderen. Onderwerpen als het eigen lichaam en zorg voor de gezondheid komen ook aan de orde.

 

Verkeer

Alle kinderen krijgen al jong met het verkeer te maken. Het is dus heel belangrijk dat ze inzicht krijgen in verkeerssituaties en verkeersregels en de betekenis van de verkeersborden leren kennen.

Hiervoor gebruiken we op school o.a. de werkboekjes ‘Op voeten en fietsen’ en ‘Jeugdverkeerskrant’ van 3VO.

De leerlingen van groep 7 worden voorbereid op het schriftelijk verkeersexamen van 3VO en doen een een praktijkexamen.  

Geestelijke stromingen

Dit kennisgebied komt tijdens de aardrijkskunde- en  geschiedenislessen met regelmaat aan de orde. We behandelen in grote lijnen de vijf wereldgodsdiensten: het Christendom, het Hindoeïsme, het Boeddhisme, het Jodendom en de Islam. Onze kinderen leven in een multiculturele samenleving en het is daarom van groot belang, dat ze, met behoud van eigen identiteit, andere levensvisies leren begrijpen om zo te komen tot respect en begrip voor anderen.

Voor godsdienst gebruiken we de methode 'Kind op maandag'.  

Burgerschap

Begin 2006 is wettelijk vastgesteld dat scholen actief burgerschap en sociale integratie moeten bevorderen. De Repelaer besteedt o.a. aandacht aan burgerschapsvorming door:

-          sociale gedragscodes aan te leren door op een respectvolle manier samen te leven in de school

-          kennis op te doen van de principes van onze democratie en daar meningen over te vormen

-          kennis te verwerven van en ontmoetingen te hebben met stromingen en mensen met andere overtuigingen

-          bewustzijn te ontwikkelen van de eigen sociale omgeving en daar zorg voor te ontwikkelen

-          te leren wat het is om Europees en wereldburger te zijn

Deze aspecten komen in verschillende vakken en met name bij de vakken godsdienst, geschiedenis, staatsinrichting en sociale ontwikkeling aan de orde.  

Expressieactiviteiten

De creatieve vakken krijgen bij ons op school ook ruim aandacht. Ons doel bij deze vakken (tekenen, handvaardigheid en muziek) is de creativiteit van de leerlingen te ontwikkelen en te stimuleren.

Wij werken met de methode “Moet je doen”. Deze methode heeft drie aandachtsgebieden: Kunst en Cultuur, Beeldende vorming en Muziek. De vakken beeldende vorming (tekenen en handvaardigheid) en muziek (dans, drama en muziek)  staan in iedere groep vast op het rooster. Kunst en cultuur wordt projectmatig aangeboden.

Om optimaal gebruik te kunnen maken van de methode zijn muziekinstrumenten en veel materiaal voor handvaardigheid en tekenen op school aanwezig.

We hopen op deze manier de kinderen in aanraking te laten komen met diverse soorten expressieve vakken. Het uiten van je gevoel, maar ook zeker het waarderen van elkaar wordt hierdoor gestimuleerd. Daarnaast zal het ook bij veel kinderen voor een succeservaring zorgen.

Voor muziek wordt ook de digitale methode ‘1-2-3-zing’ gebruikt.  

Bewegingsonderwijs

Alle groepen krijgen gymnastiekles in de gymzaal (behalve de groepen 1/2 op de Standhasentraat, deze gymmen in het speellokaal).

Een van de doelstellingen van het bewegingsonderwijs is, dat de kinderen veel en met plezier bewegen door het aanbieden van gevarieerde oefenstof, die gericht is op een veelzijdige ontwikkeling van de motoriek. 

Het is tegenwoordig niet meer automatisch zo dat leerkrachten van de PABO bevoegd zijn om gymnastiek te geven. In de groepen van de betreffende leerkrachten wordt een vakleerkracht bewegingsonderwijs ingezet.

We werken met de methode ‘Basislessen bewegingsonderwijs’.  

Tijdens de les zijn voor de groepen 3 t/m 8 gymkleding en schoenen verplicht. Voor de groepen 1 en 2 alleen gymschoenen. Deze gymkleding gaat na de gymles mee naar huis om gewassen te worden en mag niet op school blijven.

Horloges en sieraden moeten de kinderen zelf goed opbergen, de school is niet verantwoordelijk voor eventueel verlies.

Als uw kind niet mee kan doen met gym, wilt u dat dan melden aan de leerkracht  d.m.v. een briefje, mailtje of telefoontje?  

Computers/tablets/laptops op school

De kinderen van de school werken met computers, laptops en tablets. Juffrouw Merel Reijniers coördineert het computer-/tablet-/laptopgebruik bij ons op school. De computer/tablet/laptop wordt ingezet bij de verwerking van de stof en als ondersteuning en extra oefening van de leerstof, voor het afnemen van bepaalde toetsen en voor kinderen met leerproblemen.

Op beide locaties is een netwerk en wifi gerealiseerd. Dit betekent dat in elke groep gebruik gemaakt kan worden van internet. Bovendien wordt het gebruik van educatieve leerlingprogramma’s hierdoor ook bevorderd.

De laatste jaren zijn er veel programma’s aangeschaft en met name voor remedial teaching hebben we voor lezen en rekenen kwalitatief heel goede programma’s, waarmee de kinderen veel werken en waarbij goede resultaten worden geboekt.

Op De Repelaer werken we in alle groepen met een interactief schoolbord, het zogenaamde Prowise-scherm. Dit bord kan zowel met de vinger als met de pen bediend worden en zowel door één als meerdere personen tegelijk.

Handelingsgericht werken

Met handelingsgericht werken beoogt onze school de kwaliteit van onderwijs en ondersteuning voor alle leerlingen te verbeteren. Het concretiseert passend onderwijs en doeltreffende leerlingbegeleiding, zodat ons schoolteam effectief kan omgaan met overeenkomsten en verschillen tussen leerlingen. Het is een planmatige werkwijze waarbij wij van elk kind zo goed mogelijk in kaart brengen wat de onderwijs- en instructiebehoeften van de kinderen zijn.

Opbrengstgericht werken

Op De Repelaer wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de leerling. Om het beste uit de kinderen te kunnen halen werken we ‘opbrengstgericht’ . Deze term houdt in dat we het onderwijs inrichten en aansturen o.a. op basis van de uitslagen van de Cito-toetsen. Na elke toetsronde worden de resultaten van de kinderen bestudeerd. Indien dat noodzakelijk is, wordt het onderwijs op individueel of op groepsniveau bijgestuurd. Dit alles met het doel de opbrengsten van het onderwijs te verhogen. Om dit te bewerkstelligen wordt er gebruik gemaakt van een goed leerlingvolgsysteem.

Bron

Extra mogelijkheden op deze school

Extra ondersteuning van de leerlingen

Samenvatting ondersteuningsprofiel

Wet Passend Onderwijs

In de wet 'passend onderwijs' wordt de zorgplicht voor schoolbesturen geregeld. Het bestuur is er voor verantwoordelijk dat elk kind een passende onderwijsplek wordt geboden. In de praktijk betekent het dat scholen samen met ouders kijken naar de mogelijkheden van een kind en wat er nodig is om een kind een passend onderwijsprogramma te bieden. Voor de meeste kinderen zal dat het reguliere programma van de school zijn. Er zijn kinderen die andere capaciteiten hebben en extra ondersteuning nodig hebben.  Dat kan zijn op de eigen school of eventueel op een andere school in het speciaal (basis)onderwijs. Voor deze leerlingen wordt soms een ‘ontwikkelingsperspectief’ geschreven.

Onze school staat in principe open voor alle kinderen.  Dit geldt ook voor kinderen van wie van tevoren bekend is dat ze speciale zorg nodig hebben, zoals bijvoorbeeld kinderen met een motorische handicap, slechtziendheid, slechthorendheid of het Syndroom van Down. We zullen al het mogelijke doen om leerlingen met een handicap of beperking, die aangemeld worden, een zo goed mogelijk onderwijsaanbod te doen. We doen dit uit verantwoordelijkheidsgevoel tegenover de betrokken kinderen en hun ouders.

Dit gevoel van verantwoordelijkheid komt voort uit de opdracht tot naastenliefde, die uit de grondslag van onze scholen voortvloeit.

Als we moeten beslissen over toelating, houden we er rekening mee of we de benodigde deskundigheid en mogelijkheden in huis hebben om het kind een verantwoord aanbod te bieden. Ons uitgangspunt hierbij is, dat we willen bijdragen aan een optimale ontwikkeling van het kind. Deskundigheid, mogelijkheden, groepssamenstelling en -grootte en taakbelasting zijn daarbij belangrijke factoren. Als we besluiten tot toelating zal er gehandeld worden op basis van een handelingsplan dat ondermeer met de ouders wordt opgesteld. De evaluatie- en voortgangsprocedure wordt jaarlijks bekeken.

Ontwikkelingsperspectief

Aan het einde van groep 5 blijkt bij een enkel kind dat het volgen van de reguliere leerstof te hoog gegrepen is. Voor deze kinderen wordt een ontwikkelingsperspectief (OPP) opgesteld. Hierin worden voor de betreffende leergebieden doelen beschreven waaraan gewerkt wordt. De doelen worden opgesteld door de intern begeleider (IB-er) aan de hand van het leerlingvolgsysteem. De leerkracht zorgt voor de uitvoering in de groep. Twee keer per jaar wordt het OPP door de IB-er met de ouders besproken.

Het ondersteuningsteam

In sommige gevallen kan, in overleg met de ouders, voor extra hulp aan leerlingen het Ondersteuningsteam (OT) ingeschakeld worden. Het OT bestaat uit de schoolarts, een orthopedagoog, de Ouder-Kindcoach, de Begeleider Passend Onderwijs en de Intern Begeleider. Zij kunnen bijvoorbeeld verwijzen naar een orthopedagogische instelling of naar de ouder-kind-coach in het geval van ontwikkelingsproblematiek, gedragsproblemen of problemen in de thuissituatie.Wanneer het OT een advies gegeven heeft, worden de ouders op de hoogte gesteld.

Samenwerkingsverband Dordrecht

Als een kind meer ondersteuning nodig heeft dan wij als school kunnen bieden en dus niet toelaatbaar is, gaan we samen met de ouders op zoek naar een passende onderwijsplek binnen ons samenwerkingsverband. De Repelaer neemt deel aan het Samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs Dordrecht, samengesteld uit de meeste scholen voor primair onderwijs binnen Dordrecht en enkele scholen voor speciaal (basis)onderwijs.Passend onderwijs is bedoeld om kinderen thuis nabij onderwijs aan te bieden door extra ondersteuning in de school te verzorgen in plaats van kinderen op speciale scholen te plaatsen. Scholen werken om die reden nauw met elkaar samen.Wanneer we inschatten dat wij op school zelf niet de juiste zorg kunnen bieden dan zullen we verwijzen naar een van de andere scholen binnen ons samenwerkingsverband die gespecialiseerd is in die betreffende zorg. In zeer bijzondere gevallen kan een kind ook worden verwezen naar het speciaal onderwijs.

Intern begeleider

Op onze school hebben we een intern begeleider (IB-er). Zij coördineert de specifieke zorg voor kinderen. Het gaat dan voornamelijk om kinderen die dat nodig hebben, bijvoorbeeld leerlingen met gedrags- en/of leerproblemen, onze zorgkinderen, maar ook kinderen die juist extra uitdaging nodig hebben. Ook neemt zij aanvullende toetsen of testen af als eerder afgenomen toetsen niet voldoende inzicht in bepaalde problematiek geven. Zij adviseert leerkrachten over extra hulpmateriaal en geeft soms ook individuele hulp. Uiteraard worden de ouders hiervan op de hoogte gesteld en indien mogelijk betrokken bij deze activiteiten. Zij functioneert ook als schakel tussen onze school en andere instanties die de leerlingenzorg betreffen en heeft zitting in diverse overlegorganen. Als ouders/verzorgers problemen over hun kind willen bespreken, komt uiteraard als eerste de groepsleerkracht in beeld. Zij maakt het kind de hele dag mee en heeft een goede kijk op de ontwikkeling van de kinderen in de groep. Daarnaast kunnen de ouders ook de IB-er en de directeur daarover aanspreken.

Toekomstig aanbod aan extra ondersteuning

Zie het schoolondersteunigsprofiel.

Welke specialisten bieden extra ondersteuning op deze school?

Kwaliteitszorg en schoolplan

Download het schoolplan

Aanbod voor het jonge kind

Toelichting van de school

Bij onze peuteropvang werken we met de VE-methode Peuterplein. Deze loopt door in de kleutergroepen en heet dan Kleuterplein.

Belangrijke pijlers van onze peuteropvang zijn:

- gezonde opvang (voeding en bewegen)

- woordenschat met het programma LOGO3000

- de doorgaande lijn (met de basisschool)

- ouderbetrokkenheid

Er is een goede samenwerking tussen de peuteropvang en de onderbouw van de basisschool. Deze doorgaande lijn is o.a. zichtbaar in de gezamenlijke visie, gezamenlijke bouwvergaderingen, de onderlinge overdracht, dezelfde observatiemethode, het wennen op de basisschool en het onderling gebruik maken van elkaars materialen. Daarnaast worden de thema’s op elkaar afgestemd, zodat de onderlinge samenhang en ouderbetrokkenheid wordt verstevigd.

Overdrachtsprotocol kinderopvang en basisschool

De instellingen die werken met het ‘overdrachtsformulier peuters Dordrecht’ hebben een protocol ondertekend met betrekking tot de overdracht van gegevens en een zorgvuldige omgang met die gegevens. Het protocol kunt u op school opvragen. Hierna volgen enkele belangrijke afspraken uit het protocol:

• Het overdrachtsformulier wordt voor alle peuters tenminste eenmaal ingevuld voor de overgang naar het basisonderwijs;

• De peuteropvang/kinderdagopvang draagt zorg voor overdracht van het formulier aan de basisschool;

• Voordat het formulier wordt overgedragen, wordt het met de ouders besproken;

• De ouders wordt gevraagd schriftelijk toestemming te verlenen voor overdracht van het formulier en eventuele bijlagen aan de basisschool;

• De schoolbesturen die dit protocol ondertekend hebben, verklaren dat de scholen die onder hun bestuur vallen geen kinderen weigeren louter op grond van de gegevens uit het overdrachtsformulier;

• Basisscholen vragen ouders bij aanmelding of hun kind een peuteropvang of kinderdagopvang bezoekt en zo ja, of zij toestemming hebben verleend voor overdracht van het formulier;

• Zoals in alle gevallen waarin een basisschool informatie over kinderen wil inwinnen van derden, moeten de ouders schriftelijk toestemming verlenen. Als scholen geen overdrachtsformulier hebben ontvangen van kinderen die een peuteropvang of kinderdagopvang hebben bezocht, kunnen zij achteraf alsnog schriftelijk toestemming vragen om contact te mogen opnemen. Zonder deze toestemming staat het pedagogisch medewerkers niet vrij om nadere informatie over een kind aan een basisschool te verstrekken.

Terug naar boven