Openbare Basisschool Prins Willem Alexander

Laakweg 199 2521 SG Den Haag

  • Schoolfoto van Openbare Basisschool Prins Willem Alexander
  • Schoolfoto van Openbare Basisschool Prins Willem Alexander
  • Schoolfoto van Openbare Basisschool Prins Willem Alexander
  • Schoolfoto van Openbare Basisschool Prins Willem Alexander
  • Schoolfoto van Openbare Basisschool Prins Willem Alexander

Resultaten eindtoets

Alle leerlingen maken in groep 8 van de basisschool een eindtoets. De school kiest per schooljaar welke toets wordt gebruikt. Er zijn verschillende goedgekeurde eindtoetsen om uit te kiezen. Met de toets wordt gekeken hoeveel kennis de leerlingen hebben van taal en rekenen. De toets geeft een extra uitslag naast het schooladvies dat een leerling krijgt van de leerkracht.

Welk percentage leerlingen behaalt het fundamentele niveau en welk percentage het streefniveau?

Fundamenteel niveau

Het fundamenteel niveau is het niveau voor taal en rekenen dat zoveel mogelijk leerlingen aan het einde van de basisschool zou moeten beheersen. Dit wordt gemeten in groep acht met de eindtoets. De inspectie stelt dat minimaal 85% van alle leerlingen het basisniveau moet behalen. Deze 85% is de signaleringswaarde voor het fundamenteel niveau en dit is voor alle basisscholen in Nederland gelijk.

Bron

Streefniveau

Het streefniveau is een hoger niveau dan het fundamenteel niveau. Het doel is dat zoveel mogelijk leerlingen eind groep acht het streefniveau bereiken. Op basis van de leerlingpopulatie op school wordt door de inspectie voor elke basisschool in Nederland apart bepaald hoeveel procent van de leerlingen het streefniveau moet halen. Dat percentage is de signaleringswaarde voor het streefniveau van de school.

Bron

Hoe gebruikt deze school tussentijdse toetsen?

Toelichting van de school

We werken als school systematisch en doelgericht aan de maximale prestaties van onze leerlingen. We zien we dit terug in onze resultaten op cognitief en sociaal emotioneel niveau. We volgen en analyseren deze resultaten en stemmen daar de onderwijsbehoefte van een leerling, groep of de school op af. De tussenresultaten worden door onze school gebruikt als indicator voor de ontwikkeling van het lerende kind.
  • 3x per jaar leerling- en groepsbesprekingen
  • 2x per jaar analyse van de schoolbrede Cito LVS resultaten met bijbehorende analysedocument
  • Voor het volgen van het klassenklimaat en de sociaal emotionele ontwikkeling van een kind, maken we gebruik van Viseon en de sociale vragenlijsten vanuit Vensters PO.
  • Ons zorgbeleidsplan wordt jaarlijks geëvalueerd met het team en het management.

Schooljaar 2019-2020 en 2020-2021 waren bijzondere jaren doordat de school in beide schooljaren een periode gesloten is geweest door corona. In schooljaar 2021-2022 is de gehele school 'maar' één week extra dicht geweest. Het schooljaar was allesbehalve 'normaal' door de vele zieken (zowel leerlingen als leerkrachten). Dat betekent uiteraard dat we de resultaten anders bekijken dan voorgaande jaren. We houden rekening met het feit dat leerlingen niet dát onderwijs hebben gehad wat ze 'normaal gesproken' wel gehad zouden hebben. 

Opbrengst- en handelingsgericht werken
Het ene kind is het andere niet. Kinderen verschillen in hoe ze leren, wat ze gemakkelijk en moeilijk, leuk en vervelend vinden. We proberen hier zo veel mogelijk rekening mee te houden in de instructie (uitleg) en verwerking. We werken zo veel mogelijk in drie niveaugroepen.
Door de nadruk op het primaire proces, de kernactiviteit van het onderwijs, te leggen, spelen we goed in op al die verschillende kinderen. Dit betekent dat we handelingsgericht werken.

Als leerkracht houd je in het onderwijs rekening met de onderwijsbehoeften van het kind en dit onderwijs is sterk gericht op samenwerking met de omgeving van het kind. Deze omgeving (gezin, ouders, club, etc.) is van invloed op de ontwikkeling van het kind. Samenwerken met ouders is voor ons van wezenlijk belang. Niet alleen ouders zijn belangrijk, ook de stem van de kinderen wordt gehoord. De inbreng in hun eigen onderwijsproces is groot (zelf doelen stellen, Kind-Ouder-Leerkracht gesprekken).

Leerkracht en leerling stellen ambitieuze doelen op door opbrengst gericht te werken. Opbrengst gericht werken houdt in dat gegevens worden geanalyseerd en vervolgens benut om het onderwijs af te stemmen op de behoeften van de leerlingen in relatie tot het behalen van de beoogde leeropbrengsten. Opbrengst gericht werken in de school is terug te zien doordat we geregeld toetsen afnemen en de vorderingen vastleggen. Als team analyseren we de opbrengsten, trekken conclusies en nemen verbetermaatregelen die hierop aansluiten. In de groepen zijn de doelen zichtbaar. Aan het begin van het schooljaar voeren we een kennismakingsgesprek, waarbij zowel ouders als leerkrachten hun verwachtingen, wensen en doelen kunnen uitspreken. Minimaal twee keer per jaar wordt de voortgang besproken.

Registratie en leerlingvolgsysteem
Naast de toetsen die aan de methodes gekoppeld zijn maakt elke leerling vanaf groep 3 op twee momenten in het schooljaar de landelijk genormeerde CITO toetsen.

De resultaten van deze toetsen worden per leerling en per groep geregistreerd in een leerlingvolgsysteem. Dit leerlingvolgsysteem wordt door de intern begeleider beheerd. Uit de overzichten van dit systeem blijkt in welke mate elke individuele leerling zich de stof heeft eigen gemaakt en of de leerling voldoende vooruitgang heeft geboekt op basis van een landelijke normering. Deze analyse wordt ook op groeps- en schoolniveau gemaakt. De resultaten van deze toetsen worden tijdens een groepsbespreking door de intern begeleider met de groepsleerkracht besproken. De groepsleerkracht gebruikt deze gegevens om, indien nodig extra instructie, ondersteuning of juist meer uitdaging te bieden.

Naast de dagelijkse resultaten in de klas, biedt het leerlingvolgsysteem ons extra mogelijkheden om te sturen op de individuele prestaties van leerlingen, alsmede op de leerresultaten op groep- en schoolniveau. Op basis van een analyse van de beschikbare gegevens worden door de leerkrachten en intern begeleider heldere en reële doelen gesteld.

Bij de PLP en in de kleutergroepen van de PWA wordt de ontwikkeling vanaf 2,5 jaar gevolgd met behulp van KIJK! In het kader van de ‘vroegsignalering’ en de samenwerking met de peuterleerplek wordt er vanuit de basisschool preventief interne begeleiding ingezet in die peuterleerplek. Als de leidsters van de peuterleerplek vragen hebben omtrent de ontwikkeling van een kind kunnen zij verzoeken om een observatie door de intern begeleider vanuit de basisschool.
Zaken als de taalontwikkeling, spelontwikkeling en cognitieve ontwikkeling kunnen geobserveerd worden. Zo nodig kunnen vervolgens de nodige impulsen (bijv. vervolgonderzoek, logopedie, opvoedondersteuning)ingezet worden, om de ontwikkeling van het jonge kind zo optimaal te laten verlopen, voordat het kind naar de kleuterklas op de basisschool gaat.

De school hanteert Viseon in groep 3 t/m 8 voor het volgen en analyseren van de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen. Het instrument verhoogt het inzicht in de ontwikkeling van leerlingen op dit terrein en biedt leerkrachten de mogelijkheid om de samenhang met het verloop van onderwijs- en leerprocessen in kaart te brengen. Ook leerlingen vullen Viseon in (groep 5 t/m 8). Zij doen dit, omdat het van belang is te weten hoe leerlingen zélf denken over hun sociale competentie. Zo kan het oordeel van de leerkracht vergeleken worden met de resultaten van de leerling zelf. 

Welk schooladvies kregen de leerlingen van deze school?

Toelichting van de school

In het schooljaar 2021 -2022 hebben onze groep 8 leerlingen de volgende adviezen gekregen en zijn hiermee ook geplaatst in het voortgezet onderwijs:

2021-2022

  • Vwo: 2 leerlingen
  • Havo/Vwo: 5 leerlingen
  • Havo: 2 leerlingen
  • TL/Havo: 6 leerlingen
  • TL: 8 leerlingen
  • Kader/TL: 2 leerlingen
  • Kader: 1 leerling
  • Basis/Kader: 2 leerlingen
  • Basis/Kader met LWOO: 1 leerling
  • Basis met LWOO: 5 leerlingen

LWOO staat voor LeerWeg Ondersteunend Onderwijs. Dit is bestemd voor leerlingen die extra hulp nodig hebben bij het behalen van hun diploma. Dit kan zijn door kleinere klassen, bijlessen, huiswerkbegeleiding of trainingen voor de leerlingen om beter te studeren. 

Naar welke scholen stroomden onze leerlingen uit:

  • Rijswijks Lyceum: 5 leerlingen
  • Wateringse Veld College: 4 leerlingen
  • Van Vredenburch College: 4 leerlingen
  • Lyceum Ypenburg: 4 leerlingen
  • Montaigne Lyceum: 3 leerlingen
  • Edith Stein College: 3 leerlingen
  •  Roemer Vischer College: 2 leerlingen
  • Stanislascollege Rijswijk (beweeg): 2 leerlingen
  • ‘s Gravendreef College Leidschendam: 1 leerling
  • Sint-Maartenscollege: 1 leerling
  • Johan de Wittcollege: 1 leerling
  • Diamant College: 1 leerling
  • GSR: 1 leerling
  • Segbroek College: 1 leerling
  • Gymnasium Haganum: 1 leerling


Weergave Schooladvies

Bron

Zitten de oud-leerlingen van deze school in het voortgezet onderwijs boven, op of onder hun schooladvies?

In het eerste jaar

Bron

In het derde jaar

Bron

Sociale ontwikkeling

Hoe denkt deze school over sociale ontwikkeling?

Wij vinden het belangrijk zorg te dragen voor een veilig leef- en leerklimaat. Veiligheid is een basisvoorwaarde om te leren. Pas dan zijn kinderen in staat zich sociaal en emotioneel goed te ontwikkelen.

Met ons lesprogramma ontwikkelen en versterken wij de sociale en emotionele vaardigheden van kinderen individueel en in groepsverband. Kinderen leren samen te leven en te werken, met spelregels om te gaan, hun eigen mening te vormen en die van anderen te respecteren. Ook ontdekken leerlingen hun eigen positie in de samenleving en komen ze erachter hoe ze zelf een bijdrage kunnen leveren aan hun wijk, regio, land en de wereld, zodat ze zich ontwikkelen tot verantwoordelijke wereldburgers.  

Met ons volgsysteem en vragenlijsten volgen wij de ontwikkeling van onze kinderen en bieden hulp en ondersteuning daar waar nodig is.

Kernwaarden uit de visie op sociale ontwikkeling

  • veiligheid
  • samenwerking
  • zelfredzaamheid

Wat zegt de inspectie over de school?

Toelichting van de school

In maart 2016 is de Onderwijsinspectie voor het laatst op de PWA geweest. In de bijlagen vindt u 'Het rapport van bevindingen kwaliteitsonderzoek'.

Iedere 4 jaar onderzoekt de inspectie ieder schoolbestuur. De inspectie onderzoekt het bestuur en beoordeelt het bestuur in ieder geval op de kwaliteitszorg en het financieel beheer. De scholen van het bestuur waar risico’s zijn, worden altijd onderzocht met een kwaliteitsonderzoek. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden in 2022.

Binnen onze stichting monitoren we de kwaliteit van onze scholen met elkáár door interne audits (1x per 3 jaar). In de andere jaren is er een schoolbezoek van de bovenschools directeur. 
De laatste audit is uitgevoerd in november 2020. 

Volgens afspraak is op de school een audit uitgevoerd naar het functioneren van de schoolorganisatie en naar de kwaliteit van het onderwijs dat de school biedt. De focus van de audit was gericht op:

  • de deugdelijkheid van de uitvoering van de kwaliteitszorg en de zelfevaluatie en op de betrouwbaarheid van de eigen waarderingen
  • mogelijke risico’s die de school loopt ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs
  • de mogelijkheden om de kwaliteit van het onderwijs te borgen en te verbeteren
  • eigen leervragen van de school.

De school heeft de volgende eigen leervragen geformuleerd:

  • Is er tijdens het bezoek duidelijk in de school en in de klassen (tijdens de lessen) een doorgaande lijn terug te zien betreffende het gebruiken van DIM en coöperatieve werkvormen.
  • Ook is de school benieuwd of tijdens het bezoek ook al zichtbaar is dat zij met het thema eigenaarschap bezig zijn.

De auditcommissie heeft gebruik gemaakt van een auditkader met de volgende hoofdthema’s:

  • het onderwijsleerproces, het pedagogisch klimaat en de leerlingenondersteuning
  • de kwaliteitszorg en de kwaliteitscultuur
  • de onderwijsresultaten

De auditcommissie heeft zich gebaseerd op de zelfevaluatie, monitorgegevens en de documenten die door de school zijn aangeleverd. Vervolgens is in afstemming met de school het auditprogramma opgesteld.

Vaste onderdelen van het programma zijn:

  • een kennismaking met de school
  • de mogelijkheid aanvullende documenten in te zien
  • groepsbezoeken en observaties
  • gesprekken met leerlingen, beleidsteam, team leerlingenzorg en leraren
  • een mondelinge en voorlopige feedback aan het einde van de dag.

Voor het overige heeft de auditcommissie met de school afspraken gemaakt over aanvullende activiteiten gedurende de auditdag.

Conclusies van de audit commissie:

  • De auditcommissie heeft een school gezien met een pedagogisch klimaat dat gekenmerkt wordt door veiligheid, waarin het fijn is voor leerlingen en leraren.
    Er heerst een cultuur in de school waarin leerlingen en leraren zich veilig voelen en tot leren komen. Leerlingen gaan op een respectvolle manier met elkaar om.
  • De auditcommissie heeft een school gezien met een aanpak van directe instructie (DIM).
    Lesdoelen worden benoemd en er wordt gedifferentieerd in verwerking. Er is een zichtbare start gemaakt met het komen tot een doorgaande lijn. Tijdens de auditdag zijn er vooral leerkracht gestuurde lessen gezien.
  • Er is sprake van leerkrachten die hun vak verstaan en een klimaat waarin veel wordt opgepakt.
    Leerkrachten zijn vaardig als het gaat om volgen van de leerlingen. Veel vindt nog wel plaats in de hoofden. Er zijn mooie proeftuintjes gezien als het gaat om werken aan eigenaarschap.
  • De school heeft de leerlingen goed in beeld.
    De zorgstructuur staat in de basis. Er wordt gewerkt met Esis waar ook groepsplannen in zijn opgenomen. Ook worden er regelmatig groepsbesprekingen gehouden.

Terug naar boven