Bron: <b>DUO</b><br />Vergelijkbare scholen: <b>basisscholen met een vergelijkbare schoolweging.</b><br /> <a href="https://achtergrondinformatie.vensters.nl/p/VenstersPO/6192449487635142" class="button button-link" target="_blank"><i class="fas fa-external-link-square-alt"></i> Achtergrondinformatie</a>">Bron
Het streefniveau is een hoger niveau dan het fundamenteel niveau. Het doel is dat zoveel mogelijk leerlingen eind groep acht het streefniveau bereiken. Op basis van de leerlingpopulatie op school wordt door de inspectie voor elke basisschool in Nederland apart bepaald hoeveel procent van de leerlingen het streefniveau moet halen. Dat percentage is de signaleringswaarde voor het streefniveau van de school.
In de onderbouw (groepen 1 en 2) wordt gebruik gemaakt van het kindvolgsysteem leerlijnen jonge kind van Parnassys. Daarin houdt de leerkracht bij of de doelen bereikt zijn van motoriek, rekenen, taal, spel en sociaal-emotioneel.
Vanaf de middenbouw is er een kindvolgsysteem met de doelen per leerjaar en per vakgebied, waarbij de leerkracht bij houdt welke doelen zijn bereikt. In schooljaar 2024-2025 wordt dit papieren systeem vervangen door een digitaal kindvolgsysteem, waarbij het team de doelen verder zal aanscherpen. De kinderen in de middenbouw werken aan een weektaak, waarin de leerkracht de pweekplannkng opneemt. Vanaf de bovenbouw gaan de kinderen meer zelf plannen, waarbij ze gebruik maken van de doelen ikt het jaaroverzicht. Hier werken ze aan in periodes tussen de vakanties in. Waar nodig wordt gewerkt met handelingsplannen, indien de tussentijdse doelen niet worden behaald.
In de midden- en bovenbouw wordt gebruik gemaakt van het leerlingvolgsysteem IEP. Twee keer per jaar methode worden methode onafhankelijke toetsen afgenomen voor rekenen, (begrijpend) lezen en taalverzorging. Hierbij wordt gekeken naar de landelijke referentieniveaus waarbij het steven ligt om het streefniveau 1S/2F te behalen.
Uitgangspunten schooladvies
Ons doel is om een passende plek te vinden voor alle kinderen. Wij adviseren kansrijk en zijn alert op het risico van onder- en overadvisering waarbij gekeken wordt naar potentie. Dit betekent dat een kind de kans krijgt om zich te ontwikkelen op een niveau dat bij hem/haar past. Bij het opstellen van het schooladvies worden onderstaande uitgangspunten, bronnen en invalshoeken gebruikt:
- Observatiegegevens van werkhouding, motivatie en inzet in de groepen 6, 7 en 8.
- Uitslagen van methodegebonden toetsen in groep 6, 7 en 8.
- Uitslagen van methode onafhankelijke toetsen rekenen (begrijpend) lezen en taalverzorging uit groep 6, 7 en 8 uit het leerlingvolgsysteem (LVS).
- Uitslag Doorstroomtoets. Bij een hoger advies vanuit doorstroomtoets ten opzichte van het voorlopig schooladvies moet de school het definitief schooladvies bijstellen.
- Informatie vanuit de veiligheidsmonitor over de sociaal-emotionele ontwikkeling.
- Bij kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften wordt ter onderbouwing aanvullende informatie verzameld van recente onderzoeken en/ of medische gegevens die impact kunnen hebben op het schooladvies. Het onderzoek mag niet ouder zijn dan twee jaar.
Deze uitgangspunten worden jaarlijks door de bovenbouwleerkrachten/ intern begeleider mondeling toegelicht op de informatieavond voor groep 8 ouders.
Voorlopig schooladvies
Mondeling geven de leerkrachten eind groep 7 een indicatie voor het voorlopig advies in het laatste kind-ouder-leerkracht gesprek wat gebruikt kan worden bij een eerste oriëntatie van een VO school. De wensen vanuit ouders/ verzorger/ kind zijn een stimulans voor de leerkracht(en) om de doelstelling(en) proberen te behalen. Dit moet echter wel haalbaar zijn voor het kind. Aan deze indicatie kunnen geen rechten worden verleend. Landelijk is vastgesteld dat halverwege groep 8 het voorlopig schooladvies wordt gegeven. Dit wordt opgesteld door de bovenbouwleerkrachten, aangevuld met informatie waar nodig vanuit de intern begeleider bij lopende zorgtrajecten. Scholen moeten het voorlopige advies geven tussen 10 en 31 januari 2025 en op papier meegegeven aan kind/ ouders.
Definitief schooladviesHet definitieve schooladvies wordt uiterlijk 17 maart 2025 gegeven. Ouders en kind ontvangen het Onderwijskundig rapport, machtigingsformulier, lijst VO scholen en het definitieve schooladvies. Scholen in het voorgezet onderwijs zijn verplicht het definitieve schooladvies vanuit de basisschool over te nemen. Indien ouders het niet eens zijn met het definitieve schooladvies kunnen zij dit invullen bij ‘zienswijze ouders’. Alleen indien de uitslag van de doorstroomtoets hoger is dan het voorlopig schooladvies, móet de school een hoger definitief schooladvies geven. VO scholen kunnen wel de toevoeging vanuit de zienswijze ouders lezen en meenemen in hun beslissing bij plaatsing in het brugklastype. Op grond van de wet is het schooladvies van de basisschool bindend. Dat betekent dat het voortgezet onderwijs het advies moet overnemen en het kind plaatst op het onderwijsniveau dat de basisschool adviseert. Of de VO school vervolgens plek heeft in een brugklas voor dit advies, is aan de VO school. Uit de gegevens vanuit DUO in de voorgaande drie schooljaren, te vinden op scholenopdekaart.nl, blijkt dat de adviezen die door onze school zijn gegeven, ook na 3 jaar in het voortgezet onderwijs, zeer goed aansluit bij het gegeven niveau. Daaruit kan geconcludeerd worden dat onze school een goed passend advies geeft en kansrijk adviseert.
Advies mogelijkheden door Montessorischool Bilthoven
Het loont om optimistisch te zijn in de schooladviezen en in de plaatsing in het VO, wanneer er twijfel is over de passende plek in het vervolgonderwijs. Wij bieden perspectief naar boven door het geven van dubbele adviezen (uit Handreiking schooladvisering ministerie OCW). Daarnaast geven wij ook enkelvoudige adviezen, omdat voor sommige brugklassen een enkelvoudig advies nodig is met bijvoorbeeld VWO advies voor een gymnasium brugklas. In gemeente De Bilt is afgesproken om de termen bij advisering aan te houden die de VO scholen gebruiken met TL/havo en niet de term GL/TL/Havo. Adviseringsmogelijkheden:
- Praktijkonderwijs
- Basis / kader
- Kaderberoeps (KB)
- Kader /GL/ TL
- TL (ook wel Mavo)
- TL / Havo
- Havo
- Havo / Vwo
- VWO
Voorgezet onderwijscholen
Kinderen van Montessorischool Bilthoven stromen naar verschillende voortgezet onderwijsscholen uit. Onder andere:
- Werkplaats Kindergemeenschap (Bilthoven; mavo-havo-vwo)
- Jordan - Montessori Lyceum Utrecht (Zeist; havo-vwo)
- Het Nieuwe Lyceum (Bilthoven; havo-vwo)
- Utrechts Stedelijk Gymnasium (Utrecht)
- X11 (Utrecht; VMBO/Havo)
- Openbaar Lyceum Zeist (Zeist; havo-vwo)
- Johan van Oldenbarneveld Gymnasium (Amersfoort)
- Aeres (Maartensdijk- VMBO)
De gehele POVO procedure 2024-2025 is te vinden onder het kopje 'documenten' op onze website.
In groep 8 krijgt elke leerling van de basisschool een advies voor het voortgezet onderwijs dat past bij het niveau van deze leerling. De leerling stroomt vervolgens door naar het voortgezet onderwijs. In het derde jaar wordt gekeken welk niveau de leerling werkelijk heeft vergeleken met het niveau van het schooladvies. Dit wordt vertaald naar drie categorieën: boven, op en onder advies. Bijvoorbeeld: een leerling met schooladvies vmbo-b die in het derde jaar op het vmbo-k zit, zit boven advies. En een leerling met schooladvies havo/vwo die in het derde jaar op het havo zit, zit op advies. Wanneer deze leerling in het derde schooljaar op het vwo zit, zit hij/zij boven advies.
Binnen de persoonsontwikkeling werken wij met het programma ‘The Leader In Me’ dat kinderen in hun eigen kracht zet en steeds meer leiderschap geeft over het eigen leerproces. Deze benadering stimuleert motivatie van binnen uit. Het sluit goed aan bij de uitgangspunten van Maria Montessori, waarbij intrinsieke motivatie, keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid centraal staan. Centraal staat de ‘Boom van de 7 gewoonten’.
Met de wortels begint het leertraject met de kinderen. De eerste 3 gewoonten gaan namelijk over jezelf. Ze betekenen: werken aan jezelf en overwinningen op jezelf. Met deze drie gewoonten in je rugzak voel je je steviger, zekerder en je ‘valt niet zomaar om’! Je krijgt meer grip op sociale situaties en ziet makkelijker je eigen verantwoordelijkheid en aandeel.
De stam staat symbool voor jou en je relaties met anderen. Vanuit jezelf (de wortels) bewandel je de weg naar de ander, naar ‘samen’ en samenwerking. De gewoonten 4, 5 en 6 gaan daarover. Kinderen leren win-win te denken, zodat de ander ook ruimte krijgt. Ze leren luisteren met hun oren én hun hart (eerst begrijpen, dan begrepen worden) en zoeken de samenwerking, waarbij twee losse ideeën misschien wel tot een derde, nóg beter idee leiden (synergie).
De kruin staat voor gewoonte 7; de boom komt tot volle bloei en groei! En dat kan alleen als je ‘de zaag scherp houdt’ en goed voor jezelf zorgt. Je houdt je energie op peil door tijdig op te laden, op 4 domeinen: fysiek (bijv. slaap, bewegen, voeding, pauzes), mentaal (mooie boeken, muziek, puzzels, creatief bezig zijn) , sociaal-emotioneel (dingen delen met vrienden en familie) en spiritueel (rust in de natuur, dingen doen die je leuk of nuttig vindt, mediteren).
Elke vier jaar bezoekt de onderwijsinspectie onze school. Een mooi moment waarop met een externe blik wordt gekeken naar wat er op onze school goed gaat en waar we ons nog kunnen verbeteren. Ook het afgelopen bezoek waren de bevindingen van de inspectie positief. We zien het als een compliment dat de inspectie opvalt dat op onze school een rustige en positieve werksfeer heerst, waar de leerlingen zelfstandig en taakgericht werken met aandacht voor leren van elkaar en samenwerken. Wij denken dat met deze manier van onderwijs leerlingen goed voorbereid zijn op het leven in de 21e eeuw.
Alhoewel de school duidelijke ambities heeft en zowel de ambities als de gemaakte vorderingen frequent deelt met alle ouders en betrokkenen, geeft het rapport aan dat er ruimte voor verbetering is in de kwaliteitszorg als we nog meer systematisch gegevens verzamelen en op basis daarvan een betere prioritering aanbrengen in de verbeteractiviteiten. Met dit aandachtspunt gaan we aan de slag.