Rooms Katholieke Basisschool De Kringloop

Breezandpad 7 6843 JM Arnhem

Schoolfoto van Rooms Katholieke Basisschool De Kringloop

Resultaten eindtoets

Toelichting van de school

Elk jaar nemen wij in deze schoolgids de gemiddelde score van de centrale eindtoets van het voorgaande jaar op. Deze score zetten wij af tegen onze eigen ambitie en de ondergrens die de inspectie van onderwijs hanteert bij de beoordeling van leerresultaten. Vervolgens verbinden wij hier onze conclusies aan en plannen wij activiteiten om de kwaliteit van ons onderwijs te behouden, dan wel te verbeteren.

Met ingang van het schooljaar 2020/2021 beoordeelt de onderwijsinspectie de leerresultaten aan het einde van de basisschool op een andere manier. Daarbij wordt naar twee zaken gekeken:

1.       Het percentage leerlingen dat aan het einde van het basisonderwijs het basisniveau haalt voor taal en rekenen, dit noemt men het fundamentele niveau (1F).

2.       Het percentage leerlingen dat aan het einde van het basisonderwijs het hogere streefniveau haalt voor taal en rekenen, dit noemt men het streefniveau (2F of 1S).  

Omdat er, vanwege de COVID-crisis, in schooljaar 2019-2020 geen eindtoets is afgenomen worden in deze schoolgids de resultaten van schooljaar 2018-2019, 2020-2021 en 2021-2022 gebruikt om het gemiddelde over drie jaren te berekenen.  

Het percentage leerlingen dat de afgelopen drie jaren het basisniveau heeft gehaald ligt boven de signaleringswaarden (de ondergrens) van inspectie.

Het percentage leerlingen dat de afgelopen jaren het streefniveau heeft gehaald ligt boven de signaleringswaarde (de ondergrens) van inspectie

Signaleringswaarde (ondergrens) Basisniveau 1F: 85%   

Landelijk gemiddelde Basisniveau 1F: 95% 

Schoolgemiddelde basisniveau 1F: 92,5%

Signaleringswaarde (ondergrens) Streefniveau 2F/1S: 45,5%

Landelijke gemiddelde Streefniveau 2F/1S: 57,1%

Schoolgemiddelde Streefniveau 2F/1S: 53,8%

Bovenstaande resultaten zijn naar verwachting. Door de verdere implementatie van ‘Snappet’ en het ‘didactisch handelen’ nog meer op elkaar af te stemmen, verwachten wij dat onze resultaten nog meer omhoog gaan.



Welk percentage leerlingen behaalt het fundamentele niveau en welk percentage het streefniveau?

Fundamenteel niveau

Het fundamenteel niveau is het niveau voor taal en rekenen dat zoveel mogelijk leerlingen aan het einde van de basisschool zou moeten beheersen. Dit wordt gemeten in groep acht met de eindtoets. De inspectie stelt dat minimaal 85% van alle leerlingen het basisniveau moet behalen. Deze 85% is de signaleringswaarde voor het fundamenteel niveau en dit is voor alle basisscholen in Nederland gelijk.

Bron

Streefniveau

Het streefniveau is een hoger niveau dan het fundamenteel niveau. Het doel is dat zoveel mogelijk leerlingen eind groep acht het streefniveau bereiken. Op basis van de leerlingpopulatie op school wordt door de inspectie voor elke basisschool in Nederland apart bepaald hoeveel procent van de leerlingen het streefniveau moet halen. Dat percentage is de signaleringswaarde voor het streefniveau van de school.

Bron

Hoe gebruikt deze school tussentijdse toetsen?

Toelichting van de school

Leerlingen uit de groepen 1 en 2  

Om de ontwikkeling van de kinderen nauwlettend in de gaten te houden, hanteren we het “KIJK” observatie- en registratiemodel. De leerkracht observeert de kinderen dagelijks in hun spel en deelname aan kringactiviteiten. Met behulp van leerlijnen kan de leerkracht de individuele ontwikkeling van kinderen nauwgezet volgen.  

Leerlingen uit de groepen 3 tot en met 8  

Om de ontwikkeling van de leerlingen goed in kaart te brengen, maken we gebruik van observaties van de groepsleerkrachten, verschillende onafhankelijke toetsen uit het CITO leerlingvolgsysteem primair onderwijs en de toetsen uit de diverse methodes.

In de groepen 3 tot en met 8 werken we met een leerlingvolgsysteem. De toetsen die we hierbij gebruiken zijn voornamelijk ontwikkeld door het CITO. Het CITO werkt met landelijk vastgestelde normen. De toetsen worden, afhankelijk van de aard van de toets, een- tot tweemaal per schooljaar afgenomen en zijn een extra middel om de vorderingen van de leerlingen te volgen. De uitslagen van deze toetsen, waarbij een vergelijking met het landelijk gemiddelde wordt gemaakt, geven redelijk objectieve gegevens over de leerprestaties van de leerlingen. Van deze gegevens maken wij met behulp van trendanalyses een schoolzelfevaluatie en een plan van aanpak als dat naar aanleiding van de resultaten gewenst is. De Citoscores worden uitgedrukt door middel van een I, II, III, IV en V score. De I-score is de hoogste score, de V-score is de laagste score.

Dit ziet er als volgt uit:

vaardigheidsniveau       Interpretatie

     I                               20% hoogst scorende leerlingen

    II                               20% boven het landelijk gemiddeld

    III                              20% landelijk gemiddeld

    IV                              20% onder het landelijk gemiddeld

    V                               20% laagst scorende leerlingen 

De leerkracht gebruikt de scores om onder andere te kijken of een leerling extra hulp nodig heeft bij een bepaald vak of vakonderdeel. De toetsgegevens worden digitaal verwerkt. Zo kunnen de verrichtingen van ieder kind afzonderlijk en die van de groep als geheel op de korte en langere termijn worden gevolgd. Ook het dagelijkse werk (oefenwerk) wordt regelmatig getoetst. Dit gebeurt door middel van methodegebonden toetsen. Deze worden afgenomen na iedere oefenperiode. De verwerking van de toetsen geschiedt door de groepsleerkracht. De resultaten hiervan vertellen ons hoe de leerlingen de aangeboden stof beheersen. Ze worden besproken tijdens onze zogenaamde kinderbesprekingen en bij een oudergesprek.

De leerkracht en de IB-er houden 3 keer per jaar een kinderbespreking. Bij de zogenaamde groepsplanbesprekingen zijn de leerkrachten van een bouw, de intern begeleider, de bouwleider en de directeur aanwezig. Deze besprekingen vinden ook 3 keer per jaar plaats. In het groepsplan beschrijft de leerkracht de kenmerken en de ‘geschiedenis’ van de groep en benoemt zij/hij op welke ontwikkelingsgebieden of leergebieden de kinderen speciale zorg of aanpak nodig hebben. In deze bespreking wordt het groepsplan besproken en geëvalueerd.

Welk schooladvies kregen de leerlingen van deze school?

Toelichting van de school

Elke leerling in groep 8 van de basisschool krijgt voor 1 maart een schooladvies. In het schooladvies wordt besproken welk type voortgezet onderwijs het beste bij de leerling past. Daarbij zijn niet alleen de vorderingen op school belangrijk, maar ook informatie/gegevens over:

  • de belangstelling voor verschillende zaken
  • de zin in studeren (motivatie)
  • de capaciteit om zelfstandig vraagstukken op te lossen
  • de wil om zich ergens voor in te zetten
  • de behoefte aan hobby’s en vrije tijd

We streven ernaar uw kind te begeleiden naar een vorm van het voortgezet onderwijs die voor hem/haar het meest geschikt is. Naast dit schooladvies komt er, door de invoering van de verplichte eindtoets PO (Primair Onderwijs), voor alle leerlingen in Nederland een zogenoemd ‘objectief tweede gegeven’ bij, in de vorm van een resultaat op de Centrale Eindtoets. De Centrale Eindtoets wordt na 1 maart afgenomen, terwijl het schooladvies voor 1 maart gegeven wordt. Het schooladvies is vanaf 2015 leidend bij de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs. Dit is wettelijk vastgelegd. Middelbare scholen laten leerlingen op basis van dit schooladvies toe tot een van de schooltypen in het voortgezet onderwijs. Toelating hangt dus niet meer af van het resultaat van de eindtoets. Een middelbare school mag geen andere gegevens gebruiken of eisen. Als een leerling de eindtoets PO beter maakt dan de school gezien het schooladvies verwachtte, dan zal de basisschool het schooladvies heroverwegen. De basisschool is, in overleg met de ouders/verzorgers verantwoordelijk voor deze heroverweging. De heroverweging kan leiden tot een wijziging in het schooladvies, maar er kan ook beslist worden dat in het schooladvies wordt afgeweken van het advies gebaseerd op het resultaat van de eindtoets PO. Soms is het resultaat van de eindtoets PO minder goed dan verwacht. In dat geval mag de school het schooladvies niet aanpassen. Het resultaat van de eindtoets heeft dan geen invloed op de toelating van de leerling in het voortgezet onderwijs.   

Na de adviesgesprekken is de keus aan de ouders en de leerling. De school adviseert slechts een bepaald type onderwijs. Na het advies maken de ouders samen met het kind de keuze voor een bepaalde school. De leerkracht van groep 8 verstrekt de ouders een aanmeldingsformulier met daarop het niveau van het kind. Met dit formulier moeten de ouders hun kind zelf aanmelden bij de school van hun voorkeur. De ontvangende school beslist dan over de toelating, en stelt de ouders en de basisschool daarvan schriftelijk op de hoogte. Met de scholen uit het voortgezet onderwijs hebben de leerkrachten van groep 8 geregeld contact. Ook wordt de school door rapportafschriften op de hoogte gehouden van de vorderingen van de oud-leerlingen. Deze informatie stelt de basisschool in staat om te beoordelen of de adviezen juist zijn geweest. 

Weergave Schooladvies

Bron

Zitten de oud-leerlingen van deze school in het voortgezet onderwijs boven, op of onder hun schooladvies?

In het eerste jaar

Bron

In het derde jaar

Bron

Sociale ontwikkeling

Hoe denkt deze school over sociale ontwikkeling?

Je veilig voelen op een school is een voorwaarde voor iedereen

Op onze school wordt er niet alleen geleerd hoe je moet schrijven, rekenen en lezen. We vinden het ook belangrijk dat kinderen respectvol leren omgaan met elkaar. Kinderen hebben recht op bescherming, maar moeten ook leren voor zichzelf en voor elkaar op te komen. Kinderen moeten weten wat ze zelf waard zijn, maar ook leren dat je het niet alleen voor het zeggen hebt. We stimuleren het samen werken en samen spelen. Dat levert uiteraard wel eens wrijvingen op tussen kinderen. In plaats van scheidsrechter te spelen, proberen we de kinderen te helpen bij het samen oplossen van de problemen; Wat is er gebeurd, hoe zou dat gekomen kunnen zijn, hoe kan het opgelost worden en vooral hoe ga je er in de toekomst mee om? Naar elkaar luisteren en met elkaar overleggen is hierbij heel belangrijk.

De leerkrachten volgen de leerlingen in hun sociaal-emotionele ontwikkeling met behulp van een zogenaamd leerlingvolgsysteem. Voor de kleutergroepen gebruiken wij het leerlingvolgsysteem KIJK en voor de leerlingen uit de groepen 3 t/m 8 hanteren wij het leerlingvolgsysteem Scol. Deze worden jaarlijks uitgevoerd en besproken. Daarnaast nemen wij jaarlijks bij de leerlingen uit de groepen 6 t/m 8 het tevredenheidsonderzoek van Mijn Vensters af. 

Wij hanteren op de Kringloop drie basisregels die voor iedereen gelden:

  • Problemen worden besproken soms na een korte “afkoelingsperiode”
  • Probeer je te verplaatsen in een ander   
  • Wat is jouw rol?

Ook bij ons op school ontkomen we er niet aan dat kinderen elkaar onderling wel eens plagen of pesten. Als team hebben we afspraken gemaakt over hoe hierbij te handelen. Zodra we signalen krijgen proberen we uit te zoeken wie het betreft en gaan we het gesprek aan met zowel de kinderen die plagen of pesten, als met de kinderen die daarvan het slachtoffer zijn. Pesten wordt bij ons niet getolereerd!   Wij vinden het belangrijk dat kinderen leren omgaan met gevoelens; Deze leren kennen, herkennen en kunnen sturen (beheersen). We hebben afspraken gemaakt om hier in alle groepen regelmatig aandacht aan te besteden. Tevens hebben we een methode (Kinderen en hun sociale talenten)als handreiking voor de leerkrachten. Op deze wijze komen zaken ook structureel aan bod. In ieder geval komen aspecten aan bod naar aanleiding van een voorval, actualiteit of catecheseproject. We praten dan binnen de groepen over onder meer kwaad zijn, uitgestoten worden, de baas spelen. We leven in een multiculturele maatschappij. Daarbij valt veel van elkaar te leren. In kringgesprekken praten we regelmatig over cultuurverschillen. Kinderen vertellen elkaar over gewoonten en gebruiken van thuis. Er wordt stilgestaan bij ‘anders zijn’, zonder daar oordelen aan te koppelen. De wereld is groter dan onze school. We proberen de kinderen dan ook te stimuleren over de grenzen heen te kijken naar kinderen in andere landen die onze hulp goed kunnen gebruiken. Het internet is ook een bron van informatie en maakt het makkelijker over die grenzen heen te kijken. We leren kinderen om op een goede manier (afspraken) met deze informatie om te gaan.   

Kernwaarden uit de visie op sociale ontwikkeling

  • veiligheid
  • meedoen
  • verantwoordelijkheid

Wat zegt de inspectie over de school?

De Inspectie van het Onderwijs onderzoekt minimaal één keer in de vier jaar het bestuur van een school. De inspectie kijkt dan of de kwaliteitszorg, de onderwijskwaliteit en de financiële zaken bij het schoolbestuur op orde zijn. Daarnaast bezoekt de inspectie een aantal scholen die bij het schoolbestuur horen en onderzoekt deze scholen nader. De gegevens van het laatste onderzoek van de inspectie zijn beschikbaar op de website van de onderwijsinspectie.

Terug naar boven