Tijl Uilenspiegelschool

Tijl Uilenspiegelstraat 11 1055 CK Amsterdam

Schoolfoto van Tijl Uilenspiegelschool

Resultaten eindtoets

Alle leerlingen maken in groep 8 van de basisschool een eindtoets. De school kiest per schooljaar welke toets wordt gebruikt. Er zijn verschillende goedgekeurde eindtoetsen om uit te kiezen. Met de toets wordt gekeken hoeveel kennis de leerlingen hebben van taal en rekenen. De toets geeft een extra uitslag naast het schooladvies dat een leerling krijgt van de leerkracht.

Welk percentage leerlingen behaalt het fundamentele niveau en welk percentage het streefniveau?

Fundamenteel niveau

Het fundamenteel niveau is het niveau voor taal en rekenen dat zoveel mogelijk leerlingen aan het einde van de basisschool zou moeten beheersen. Dit wordt gemeten in groep acht met de eindtoets. De inspectie stelt dat minimaal 85% van alle leerlingen het basisniveau moet behalen. Deze 85% is de signaleringswaarde voor het fundamenteel niveau en dit is voor alle basisscholen in Nederland gelijk.

Bron

Streefniveau

Het streefniveau is een hoger niveau dan het fundamenteel niveau. Het doel is dat zoveel mogelijk leerlingen eind groep acht het streefniveau bereiken. Op basis van de leerlingpopulatie op school wordt door de inspectie voor elke basisschool in Nederland apart bepaald hoeveel procent van de leerlingen het streefniveau moet halen. Dat percentage is de signaleringswaarde voor het streefniveau van de school.

Bron

Hoe gebruikt deze school tussentijdse toetsen?

Toelichting van de school

 De interne begeleiding volgt het proces van de leerling-zorg, draagt zorg voor het leerling-dossier, bewaakt het aanbod en de continue lijn in de school.

Er is frequent overleg tussen IB-ers en directie om een goede afstemming te blijven waarborgen.

Zorg voor kinderen en interne begeleiding

Op onze school zijn 2 Intern Begeleiders (IB-ers) aangesteld. De IB-ers coördineren de begeleiding van kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften. De IB-ers ondersteunen de groepsleerkrachten bij het onderzoeken naar de (specifieke) onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van leerlingen.

Ze begeleiden, ondersteunen en adviseren leerkrachten bij het nemen van maatregelen om tegemoet te komen aan alle ondersteuningsbehoeften die er in een groep aanwezig zijn.  

De werkwijze van leerkrachten wordt, voor een aantal vakken, vastgelegd in groepsplannen, waarbij rekening gehouden wordt met een driedeling in niveaus.

In het kort houdt dit traject het volgende in: 

De bovengenoemde ontwikkeling wordt besproken met collega’s, de interne begeleider. In onderling overleg wordt besloten of een leerling extra ondersteuning   nodig heeft en in welke vorm. De ouders worden ingelicht over de te nemen acties. 

Vervolgens stellen we een handelingsplan op voor een bepaalde periode (maximaal 6 weken). Aan het eind van deze periode evalueren we het handelingsplan en stellen we de doelen bij. 

Als de doelen zijn behaald, kan het handelingsplan afgesloten worden. Het kan ook zijn dat het plan bijgesteld moet worden of dat er een vervolgplan moet komen om het kind verder te helpen.  

We houden regelmatig kindbesprekingen waarbij de leerkrachten, de interne begeleider en de orthopedagoog van het ABC die de school begeleidt, aanwezig zijn.

Mocht de leerkracht niet voldoende tegemoet kunnen komen aan de ondersteuningsbehoeften van een individuele leerling, dan wordt de intern begeleider betrokken bij de gesprekken met de ouders. Dit geldt zowel bij leerlingen met leer- en/of gedragsproblematiek, als bij leerlingen met een cognitieve voorsprong.  

In overleg met leerkracht en ouders wordt bekeken welke ondersteuning nodig is en of deze ondersteuning haalbaar is in de groep. Voor deze leerlingen wordt een individueel handelingsplan opgesteld.

Zorgbreedte overleg 

Als we er op schoolniveau niet uitkomen, is er daarnaast nog het zorgteam, dat een aantal keer per jaar bij elkaar komt.

Hierin zijn vertegenwoordigd: de directeur, de interne begeleider, de orthopedagoog van het ABC die de school begeleidt, de Ouder Kind Adviseur, de leerplichtambtenaar, de schoolarts/-verpleegkundige en soms de leerkracht en ouder / verzorger.Het overleg wordt voorgezeten door de IBér  De kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, worden dan besproken.

De school heeft een uitgebreide orthotheek. Dat is een soort bibliotheek met extra informatie, die de leerkrachten kunnen gebruiken bij de aanpak van specifieke ontwikkelingsondersteuning.

In sommige gevallen is nader onderzoek gewenst. In dat geval kan er besloten worden tot het inschakelen van een externe deskundige. Momenteel maken wij hiervoor gebruik van Steunpunt West en van het ABC.

Voorts onderhouden de IB-ers contacten met externe instanties, zoals de Ouder Kind Adviseur (OKA), de jeugdgezondheidszorg (GGD), de logopedist, enzovoort. Zij zijn de schakel tussen hulpverlening en de school. 

De IB-ers en leraren zijn verantwoordelijk voor het verkrijgen en analyseren van de toetsgegevens op school- en groepsniveau. Hierbij maken zij gebruik van de gegevens uit het digitale leerlingvolgsysteem (ParnasSys). 

De IB-ers hebben, zoals eerder beschreven, regelmatig overleg met de directie. Tevens adviseren zij de directie op het gebied van inhoudelijk onderwijsbeleid, vooral op het gebied van de begeleiding van leerlingen met een specifieke ondersteuningsbehoefte.

Leerlingvolgsysteem 

Ieder kind is uniek en heeft zijn eigen ontwikkeling en capaciteiten.
Door middel van ons digitaal leerlingvolgsysteem (ParnasSys) en de leerkracht worden de ontwikkelingen van de kinderen en hun schoolse prestaties nauwkeurig gevolgd. Dit gebeurt zowel door toetsing met methode gebonden toetsen als door toetsing met CITO toetsen (methode onafhankelijke toetsen).

De vorderingen worden zowel op groeps- als op individueel niveau geanalyseerd en besproken in een overleg met leerkracht en intern begeleider. Bij deze bespreking worden afspraken gemaakt voor aanpak van uitval naar boven en naar beneden. Dit overleg vindt minimaal twee keer per jaar plaats.
Op schoolniveau worden de vorderingen door directeur en intern begeleiders geanalyseerd.

De kinderen in groep 1 en 2 worden gevolgd middels de Leerlijnen Jonge Kind.

Vanaf groep 3 worden de AVI, de DMT toets (om het leesniveau te bepalen) en de CITO toetsen rekenen, spelling, woordenschat en begrijpend lezen afgenomen.

Vanaf groep 5 wordt hier de toets Studievaardigheden aan toegevoegd. Deze toetsen worden tot medio groep 8 afgenomen.

De groepen 8 doen mee aan de CITO-eindtoets. De resultaten van de eindtoets worden vermeld elders in deze schoolgids.

Digitale leerlingdossiers 

In de digitale leerlingdossiers worden o.a. persoonsgegevens, verslagen van leerlingbesprekingen, gesprekken met ouders, onderzoeksrapporten en observatieverslagen bewaard. Deze dossiers worden in gezamenlijke verantwoording beheerd door zowel de leerkracht als de intern begeleiders. De gegevens in de leerlingdossiers zijn vertrouwelijk. Ouders hebben recht op inzage van de dossiers.

Overgang naar een volgende groep 

Niet alle leerlingen ontwikkelen zich in een zelfde tempo. Sommige leerlingen hebben langere tijd nodig om zich bepaalde zaken eigen te maken en anderen hebben een voorsprong in de ontwikkeling. Het kan gaan om de sociaal-emotionele ontwikkeling, maar ook om de cognitieve ontwikkeling, de werkhouding en de concentratie. Daarom is het soms nodig dat een kind een jaar langer in een groep blijft. 

Mocht een leerkracht vinden dat er sprake zou moeten zijn van verlenging van de onderbouw of van een doublure (midden- en bovenbouw), dan gaat deze daar tijdig over in gesprek met ouders en intern begeleider. Dit gebeurt uiterlijk in maart. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het besluit ligt bij de directeur.

Op leerling-niveau wordt de kwaliteit van het onderwijs bewaakt door toetsing, methodegebonden en niet-methodegebonden, dagelijkse observatie, registratie, samenhangend systeem van leerlingen zorg. Dit alles aangevuld met klassenbezoek(en), functioneringsgesprekken en een open communicatie binnen het team. Ook gebruiken wij op school de zgn., "Flitsbezoeken".

In onze school is het belangrijk leerlingen in hun schoolse prestaties nauwkeurig te volgen. Het geeft de leerkracht de mogelijkheid zo goed mogelijk aan te sluiten bij de capaciteiten van het kind.

Hiertoe wordt er van ieder kind een (digitaal) leerling-dossier aangelegd waar alle toets- en overige belangrijke gegevens instaan. Zijn de problemen van een leerling van dusdanige aard dat de leerling speciale hulp nodig heeft, dan wordt er een ondersteuningsplan (OOP) opgesteld.

Het kan zijn dat er besloten wordt tot een pedagogisch-didactisch onderzoek. Ook kan blijken dat een vollediger onderzoek noodzakelijk is. Deze worden gedaan door in- of externe deskundigen. Altijd worden de ouders zoveel mogelijk bij deze stappen betrokken en om toestemming gevraagd. 

Ondersteuning aan leerlingen met een andere hulpvraag 

Onze school staat in principe open voor alle kinderen. Bij de toelating moeten wij bezien of wij de nodige deskundigheid in school hebben om het kind een verantwoorde opvang te bieden. Wij willen op een goede manier bijdragen tot een optimale ontwikkeling van het kind. Bij toelating zal er op basis van een plan van aanpak, dat mede met ouders wordt opgesteld, gehandeld worden.

Leerlingen met dyslexie 

Als de formatie het toelaat, zetten wij een leerkracht in die de leerling met dyslexie extra begeleidt. De school hanteert het zgn. dyslexie protocol.

Begeleiding begaafde leerlingen 

Voor de kinderen met uitsluitend hoge scores heeft de school extra aandacht in de vorm van een aangepast leerstofprogramma. We hebben gekozen voor verbreding van het leerstofaanbod en schrappen in het standaard les aanbod. Om ervoor te zorgen dat deze kinderen voldoende uitdaging vinden in de leerstof en dat ook zij ‘leren leren’ hebben we binnen onze zorgstructuur ruim aandacht voor deze groep. Ook maken wij op school gebruik van uitdagende leerstof waaraan zij zelfstandig mogen werken (Levelwerk). Met versneld doorstromen zijn wij voor deze leerlingen zeer voorzichtig. De sociaal-emotionele ontwikkeling - hoe voelt een kind zich in een hogere groep- is een belangrijk argument. Indien de formatie het toelaat, zetten wij gespecialiseerde leerkrachten in, die werken met de kinderen die meer uitdaging behoeven. 

Voor kinderen die meer dan een jaar leervoorsprong hebben kunnen wij gebruik maken van de expertise die er binnen de AWBR al ontwikkeld is. Ook kunnen wij in overleg met ons schoolbestuur AWBR een plaats bieden op het Denklab. Het Denklab wordt geleid door een leerkracht die gespecialiseerd is in het aanbod voor leerlingen met een grote ontwikkelingsvoorsprong.

Welk schooladvies kregen de leerlingen van deze school?

Toelichting van de school

Eindtoets: Vanaf schooljaar 2014-2015 is het voor alle leerlingen van groep 8 in het reguliere basisonderwijs verplicht om een eindtoets te maken. De overheid stelt hiervoor de Centrale Eindtoets beschikbaar. De Centrale Eindtoets is een van de eindtoetsen die in aanvulling op het schooladvies, informatie geeft over welk type voortgezet onderwijs bij een leerling past. Het schooladvies is doorslaggevend voor de toelating tot het voortgezet onderwijs. 

Afnamedata: De afnameperiode is voor alle scholen gelijk, komend schooljaar op 25, 26 en 28 april 2022.

Toetsinhoud: De eindtoets bestaat uit de onderdelen Taal en Rekenen. Bij de Centrale Eindtoets kan ook Wereldoriëntatie worden  afgenomen.  Zie voor verdere informatie over de Centrale Eindtoets: https://www.centraleeindtoetspo.nl/leerlingen-en-ouders/over-de-toets/wat-is-de-centrale-eindtoets/

Keuzegids/Kernpocedure: In Amsterdam ontvangen alle ouders van leerlingen in groep 8 de Keuzegids. De Keuzegids helpt ouders en leerlingen uit groep 8 bij de keuze voor het vervolgonderwijs. In de Keuzegids wordt de Amsterdamse procedure (de zogenaamde Kernprocedure) uitgelegd aan ouders. Meer informatie over de kernprocedure vindt u op de website http://www.voschoolkeuze020.nl/home

Weergave Schooladvies

Bron

Zitten de oud-leerlingen van deze school in het voortgezet onderwijs boven, op of onder hun schooladvies?

In het eerste jaar

Bron

In het derde jaar

Bron

Sociale ontwikkeling

Wat zegt de inspectie over de school?

De Inspectie van het Onderwijs onderzoekt minimaal één keer in de vier jaar het bestuur van een school. De inspectie kijkt dan of de kwaliteitszorg, de onderwijskwaliteit en de financiële zaken bij het schoolbestuur op orde zijn. Daarnaast bezoekt de inspectie een aantal scholen die bij het schoolbestuur horen en onderzoekt deze scholen nader. De gegevens van het laatste onderzoek van de inspectie zijn beschikbaar op de website van de onderwijsinspectie.

Terug naar boven