Roelof Venema School

Laan Rozenburg 17 1181 ER Amstelveen

Schoolfoto van Roelof Venema School

Resultaten eindtoets

Toelichting van de school

Het voortgezet onderwijs (VO) en het primair onderwijs (PO) hebben afspraken gemaakt over hoe de overstap van PO naar VO verloopt. De kernprocedure van Samenwerkingsverband Amstelland en de Meerlanden is terug te vinden op www.swvam.nl.

De school organiseert in groep 8 een extra informatie-avond met meer uitleg over deze procedure.

Welk percentage leerlingen behaalt het fundamentele niveau en welk percentage het streefniveau?

Fundamenteel niveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het basisniveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het fundamentele niveau of 1F genoemd. Iedere leerling zou dit niveau aan het einde van de basisschool moeten behalen. Voor alle basisscholen in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het fundamentele niveau 85%. Dus: op alle scholen moet 85% van de leerlingen het basisniveau halen, anders is dat een signaal voor de inspectie.

Bron

Streefniveau

Dit is het percentage leerlingen dat met de eindtoets het hogere niveau voor taal en rekenen behaalt. Dit wordt het streefniveau of 2F (taal) en 1S (rekenen) genoemd. Het streven is dat zoveel mogelijk leerlingen dit niveau aan het einde van de basisschool behalen. Voor elke basisschool in Nederland is de signaleringswaarde (minimale waarde) voor het streefniveau apart bepaald. Hoeveel procent van de leerlingen het hogere niveau moet behalen, verschilt dus per school. De inspectie kijkt eerst goed naar kenmerken van de leerlingen (en van hun ouders) om de verwachting te bepalen. Heeft een school meer leerlingen die meer aandacht nodig hebben, dan ligt de signaleringswaarde van de inspectie lager.

Bron

Gemiddelde eindtoetsscores

De Inspectie van het Onderwijs controleert of het onderwijs op scholen van voldoende niveau is. Ze kijkt hiervoor onder meer naar de resultaten van leerlingen op de eindtoets. Het beoordelen van de resultaten werd tot en met 1 augustus 2020 gedaan op basis van de gemiddelde score van leerlingen. Dit is veranderd: vanaf 1 augustus 2020 kijkt de inspectie naar referentieniveaus.

De gemiddelde score van de school wordt vergeleken met de ondergrens van de inspectie .

Let op: vanwege het coronavirus is er in schooljaar 2019-2020 geen eindtoets afgenomen. De referentieniveaus zijn daarom pas zichtbaar in 2020-2021.

Weergave Resultaten eindtoets

Bron

Hoe gebruikt deze school tussentijdse toetsen?

Toelichting van de school

Om de ontwikkeling van een kind te kunnen volgen, werkt school met een leerlingvolgsysteem. Een leerkracht krijgt de hele dag informatie over een leerling wat hij kan en wat hij nog moet leren. Dat doet hij door beurten te geven, werk na te kijken en methodegebonden toetsen (toetsen die bij de lesmethode horen) af te nemen. Daarnaast nemen wij twee keer per jaar de landelijk genormeerde toetsen van Cito af.  

Met de methodegebonden toetsen controleren we of het kind de lesstof heeft begrepen en dus verder kan met nieuwe leerdoelen. Als dat niet goed genoeg is, dan helpen we het kind met extra instructie en herhaling. Dat doen wij onder lestijd. De kinderen die extra hulp nodig hebben krijgen dan verlengde instructie of meer oefening. Soms zitten ze daarvoor even in een klein groepje. De leerkracht begeleidt dit proces zelf en zet hier eventueel beschikbare onderwijsassistentie of een leerkrachtondersteuner voor in.

De toetsen van Cito zijn bedoeld om het vaardigheidsniveau van een kind te kunnen vergelijken met het niveau van jaargenoten in heel Nederland. Deze toets richt zich op wat een kind van deze leeftijd in Nederland aan kennis en vaardigheden moet kunnen toepassen. Cito toetst dus niet één op één wat een kind net heeft geleerd. Als een kind de toets maakt, krijgen we een score van het kind ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Maar Cito levert ons gedurende de schoolloopbaan ook een beeld op van de ontwikkeling van het kind op de lange termijn. We kunnen als school met deze toetsgegevens de ontwikkeling van de kinderen nauwkeurig blijven volgen, doordat we de scores per vakgebied over de jaren heen blijven meten. Hierdoor wordt duidelijk of een kind voldoende vooruitgaat. 

Het Cito leerlingvolgsysteem is ooit bedacht om scholen een soort ‘meetlat’ te bieden waarmee ze zichzelf de maat konden nemen. Dit meetinstrument zorgt er voor dat een leerkracht altijd kritisch blijft kijken naar de prestaties ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het Cito leerlingvolgsysteem is door de jaren heen een grotere rol gaan spelen bij de verwijzing naar het voortgezet onderwijs. De verwijzing naar voortgezet onderwijs wordt nu gebaseerd op onder andere de Citoscores vanaf groep 6. Logischerwijs denken ouders nu dat er dus direct hoog gepresteerd moet worden om een goed beeld te creëren, zodat een kind zo hoog mogelijk komt. Als we ons echter door Cito laten opjagen, bestaat ook het risico dat we bij veel te jonge kinderen de prestatiedruk te hoog opvoeren. In goed overleg met de ouders moeten leerkrachten hierin zorgvuldig te werk gaan. Kinderen leren vaak op een geheel eigen wijze.

Als uit zowel de methode gebonden toetsen, als de Cito-score blijkt dat het kind echt niet meekomt met de lesstof, heeft een kind extra ondersteuning nodig. Dat overleggen we dan ook met ouders omdat die immers hun kind zo goed kennen. We zoeken dan naar een 'weg’ of ‘manier' die hem of haar wel helpt om dit proces onder de knie te krijgen. Een individueel ondersteuningsplan wordt alleen in bijzondere situaties opgesteld. 

De toetsopbrengsten vertalen we altijd in een groepsbrede aanpak. Naar aanleiding van de methodegebonden toetsen en de Cito-resultaten stellen wij voor de klas een groepsplan op. Een groepsplan is een organisatiemodel om tegemoet te komen aan de verschillende onderwijsbehoeften van kinderen in een groep. Het werken met een groepsplan stimuleert ons om vooral te kijken naar wat een kind nodig heeft om vooruit te komen. We werken hierbij met drie groepen: er zijn kinderen die de basisstof krijgen aangeboden, een groep kinderen krijgt dezelfde basisstof aangeboden maar wel met een verlengde instructie en er is een groep kinderen die meer aan kan dan de basisstof. In het groepsplan leggen we vast welke leerdoelen er in een periode aan bod komen, hoe we met deze doelen aan de slag gaan en welke leerresultaten we uiteindelijk willen behalen. Met een groepsplan werken we dus met de leerbehoeftes van alle kinderen. 




Welk schooladvies kregen de leerlingen van deze school?

In groep 8 krijgt elke leerling een persoonlijk advies voor het voortgezet onderwijs. Het advies is voor het onderwijssoort dat past bij het niveau van de leerling. Leerprestaties, aanleg en ontwikkeling op de basisschool spelen hierbij een rol. Heeft de leerling een hogere eindtoetsuitslag dan het gegeven schooladvies? Dan kijkt de school hier opnieuw naar. Een eventueel nieuw advies mag wel hoger zijn, maar niet lager.

Weergave Schooladvies

Bron

Zitten de oud-leerlingen van deze school in het voortgezet onderwijs boven, op of onder hun schooladvies?

In het eerste jaar

Bron

In het derde jaar

Bron

Wat zegt de inspectie over de school?

De Inspectie van het Onderwijs onderzoekt minimaal één keer in de vier jaar het bestuur van een school. De inspectie kijkt dan of de kwaliteitszorg, de onderwijskwaliteit en de financiële zaken bij het schoolbestuur op orde zijn. Daarnaast bezoekt de inspectie een aantal scholen die bij het schoolbestuur horen en onderzoekt deze scholen nader. De gegevens van het laatste onderzoek van de inspectie zijn beschikbaar op de website van de onderwijsinspectie.

Terug naar boven